Categorieën
Bibliotheek Ontnuchteringsjaren

Ad Vingerhoets – Wat bepaalt het geluk van de mens

Psycholoog Ad Vingerhoets (51) bracht een groot deel van zijn wetenschappelijk leven door aan de Universiteit van Tilburg. Hij studeerde er, promoveerde er en kwam er na een aantal omzwervingen langs de Universiteit van Nijmegen, Vrije Universiteit van Amsterdam en het Helen Dowling Instituut weer als universitair hoofddocent terug.

In 2000 werd hij bijzonder hoogleraar klinische gezondheidspsychologie. Zijn onderzoek naar huilen startte hij zo’n dertien jaar geleden. Inmiddels is hij een internationaal vermaard onderzoeker op dit terrein. Damesbladen, amusementsprogramma’s talkshows: alle media weten hem te vinden als er vragen zijn over de waterlanders. In 2001 verscheen een Engelstalig standaardwerk van hem over huilen en inmiddels ook een populairwetenschappelijke versie Huilen is menselijk. Volgend jaar komt hij met een nieuw boek. Dat zal gaan over een ander ‘wetenschappelijk stiefkindje´ van hem: verliefdheid.

Ad Vingerhoets – Om Hazes hoef ik niet te huilen

In Intermediair verscheen in 2004 onderstaand interview

‘Om Hazes hoef ik niet te huilen. Ik ben ook maar een man’
Hij stelde met verbazing vast dat huilen een stiefkind in de psychologie was. Het boek dat hij vervolgens schreef om de leemte op te vullen, werd een standaardwerk. De populaire versie Huilen is menselijk vond gretig aftrek. Onderzoeker aan de rafelrand van de wetenschap.

Wie wil aanschuiven bij het bureau van Ad Vingerhoets, moet even ruimte maken. Het bureau ligt vol met – geordende, dat wel – stapels papier. Het deert de hoogleraar stress en emotie niet in het minst. Hij is nu eenmaal graag met verschillende dingen tegelijk bezig. En het liefst peutert hij dan aan de rafelranden van de wetenschap, zo zegt hij zelf. Daarmee heeft hij zichzelf flink op de kaart gezet. Want inmiddels is hij dé huilprofessor van Nederland. En dat terwijl het onderwerp hem bij toeval kwam aanwaaien.

‘Zeg hoe zit dat eigenlijk’, vroeg een vriend hem op een feestje. ‘Is huilen nu gezond of niet?’ Een redelijke vraag aan een psycholoog die zich met stress en emoties bezighoudt. Maar hij moest het antwoord schuldig blijven. Toen hij zich in het onderwerp verdiepte, merkte hij dat zijn onwetendheid niet toevallig was: over huilen was bijna niets bekend. Nu, vijftien jaar verder, is dat hiaat een beetje gedicht, door zijn toedoen.

Een paar jaar geleden schreef hij een Engelstalig wetenschappelijk standaardwerk over huilen en inmiddels is er ook een populairwetenschappelijke versie: Huilen is menselijk. Nog steeds verbaast hij zich erover dat we zo weinig van huilen weten. ‘Ik denk dat het al die tijd over het hoofd is gezien. Huilen, dacht men, is niet meer dan een expressie van verdriet. Dus richt men zich op verdriet, niet op huilen. Wetenschappers hebben onvoldoende beseft dat het meer is dan dat.’

Maar uit die nalatigheid spreekt misschien ook een gebrek aan creativiteit, vindt hij. ‘Wetenschappers hebben enorm de neiging achter elkaar aan te lopen. En dus wordt er voor de zoveelste keer onderzocht wat angst of depressie opwekt en tot gevolg heeft. Naast mijn onderzoek naar meer “normale” thema’s probeer ik ook een andere kant op te gaan. Ik heb een voorkeur voor wetenschappelijke stiefkindjes: heimwee, verliefdheid, huilen – prachtige onderwerpen, uit het leven gegrepen.’

Waarom huilen mensen?
In uw boek constateert u dat geen enkel dier huilt. Waarom huilen wij mensen dan. Wat kan de evolutionaire functie daarvan zijn?
‘De mens komt in vergelijking met de meeste diersoorten behoorlijk hulpeloos ter wereld. Baby’s zijn totaal afhankelijk van anderen. Maar ook peuters en kleuters. Het idee is dat we daarom een gedrag hebben ontwikkeld waarmee we op heel efficiënte manier aan anderen hulp, steun en troost kunnen vragen. Het is in feite een heel primitieve taal.’
 
Je zou zeggen dat volwassenen die taal niet meer nodig hebben. We hebben een andere en betere taal ontwikkeld. Waarom huilen we dan toch nog?
‘We huilen veel en veel minder als we volwassen zijn. Dus er is inderdaad een andere taal voor in de plaats gekomen. Maar huilen blijft in onze hardware zitten. Op bepaalde momenten is huilen ook nog heel nuttig om dingen die we willen zeggen kracht bij te zetten. Een verbaal verzoek om hulp heeft minder impact dan een paar tranen.’
 
Wat zeggen we dan met huilen?
`”Ik ben machteloos. Help mij, steun mij.” De meeste mensen huilen bij verlies van familie, vrienden, een relatie, werk, status, gezondheid en soms ook bezit. Maar mensen huilen ook als ze een band krijgen met elkaar. Bijvoorbeeld bij een weerzien of wanneer ze trouwen of als er een kind geboren wordt. Huilen bevordert de band tussen mensen.’

Waarom huilen we alleen?
We huilen dus vooral om met anderen te communiceren. Maar waarom huilen we dan vaak als we alleen zijn?
‘Dat heeft te maken met de cultuur. Huilen vindt men al snel ongepast. Het ligt er natuurlijk aan om wat voor reden er gehuild wordt. Verdriet en pijn zijn valide redenen, maar huilen vanuit zelfmedelijden, daar moet je bij de meeste mensen niet mee aankomen. Daarom trekken we ons vaak terug als we een huilbui voelen aankomen. We stellen het uit – er wordt vooral ’s avonds veel gehuild achter gesloten gordijnen – of we vluchten naar de wc. Mensen die alleen huilen, stellen zich vaak voor dat anderen erbij zijn, in die zin huil je dan toch met anderen.’
 
Er wordt ook wel gezegd dat we huilen om stress te ontladen. Dan is het niet zo gek dat we alléén huilen. Daar hoeft niemand bij te zijn.
‘Ja, dat is ook een theorie. En daar is inmiddels enige evidentie voor. Een aio van mij, Michelle Hendriks, heeft daar net onderzoek naar gedaan. Als we erg onder druk staan, gaat ons lijf in verweer om de stress binnen de perken te houden. Het zogenoemde parasympathisch zenuwstelsel wordt actief. Dat brengt de hoeveelheid adrenaline en de hartslag weer omlaag. En het lijkt er ook op dat mensen juist dan meer gaan huilen. De traanklieren worden vooral aangestuurd door dat systeem. Maar ik denk niet dat huilen dat parasympathische systeem op gang kan helpen. Het is eerder omgekeerd. Dat systeem wordt actief en als gevolg daarvan gaan we huilen.’
 
In 1985 opperde biochemicus Frey dat huilen een chemische ontlading moest zijn. Het lichaam zou er chemische afvalstoffen mee lozen. Wat vindt u van deze theorie?
‘Volstrekte flauwekul. Wat zijn nou tranen? Een paar kubieke milliliters vocht. Met zulke kleine hoeveelheden kun je nooit afvalstoffen afvoeren. Dan zou je ook kunnen overwegen een uientherapie te volgen: ik voel me niet lekker, even een ui snijden en het is over. Ik heb dat overigens zelf uitgezocht – elke theorie moet immers geverifieerd worden – en het blijkt nergens op te slaan. Mensen voelden zich niet beter na het snijden van uien. Overigens: dan zouden mensen die aan traangas worden blootgesteld zich ook geweldig moeten voelen.’
 
Huilen lucht op?
‘Nou, nee, dat is nog nooit gevonden. Mensen voelen zich niet beter direct na een huilbui, blijkt uit ons onderzoek. Er is overigens wel enige discrepantie met andere onderzoeksresultaten. Want als gevraagd wordt “Wanneer is de laatste keer dat u gehuild hebt en hoe voelde u zich na afloop?” rapporteert ongeveer de helft van de mensen dat ze ervan opknappen. Het kan ook zijn dat deze mensen vooral opknapten van de steun die ze van anderen kregen en niet van het feitelijke huilen. Wij lieten mensen naar de film Once we were warriors kijken. De mensen zaten in hun eentje in een hok. Dan kun je huilen wat je wilt, maar daar verander je niets mee. Niemand wordt aardiger, niemand troost je.’

Vrouwen huilen meer. Waarom? Is huilen nu gezond?
‘Het antwoord daarop heb ik nog steeds niet gevonden. Het is vreselijk moeilijk dat goed te onderzoeken. Vooralsnog lijkt het daar in ieder geval niet op. Als wij vragen “Hoe vaak huil je en hoe gezond voel je je?”, dan zien we een zwak negatief verband. Dat wil zeggen dat mensen die meer huilen zich iets ongezonder voelen. Overigens is wel duidelijk dat huilen wel op een indirecte manier goed is: mensen krijgen troost en sociale steun, en daar knappen ze van op. Daar is inmiddels voldoende bewijs voor. Maar ik kan niet zeggen: “Mensen zorg ervoor dat je één keer per maand huilt, want dat is zo goed voor je”.’
 
Vrouwen huilen zo’n twintig tot vijftig keer per jaar, mannen zo’n vijf tot twintig keer. Vanwaar dat verschil tussen mannen en vrouwen?
Daar zijn meerdere verklaringen voor. Hormonen spelen in ieder geval een belangrijke rol. Het vrouwelijke hormoon prolactine werkt drempelverlagend en het mannelijke hormoon testosteron drempelverhogend. Daarnaast verkeren vrouwen meer in emotionele situaties. Iemand die in het onderwijs of de zorg werkt, zal eerder met emoties worden geconfronteerd dan een timmerman of een IT-er. Vrouwen zoeken het overigens ook op. Die kunnen in huilen zwelgen. Heerlijk een avondje op de bank kijken naar een jankfilm. Of een avondje naar André Hazes. Ik noem dat veilig huilen. Er zijn geen doden gevallen, toch kun je meegaan in verdriet. Dat doen mannen dus echt niet. Die mijden het vaak juist en proberen, als ze ermee worden geconfronteerd, de emotionele kantjes ervan af te halen. ’
 
Zijn er culturele verschillen? Westerlingen hebben de naam nogal nuchter te zijn.
Ja, maar toch wordt er in noordelijke landen meer gehuild dan in zuidelijke landen. Dat komt naar voren uit een onderzoek van een andere aio van mij. Het verraste mij ook. Ik heb er nog geen verklaring voor. Misschien ontstaat dat verschil doordat in de zuidelijke landen meer op straat geleefd wordt. Het is bekend dat in het openbaar minder wordt gehuild. Mensen in het noordelijke landen zitten meer thuis. Dat is een intieme setting en dan is de drempel om te huilen lager. Maar het kan ook zijn dat het met het daglicht te maken heeft: minder zonlicht en daardoor eerder een winterdepressie. Ik ga dat nog nader uitzoeken.’
 
Krijgt u erkenning voor uw huilonderzoek?
Jawel. Maar vaak wordt er ook een beetje lacherig over gedaan. Dat begrijp ik eigenlijk niet zo. Waarom mag je wel onderzoek doen naar boosheid of verdriet, angst of blozen, maar niet naar huilen? In de klinische psychologie en in de hulpverlening weet men nog steeds niet wat men aan moet met huilende mensen. En er wordt wat afgejankt. In de ene therapie wordt gezegd dat het goed is, in de andere dat er zo snel mogelijk mee moet worden gestopt. Het lijkt me toch handig als we daar wat meer van afweten. Ik ga nu onderzoek doen naar de chemische samenstelling van tranen. Bevatten tranen van verdriet andere stofjes dan tranen van geluk? Of zijn de tranen van een depressief iemand anders dan die van iemand zonder depressie? Misschien kun je dan eerder tot een diagnose komen.’

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Toen ik de beelden van Beslan zag. Daar kreeg ik toch wel tranen van in mijn ogen. Om André Hazes? Nee, zijn liederen doen me wel wat, hoor. Gisteren hoorde ik nog dat prachtige nummer ‘Bloed, zweet en tranen’, maar daar hoef ik niet om te huilen. Ik ben ook maar een man.’
 
CV Ad Vingerhoets
Psycholoog Ad Vingerhoets (51) bracht een groot deel van zijn wetenschappelijk leven door aan de Universiteit van Tilburg. Hij studeerde er, promoveerde er en kwam er na een aantal omzwervingen langs de Universiteit van Nijmegen, Vrije Universiteit van Amsterdam en het Helen Dowling Instituut weer als universitair hoofddocent terug. In 2000 werd hij bijzonder hoogleraar klinische gezondheidspsychologie. Zijn onderzoek naar huilen startte hij zo’n dertien jaar geleden. Inmiddels is hij een internationaal vermaard onderzoeker op dit terrein. Damesbladen, amusementsprogramma’s talkshows: alle media weten hem te vinden als er vragen zijn over de waterlanders. In 2001 verscheen een Engelstalig standaardwerk van hem over huilen en inmiddels ook een populairwetenschappelijke versie Huilen is menselijk. Volgend jaar komt hij met een nieuw boek. Dat zal gaan over een ander ‘wetenschappelijk stiefkindje´ van hem: verliefdheid.

Tekst Astrid Smit – Intermediair, nummer 40 (dinsdag 28 september 2004)


Vakantie zit tussen de oren
Vakantie wordt gezien als dé remedie tegen stress. Dat is volgens de Tilburgse hoogleraar gezondheidspsychologie Ad Vingerhoets terecht. Alleen vindt hij dat deze vrije tijd vaak verspild wordt aan status verheffende verre reizen, nutteloze uitstapjes en onnodige irritaties.

Met echt luieren tijdens de vakantie is volgens hoogleraar Ad Vingerhoets niets mis.

,,Vakantie is goed om tot rust te komen. Mensen hebben het tegenwoordig allemaal druk met werk, hobby’s, sporten, cursussen en andere activiteiten. Het is goed om deze beslommeringen tijdelijk los te laten en met andere dingen bezig te zijn. Vakantie is een periode om energie te verzamelen en te ontspannen. Voor mij is het toppunt van vakantie dat je niks moet of hoeft te doen. Vakantie zit tussen de oren. Je moet iets doen wat bij je past. Je moet een manier vinden om helemaal tot rust te komen. Voor de een is dat lekker thuis blijven, de mobiele telefoon uitschakelen en bijkomen met een boek in de tuin. De ander voelt zich lekkerder op een verre bestemming. Een plek waar je andere culturen kunt ontmoeten, kunt feesten in een drukke stad, of waar je kunt genieten van een andere omgeving met bergen of in het oerwoud.”

Veel mensen om mij heen reizen deze zomer af naar een ver oord met veel bezienswaardigheden en activiteiten. Is zo’n vakantie een goede manier om tot rust te komen?

,,In onze maatschappij heeft iedereen het druk. Die lijn wordt helaas doorgetrokken in de vakanties. Het is steeds gebruikelijker om ook dan van alles te ondernemen. Er worden survivaltochten gemaakt, piramiden bezocht en excursies gemaakt naar nomadenvolken in Afrika. Het is raar als je tijdens de vakantie niks onderneemt. Je kunt niet van Parijs thuiskomen zonder beelden van de Eiffeltoren of van Rio de Janeiro zonder foto’s van het Christusbeeld. Maar door al die activiteiten komen veel mensen helemaal niet tot rust.

Ik heb het zelf meegemaakt tijdens een vakantie naar Ierland. Ik had een boek mee en wilde lekker bijkomen. De mensen met wie ik weg was, wilden juist van alles zien en vonden het zonde om niks te doen. We hebben uiteindelijk 200 kilometer gereden om een paar stenen te bekijken. Thuis zou ik daar nog geen blokje voor om lopen. 95 procent van de zogenaamde toeristische bezienswaardigheden is helemaal niet de moeite waard om te bekijken. Dat is verspilling van de kostbare vrije tijd.”

Is het belangrijk om weg te gaan en alles achter je te laten of komen mensen meer tot rust als ze thuis blijven?

,,Dat is voor iedereen verschillend, maar volgens mij is het niet belangrijk om weg te gaan. De vraag is namelijk of reizen wel zo ontspannend is. Het brengt vaak veel spanning met zich mee. De stress begint al voordat je vertrekt. Het werk wordt snel afgerond, het huis opgeruimd, een bestemming gezocht, de koffers gepakt en er moet vaak op het laatste moment nog van alles worden gekocht. Dan heb je daarna de reis. Volgeladen in een hete auto in de file, een onmenselijk lange vliegreis naast een vreemde die snurkt of als sardientjes gepropt in de bus. Dat is allemaal bepaald niet ontspannend.

Dan heb je nog de vakantie zelf. Mensen hebben vaak veel geld betaald voor de vakantie en daar willen ze natuurlijk wel wat voor terug hebben. Ze hebben zulke hoge verwachtingen dat kleine problemen worden uitvergroot. Irritaties binnen het gezin, drukke stranden, luidruchtige buren en dronken feestgangers kunnen de boel aardig verzieken. Uit onderzoek dat ik onder 1200 vakantiegangers heb gehouden, bleek dat vijf procent de vakantie als stressvol of zelfs zeer stressvol had ervaren. In werkelijkheid is dat aantal hoger. Bij thuiskomst worden irritaties en problemen namelijk snel vergeten. Mensen kijken zo uit naar de vakantie, dat ze niet willen toegeven dat het is tegengevallen. Het jaar erna proberen ze het opnieuw. Ze menen na de tegenvaller van vorig jaar nu helemaal recht te hebben op een perfecte vakantie. Ze leren dus niks van hun ervaringen. Het is zelfs zo dat hoe meer negatieve ervaringen mensen hebben, des te meer ze proberen om de vakantie-illusie waar te maken.”

Op vakantie gaan heeft toch ook positieve kanten. Is het niet zo dat reizen de blik van mensen verruimt?

,,Er zijn genoeg mensen die wel geschikt zijn om te reizen. Mensen die geen last hebben van vakantiestress, heimwee en die echt wat van de wereld willen zien. Als je met een doel naar een verre bestemming afreist, dan is dat juist positief. De zon is voor veel mensen natuurlijk een heel belangrijke factor, net als het verruimen van de blik, het ontmoeten van andere mensen en culturen en het kunnen genieten van een nieuwe omgeving. Maar ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat veel mensen op reis gaan omdat het een bepaalde status geeft. Mensen in de omgeving zijn vaak jaloers als je bedoeïenen bezoekt in Egypte, tempels bekijkt in Tibet of bergen beklimt in de Himalaya. Als je in Timboektoe bent geweest, dan stel je wat voor, terwijl je niks bent als je de vakantie in Nederland doorbrengt. Dat vind ik waanzin. Het is gebakken lucht.”

Wat is het voordeel van thuisblijven?

,,Als je liever thuis blijft, dan moet je dat zeker doen. Je moet niet zwichten onder de sociale druk of je schuldig voelen omdat je volgens anderen geen wereldreiziger bent. Thuis kun je namelijk ook heerlijk genieten en er valt hier nog genoeg te ontdekken. In Nederland heb je zulke mooie gebieden. Je kunt uren wandelen zonder een mens tegen te komen. Dat is toch geweldig. Je kunt als je thuis blijft ook gezellig uit eten gaan of musea bezoeken. Je kunt hier net zoveel cultuur zien als ergens anders.”

Volgens mij gaat u deze zomer geen ver oord, maar Nederland verkennen. Heb ik gelijk?

,,Ik blijf deze vakantie inderdaad lekker thuis. Ik ga wandelen en fietsen in Tilburg en omstreken, gezellig uit eten en verder helemaal bijkomen. Voor mijn werk heb ik veel gereisd en daar heb ik soms dan ook vakanties aan vastgeplakt. Ik heb een hekel aan reizen. Ik ben er nooit dol op geweest, maar ik krijg er een steeds grotere weerzin tegen. Als ik wel wegga, maak ik eerst de afweging of de reis de moeite waard is. Dat blijkt vaak niet zo te zijn, dus blijf ik mooi thuis. Vrije tijd zonder verplichtingen is voor mij de beste vakantie.”
   
Algemeen Dagblad, 30-06-2004

Wat bepaalt het geluk?
De gezondheidspsycholoog Ad Vingerhoets gaat in op de vraag “Wat bepaalt het geluk van de mens” tijdens de vierde lezing in de Blikopener Speciaal serie “Ontnuchteringsjaren”, georganiseerd door de Basisbibliotheek Maasland, Brabants Dagblad en Groene Engel. De lezing vindt plaats op zondagmiddag 18 maart 2007 in de Groene Engel in Oss, van twee tot vier uur. Kaarten kosten 8 euro en zijn verkrijgbaar bij Groene Engel, boekhandel Derijks en alle vestigingen van de Basisbibliotheek Maasland.

Ad Vingerhoets is als Bijzonder Hoogleraar en Universitair Hoofddocent Gezondheidspsychologie verbonden aan de Universiteit van Tilburg. Zijn onderzoek richt zich met name op de thema’s stress, emoties en kwaliteit van leven. Hij is auteur/redacteur van 13 boeken en heeft meer dan 250 artikelen in (inter)nationale vaktijdschriften gepubliceerd. Zo is hij onder andere coauteur van de boeken De ondraaglijke Lichtheid van de Liefde en Huilen is menselijk.

Deze zondagmiddag is het thema “Wat bepaalt het geluk van de mens”. Volgens Vingerhoets wordt geluk binnen de economie begrepen als ‘meer hebben dan anderen’ en “aangezien men daarbij in de moordende onzekerheid verkeert dat men niet weet hoeveel anderen hebben, is de beste strategie trachten zoveel mogelijk van het slijk der aarde bij elkaar te schrapen. In het grote Quote-overzicht kunnen Nederlands grootste rijkaards dan aflezen of ze het afgelopen jaar nog gelukkiger zijn geworden. De trieste conclusie van dit alles is wel: er kan er maar één echt gelukkig zijn!”

Is hebzucht de belangrijkste drijfveer voor de mens? Is levensgeluk afhankelijk van hoeveel inkomen je meer hebt dan de buren of van het merk en type van je auto en je mobiel? Of kan het ook anders?

Tijdens de middag wordt verder aandacht geschonken aan de effecten van ingrijpende traumatische gebeurtenissen op iemands kijk op het leven en op zijn ervaring van levensgeluk.

Een gelukkig mens houdt zichzelf voor de gek
Iemand die gelukkig is, is eigenlijk rijp voor de psychiater. Het is een uitspraak waar Ad Vingerhoets zich wel in kan vinden. “Een beetje dwarsliggen en prikkelen ligt me wel”, zegt de bijzonder hoogleraar gezondheid en psychologie aan de Universiteit van Tilburg. “Ik hou ervan om de zaken om te keren en mensen aan te zetten tot nadenken.”.

Die karaktertrek haalde hem uiteindelijk over de streep om zondag in Oss een lezing te geven over het geluk. “Ik heb daar lang over geaarzeld, want ik heb nog nooit onderzoek gedaan naar dat onderwerp. Ik weet meer over stress en de kwaliteit van leven.”
Enig speurwerk leverde hem in korte tijd een schat aan informatie op over het denken over geluk, van de wijsheden van oude Griekse filosofen tot de moderne opvatting van een Amerikaanse psychiater die geluk betitelt als een psychiatrische aandoening. “Je geluk wordt vooral bepaald door hoe je tegen de dingen aankijkt”, legt Vingerhoets uit. ,,Mensen voelen zich gelukkig als ze een irreële kijk op hun leven hebben en zichzelf voor de gek houden. Iemand die depressief is, heeft gemiddeld genomen een meer realistische kijk op de dingen dan iemand die gelukkig is.”

,,Gelukkige mensen schrijven het aan zichzelf toe als het goed gaat en geven de omstandigheden de schuld als het slecht gaat. Zo zijn er wel meer trucjes, bijvoorbeeld door jezelf alleen maar te vergelijken met mensen die het slechter hebben. Als je daar wat handig in bent, kun je jezelf bijvoorbeeld wijsmaken dat je minder dan de gemiddelde mens kans hebt om kanker te krijgen. Een reële kijk op de zaak is niet altijd goed voor je welbevinden.”

De moderne mens heeft volgens Vingerhoets de illusie dat het geluk maakbaar is. “Daar speelt met name de typisch Amerikaanse positieve psychologie op in, die gericht is op de factoren die ervoor zorgen dat we ons gelukkig voelen in plaats van ellendig. Waar we vroeger ophielden bij de vraag wat we er aan konden doen als iemand zich ongelukkig voelde, wil men nu een stap verder: Hoe word ik gelukkig? Allerlei therapieën zoals Rationeel Emotieve Therapie leidt hooguit tot het reduceren van stress. Dat is natuurlijk belangrijk, maar het idee is dat gelukkig zijn toch meer inhoudt.”

Vingerhoets stelt nuchter vast dat onderzoek uitwijst dat we nauwelijks invloed hebben op ons geluk. “Je kunt wel zeggen dat je ernaar streeft om gelukkig te worden, maar dat heeft even weinig zin als, om een bekende Amerikaanse psycholoog te parafraseren, proberen groter te worden. Het lijkt er op dat het geluk voor zeker 50 procent wordt bepaald door onze persoonlijkheid, dus erfelijk bepaald is, en verder door andere omstandigheden die we niet in de hand hebben. Externe gebeurtenissen, zowel positief als negatief, lijken slechts ongeveer 8 procent van ons geluk te bepalen. Dat verklaart waarom mensen ook bij zware tegenslag nog kunnen blijven genieten van het leven.”

Onderzoek heeft uitgewezen dat de Nederlander zich in het algemeen als tamelijk gelukkig beschouwt. Vingerhoets heeft daar de kanttekening bij, dat het nogal wat uitmaakt hoe je dat meet. “Als je mensen vraagt of ze gelukkig zijn, dan geven ze zichzelf doorgaans een goed rapportcijfer. Maar dat komt vooral omdat ze de negatieve ervaringen vergeten. Als je mensen een horloge geeft dat op willekeurige tijdstippen een piepje geeft, waarna ze moeten aangeven hoe ze zich precies op dat moment voelen, dan krijg je een heel andere uitkomst.”

Bovendien, wat is geluk? “Het is niet eenvoudig om een goede definitie te geven”, zegt Vingerhoets. “Geluk heeft te maken met welbevinden, met de kwaliteit van leven, en met tevredenheid. Geluk is niet slechts de keerzijde van een depressie. We weten allemaal wat geluk is, maar niemand kan het precies omschrijven. In Eersel staat het beeld van de contente mens. Is tevredenheid wellicht hetzelfde als geluk?”

Op zijn werkkamer hangt een foto van een vrouw, die vrolijk een bad neemt in een kleine ton met een waterkraantje daarboven. ‘Veel heeft een mens niet nodig om gelukkig te zijn’, is de boodschap. Geld maakt inderdaad niet gelukkig, bevestigt Vingerhoets. ,,Mensen denken dat materiële zaken belangrijk zijn, maar onderzoek heeft uitgewezen dat welvaart weinig bijdraagt aan het vergroten van het geluk, als tenminste is voldaan aan de basisbehoeften zoals voedsel, kleding en onderdak.”

“Topmannen in het bedrijfsleven die vele miljoenen opstrijken, zijn echt niet gelukkiger dan mensen met een doorsnee inkomen. Maar als topman X een riant inkomen heeft, en dan ziet dat topman Y nog meer verdient, terwijl die in zijn ogen minder presteert, dan heeft dat een negatieve invloed.”

Gouden tips voor het bereiken van een gelukkig leven hoeft het publiek zondag niet van Vingerhoets te verwachten, hoewel Amerikaans onderzoek daar wel aanwijzingen voor heeft opgeleverd. Wat vooral van belang zou zijn is: anderen helpen, dankbaar zijn, en die dankbaarheid ook uiten. Voor alle zekerheid houdt Vingerhoets echter ook maar wat bekende levenswijsheden achter de hand, zoals ‘het hebben van de zaak, is het einde van het vermaak’ of desnoods een spreuk uit het verre oosten. “Een of andere Chinees heeft gezegd, dat geluk de afwezigheid van het streven naar geluk is. Maar het meest voel ik voor de uitspraak van Albert Schweitzer: ‘Happiness is nothing more than a good health and a bad memory’. Daar zit wel wat in.”

De feiten
Ad Vingerhoets Ad Vingerhoets (1953) is bijzonder hoogleraar Psychologie en Gezondheid aan de Universiteit van Tilburg. Vingerhoets houdt zondag om 14.30 uur een lezing voor de Blikopenerserie over Ontnuchteringsjaren in De Groene Engel in Oss. De lezingenserie is georganiseerd door Bibliotheek Maasland en het Brabants Dagblad.

Artikel: Een gelukkig mens houdt zichzelf voor de gek
Bron: Brabants Dagblad van zaterdag 16 maart 2007
Auteur: Twan van Lierop

(maandag 18 december 2006)

Homepage Ontnuchteringsjaren

Door Hans van Duijnhoven

Bibliothecaris sinds september 1979. Werkzaam in de regio Noord Oost Brabant.

Geef een reactie