Categorieën
Boeken Citaten Duurzaamheid Maatschappij Next Tegenlicht

De grote angst is dat we straks doen alsof er niets is gebeurd.

Tijdens onze lockdown kun je dagelijks artikelen lezen waarin mensen betogen dat we serieus na moeten gaan denken over de tijd na deze crisis. Zouden we dan niet ‘andere dingen’ moeten gaan doen. Afscheid nemen van gewoontes die niet bepaald goed voor ons en de wereld zijn.

Ikzelf nam me tijdens onze lockdown voor boeken te gaan (her)lezen waarin dit soort vragen worden gesteld, en soms gepleit wordt voor andere wegen.

Helden uit Noodzaak
Als eerste herlas ik Helden uit noodzaak van Paul Gilding. Ondertitel: Hoe onze generatie dankzij de ecologische en economische crisis de wereld gaat redden. Een betoog uit 2011. Van een klimaatactivist die stelt dat ‘onze wereld’ een Pearl Harbor-moment nodig heeft om in actie te komen. De voor de hand liggende gedachte is dat ‘onze’ corona-crisis als zodanig zou kunnen gaan fungeren.

Artikel: Wat als we deze verstoring zouden gebruiken als een kans om alles los te laten wat niet essentieel is in ons leven, in ons werk en in onze institutionele routines? (maart 2020)

Christiaan Weijts
Vorige week noemde Christiaan Weijts in zijn NRC-column een oud boek. En ik dacht: ‘Verhip, da’s waar. Philipp Blom schreef een vergelijkbaar boek.’ In 2017: Wat op het spel staat.

Laat ik dat ook maar eens gaan herlezen. Ik schreef er al in oktober 2017 een lang stuk-je over: Philipp Blom – Wat op het spel staat.

Bijna tweeënhalf later nog steeds een prima manier om te leren wat historicus Philipp Blom in dat boek betoogt. En vooral ook dat hij niet de enige was die zich met dit onderwerp bezig hield. Integendeel. Iedereen die zich nu verbaast dat we aan de vooravond van een groot maatschappelijk debat staan heeft jarenlang onder een spreekwoordelijke steen geleefd; of is in consumenten-sprookjesland blijven ‘hangen’.

Philip Blom heeft het over twee (beter: drie) grote onderwerpen: de weigering van ons allen om iets te gaan doen aan klimaatverandering, de komst van zelflerende slimme systemen die ‘het werk’ van veel mensen overbodig zal maken; én als derde de absolute noodzaak om ons economisch systeem op een andere leest te gaan schoeien. Een systeem zonder groei. Duurzaam, circulair en een andere verdeling van onze gezamenlijk gecreërde waarde.

In Wat op het spel staat wordt het woord pandemie niet genoemd, noch valt Pearl Parbor. En toch zitten ze er in; qua geest. Dat had ook Christiaan Weijts in de gaten.

Twee citaten uit De wereld vóór 2020

De pandemie maakt pioniers van iedereen. Behalve huiselijk is iedereen ineens ook menselijker geworden, kwetsbaarder, nietwaar?
Laten we eerlijk zijn: de aarde was al op weg naar de afgrond. Uitputting, oververhitting: dat de gevolgen van de ongeremde groei-economie, bio-industrie en massattoerisme fataal gingen zijn is al een halve eeuw met stijgend volume geschreven en geschreeuwd. En nu, vlak voor de klif, is in twee, drie maanden tijd, het onvoorstelbare gebeurd. Alles strandt.
Ik herlees de roependen. In Wat op het spel staat (2017) schetst Philipp Blom eerst onze onherroepelijk doodlopende weg om daarna, in het slothoofdstuk, iets te verbeelden wat hem eigenlijk onwaarschijnlijk lijkt: een grote ommekeer. De hele wereld krijgt in één nacht een waarschuwende droom, die elk individu wérkelijk van de ernst doordringt. Iedereen ontwaakt verdoofd. 

() Verbijsterend: is dit niet precies wat er gebeurt? De grote angst lijkt nu dat de totale economie in elkaar sodemietert. Vanuit een iets groter perspectief zouden we vooral bang moeten zijn dat dit alleen een adempauze betekent, dat de boodschap nóg niet indringend genoeg is, dat we hierna weer vliegtuigzwermen de lucht in blijven sturen, vrachtschepen met wegwerpspul uit Azië laten invaren, alsof er niets is gebeurd. 

Angstbeeld
Christiaan Weijts voorziet dat we straks, over enige maanden (als de kust veilig lijkt) weer gezellig gaan winkelen bij The Action, stedentripjes blijven boeken en terugkeren naar onze dagelijkse banen; zelfs als dat werk in wezen gemist kan worden. Alles om ‘het systeem’ weer aan de gang te krijgen. Dat we weer vervallen in bezuinigen om de opgebouwde tekorten weg te gaan werken. En dat de kleine man wederom het gelag gaat betelen; alles om ‘de grote jongens en meisjes’ te ontzien. Inderdaad. De kans daarop lijkt erg groot.

Gisteravond zat in Zondag met Lubach een illustratie daarvan. Een item over flitshandelaren die, zelfs als de beurs het slecht doet, er toch in slagen om rendement te maken. Hij maakt zich geen illusie dat deze zeer slimme mannen (want dat zijn het) hun intellect in gaan zetten voor ‘dingen’ die vele malen belangrijker zijn, en – vooral dat – die verre hun eigen korte termijnbelang overstijgen. Slimme mensen die we we hard nodig hebben om nu eindelijk eens écht werk te maken van het procueren van een universeel vaccin voor alle (álle) virussen die de mensheid bedreigen. Dit Lubach-item is een variant van een oude opmerking dat de slimste mensen op aarde bezig zijn met manieren te bedenken om mensen (wij dus) op dingen te laten klikken die feitelijk niet belangrijk zijn; maar wel reclame-dollars opleveren. 

Dezelfde avond kwamen in een Tegenlicht-aflevering (Virus van morgen) twee virologen aan het woord. Eén van hen, Ron Fouchier, merkte op dat samenlevingen niet in staat zijn om veel geld opzij te zetten voor zo’n ingewikkeld, langdurig én duur onderzoek. En – maar dat noemde hij niet – waarom het normaal is dat grote pharmaceutische bedrijven die kar zouden moeten trekken, en als er een geneesmiddel komt, met dat resultaat absurd grote winsten zouden mogen kunnen blijven maken. Een gesprek kortom over de rol van de overheid in post-coronatijden.

De grote omwenteling
Alhoewel Philipp Blom zich in 2017 weinig illusies maakte, heeft hij het toch over ‘de grote omwenteling’. Paul Gilding had het over ‘het grote ontwaken’.  Na ‘de grote verstoring’. 

Allemaal retoriek, maar beiden bedoelen ze dat er een moment kan komen dat ‘we’ klaar zijn om ‘het’ anders te gaan doen. Gedwongen door de omstandigheden. Geschokt door de klap die we zo juist hebben ervaren. In het voorlaatste hoofdstuk (Geen weg terug, pagina 190-209) vertelt hij een verhaal. Dat nergens op slaat, want ‘het’ zal nooit zó gaan gebeuren. Dat hoofdstuk begint hij met enkele inleidende opmerkingen die volgens mij juist nu – midden in onze lockdown – relevant zijn en kunnen helpen om te begrijpen waar we staan, en wat er aan zit te komen.

* Eén zin mogen we nooit meer gebruiken. Die zin luidt: ‘Dat kan nooit gebeuren.’ Alles kan gebeuren, en er zal veel gebeuren wat we nu nog voor ondenkbaar houden.

* We zitten midden in een razendsnelle transformatie, ook al willen we dat niet. Dat is geen kwestie van begeerte of van consumptieve voorkeur.

* Op omwentelingen van deze omvang kan een samenleving alleen constructief reageren of ze passief ondergaan.

* Wie muren bouwt, zal merken dat ze worden ingedrukt.

* Laten we het maar toegeven: de groei door uitbuiting, het businessmodel van de westerse samenlevingen, is failliet.

* Democratie en mensenrechten zijn niet de norm en geen logisch gevolg van de vooruitgang. Ze zijn een recente en zeldzame historische uitzondering, misschien zelfs maar van tijdelijke aard.

* Vooruitgang is omkeerbaar.

* Vrijheid, gelijkheid en broederschap zijn en waren sinds hun proclamatie geen empirische feiten, maar een verhaal dat onze samenleving over zichzelf vertelt. Het leeft en sterft terwijl het wordt verteld en aangehoord.

* Om te overleven hebben democratieën niet aleeen welvaart nodig. Ze behoeven ook een gemeenschappelijke hoop.

* Een dergelijke hoop is alleen mogelijk als die gezien wordt als rationeel en gerechtvaardigd, dat wil zeggen in een economie die een toekomst heeft, in een samenleving die in vrede met haar buren en het machinetijdperk leeft.

* De technologische transformatie zal ook ons persoonlijke leven tekenen, onze gedachten, gevoelens, ons zelfbeeld. Technologie wordt niet alleen door ons gemanpuleerd, zij manipuleert ons ook.

* In een democratie is alles afhankelijk  van de vraag of voldoende mensen zo’n radicale veranderng willen – op tijd willen. Dat biedt weinig reden tot optimisme. (pagina 189-190)

Dat biedt weinig reden tot optimisme
Die zin van Philipp Blom zegt natuurlijk veel. Hij vroeg zich in 2017 af of ‘we’ werkelijk in staat zijn fundamenteel te gaan veranderen. Christiaan Weijts heeft maart 2020 – midden in onze lockdown – precies hetzelfde gevoel. Zijn slotzin:

De grote angst is dat we straks doen alsof er niets is gebeurd.

Enkele artikelen die de laatste dagen opvielen
Adam Tooze. Coronavirus has shattered the myth that the economy must come first (The Guardian, 20 maart 2020)
Anne Applebaum. Epidemics Reveal the Truth About the Societies They Hit (The Atlantic 2 maart 2020)
Anne Applebaum. The Coronavirus Called America’s Bluff  (The Atlantic 15 maart 2020)

(maandag 23 maart 2020)
Hans van Duijnhoven

Door Hans van Duijnhoven

Bibliothecaris sinds september 1979. Werkzaam in de regio Noord Oost Brabant.

Geef een reactie