Categorieën
Bibliotheek De latten verleggen

Lezing Kris Verburgh

Op zondagmiddag 19 oktober 2008 verzorgt de Belgische student geneeskunde Kris Verburgh (1986) de eerste van zes lezingen in het kader van het thema De latten verleggen. Hij zal vooral ingaan op de rol van de wetenschap om te komen tot een duurzame samenleving waarin het kwaliteitsniveau tegelijkertijd naar een hoger plan wordt getild. De titel van zijn lezing is: De latten verleggen – wetenschap als bron van inspiratie in de 21e eeuw 

Kris Verburgh is in Nederland nog niet zo bekend als bijvoorbeeld de Australiër Bill Bryson, de wetenschapper Paul Davies of de “rolstoelgeleerde” Stephen Hawking die allen boeken hebben geschreven waarin ze de geïnteresseerde leek bijpraten over de stand van de (harde) wetenschap. Dat is jammer, want zijn tot nu verschenen boeken (Schitterend! : over het universum & Fantastisch : over het universum in ons hoofd) lezen als een trein en verdienen een groter publiek. Vooral omdat Verburgh in zijn betoog filosofische zaken betrekt. Hij ging graag in op een verzoek om in Oss een lezing te verzorgen. De correspondentie (via mail) maakt waarschijnlijk duidelijk waarover Kris Verburgh op zondag 19 oktober zal praten.

Er zijn andere manieren om daarachter te komen: zijn website/weblog, uiteraard zijn boeken, interviews én de artikelen van hem die af en toe geplaatst worden in Nederlandse kranten (de opiniepagina).

Of vertrouw schrijver Ronald Giphart die in zijn Volkskrant-column “Proosten naar de sterren” van donderdag 21 augustus 2008 zijn vakantie in Normandië aldus beschreef:

Natuurkundigen denken dat ons universum zich bevindt in een zogenaamde ‘hogerdimensionale ruimte’,  waarin nog veel meer universums zijn te vinden, het zogenaamde multiversum. Maar laten we onze mooie koppies daarover niet te veel proberen te breken, want we zullen het toch niet begrijpen. Onze hersenen zijn gemaakt om zich bezig te houden met gnoes en waterbuffels, eindige dingen kortom. ‘Dat we dit universum niet kunnen bevatten, is omdat we sterfelijk zijn’, schrijft het Vlaamse wonderkind Kris Verburgh (1986) in zijn fantastische boek Fantastisch!

Op 25 maart werd onderstaande mail verstuurd naar Kris Verburgh

Geachte meneer Verburgh,
 
In dit mailtje wil ik u formeel benaderen om een lezing in Oss (Noord-Brabant, tussen Den Bosch en Nijmegen) te verzorgen. Het gaat echter niet om een standaard lezing. Ik heb na een korte inleiding een concreet voorstel.
 
() Ik heb uw boeken met veel belangstelling gelezen. () Vooral uw tweede boek trok mijn aandacht. Ik kreeg de indruk dat u tijdens een lezing een vergezicht zou kunnen schetsen van hetgeen de wetenschap de komende vier tot vijf decennia zou kunnen gaan ontdekken. Of op een rijtje zou kunnen zetten welke onderzoeksvragen gesteld (moeten) worden.
 
Uw lezing zal deel uitmaken van de reeks De latten verleggen. Ik bedoel daarmee dat we in Nederland, het Westen onze levensstijl aan moeten passen (qua ecologische druk). We moeten minder consumeren. Als we dat aan het doen zijn dan kunnen we meteen meenemen dat het kwaliteitsniveau op een aantal terreinen naar boven moet worden bijgesteld. Om twee redenen: het niveau ligt momenteel té laag (een zes-min houding) (in onderwijs, culturele leven, wetenschap) én we moeten iets doen om economisch te kunnen overleven nu China, India, Latijns-Amerika én zelfs Afrika flink aan het opkomen zijn.
Kort en bondig: we verhogen het kwaliteitsniveau én passen onze levensstijl aan – De latten verleggen!
 

In die veranderde samenleving, waar kwaliteit voorop staat en we alleen kunnen concurreren als we “slimmer” worden speelt in mijn ogen wetenschap een zeer belangrijke rol. Over dat onderwerp kunt u ongetwijfeld iets zinnigs zeggen. Uit beide boeken spreekt meer dan duidelijk dat u breed georiënteerd bent. Daarbovenop komt dat u jong bent, en, normaal gesproken, een flink deel van de wetenschappelijke ontdekkingen van de 21e eeuw zult mogen meemaken. Wellicht iets daarin kunt of wilt betekenen!? Bofferd. Ikzelf ben momenteel 52 jaar oud en zal, ook normaal gesproken, ergens halverwege af moeten haken. Als lezer, voor alle duidelijkheid.
 
Uw lezing zou een soort insteek moeten hebben zoals dat boek van John Horgan (uit 1996!) (Het einde van de wetenschap) waarin hij, ten onrechte, het einde van de wetenschap aankondigde. Ikzelf “geloof” daar niet in. Ik denk dat we nog minstens een eeuw vooruit kunnen om dingen te ontdekken. En dan bij voorkeur ook door mensen van hier. Die kant gaat het helaas niet op. Ons niveau daalt en daalt en als we niet oppassen worden we niet alleen economisch door China en India ingehaald.
 
Maar het is niet alleen een economisch verhaal. Ik heb uw boeken met ontzettend veel plezier gelezen omdat u zo enthousiast bent over hetgeen de wetenschap allemaal boven tafel weet te halen. Niet iedereen neemt zonder slag en stoot voor waar aan wat de wetenschap boven water brengt. U snapt, hoe jong u ook bent, dat m.n. de illusies die ons brein ons voorschotelt niet door iedereen in dank worden aanvaardt. Het is m.n. ook een filosofisch iets, want té weinig mensen realiseren zich  hoe wondermooi de wetenschap is. Welke vergezichten ze schetst. Vergezichten die verre het dagelijks “gedoe” (en zwelgen in paranormaal geneuzel) overstijgen.
 
Ik heb concreet nog geen subtitel voor uw lezing. Het moet uiteraard iets te maken hebben met De latten verleggen.
 
Ik hoop dat dit mailtje voor u aanleiding vormt om serieus over het voorstel na te denken. Ik denk dat we al mailend of bellend een mooi thema kunnen bedenken voor een lezing in Oss.
 
Een normale opzet van een zondagmiddag lezing is als volgt: de spreker spreekt circa een uur; daarna is er geen pauze en kan het publiek vragen stellen of met u in debat gaan. Om vier uur stoppen we want in het inpandige café gaat een jazzbandje spelen. Tijd om onder het genot van een pilsje na te praten.
 
De lezingen worden gehouden op de derde zondagmiddag van de maand. Locatie: De Groene engel in Oss. Tijdstip: 14.00-16.00 uur

Zijn antwoord, op 30 maart

Beste mijnheer,

Mijn excuses voor het late antwoord. Ik las met interesse uw mail. Voor het thema ‘De latten verleggen’ zijn heel wat onderwerpen mogelijk en ik dacht bv aan een lezing die kan aantonen hoe boeiend en zelfs spiritueel wetenschap kan zijn, zodat de wetenschap in de toekomst zijn grenzen zal verleggen, en buiten het louter kennis-aspect ook een bron van inspiratie zal zijn. Een toekomstvisie over de vooruitgang en evoluties in de wetenschap is ook mogelijk. Als u nog iets anders in gedachten had, dan hoor ik het graag.

Het antwoord vanuit Oss (op 30 maart)

 Geachte meneer Verburgh, beste Kris,

Geen probleem dat het even heeft geduurd voordat u kon of wilde reageren. Goed werk heeft tijd nodig. Ik stel voor dat ik binnenkort een voorstel doe voor een datum én dat we samen tot een onderwerp én titel voor een lezing komen. Belangrijk is inderdaad dat ons publiek een enthousiast vergezicht krijgt of wordt voorgespiegeld. We hebben in het Westen behoefte aan hoop.

U snapt dat ik meerdere personen voor deze reeks lezingen heb benaderd en dat het passen en meten wordt om de juiste personen te vinden en vervolgens over de verschillende data in te plannen. U bent de tweede persoon die tot nu toe ‘ja’ heeft gezegd. Een journalist, Willem Middelkoop, zal in gaan op het feit dat economisch gesproken momenteel erg veel latten worden verlegd (zijn boek: Als de dollar valt – verscheen ruim voordat het “gedoe” begon dat nu de kranten beheerst).

Zijn website/weblog

Kris Verburgh introduceert zich op zijn weblog als volgt:

Ik ben auteur van twee populair wetenschappelijke boeken over het universum, evolutie en de hersenen. Ik schrijf artikels en geef lezingen en studeer geneeskunde aan de UA. Ik interesseer me een beetje in alles.

Het adres van zijn website is http://www.krisverburgh.com/

Zijn weblog staat op http://fantastisch.filosofie.be/

Titel van website en weblog spreken voor zich: Fantastisch! Over het universum in ons hoofd. En daarop staan zes rood gemarkeerde begrippen: blog, filmpjes, citaten, gedichten, misverstanden én boeken.

Op zeventienjarige leeftijd publiceerde Kris Verburgh Schitterend! : laten we ons met wetenschap vermaken. In 2008 verscheen de vierde druk (als Pandora pocket) met als ondertitel Over het universum.

Uit dat boek enkele citaten die zijn stijl en geestdrift duidelijk maken:

Al 40.000 jaar leeft de Homo Sapiens, de huidige mens, op een kleine rotsplaneet van een onbeduidend zonnestelsel, dat zich op zijn beurt in een sterrenstelsel bevindt waarvan er alleen al in het waarneembare heelal zo’n honderd miljard bestaan. Of we nu alleen zijn in het universum of niet, we blijven een anomalie temidden van ontelbaar kleine en reusachtige sterren, rotsplaneten en enorme gasreuzen, felgekleurde nevels en sierlijke sterrenstelsels, maar vooral te midden van een schijnbaar oneindige leegte. Tegelijk verschillen we echter veel en weinig van al die manen, planeten en sterren om ons heen. Weinig, omdat we net zoals een maan, een planeet of een willekeurige ster, uit materie zijn opgebouwd; materie ontstaan uit de oerknal. Veel, omdat we kunnen zien, horen, voelen en denken. We kunnen steden bouwen en uitgestrekte netwerken van wegen en kanalen tot stand brengen, we kunnen televisiesignalen de wereld rondsturen en kerncentrales bouwen. We stellen ons vragen zoals: Wie zijn we? Waarom zijn we er? Waarom is alles zo? Wat zal de toekomst ons brengen? En we gaan op zoek om een antwoord te vinden. Dat doen we niet pas de laatste eeuw, maar al sinds vele eeuwen.


Uit zijn tweede boek (Fantastisch : over het universum in ons hoofd) het volgende citaat:

Het begrip ‘kosmisch bewustzijn’ klinkt een beetje bombastisch. Het zou een titel kunnen zijn van een boek over chakra’s, lichtengelen of vibrerende aura’s. Ik bedoel echter iets anders. Een kosmisch bewustzijn is weten dat elk van ons deel uitmaakt van een heelal, en dat zelfs de meest triviale dingen, zoals uw keukentafel, een autobus of een postkantoor ook deel zijn van die onbevattelijke werkelijkheid. Een kosmisch bewustzijn omspant niet enkel de realiteit begrensd door onze omgeving, of samenleving, of de horizon van onze planeet, maar ook de waarnemingshorizon van ons heelal, of zelfs de hogerdimensionale ruimte daarbuiten. Een kosmisch bewustzijn maakt dat we tussen de dagelijkse beslommeringen door af en toe stilstaan bij onze plaats in de werkelijkheid.

() In plaats van de dingen af te breken en te reduceren, maakt de wetenschap ze mooier, interessanter en completer. Eigenlijk kan kennis twee dingen met een mens doen. Wetenschap kan ervoor zorgen dat de wereld leger lijkt, door al dat zogezegd kille darwinisme dat maakt dat we afstammen van aapachtige voorouders, door een universum dat in al zijn grootsheid mensen als bijproducten van de kosmos fabriceert, door koele wiskundige gaswetten die sterren brandende houden, en starre zwaartekrachtswetten die hemellichamen eeuwig in de pas laten kopen, door biochemische reacties die leven slechts beschrijven als een zeer complexe chemische reactie. Maar hoe meer iemand over wetenschap te weten komt, hoe meer genoegen die persoon kan putten uit het observeren van de werkelijkheid, die eigenlijk ongelooflijk mooi in elkaar zit. Het darwinisme staat voor zoveel meer dan enkel ‘afstammen van apen’, dit universum is fascinerend met zijn triljarden sterren, zwarte gaten en planeten, en de chemische reacties van het leven vertellen hoe zenuwen kunnen vuren, harten kunnen kloppen, of hoe het immuumsysteem bacteriën kan opjagen. Feynman zag dit in, net als miljoenen andere enthousiaste wetenschappers en amateurs. Al deze mensen zou ik kennispoëten noemen, of emora’s (emotiorationelen), of mensen met een kennisgevoel, Mensen met een kennisgevoel zijn het er niet mee eens dat wetenschap de wereld leger maakt. Integendeel, wetenschap maakt de wereld juist zoveel boeiender.

Waarom zijn mensen zulke gelovige wezens? Meer dan tachtig procent van de westerlingen gelooft in een God. Twee op de drie geloven ook in engelen, bijna de helft in spoken, één op de vier in astrologie. Twintig procent gelooft in reïncarnatie en zestig procent is het daarmee totaal niet eens en is er van overtuigd dat de hel bestaat, vuurpoelen en rode gehoornde en onvriendelijke bewoners inbegrepen. Dan hebben we enkel nog maar over westerlingen gehad, en niet over miljarden andere aardbewoners die geloven in voodoo, djinns, feeën, regengoden, sjamanen, de eeuwige jachtvelden, demonen, woudgeesten, geneesheiligen of vulkaangoden. En het blijft niet alleen bij geloven.

() Het contextverhaal is een concept dat bestaat uit kennis, vergaard door onnoemelijk veel onderzoekers. Het is een denkpatroon, sterk genoeg om zonder bewijzen aan te tonen dat heel wat verzinsels van Homo fantasia ook echt fantasie zijn, van voorouderlijke geesten en goden tot onze nazaten die het lot van het heelal kunnen beïnvloeden. Het contextverhaal bestaat uit drie pijlers: een kosmologische, een evolutionaire en een neurologische pijler. Die drie pijlers bestaan elk uit de belangrijkste wetenschappelijke ontdekkingen van de afgelopen eeuwen, en brengen mensen met beide voeten weer op de grond.

Interviews

Kris heeft op zijn site de volledige tekst geplaatst van (enkele) interviews die met hem zijn gemaakt. Uit het artikel De mens is de kosmos die tot zelfbewustzijn komt van Liesbeth Gijsel  enkele citaten:

Was je zelf op zoek naar de zin van het leven?Ja, zoals iedereen. Door het contextverhaal kan ik moeilijk geloven in een opperwezen. Maar ik probeer zoveel mogelijk schoonheid te vinden in de kennis van de wereld. Als ik naar de zon kijk, denk ik aan een vuurbol die een miljoen keer groter is dan de aarde, en binnen vijf miljard jaar zal sterven. Planten zijn fenomenaal omdat die via fotosynthese zonlicht kunnen ‘eten’. En wij mensen lopen rond op een stofkorrel die draait rond een thermonucleaire reactor die we de zon noemen. Gewoon het feit dat ik besta is al verwonderlijk: het is een geschenk dat niet hoefde. Voor een kortstondige periode mag ik genieten van het kosmisch toneelstuk dat al veertien miljard jaar bezig is. Als je er even bij stilstaat, is elke dagelijkse handeling sacraal. Wij zijn een verzameling van 10^29 elementaire deeltjes, en toch maken we bijvoorbeeld een taart in de keuken, en die keuken bevindt zich in een gigantisch heelal. Ik probeer een kosmisch bewustzijn te kweken, en een gevoel van verbondenheid.
 
De werkelijkheid wordt trouwens nog verwonderlijker als je beseft dat hij alleen in ons hoofd bestaat … We denken dat de wereld zich buiten ons bevindt, maar eigenlijk is wat wij waarnemen het resultaat van wat zich in ons hoofd afspeelt. Wij zien een rode roos, maar eigenlijk is die roos niet rood: de magnetische golven die ze weerkaatst interpreteren onze hersenen als rood. Geurmoleculen interpreteren we als geuren, drukgolven als geluid. Elke mens heeft dus een klein universum in zijn hoofd () met kleuren, geuren, geluiden die buiten onze hersenen niet bestaan. Andere dieren hebben een ander ‘qualiversum’; sommige dieren zien de wereld in zwartwit, vogels kunnen weer andere kleuren zien, want zij kunnen ultraviolet licht zien. Andere soorten zien elektriciteit of het magnetische veld van de aarde.Je introduceert () het begrip homo fantasia …Door seksuele selectie werden de meest fantasievolle vertellers uitgeselecteerd. Dat zorgde er ook voor dat we niet altijd naar waarheid streven. We zitten zelfs vol met positieve illusies: we geloven graag dat we beter of hoogstaander zijn dan anderen. () Verder hebben we ook de neiging om weinig kritisch te staan tegenover wat ons verteld wordt. Een kind gelooft alles wat zijn ouders vertellen, en volwassenen behouden dat nog gedeeltelijk. Evolutionair was dat ook belangrijk: je moet iemand op zijn woord kunnen vertrouwen, en niet zelf gaan uitzoeken of sabeltandtijgers echt gevaarlijk zijn. Die drie vermogens maken ons echter ook heel vatbaar voor dingen die niet waar zijn. Daarom wemelt het in de dagbladen van de horoscopen en zie je in de boekhandels rékken vol boeken over lichtengelen, chakra’s en andere esotherische theorieën. De mens is dus niet altijd een ‘homo sapiens’, of de ‘wijze’ mens, maar vaak ook een ‘homo fantasia’.
 
Volgens de wetenschap is er na de dood niets. Kunnen we dan nergens troost uit putten? Toch wel. De dood is de motor van de evolutie, want zonder dood en geboorte zou de mens niet meer evolueren. Via de dood maak je plaats voor anderen, en dat is een heel nobele daad. Nieuwe generaties vol levenslust kunnen zo hun plaats innemen in de veranderende maatschappij. We willen allemaal langer leven, maar of we nu tachtig of duizend jaar leven: subjectief gezien duurt elke leven even lang. We onthouden heel weinig van wat we meemaken. Wie weet nog exact wat hij vijf dagen geleden deed? Alles versmelt, en de hoeveelheid herinneringen die we kunnen opslaan blijft hetzelfde. Objectief gezien hebben we misschien een verschillende levensduur, maar hoe we die tijdspanne ervaren blijft hetzelfde. Denk je dat de wetenschap ooit zal kunnen ontrafelen wat het zelfbewustzijn is, of wat de ziel is?Ik hoop het. Al is er geen evolutionaire reden waarom we dat zouden moeten kunnen. De mens is gemaakt om te overleven in de savanne. Als onbedoeld bijproduct van al die intelligentie die we daarvoor hebben ontwikkeld, hebben we een beschaving kunnen oprichten. Maar er is geen reden waarom we àlles zouden ontdekken. Zoals een konijn nooit een schaakspel zal kunnen begrijpen, zal de mens misschien nooit kunnen ontrafelen hoe zijn eigen bewustzijn werkt, of hoe de rand van het universum eruit ziet. () Zo betreedt de wetenschap domeinen die normaal de filosofie of de religie toebehoren. Als een astronoom de Big Bang onderzoekt, of supersnaartheoretici berekenen dat er in dimensies die wij niet kunnen bevatten nog 10.500 universums zijn naast de onze, dan bots je op antwoorden op vragen als ‘zijn er nog andere heelallen’ of ‘hoe is het heelal ontstaan’. We leven in een fascinerend tijdperk.

Wetenschap maakt God overbodig
Op donderdag 16 oktober 2008 verscheen in het Brabants Dagblad onderstaand interview. Auteur: Twan van Lierop.

Kris Verburgh is de eerste spreker in lezingenserie Blikopener Speciaal.

“Wat is leven? Waar komen we vandaan? Dat zijn vragen waar vroeger alleen de theologie ons antwoord op kon geven”, zegt Kris Verburgh. ,,Veel mensen geloven echter niet meer en zijn op zoek naar nieuwe zingeving.

De wetenschap kan ons nieuwe verwondering en inspiratie geven. Ze helpt ons problemen te benaderen zonder vooroordelen en zonder dogma’s. In beginsel is overal een natuurlijke verklaring voor. Het is alleen de vraag in hoeverre wij in staat zijn alles te bevatten.”

Waar vooral de religieuze stromingen in de samenleving zullen weeklagen dat de mens van God los is geraakt, is Verburgh eerder geneigd te jubelen dat we van God verlost zijn en op onze eigen geestkracht kunnen vertrouwen. “Ik denk dat wetenschap en geloof niet met elkaar te verzoenen zijn”, zegt hij. “We hebben geen God nodig om het ontstaan van het heelal of de ontwikkeling van het leven te verklaren.”

De 22-jarige Kris Verburgh is de eerste spreker in lezingenserie Blikopener Speciaal, die zondag in Oss het vijfde seizoen ingaat. De student geneeskunde aan de Universiteit Antwerpen oogstte veel ontzag en bewondering met het boek Schitterend! Over het universum, dat hij al op 17-jarige leeftijd schreef. Vorig jaar kwam de opvolger uit, Fantastisch! Over het universum in ons hoofd, een diepgravend en tegelijk uitermate vlot geschreven boek, waarin hij het ontstaan van het heelal, de evolutietheorie en modern hersenonderzoek met elkaar verbindt.

Fantastisch! getuigt van een diep respect en een enorme fascinatie voor wat de wetenschap ons aan inzicht over het bestaan heeft opgeleverd. Verburgh veegt met zijn enthousiasme de vloer aan met iedereen die meent dat wetenschap de wereld heeft onttoverd en zo van haar ziel en zin, mysterie en hemelse schoonheid zou hebben beroofd. Wetenschap is niet alleen nuttig maar verandert ook onze kijk op de werkelijkheid, schrijft hij . ‘Ik hoop dat na het lezen van dit boek het gordijn is weggerukt, en u op het toneel opnieuw de mensheid ziet staan, maar dan anders. Niet zieliger, eenzamer of zinlozer, maar zoveel mooier en boeiender.’

“Veel mensen denken dat wetenschap alles killer maakt, maar ze geeft ons vooral nog meer verwondering”, vertelt hij. “Als je een flinterdunne DNA-streng zou uitrollen, dan is hij meer dan een meter lang. Zouden we al die strengen uit onze 100.000 miljard lichaamscellen achter elkaar leggen, dan kun je een paar keer op en neer naar Pluto.”

Gevraagd naar het zijns inziens mooiste wetenschappelijke inzicht hoeft hij niet lang na te denken. “De evolutietheorie van Darwin”, zegt hij. “Dat inzicht is zo krachtig en vérstrekkend. Het verbindt alles met alles, van de biologie en de geneeskunde tot aan de computertechnologie. De evolutietheorie heeft ons wereldbeeld totaal veranderd. De mens is geen superieur wezen dat de natuur overstijgt. Het is een wonderlijk toeval dat wij bestaan, maar in wezen stelt de mens niets voor. De evolutietheorie maakt ons nederig en helpt ons relativeren.”

De tegenwerping vanuit religieuze hoek dat toch minstens onze ziel en ons geweten door God zijn geschapen, doet Verburgh af als ‘totale onzin’. “Zelfs apen vertonen morele gedragingen, bonobo’s troosten elkaar. Moraliteit en religie zijn een product van onze hersenen. Uit onderzoek blijkt onder meer dat ons denken over goed en kwaad verandert als bepaalde gebieden in onze hersenen geprikkeld worden.” Moraal en religie, gevoelens en emoties, het is allemaal slechts hersenactiviteit. Zie hier het kille werk van de wetenschap. Verburgh denkt daar als aankomend hersenonderzoeker toch anders over. “Elke hersencel is een wereld op zich, want is oneindig complex”, zegt hij. “In ons hoofd zijn er duizenden miljarden verbindingen tussen al die cellen. En ook al weten we een emotie zoals angst te lokaliseren, we kunnen die emotie zelf niet onder de microscoop leggen. Wat het bewustzijn precies is, weten we nog altijd niet. Dat is een van de grote mysteries van de wetenschap.”

Verburgh erkent dat de mens door de wetenschap van zijn voetstuk is gestoten, maar dat is volgens hem slechts de helft van het verhaal. “De wetenschap heeft ons ook op een nieuw voetstuk geplaatst. Het calcium in onze botten werd miljarden jaren geleden gevormd in de sterren die na de oerknal zijn ontstaan. We bestaan uit sterrenstof en zijn daardoor letterlijk verbonden met het heelal. Dankzij de wetenschap kunnen we ons daarover verwonderen. We zijn het deel van het heelal dat zelfbewust is geworden. We zijn het universum dat over zichzelf nadenkt. Dat inzicht is van een ontroerende pracht. Je zou aan die wetenschap zelfs een nieuwe spiritualiteit kunnen ontle

Kritiek
Is er ook. Het belangrijkste is dat Kris (nog) geen wetenschapper is en de bekende feiten en verhalen op zijn manier navertelt zonder daar iets extra’s aan toe te voegen. Die kritiek is niet terecht want dan zouden de meeste schrijvers van populairwetenschappelijke boeken zo weggezet kunnen worden. Verder worden er opmerkingen gemaakt over zijn stijl en de manier waarop hij zijn verhaal vertelt. Duidelijk is dat hij anders schrijft als een Bill Bryson (van het prachtige Een kleine geschiedenis van bijna alles). Kris is nog jong, heeft nu al een eigen stem en hij zal zich normaliter de komende jaren blijven ontwikkelen.

Een derde, meer serieus punt is, dat Kris zich in zijn boeken af en “laat gaan”. Hij mengt zich in het publieke debat. Maakt relatief veel en vaak filosofische opmerkingen en komt, hoe parmantig, met een begrip aanzetten dat échte geleerden too much vinden. Kris introduceert in zijn tweede boek het begrip ‘contextverhaal’. Die geleerde heren hebben zeker een punt, maar anderzijds heeft het ook wel iets als een jongeman van 23 zich af en toe zo’n opmerkingen veroorlooft. Het staat iedereen vrij er al dan niet mee in te stemmen of er op te reageren. Bijvoorbeeld op zondag 19 oktober in Oss.

Wedstrijd – win een exemplaar van Schitterend of Fantastisch (= een toegangskaartje)

Uitgeverij Houtekiet heeft op verzoek van BasisBibliotheek Maasland zes exemplaren van de boeken van Kris Verburgh beschikbaar gesteld om te verloten onder leden en niet-leden. Daarvoor moet u echter wel iets doen.

In de inleiding van het artikel van Liesbeth Gijsel staan de volgende zinnen:

  Verburgh pende al op zijn zeventiende een boek over wetenschap bij elkaar, vier jaar later komt het vervolg. ‘Fantastisch’ vertelt het verhaal van de oerknal, van de evolutie van het leven op aarde en van het menselijk brein. Uit die wetenschappelijke kennis kunnen we concluderen dat er geen opperwezen bestaat, besluit Verburgh aan het eind van vijfhonderd pagina’s. Wat niet wil zeggen dat het leven geen zin heeft of dat we nergens troost kunnen vinden voor de naderende dood. “Je kan niet bewijzen dat God niet bestaat“, geeft hij toe. “Net zoals je niet kan bewijzen dat er geen theepot rond Jupiter draait. Maar je kan die verhalen niet plaatsen in de context van wat je weet over de evolutie, het universum, over onze hersenen.

Waar komt die theepot vandaan?
In het boek Darwins engel : een repliek op God als misvatting van John Cornwell wordt in het zevende hoofdstuk nader ingegaan op de hierboven genoemde theepot. Het boek van John Cornwell is een goed geschreven essay om de gedachten over god en geloven die evolutiebioloog Richard Dawkins in zijn boek God als misvatting inneemt te weerleggen. Het zevende hoofdstuk in het boek van John Cornwell heet ‘Hemelse theepotten‘ en dat begint als volgt:

In je parabel over het agnosticisme citeer je Bertrand Russells parabel van de ‘hemelse theepot’. Hier volgt een samenvatting. Als iemand zou stellen dat tussen de Aarde en Mars een theepot in een baan rond de zon wentelt, zou niemand die bewering kunnen weerleggen, vooral niet als erbij werd gezegd dat de theepot te klein is om door een telescoop te worden waargenomen. Maar als de spreker betoogde dat het een ‘onduldbare aanmatiging’ zou zijn om aan zijn woorden te twijfelen, zou dat als onzin worden afgedaan. () Welnu, het is duidelijk wat je met die parabel voorhebt. Agnosticisme is niet op zijn plaats tegenover het idee dat er een god bestaat die even ongeloofwaardig is als een hemelse theepot, Klaas Vaak, Moeder de Gans en het Vliegende Spaghettimonster, en dat al helemaal niet omdat elk van deze zonderlinge verzinsels nog te verkiezen is boven de God van Abraham. 

Filosoof Bertrand Russell schreef het boek ‘Waarom ik geen christen ben’ (niet meer aanwezig in de collectie).

(vrijdag 5 september 2008)

Homepage De latten verleggen

Door Hans van Duijnhoven

Bibliothecaris sinds september 1979. Werkzaam in de regio Noord Oost Brabant.

Geef een reactie