Categorieën
Duurzaamheid Maatschappij Onmetelijke kwaliteit

Zesjescultuur in Nederland

In het voorjaar van 2008 kwam het thema duurzaamheid en het streven naar een hoger kwaliteitsniveau op verschillende terreinen als het ware bovendrijven. Dit proces wordt gevoed door dingen die in kranten en tijdschriften staan, uitspraken in praatprogramma’s, advertenties die opvallen, gelezen boeken, opmerkingen in de wandelgangen enzovoorts. Een creatief proces dat meestal onbewust begint met het lukraak verzamelen van uiteenlopende brokstukken informatie. Op zeker moment komt er iets van een vage rode lijn bovendrijven. En op dan zie je het licht. Hoe dan ook.  Begin april stond in Management team een interview met Wubbo Ockels. De eerste Nederlander die de ruimte in werd geschoten en zich de laatste jaren inzet om uiteenlopende nieuwe zaken van de grond te tillen. Dat valt niet mee. Om allerlei redenen. De eye-catcher om juist dit artikel te gaan lezen was, zoals dat vaak gaat, een quote die groot werd afgedrukt. Grenzeloos denken. Een belangrijk stuk informatie.

Zesjescultuur in Nederland
Als er iemand is in Nederland is die zich in zijn denken weinig door wereldse belemmeringen laat weerhouden, is het de man die zelf de aarde enige tijd verliet: Wubbo Ockels.

Zo begint een artikel uit Management team van 4 april 2008 onder de titel ‘Soms denken ze: Ockels roept maar wat’.  Uit dat interview van Peter van Lonkhuyzen enkele citaten.

Wat Ockels met de superbus, laddermolens en Ecolution doet mag je gerust groot denken noemen. Is dat lastig in Nederland?
Ockels: Laat ik het zo zeggen, het is niet makkelijk. Bij een nieuw idee denkt de Nederlander als eerste waarom het níet kan. We  hebben er geen bewondering voor. Als je in Amerika met een nieuw idee komt is de eerste reactie: Wow! Looks great! Dat geeft energie. Het inspireert.

Is er een bepaalde reden voor die houding?
We hebben in Nederland te maken met een bepaalde burgerlijkheid die te ver is doorgeslagen. We polderen en vergaderen over elk onderwerp, maar nemen geen verantwoordelijkheid. Iedereen mag overal een mening over hebben. Wat ik mis is een bepaalde inhoudelijke diepgang. Pas als je écht snapt waar de problemen over gaan, kun je iemand waarderen  die met een oplossing komt.

Wat vindt u van de beroemde Nederlandse overlegcultuur?
Die moet maar eens op de schop. Ik denk dat ze gedegeneerd is. Er waren misschien goede redenen voor, in het verleden. Een gesloten cultuur is ook niet goed. Maar het gevaar bij te veel overleg is dat geen verantwoordelijkheid wordt gevoeld. In groepsverband is het heel moeilijk om diepgang te krijgen, dat lukt haast niet. Je vergeet makkelijk waar het werkelijk om gaat. In een groep ontstaat vaak een gemeenschappelijk gevoel van wat we allemaal héél belangrijk vinden, wat er in feite totaal niet toe doet.

Een kleine groep is beter dan een grote?
In een grote groep is het heel moeilijk om geconcentreerd bezig te zijn. Voor diepgang heb je concentratie nodig. Je moet de stukken goed lezen, goed discussiëren, diep nadenken. Met twee of drie mensen lukt dat, met vier wordt het al moeilijker. Als je tien of twintig mensen rond de tafel zet, wordt de inhoudelijke waarde van het gesprek bijna tot nul gereduceerd. Dan gaat het vooral over de onderlinge verhoudingen, over wie de macht heeft, over gevoelens. Niet meer over de zaak.

Dus bedrijven moeten bij belangrijke problemen vooral kleine teams inrichten?
() Geen overlegcultuur maar een educatieve cultuur. Waarbij de verantwoordelijkheden duidelijk blijven. Als er iets misgaat, word je ontslagen. Dat verantwoordelijkheidsdenken is in Nederland verwaterd, heel jammer. Ik word als hoogleraar verantwoordelijk gehouden voor mijn leerstoel, maar dan moet ik ook autoriteit hebben over hoe het geld word uitgegeven. En niet afhankelijk van een of ander overleg. Dat geeft altijd spanning.

Wat is de sleutel? Volhouden? Overtuigd zijn van je gelijk?
Je moet er in geloven. Het is precies het tegenovergestelde van de burgerlijkheid waar ik het over had. Als je een visie hebt en ervoor gaat, kun je enorm veel bereiken.

Daarnaast moet je goed weten waar je over praat. Je moet met kennis van zaken de discussie voeren. Daarom maak ik me ook zo’n zorgen over het onderwijs in Nederland.

Vindt u ook dat we in Nederland een zesjescultuur hebben?
Die is duidelijk te zien. Het komt doordat we het onderwijs hebben laten versloffen met alle herstructureringen. Wat maakt het uit of een school groot of klein is of hoeveel uren er worden gedraaid? Waar het om gaat is dat de leerlingen bewonderd worden en dat er een goede leraar staat. De rest is flauwekul. De leerlingen moeten vaardigheden en kennis opdoen, de school is geen crèche. En de docent moet de baas zijn. Als iemand uit de klas wordt gestuurd, moet dat ook erg zijn. De studies tonen gewoon aan dat het zo beter werkt. Dat betekent dus dat we ontzettend onzorgvuldig zijn geweest. We ontwikkelen meningen over het onderwijs, in vergaderingen, in plaats van dat we gewoon de stukken lezen.

Een ander woord is eigenwijs.
Waarbij ik ook wel trots ben op woord wijs. Mijn eigen wijsheid. En ik ben altijd optimistisch. Ik wil optimistisch zijn, daar dwing ik mezelf toe. Kan iets niet? Misschien kan het wél!

Bron: Management team van 4 april 2008. Interviewer: Peter van Lonkhuyzen

(donderdag 10 april 2008)

Homepage Onmetelijke kwaliteit

Door Hans van Duijnhoven

Bibliothecaris sinds september 1979. Werkzaam in de regio Noord Oost Brabant.

Geef een reactie