Categorieën
Bibliotheek Waarom IK een probleem werd voor ONS

Herman Vuijsje – Je bereikt het goede door het slechte te bestrijden

De wildgroei van instanties in de gezondheidszorg is een voorbeeld van falend overheidsbeleid, vindt socioloog Herman Vuijsje. Wat de samenleving nodig heeft is een overheid die waakt over het welzijn van burgers en zo nodig krachtig optreedt.

In Brazilië is het al zo erg dat er een nieuwe deskundige voor in het leven is geroepen, weet Herman Vuijsje. ,,Un despachante, een speciaal mannetje dat de weg kent in het doolhof van instanties. Hij is iemand die goede contacten met de juiste personen heeft en mensen zo tegen betaling kan helpen iets gedaan te krijgen in de bureaucratie.”

In Nederland hebben burgers gelukkig nog geen despachante nodig, dacht Herman Vuijsje, totdat hij zelf bijna verdwaalde in een oerwoud van regels en organisaties. ,,Mijn moeder wilde graag zelfstandig blijven wonen en daar moest zorg voor geregeld worden. Binnen de kortste keren had ik in mijn agenda een bladzijde vol met adressen, van verschillende soorten thuiszorg, de nachtzorg, het zorgloket, de personenalarmering, het ouderenwerk, enzovoorts. Toen mijn moeder op zekere moment een nieuw slot op haar deur liet zetten, moest ze twaalf sleutels laten bijmaken voor alle zorgverleners. Ze kreeg fantastische zorg, maar had met veel te veel instanties te maken.”

Deze wildgroei is een voorbeeld van falend overheidsbeleid, vindt Vuijsje. ,,In een poging de overheid dichter bij de mensen te krijgen zijn allerlei zelfstandige bestuursorganen in het leven geroepen. Als gevolg daarvan is een veelkoppig monster van instanties gegroeid, die zich lijken te delen zoals cellen in een kankergezwel. Er is een totaal onoverzichtelijk veld ontstaan. Er komen voortdurend nieuwe instanties of ze gaan fuseren, krijgen een andere naam, een andere directie, een ander adres. Burgers weten niet meer welke instanties waarvoor zijn. Ik wist mijn weg in de zorg wel te vinden, maar hoe vergaat het een Turk die niet zo goed Nederlands spreekt? Of iemand die minder vlot gebekt is of niet zo sociaal vaardig is?”

Keuzevrijheid
Socioloog Herman Vuijsje spreekt zondag tijdens de lezingencyclus Blikopener in de Groene Engel in Oss vooral over de rol van de overheid. ,,De overheid in al zijn verschijningsvormen”, benadrukt hij. ,,Want zoals het in de gezondheidszorg gaat, gaat het ook op andere terreinen, van voedselveiligheid tot het openbaar vervoer en de energiemarkt. We kunnen tegenwoordig overstappen naar een ander elektriciteitsbedrijf en naar een andere ziektekostenverzekeraar, maar die keuzevrijheid heeft ons echt niet verder geholpen.”

De terugtredende overheid die veel te veel overlaat aan de vrije markt en aan de verantwoordelijkheid van de individuele burger, het zijn volgens Vuijsje uitwassen van de ongekende democratiseringsgolf sinds de jaren zestig.

Te gevaarlijk
,,Een voorbeeld zijn de spoorwegen. Als je bejaard bent, kun je ’s avonds niet meer met de trein reizen, omdat dat veel te gevaarlijk is. Op veel stations zijn de wachtkamers op slot en als ze open zijn is het er ijskoud. Een wc is er niet te vinden en er is geen personeel. Bij wie kun je nog je beklag doen? Niet bij de stationschef, want die is er niet meer. Je bent als reiziger overgeleverd aan een anonieme instantie. Wat zeg ik: aan een serie instanties, want ze hebben de NS ook nog eens opgeknipt, zodat je helemaal niet meer weet voor wat je bij wie moet zijn.”

,,Ik beschouw de openbare voorzieningen als de lakmoesproef voor een goed functionerende overheid en daar wordt lelijk op gefaald. De overheid zou weer veel meer zelf moeten doen, instanties moeten onderwerpen aan democratische controle, veel strenger toezicht houden en burgers beter in de gelegenheid stellen om hun recht te halen.”

,,Een ander voorbeeld is de opkomst van de particuliere beveiligingsdiensten. Ik vind dat een gevaarlijke ontwikkeling. Mogen zij wapens dragen? Een proces verbaal opmaken? En zo niet, wat mogen ze dan wel? Veiligheid wordt te veel aan particuliere diensten overgelaten, terwijl dat bij uitstek een taak van de overheid is.”

Veiligheid is volgens Vuijsje van cruciaal belang in de samenleving. Al vele jaren ijvert hij voor een herwaardering van de sociale controle, waarbij burgers zich krachtig gesteund weten door de politie. ,,In de huidige situatie is eerder sprake van een asociale controle: iedereen overtreedt de wet dus doe ik het ook maar. Iedereen ontduikt de belasting, dus doe ik het ook. Iedereen rijdt zwart op de tram, dus ben ik wel gek als ik dat niet doe. En in hogere kringen, onder makelaars, notarissen en captains of industry is het niet anders.”

Politiemacht
,,We hebben weer sociale controle nodig, maar die kun je niet bereiken zonder steun van de overheid. Je kunt niet verwachten dat burgers bij incidenten op straat ingrijpen als ze geen ruggensteun van een sterke politiemacht hebben.”

Vuijsje pleit voor maatregelen die een aantal jaren geleden nog taboe waren in de politiek, zoals uitbreiding van de politie, versterking van justitie, ruimere bevoegdheden om met DNA-techniek misdrijven op te lossen. ,,Ik ben voor de invoering van een wethandhavingsbelasting waarmee je burgers de boodschap geeft: kijk, dit moet je voor veiligheid betalen, want de situatie is ernstig. Ik denk dat veel burgers daar totaal geen moeite mee hebben.”

Voor een maatschappelijk debat over normen en waarden voelt hij niets. ,,Zo’n beschavingsoffensief doet mij te veel denken aan het ethisch reveil van Van Agt. Ik geloof er niets van dat je daarmee iets verandert. Je hoeft niet over waarden te praten, omdat iedereen het daarover al eens is. Ook moslims vinden dat hun kinderen naar school moeten gaan en goede burgers moeten worden. Zo is er net zo min discussie nodig over normen, omdat iedereen heus wel weet wat goed en slecht gedrag is.”

,,Er is dus geen sprake van normvervaging, er is vooral sprake van normverdringing. Daarom moet de discussie er vooral over gaan hoe we ons beter aan die normen kunnen houden. Wat de samenleving nodig heeft is ‘overheidszin’, waarbij de overheid weer op de voorgrond durft te treden, bijdraagt aan het welzijn van burgers door haar werk goed te doen, bijvoorbeeld door niet van alles te gedogen maar de wet strikt na te leven. Je bereikt het goede door het slechte te bestrijden. Dan keren burgerzin en gemeenschapszin vanzelf terug.”

Feiten
Herman Vuijsje (Amsterdam, 1946) is socioloog en publiceert regelmatig over sociale en politieke ontwikkelingen. Hij schreef onder meer de boeken Vermoorde onschuld (1986), Lof der dwang (1989) en Correct (1997).

In 1989 maakte Vuijsje een ‘omgekeerde pelgrimstocht’ van Santiago de Compostella naar Amsterdam. Zijn reisverslag verscheen onder de titel Pelgrim zonder God. Sindsdien schreef hij nog enkele wandelboeken met speciale aandacht voor de ontwikkeling van het landschap.

Artikel: Je bereikt het goede door het slechte te bestrijden
Bron: Brabants Dagblad van donderdag 17 februari 2005
Auteur: Twan van Lierop

Het denken over de rol van de overheid gaf de afgelopen eeuw ongekende schommelingen te zien. Denk aan democratisering, decentralisatie, zelfregulering, verzelfstandiging, privatisering en klantvriendelijkheid. Een leidend beginsel was dat mensen hun onderlinge relaties zelf konden vormgeven en dat de overheid daarbij grotendeels kon worden gemist. Iedereen moest voor zichzelf opkomen en de overheid moest vooral klantvriendelijk zijn en zich beperken tot de rol van scheidsrechter.

In het algemeen wordt verondersteld dat we de afgelopen decennia zijn doorgeslagen in de richting dat alles maar moet kunnen. We zien daar de gevolgen daarvan in het gedrag van rotjochies op straat en in de trein, maar ook van frauderende notarissen , graaiende captains of industry, enzovoorts.

Momenteel treedt de overheid weer harder op, maar doet zij dit wel op de goede terreinen? Kan de overheid ons helpen minder ikke-minded en meer ons-gericht te worden? Helpen een normen en waardendebat daarbij of is een andere aanpak nodig? Herman Vuijsje zal op zondag 20 februari enkele prikkelende gedachten daaromtrent voorleggen.

Herman Vuijsje (Amsterdam, 1946) is socioloog, werkte als journalist bij de Haagse post en NRC Handelsblad, en schrijft boeken over sociaal-culturele en politieke ontwikkelingen. In verschillende daarvan polemiseerde hij tegen het “doorschieten” van vrijheid/blijheid-ideeén uit de jaren zestig (Nieuwe vrijgestelden, 1977; Vermoorde onschuld, 1986; Lof der dwang, 1989; Correct, 1997).

In 1989 maakte Vuijsje een ‘omgekeerde pelgrimstocht’ van Santiago de Compostela naar Amsterdam. Zijn reisverslag verscheen onder de titel “Pelgrim zonder God”. Sindsdien heeft hij nog enkele wandelboeken geschreven, met speciale aandacht voor de ontwikkeling van het landschap, zoals “Stuifgroen, een wandeling langs de grens van Amsterdam” (2003). Dit jaar verscheen “De prijs van het paradijs”, over veranderingen in landbouw en landschap in Midden-Europa na de EU-uitbreiding.

Verlag van de lezing van Herman Vuijsje

Barse agenten maken de burgers braaf

Een brede maatschappelijke discussie over normen en waarden levert niets op, meent socioloog Herman Vuijsje. De overheid kan zich beter inspannen om goed gedrag af te dwingen. Gisteren hield Vuijsje in Oss een lezing over dit onderwerp.

“Bemoei je niet met de ander, doe wat je goeddunkt en grijp wat je grijpen kunt.” Zie hier in kort bestek de hedendaagse moraal volgens Herman Vuijsje. De waarschuwende wijsvinger van het verleden heeft plaatsgemaakt voor de opgestoken middelvinger. We leven in een maatschappij waarin we vooral onze rechten eisen maar van geen plichten willen weten. “En als we iets zien dat niet door de beugel kan, dan kijken we de andere kant op.” Meer dan ooit lijken we behoefte te hebben aan een nieuw beschavingsoffensief, een breed gedragen oproep tot deugdzaamheid en een maatschappelijk debat over normen en waarden.

Maar hoe veel er ook mis mag zijn in de samenleving, van dat soort kunstgrepen valt volgens Vuijsje weinig heil te verwachten. “Praten over normen en waarden heeft hetzelfde effect als het instellen van een commissie: het levert niets op.”

Veel beter is het om goed gedrag af te dwingen, betoogde Herman Vuijsje gistermiddag in de Groene Engel in Oss, tijdens de vierde aflevering van de lezingencyclus Blikopener. De Amsterdamse socioloog en schrijver hield daar een vurig pleidooi voor een herwaardering van de overheid, niet alleen als handhaver van orde en veiligheid, maar ook als hoeder van het welzijn van burgers.

Een overheid die het goede voorbeeld geeft, is de beste garantie voor de terugkeer van saamhorigheid en burgerzin in de samenleving, meent hij. “Sociale controle komt niet vanzelf terug. Daar hebben we ruggensteun van de overheid voor nodig.”

Vuijsje voelt zich in zijn opvatting onder meer gesterkt door de ervaringen in Chicago met orde en gezag. “Sinds de invoering van cameratoezicht in die stad, is het aantal schietpartijen daar met twee derde gedaald. Ik denk dat de inwoners van Chicago de camera’s echt niet beschouwen als een inbreuk op hun privacy. Ik denk eerder dat ze blij zijn dat ze veilig op straat kunnen lopen.”

Nederland gaat niet meer gebukt onder het taboe op overheidsdwang, constateert Vuijsje, die versterking van politie en justitie van groot belang acht. “De overheid moet duidelijke kaders voor normatief gedrag stellen, niet alleen voor de rotjongens op straat maar ook voor de rotjongetjes van een ander kaliber, zoals graaiende captains of industry en frauderende notarissen. Uit die hoek klinkt nu de oproep: overheid, verman je en dwing eens wat af, zelf kunnen we het niet.”

Vuijsje besloot zijn lezing met een aantal ‘tips voor de overheid om het wij-denken te bevorderen’, bijvoorbeeld in het onderwijs. “Hak megascholen in stukken. Laat de bovenmeester weer op de bovenverdieping van de school wonen, zodat hij toezicht kan houden op het schoolplein. Voer het schooluniform in. In andere landen is dat al vanzelfsprekend. Dat geeft saamhorigheid en discipline, en je bent meteen verlost van dat gedoe met dure merkkleding. Laten we weer cijfers gaven voor gedrag en vlijt. Waarom zouden we dat niet doen?”

En voor het openbaar vervoer: “Stel een prijs in voor het schoonste station, met de best verwarmde wachtkamers en de netste toiletten. Weg met de zitkuipjes waar iedereen zijn individuele zitplaats heeft. Terug naar de bankgedachte. Goed voor de gezelligheid en voor de sociale controle.””

Met zijn ‘tips uit grootmoeders doos’, bracht Herman Vuijsje de jaren vijftig in herinnering. De braafheid in die tijd kwam niet zo maar uit de lucht vallen, maar werd afgedwongen door barse agenten, strenge dominees en burgers die alles goed in de gaten hielden. Laten we dat niet vergeten in plaats van te denken dat een welgemeende oproep tot het goede voldoende is om normen en waarden als manna te laten neerdalen.”

Artikel: Barse agenten maken de burgers braaf
Brabants Dagblad van maandag 21 februari 2005
Auteur: Twan van Lierop

(woensdag 24 januari 2007)

Homepage Waarom IK een probleem werd voor ONS

Door Hans van Duijnhoven

Bibliothecaris sinds september 1979. Werkzaam in de regio Noord Oost Brabant.

Geef een reactie