Categorieën
Duurzaamheid Maatschappij Politiek

Voorbij het Gucci-kapitalisme

Op zaterdag 21 februari 2009 publiceerde De VK een betoog van Noreena Hertz. Een artikel waarin ze voorziet dat er door de internationale recessie een nieuw economisch systeem zal komen, waarin samenwerking voor het algemeen belang de leidraad zal zijn. Ze noemt het coöp-kapitalisme.

Op zaterdag 31 januari 2009 verscheen in de N R C een interview met Noreena Hertz.

Voorbij het Gucci-kapitalisme
Je hebt mensen die zeggen dat de huidige financiële recessie – dan wel depressie – die wordt gevoeld in Londen en New York, in Shanghai en Amsterdam, geen effect zal hebben op de aard van het kapitalisme. Dat we het al eens eerder hebben meegemaakt, al eens eerder door economisch zwaar weer zijn gezeild, en dat het kapitalisme er toen ook ongeschonden uit tevoorschijn is gekomen. En dat over een jaar of vijf het kapitalisme er in wezen weer net zo uitziet als zes maanden geleden.

Ik begrijp die terughoudendheid om iets nieuws te voorspellen best, die aarzeling om de ondergang van het kapitalisme van het voorbije tijdperk te verkondigen. Maar ik ben het er niet mee eens. Ik denk dat een ander economisch model zal oprijzen uit het bloedbad dat de economische crisis heeft aangericht.

Want ik geloof niet dat wat we nu zien gewoon een variant is op de Russische crisis, de dotcomcrisis of de Japanse crisis. Dat waren crises die zich ontwikkelden en die gevolgen hadden, maar ze hadden geen diepgaande invloed op de ideologie of op het politieke en economische beleid. Nu hebben we de eerste volledige crisis van de globalisering.

Deze eerste collectieve loose-loose-situatie, deze eerste blauwe-, witte- en bonte-kragenrecessie gaat zo diep, gaat zoveel mensen over de hele wereld negatief raken, is zo overduidelijk een teken van wat er gebeurt als particuliere instellingen hun winsten boven al het andere mogen stellen, en is zo duidelijk verbonden aan de foutieve ideologische doctrine van de afgelopen dertig jaar, dat ik geloof dat een flinke kans bestaat op een radicale verandering van het kapitalisme. Er zal zich een radicaal andere verhouding tussen overheid, bedrijfsleven en samenleving uitkristalliseren. Dat is een kans die we moeten grijpen.

Ik heb het afgelopen tijdperk dat van het Gucci-kapitalisme gedoopt. Gucci-kapitalisme werd als ideologie geboren midden jaren tachtig als liefdeskind van Ronald Reagan en Margaret Thatcher met Milton Friedman als sprookjespeetvader en Bernard Madoff als reclamemodel. In die tijd waren de basisgedachten dat markten zichzelf moesten reguleren, dat regeringen moesten toekijken en dat menselijke wezens slechts uit zijn op het maximaliseren van het eigen nut.

Het was een tijd waarin de machtsbalans tussen grote ondernemingen en de samenleving ondubbelzinnig doorsloeg ten faveure van het zakenleven. Een periode waarin een bijna religieus geloof werd gepropageerd in de werking van de markt – niet slechts als distributiemechanisme, maar ook als leverancier van gelijkheid, rechtvaardigheid, zelfs vrijheid.

Dit was een tijd waarin niet alleen de samenleving werd geplunderd, maar ook het milieu. En toch duurde het in het tijdperk van het Gucci-kapitalisme nog tot vorig jaar voor algemeen werd erkend dat klimaatverandering echt plaatsvindt en dat de mens en zijn industrie daarvoor verantwoordelijk zijn.

Het was de periode waarin het motto van Gordon Gekko uit de film Wall Street twee decennia lang standhield: ‘Hebzucht is goed’.

Risico nemen werd gestimuleerd door politici en toegejuicht door de samenleving. Verantwoordelijkheidsgevoel kon niet op evenveel waardering rekenen. Succes werd meer en meer afgemeten aan geld uitgeven. Het werd beschamender niet de laatste Nikes of Gucci-tas te hebben dan rood te staan.

Geen wonder dat met zo’n ethiek de toezichthouders zwak waren en de bankiers veel te machtig. De checks and balances werkten niet. Geen wonder dat met bankiers, hypotheekverstrekkers, creditcardbedrijven en adverteerders als stuwende krachten de vraag niet was of, maar wanneer het kaartenhuis in elkaar zou klappen.

Toen het eenmaal zover was, zagen we allemaal natuurlijk duidelijk hoe leeg en zonder fundamenten het bouwwerkje was. Gucci-kapitalisme ontbeerde echte waarden, was gericht op zinloze consumptie, op zakendoen als belangrijkste element in de samenleving. Het was oppervlakkig. Geen wonder dat links én rechts het nu onder vuur nemen en zelfs Alan Greenspan, toch een van de luidruchtigste fans, beweert nu verblind te zijn geweest.

Maar dit soort vlagen van zelfkennis zijn nogal eens van korte duur. Is er genoeg ander bewijs voor de stelling dat we op weg zijn naar een belangrijk nieuw economisch model?

Ik geloof van wel.

De voorwaarden zijn er voor het ontstaan van een nieuwe vorm van kapitalisme die zal verrijzen op het puin uit het verleden: het coöp-kapitalisme, met als kernwaarden samenwerking en het collectieve belang.

Er zijn vijf redenen waarom ik dit denk.

Ten eerste is de bevolking boos en staat de pers aan haar kant.

Terwijl aanvankelijk deze publieke woede gericht was op de bankiers, op hun salarissen, hun bonussen, hun onverantwoordelijkheid en arrogante houding, zal die zich weldra keren tegen het bedrijfsleven als geheel, denk ik.

Tegen bedrijven die hun directeuren miljoenen uitkeren en ondertussen mensen de laan uit sturen. Tegen bedrijven die nog steeds behoorlijke winst optekenen maar weigeren die te delen met hun klanten, die onder de crisis zuchten. Tegen investeerders die bedrijven overnemen zonder veel eigen geld, door gebruik te maken van de pensioenfondsen van het bedrijf zelf als onderpand, en er dan ongestraft mee weg te komen.

We zien al een toename van protest in de vorm van straatbetogingen en van campagnes en boycots via internet. Verwacht meer van dit soort acties in de komende maanden.

De tweede reden voor de opkomst van een nieuw economisch model is het nieuwe mandaat dat regeringen krijgen om te interveniëren.

Dat mandaat was de afgelopen drie decennia gewoonweg afwezig. In een recent opinieonderzoek in de Verenigde Staten, het land met de meeste weerzin tegen overheidsingrijpen, vond meer dan de helft van de ondervraagden dat de vrije markt niet zonder overheidsbemoeienis kan. Dit is een aardverschuiving.

Opnieuw zijn het de banken die er het eerst de gevolgen van ondervinden. De interventies lopen uiteen van nationaliseringen tot het inperken van de topsalarissen.

Hoewel ik niet verwacht dat regeringen zich tot in de detail met het hele bedrijfsleven zullen gaan bemoeien – en ik zou dat ook helemaal geen goede gedachte vinden – wil ik wel elk bedrijf dat zich tegen het algemeen belang keert, waarschuwen: dat gaat niet langer ongestraft.

Voor de hand liggende industrietakken die in aanmerking komen voor overheidsbemoeienis zijn de fastfoodketens en de grote medicijnenproducenten.

De kosten van de gezondheidszorg rijzen de pan uit en de overheid moet de uitgaven binnen de perken zien te houden. Dus is het niet moeilijk te voorspellen dat de regeringen meer druk zullen uitoefenen op de voedselindustrie om medeverantwoordelijkheid te dragen voor de obesitascrisis en op de medicijnenindustrie om goedkopere producten te leveren.

Onder het Gucci-kapitalisme gebeurde het niet vaak dat er een beroep op bedrijven werd gedaan iets te doen in het algemeen belang. Onder het coöp-kapitalisme zal een dwingend beroep eerder de norm worden dan een vrijwillige bijdrage.

De verstandigste bedrijven zijn deze trend trouwens al voor en hebben deze verandering al uit eigen beweging in gang gezet.

De derde reden dat de tijd nu rijp is, is dat de keerzijde van de globalisering nu eindelijk voor iedereen zichtbaar is.

Alleen al de snelheid waarmee de financiële crisis van het ene land naar het volgende is overgeslagen – Taiwan verwacht nu een val van het bbp met 11 procent – toont ons hoe in de huidige wereld het lot van de ene natie met dat van de andere samenhangt.

Ik vond het onder het Gucci-kapitalisme altijd aannemelijker dat wij gezamenlijk kopje onder zouden gaan, dan dat we er collectief op vooruit zouden gaan. De reden was dat de enige bindende factor het internationale bedrijfsleven was. De Wereldhandelsorganisatie (WTO) zorgde ervoor dat bedrijven hun spullen ongehinderd over de wereld konden verkopen. Als er hiervoor toch obstakels werden opgeworpen, voorzag de WTO in regels, afspraken en boetes.

Zulke mechanismen waren er niet ter beheersing van de problemen die de ondernemingen veroorzaken: klimaatverandering, schending van arbeids- en mensenrechten, overtreding van gezondheids- en veiligheidsvoorschriften.

Er zijn al discussies gaande over het instellen van een mondiaal reguleringssysteem voor de financiële wereld. Pogingen van nationale overheden tijdens de financiële crisis greep te krijgen op internationale bedrijven blijken weinig uit te halen.

Maar dit is pas het begin. Als coöp-kapitalisme inderdaad de nieuwe reïncarnatie is van het kapitalisme, zullen nieuwe, WTO-achtige instellingen worden opgericht die het hoofd zullen bieden aan de problemen die het bedrijfsleven de burgers bezorgt.

De vierde reden waarom er een ander kapitalisme zal ontstaan, is dat er al een nieuw geopolitiek evenwicht groeit door de opkomst van China, India en Brazilië, en van de G-20.

Dit is een nieuwe, geloofwaardige en samenhangende groep, die eist te worden gehoord en die nauwelijks affiniteit heeft met het Gucci-kapitalisme. Voeg daarbij de nieuwe Amerikaanse regering onder Barack Obama en de wens in Europa afstand te nemen van een ideologie die toch al niet strookte met de Europese gemeenschapswaarden en er tekent zich een belangrijke verschuiving af.

Ten vijfde: we zien niet alleen op regeringsniveau een groeiende wens tot meer samenwerking. Ook op individueel niveau is het beeld van de mens onder het Gucci-kapitalisme niet langer in zwang: we willen onszelf niet meer zien als in wezen egoïstisch, superindividualistisch, alleen gericht op een zo hoog mogelijk inkomen – dat dachten alleen die falende economen maar.

Waarschijnlijk gaan we nu een periode in waarin elkaar helpen weer een deugd wordt, net als in de tijd van de Grote Depressie in de jaren dertig.

Het is nog te vroeg hiervoor al veel aanwijzingen te zien. Maar een paar kan ik er toch wel geven. Zo is er de fenomenale groei van de ‘kringloopbeweging’ waarvan de leden gratis spullen weggeven op ebay. In Japan is het delen van banen in de mode: in plaats van ontslagen, gaat iedereen minder werken. En in Groot-Brittannië hebben vrijwilligers achthonderdduizend babymutsjes gebreid voor ontwikkelingslanden, niet voor maar na het begin van de crisis.

Dat zijn allemaal manifestaties van een nieuw tijdperk van kapitalisme waarin samenwerking, delen en het gemeenschappelijk belang de boventoon voeren.

Maar geschiedenis is geen oprukkend leger. En ik geloof dat we nu op een cruciaal kruispunt staan, een beslissend moment, waarop de leiders in het bedrijfsleven in regeringen, in de samenleving een duidelijke keuze moeten maken: de keuze voor coöp-kapitalisme met zijn multilateralisme, zijn mondiale instellingen die ons milieu en onze burgers beschermen. Met een nieuwe opvatting over de overheid als een instelling die er in de eerste plaats is voor de mensheid als geheel. En met een nieuw concept van het bedrijfsleven als een kracht voor innovatie en het verbeteren van de wereld.

Een bedrijfsleven dat moet worden ingetoomd als het najagen van winst botst met het belang van de samenleving; dat wordt geholpen als de financiële middelen even ontbreken voor innoverende investeringen in onze toekomst.

Of de leiders kunnen kiezen voor een heel andere weg. Die van het naakte eigenbelang, die van ieder voor zich. Dat is de weg die al die leiders opgaan die nu oproepen tot economisch protectionisme. Ze moeten zich bezinnen op de gevolgen daarvan.

Zal China, als het niet meer kan exporteren, nog wel geneigd zijn mee te werken aan wereldwijde inspanningen om de uitstoot van CO2 terug te dringen? Als Groot-Brittannië probeert alle baantjes aan Britten te geven, zou zijn toch al zieltogende industrie wel eens alle afzetmarkten kunnen verliezen als tegenzet. Dit is de weg van de smalle marge tussen economisch nationalisme en xenofobie.

Mijn hoop is dat onze leiders genoeg visie hebben en dat onze bevolking genoeg ambitie heeft om iets moois te maken uit het wrak dat voor ons ligt.

Dit is dé kans om met vereende krachten te werken aan een eerlijker economisch systeem onder beter toezicht. Eerlijke regels, sociale rechtvaardigheid en duurzaamheid worden kernwoorden in die economie. We kiezen ervoor samen, en niet tegen elkaar in, te werken voor een betere toekomst en we leggen de nadruk op ‘wij’ als we zeggen: ‘Yes, we can’. We kiezen de open versie van het kapitalisme, de versie waarin de eenling alleen vooruitkomt als alle partijen samenwerken voor het algemeen belang.

Ik hoop dat we voortaan niet meer gaan winkelen bij Gucci, maar bij de Coöp.

Bron: De V K van zaterdag 21 februari 2009 (katern: Het betoog)
 
(dinsdag 24 februari 2009)

Door Hans van Duijnhoven

Bibliothecaris sinds september 1979. Werkzaam in de regio Noord Oost Brabant.

Geef een reactie