Categorieën
Bibliotheek Boeken Filosofie Maatschappij Oude doos

Meer van hetzelfde

Een elitair verhaal?
Hoogleraar Robbert Dijkgraaf behoort zonder enige twijfel tot de elite van ons land. In de jaarlijkse ‘populariteitspoll’ van De Volkskrant van de 200 meest invloedrijke Nederlanders neemt hij in 2010 positie ??? in. Dit jaar neemt hij afscheid als voorzitter van de Koninklijke Academie van Wetenschappen. Dan zal hij weer meer tijd gaan besteden aan zijn ‘oude baan’, hoogleraar natuurkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Ongetwijfeld zal hij ook zijn vier-wekelijkse column in het Wetenschapskatern van NRC Handelsblad aanhouden.

Op zaterdag 26 februari 2011 kaartte hij een onderwerp aan dat, zoals zo vaak bij hem, de grote zaken van de samenleving raakt zonder dat hij zich politiek (gesproken) uitspreekt. Maar tussen de regels door laat hij beschaafd weten hoe hij tegen bepaalde ontwikkelingen in onze samenleving aankijkt. Bij het grote publiek kan hij bekend zijn door zijn incidentele optredens in DWDD.

Meer van hetzelfde
Dat was de titel van zijn column. Waarin hij een pleidooi houdt om de diversiteit in de natuur (in de wereld) op peil te houden. Door maatregelen te treffen die het aantal levende wezens op deze planeet in ieder geval niet doet teruglopen. Een proces dat momenteel volop gaande is en de maatregelen die dat tegen zouden kunnen gaan worden onvoldoende getrofffen.

Waardoor we over pakweg tien jaar tot de conclusie zullen moeten komen dat er ‘meer van hetzelfde’ is ontstaan. Die ontwikkeling is in zijn ogen niet slim. Sterker is dom omdat we als mensheid in de toekomst behoefte hebben aan een wereld waarin veel diversiteit is. Veel levende wezens die dusdanig bedraad zijn dat ze de basis kunnen vormen voor het ontwikkelen van zaken die we nu nog niet kunnen overzien. Iets wat urgenter wordt naarmate de wereld meer mensen moet voeden, onderhouden.

Nadat hij dit heeft uitgelegd plaatst hij het onderwerp in een veel breder, maatschappelijk, cultureel verband. En houdt een warm pleidooi voor instellingen en organisaties in het publieke domein die tegen de tijdgeest in zich verweren tegen een maatschappij waarin Meer van hetzelfde ontstaat. Dreigt te ontstaan. Of al is ontstaan. Hij noemt nadrukkelijk het onderwijs, musea, de media … en bibliotheken.

Dit pleidooi sluit op een bepaalde manier aan bij het dubbelnummer van De Groene Amsterdammer van eind februari. Waarin de elite centraal staat. Deze special (‘De aanval op de elite’) heeft natuurlijk alles te maken met de verkiezingen voor de Provinciale Staten op 2 maart 2011. Waaraan partijen deelnemen die zich afzetten tegen ‘de elite’, ‘de grachtengordel’. Een elite die niet (langer) snapt waar het voor ‘de eenvoudige mensen’ om zou moeten gaan. Een elite die door velen vanuit verschillende kanten onder vuur wordt genomen. Los van het feit of die verwijten terecht zijn vraagt de redactie van De Groene zich af of een samenleving zonder elite zou kunnen functioneren. Wat de taak en rol van een elite in onze geglobaliseerde en verwarde wereld zou moeten zijn.

Deze column en deze special sluiten ook aan bij de lezing die op zondag 17 april 2011 door Rob Riemen in de Groene Engel wordt gehouden. Zijn lezing heet Waarom zijn we vergeten wat belangrijk is in het leven. Rob Riemen houdt op zijn manier ook een pleidooi voor een samenleving die niet tevreden is met Meer van hetzelfde.
In dezelfde week verscheen in Intermediair een lang artikel over De nieuwe stad. Waarin beschreven wordt hoe steden (en dorpen) de komende jaren zullen veranderen door thuiswerken en online shoppen. Een somber verhaal, met een positief maar moeilijk advies. Richting beleidsmakers (de elites). Het advies dat gemeenschappen alleen leefbaar blijven als er geïnvesteerd wordt in die binnensteden. Om ze aantrekkelijk te maken en/of te houden. Aantrekkelijk betekent dat binnensteden (of andere plaatsen die er toe willen blijven doen) zich van elkaar onderscheiden. Iets bieden wat andere binnensteden niet hebben. Als ze kortom niet meegaan in de algemene tendens naar Meer van hetzelfde.

Bovenstaande zaken sluiten ook aan bij de manier waarop Openbare Bibliotheken in Nederland zich zouden kunnen ontwikkelen. Grofweg zijn er twee richtingen: 1) luisteren naar de klanten (leden) en leveren wat zij vragen. Niet minder, maar (vooral) ook niet meer. Of 2) naar de omgeving luisteren maar niet louter leveren wat men vraagt. Optie 1 leidt in de ogen van Robbert Dijkgraaf tot dood in de pot. Is ogenschijnlijk zeer democratisch en marketingtechnisch perfect, maar leidt op termijn tot verschraalde bibliotheekcollecties waarin ‘de waan van de dag’ aanwezig is en alles wat zweemt naar ‘elitair’ afwezig is. En alleen aangevraagd kan worden in een andere, grotere bibliotheek. Het leidt – om de beeldspraak door te trekken – naar boekwinkels die lijken op een Bruna-kiosk, waar de bestsellers van de maand aanwezig zijn en verder niets. Meer van hetzelfde.

De tweede optie sluit meer aan bij het pleidooi van Dijkgraaf en Riemen. Een Openbare Bibliotheek is een plek waar je ‘de waan van de dag’-titels kunt lenen maar is vooral ook een plek waar je onverwachte titels kunt verwachten, spannende lezingen, verrassende tentoonstellingen. Een plek waar op een ‘moderne’ manier nog iets wordt gedaan aan een oud begrip: volksverheffing. Burgers in aanraking brengen met onverwachte, spannende, culturele, ‘elitaire’ dingen. Serendipiteit organiseren. Alhoewel dat niet kan. Het een paradox is.

Hieronder enkele citaten uit de column van Robbert Dijkgraaf

Hoe is het gesteld met de biodiversiteit van ons eigen leven?
We maken ons zorgen dat de driekleurige gifkikker in het tropische regenwoud van de Amazone verdwijnt, maar hoe is het gesteld met de biodiversiteit van ons eigen leven? In een tijd waarin grenzen verdwijnen en steeds meer kan en mag, krijgen we steeds meer van hetzelfde voorgezet.

Diversiteit kan wiskundig verbeeld worden als een berglandschap. De horizontale positie op de kaart geeft de verschillende verschijningsvormen aan, met naaste verwanten dichtbij elkaar gelegen. De hoogte geeft het aantal van een soort aan. Op de toppen bevinden zich de soorten met de hoogste populaties, op de flanken de variaties, aan de rand de zeldzame uitschieters – de befaamde long tail. De krachten van de moderne tijd kneden de bergen en maken deze steeds hoger en smaller. Regressie naar het gemiddelde, noemen statistici dit verschijnsel. Tegelijkertijd spreidt de voet van het bergmassief zich uit. Diezelfde mensenhanden duwen de uiteinden van het kleigebergte plat en verder naar buiten toe. Zo krijgen we steeds meer van een beetje en steeds minder van de rest. In het extreme geval blijven er maar twee categorieën over. De eerste bevat een handjevol soorten met een populatie van miljarden; de tweede bevat miljarden soorten met een populatie van een handjevol.

Voorbeeld: de literatuur
Laten we eens naar wat cijfers kijken, grove schattingen, maar wel in de juiste orde van grootte. Neem de literatuur. Er wordt veel geschreven, waarschijnlijk meer dan ooit. Maar er wordt steeds selectiever gelezen. De lijstjes van verkoopcijfers worden gedomineerd door een klein aantal bestsellers, vaak van een beperkt literair gehalte, die daar ook nog eens lang op blijven staan. Denk aan de miljoenen exemplaren die van Komt een vrouw bij de dokter zijn verkocht. Iedereen moet deze boeken lezen, laten de media ons weten. Aan de andere kant is tegenwoordig bijna iedereen via sociale media als Twitter en Facebook zelf auteur, maar dan zonder de oplage van Kluun. Op wereldschaal geldt hetzelfde.

Hij noemt Harry Potter (500 miljoen ex. verkocht), de film Avatar (opbrengst 3 miljard dollar) en binnenkort moet iedereen The king’s speech hebben gezien.
Vervolgens heeft hij het over Coca cola, de massale aanwezigheid van kippen en varkens in de dierindustrie afgezet tegen bedreigde diersoorten waarvan er in sommige gevallen nog maar een handjevol over zijn. Hij gaat als volgt verder:

De tweede wet van de globalisering: alles gaat steeds meer op elkaar lijken
De redenen zijn steeds hetzelfde. We raken sterker met elkaar verbonden in een complex net van wegen, vliegroutes, satellieten en glasvezelkabels. Door de uitwisseling van goederen, personen en ideeën komt er convergentie in ons denken, onze smaak, onze gewoontes. Het is de tweede hoofdwet van de globalisering: alles gaat steeds meer op elkaar lijken. Het is alsof je roert in een prachtig opgemaakte slagroomtaart. Een uniforme brij blijft over.

Is dit erg? Beslist. Want er schuilt een groot gevaar in deze wereldwijde convergentie: suboptimalisatie. We raken tevreden met een tussenresultaat en vergeten de volgende stap te nemen. Uiteindelijk drinken we allemaal cola, maar er zijn vast nog lekkerder drankjes te bedenken. Literair gezien is Harry Potter niet het eindstadium van de literatuur en niet iedere film moet door James Cameron gemaakt worden. Maar dan moet er wel concurrentie mogelijk zijn.

Innovaties bevinden zich in de verste uithoeken
De biologie geeft trouwens het beste argument voor diversiteit. Want hoe is het leven eigenlijk op dit punt uitgekomen? Evolutie werkt door kleine variaties toe te staan en eventuele verbeteringen te belonen. Vaak zijn dat kleine stapjes, soms zijn het grote. In het berglandschap van het leven bevinden deze innovaties zich altijd in de voetheuvels, soms in de verste uithoeken. Een molshoop van nu kan uitgroeien tot het bergmassief van morgen. Zeldzame gebeurtenissen, ideeën en uitvindingen spelen een grotere rol in de geschiedenis dan we denken.

Biodiversiteit van de maatschappij
Wat is er tegen deze verschraling te doen? Wie kan de werking van de tijdgeest tegenhouden? Een blik op de geschiedenis leert dat voor de bevordering van diversiteit centrale instituties cruciaal zijn geweest, of het nu universiteiten, bibliotheken, musea, kranten, omroepen of het Wereld Natuur Fonds zijn. Verscheidenheid moet georganiseerd, gestimuleerd en beschermd worden, niet alleen in het regenwoud, maar ook in de wetenschap, in de cultuur en in de media. Dit is met name het geval als nieuwe technologie beschikbaar komt en er ruimte is voor vernieuwing. Juist in een tijd waarin er op vele plaatsen een kleinere rol voor de overheid wordt bepleit, is dat een relevant punt. Zij moet zich als geen ander over de biodiversiteit van de maatschappij ontfermen. Overgeleverd aan de krachten van de markt gaat alles behalve de bestseller, blockbuster, het kijkcijfercanon en de kip de weg van de driekleurige gifkikker.


Meer lezen? (een kleine selectie)

SchrijverTitel Jaar
# Gaat de elite ons redden? de nieuwe rol van de bovenlaag in onze samenleving 2007
Allan Bloom De gedachteloze generatie : hoe ons onderwijs de cultuur bedreigt 1988
Mark Bovens Diplomademocratie : over de spanning tussen meritocratie en democratie 2011
Désanne van Brederode Modern dédain 1988
René Cuperus De wereldburger bestaat niet : waarom de opstand der elites de samenleving ondermijnt 2009
Jan Derksen Het narcistisch ideaal : opvoeden in een tijd van zelfverheerlijking 2009
Robbert Dijkgraaf Blikwisselingen 2008
Frank Furedi Waar zijn de intellectuelen? 2006
Jos van Hezewijk De nieuwe elite van Nederland : het new-boys netwerk op jacht naar geld, status en invloed 2003
Tony Judt Het land is moe : verhandeling over onze ontevredenheid (vert. van Ill fares the land) 2010
Marcia Luyten Ziende blind in de sauna : hoe onze politiek, economie en cultuur ‘Afrikaanse’ trekken krijgt 2007
Ben van Raaij en Wilco Dekker De elite 2006
Rob Riemen Adel van de geest : een vergeten ideaal  2009
  De eeuwige terugkeer van het fascisme 2010
Fernando Savater  De zeven hoofdzonden : handleiding voor de 21e eeuw 2008
Frits Spangenberg De grenzeloze generatie : en de eeuwige jeugd van hun opvoeders 2009

(Oss, maandag 28 februari 2011) 

Door Hans van Duijnhoven

Bibliothecaris sinds september 1979. Werkzaam in de regio Noord Oost Brabant.

Geef een reactie