Categorieën
Bibliotheek Filosofie Waarom IK een probleem werd voor ONS

Ad Verbrugge – Vrijheid leidt tot asociaal gedrag

De moord op Theo van Gogh was voor Ad Verbrugge uiteindelijk geen verrassing. Iedere samenleving krijgt het geweld dat bij haar past, vindt de Leidse filosoof. Het wordt de hoogste tijd dat we eens in de spiegel kijken.

Natuurlijk moet het moslimextremisme hard worden aangepakt, zegt Ad Verbrugge. Maar laten we vooral niet denken, dat onze samenleving daarmee na de moord op Theo van Gogh uit de problemen is.

“Iedere samenleving krijgt het geweld dat bij haar past”, tekende de Leidse filosoof dit voorjaar op in zijn essaybundel Tijd van onbehagen. “We hebben ook de moslims gekregen die we verdienen”, maar voegt hij daar nu als variant aan toe. “het is moeilijk integreren in een samenleving die zelf aan het desintegreren is.”

Verbrugge ziet die desintegratie overal om zich heen. Hij wijst op de verharding van de maatschappij, de misdaad en het zinloze geweld, het internet als vergaarbak van porno en perversiteiten, het platvloerse amusement op de televisie, de klachten over de gezondheidszorg en het onderwijs, het fiasco van de multiculturele samenleving, de vervreemding in de grote steden, het gebrek aan gemeenschapszin.

De kern van het probleem is samen te vatten in één trefwoord: cultuurverlies. Enerzijds koesteren we het ideaal van vrijheid en individualiteit, anderzijds zijn we niet meer in staat om daaraan op een goede wijze vorm te geven. Verbrugge spreekt in dit verband over negatieve en positieve vrijheid. Met negatieve vrijheid bedoelt hij dat we nergens aan gebonden zijn en nergens afhankelijk van zijn. Dat biedt ons de mogelijkheid om ongeremd en onbelemmerd onze behoeften te bevredigen en vooral alles te doen wat ons een ‘goed gevoel’ geeft. ‘Vrijheid komt neer op doen waar je zin in hebt’, zegt Verbrugge. ‘Vinden we iets niet lekker of leuk meer, dan zien we er maar vanaf. Een voorbeeld is het gemak waarmee mensen besluiten tot echtscheiding, met als enige reden dat ze op elkaar uitgekeken zijn.’

Uitwassen
Het gevaar van deze grenzeloze individuele vrijheid is dat ze leidt tot asociaal gedrag en tot extreme uitwassen zoals zinloos geweld. “We zijn zozeer bezig met onszelf, met de beleving van onze eigen zin, dat we ons niet meer om de ander bekommeren. We vinden dat alles draait om het eigen gevoel, maar zouden toch ook moeten weten dat we ons kunnen verliezen in een gevoel en daarin kunnen doorslaan. Dat zie je onder meer terug in daden van zinloos geweld. Hoe vaak zien we niet dat daders van zinloos geweld in hun roesachtige misdaad in wezen zichzelf kwijt waren?”

De negatieve vrijheid zal uiteindelijk de samenleving ondermijnen, vreest Verbrugge. “We hebben een leeg vrijheidsbegrip waarin iedere gemeenschapszin ontbreekt. Onze vrijheid betekent slechts dat we niet gebonden zijn, maar geeft verder geen inhoud aan ons leven.” Wat onze cultuur heeft verloren is juist dit positieve begrip van vrijheid, dat ons voor ogen houdt hoe we onze vrijheid het beste kunnen invullen, niet door het blind volgen van gevoelens maar door het nastreven van idealen, zoals het bevorderen van een goede samenleving.

“Al in de Verlichting onderkende men dit probleem: als we uitgaan van de mens als individu, wat blijft er dan nog over van de mens als gemeenschapswezen? Het standpunt van filosoof Kant was, dat we de mens moeten opvatten als lid van een gemeenschap. Het utilitarisme verkondigde dat de mens zijn handelen moet richten op het geluk van de samenleving. het christendom gebood juist dat we niet onze eigen behoeften moeten vervullen, maar die moeten overwinnen en ons geweten moeten volgen. Met name die christelijke culturele context is in onze samenleving sinds de jaren zestig in rap tempo geërodeerd. De traditionele zuilen zijn verwaterd en de gemeenschap is op de achtergrond gedrongen. Ons ideaal van vrijheid was spiritueel, maar wordt nu beheerst door consumptie en commercie. We beleven vrijheid nu als consumeren volgens onze eigen zin.”

De individuele vrijheid, die we als een vanzelfsprekendheid zijn gaan beschouwen, is volgens Verbrugge een illusie. “De gedachte dat we vrij zijn om te doen en laten wat we willen, gaat voorbij aan het feit dat onze behoeften zelf voor een groot deel door de markt worden gevormd en opgezweept. Iemand die zijn eigen behoeften bevredigt, hoeft helemaal niet vrij te zijn. Juist om die reden noemen we een junk niet vrij maar verslaafd.”

“We beseffen niet dat individualiteit iets is dat we met pijn en moeite moeten verkrijgen en dat vrijheid iets is waarvoor je afhankelijk bent van de ander. Een voorbeeld is het groeten op straat. Als je de ander niet terug groet, voel je je genegeerd en niet erkend. Je hebt de ander nodig om je thuis te voelen in de wereld. Miskenning is een vorm van onvrijheid, omdat daardoor de band met de wereld weg is en we op onszelf worden teruggeworpen.”

“vrijheid is iets wat je met de anderen samen hebt en waardoor je je verbonden voelt met anderen. Je kunt immers pas vrij zijn als anderen je vrijheid respecteren, als er een gemeenschap is, die je rechten waarborgt. Daarom is het wezenlijk dat iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt voor de samenleving.”

Vorming
Gemeenschapszin is vooral een kwestie van vorming, vindt Verbrugge. “Wat we nodig hebben is een gemeenschappelijke culturele bezieling, waarbij we opnieuw inhoud geven aan de positieve vrijheid. Wellicht ligt in het kleinschalige een antwoord op de problemen van onze samenleving. In organisaties met een menselijke maat, zoals kleine scholen, kun je je nog als lid van een gemeenschap ervaren en verantwoordelijkheid delen.”

Verbrugge pleit in dit verband ook voor een herwaardering van het eeuwenoude begrip deugd. “Ik bedoel deugd dan in de betekenis van ‘degelijk’ en ‘deugdelijk’, bijvoorbeeld in de zin van ‘een deugdelijk werk’, iets dat met zorgvuldigheid gedaan is. Ik vat deugd op zoals de oude Grieken dat deden, waarbij het begrip vooral in het teken stond van voortreffelijkheid. het gaat dan om deugden zoals moed, vriendelijkheid, kalmte, smaak en de kunst om van het leven ye genieten. Je kunt dat meekrijgen door opvoeding en onderwijs, door voorbeelden in je omgeving.”

Ondertussen is zijn onbehagen er door de moord op Theo van Gogh alleen maar groter op geworden. “Al moet ik zeggen dat die voor mij niet echt als een verrassing kwam, hoe triest ook. Daarvoor denk ik al te lang over deze dingen na. Wel is mij opgevallen, dat bij dit soort calamiteiten onmiddellijk wordt geroepen tot respect voor elkaar. Dan vraag ik op mijn beurt: hoe zit het dan met de vrijheid van meningsuiting? Hoe ziet die er concreet uit?”

“De vrijheid van meningsuiting is van origine een daad van burgerzin. Mensen kregen het recht om uit te spreken wat zij goed en slecht vinden, waarbij ze betrokken waren bij een gemeenschappelijk goed. Wij zijn in een situatie beland waarin de vrijheid van meningsuiting wordt misbruikt. We mogen uiting geven aan ons gevoel, waarbij we het van originaliteit vinden getuigen als dat op een ongecultiveerde manier gebeurt. Het recht op ruziemaken is door minister Verdonk al tot grondrecht verklaard. iemand die zoiets zegt, werkt in mijn ogen mee aan een asociale samenleving.” “Vrijheid van meningsuiting heeft juist te maken met respect van burgers voor een gemeenschappelijk goed en mag nooit een vrijbrief zijn om elkaar te beledigen. Bij vrijheid van meningsuiting komt het er ook op aan dat mensen zich een zelfcensuur opleggen en bepaalde omgangsvormen in acht nemen.”

“Ook is het mij opgevallen dat we de neiging hebben om woord en daad van elkaar los te koppelen. Dat onderscheid is helemaal niet zo vanzelfsprekend. Het uitspreken van beledigen is net zo goed een daad. Als mensen elkaar de huid vol schelden, dan ontstaat er uiteindelijk een sfeer waarin klappen vallen. Je hoeft niet gestudeerd te hebben om dat in te zien.”

Voor alle duidelijkheid voegt Verbrugge daaraan toe dat de moord op Theo van Gogh op geen enkele wijze te rechtvaardigen is. “We moeten het moslimextremisme hard bestrijden en we mogen van moslims verwachten dat ze recht doen aan onze vrijheid en individualiteit. Ze kunnen niet deel uitmaken van onze samenleving, in onze welvaart delen, hier hun opleidingen genieten, gezondheidszorg ontvangen en op hetzelfde moment onze samenleving afwijzen. Maar we zullen ook in de spiegel moeten kijken en onder ogen moeten zien dat het geweld te maken heeft met de samenleving als geheel.”

Om deze reden kunnen stille tochten tegen zinloos geweld, hoe goedbedoeld dergelijke demonstraties ook zijn, volgens Verbrugge nooit de oplossing bieden. “Door het kwaad steeds op ‘de anderen’ te projecteren schermen we de eigenlijke en daarmee ernstige opgave af om eens kritisch over onszélf, dat wil zeggen het geheel van onze samenleving na te denken. Toch is dat nu juist wat al die stille demonstranten tegen daden van zinloos geweld zouden moeten doen, willen ze niet wezenloos een platitude uitspreken en door hun stilte, hoe oprecht en welgemeend ook, slechts aangeven dat ze geen werkelijk antwoord hebben op dit zinloze geweld. een dergelijke ‘sprakeloze’ verontwaardiging slaat bovendien al snel om in een romantische, melancholisch een in het ergste geval zelfvoldane roes, waarin men krachteloos slechts ‘dit nooit meer’ kan zeggen, terwijl er in wezen niets gebeurt en men het eigenlijke probleem niet eens ziet.”

“Ons gemeenschappelijke probleem is de desintegratie van onze samenleving”, benadrukt Verbrugge. “In de erkenning van dat probleem kunnen we elkaar vinden. Samen zullen we moeten proberen weer inhoud te geven aan het begrip positieve vrijheid”.

Van Ad Verbrugge verscheen dit voorjaar de bundel Tijd van onbehagen : filosofische essays over een cultuur op drift (Uitgeverij Sun).

Lezingen
Filosoof Ad Verbrugge is de eerste spreker van de lezingencyclus Blikopener speciaal in cultuurpodium De Groene Engel in Oss. De reeks is georganiseerd door de Bibliotheek Oss en het Brabants Dagblad

De lezingen over filosofie en zingeving hebben als thema ‘Waarom ik een probleem werd voor ons’. De sprekers gaan in op de vraag of individualiteit te ver is doorgeslagen en de samenleving in het gedrang komt.

Ad Verbrugge houdt zondag 21 november om 14.00 uur een lezing met als titel ‘Bevangen in vrijheid in een tijd van onbehagen‘.

De andere sprekers zijn wetenschapper Bas Haring (19 december), publicist Hans Wolf (16 januari), socioloog Herman Vuijsje (20 februari) en filosoof Charles Vergeer (20 maart).

Artikel: Vrijheid leidt tot asociaal gedrag
Bron: Brabants Dagblad van zaterdag 13 november 2004
Auteur: Twan van Lierop

Tekst van de folder
Ad Verbrugge onttrekt zich aan traditionele links-rechts schema’s. Hij zet vraagtekens bij de verzorgingsstaat waarin mensen hun verantwoordelijkheid op de overheid afwentelen. Maar hij hekelt ook de ongebreidelde marktideologie die burgers aanzet tot egoïstisch gedrag. In zijn onlangs verschenen boek “Tijd van onbehagen” houdt hij een pleidooi voor de gemeenschap.

In samenwerking met VPRO’s Tegenlicht maakt Ad Verbrugge in 2004 de documentaire “bevangen in vrijheid” waarin hij aan de hand van verschillende tv- en filmfragmenten kritische kanttekeningen plaatst bij het moderne vrijheidsbegrip.

Deze TV-uitzending was de directe aanleiding voor het organiseren van deze Blikopener-Speciaal. Ad Verbrugge is daarom de eerste spreker in deze cyclus.

De aflevering kunt u nog steeds bekijken op http://www.vpro.nl/programma/tegenlicht/afleveringen/16456426/

Biografie
Ad Verbrugge (1967) is universitair hoofddocent sociale en culturele wijsbegeerte aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Van 1994-2002 was hij verbonden als docent wijsgerige ethiek aan de faculteit wijsbegeerte in Leiden, waar hij in 2001 werd gekozen tot docent van het jaar. In 1999 promoveerde hij aan het Hoger Instiuut voor Wijsbegeerte te Leuven op de “Verwaarlozing van het Zijnde” (SUN 2001), een kritisch commentaar op Heideggers “Sein und Zeit”. Hij publiceerde onder andere over Aristoteles, Hegel, Kierkegaard, Heidegger en maatschappelijke thema’s als zinloos geweld. Onlangs verscheen van zijn hand de bundel “Tijd van onbehagen – filosofische essays over een cultuur op drift” (SUN 2004), waarin hij op toegankelijke wijze ingaat op verschillende prangende maatschappelijke thema’s als geweld en straf, oorlog en terrorisme, de vorming van Europa, de multiculturele samenleving en de verhouding tussen religie en cultuur.

(donderdag 25 januari 2007)

Homepage Waarom IK een probleem werd voor ONS

Door Hans van Duijnhoven

Bibliothecaris sinds september 1979. Werkzaam in de regio Noord Oost Brabant.

Geef een reactie