Categorieën
Onmetelijke kwaliteit

Arnold Heertje over onmetelijke kwaliteit

Zondag 18 november 2007 zal econoom Arnold Heertje de eerste lezing verzorgen in de vierde reeks Blikopener speciaal lezingen. De titel van zijn lezing is Onmetelijke kwaliteit in de echte economie. De lezing wordt gehouden in De Groene engel in Oss.

Prof. dr. Arnold Heertje (1934) wordt internationaal gerekend tot de grootste economen die ons land heeft voortgebracht. Zijn boek ‘De kern van de Economie'(1962) werd in vele landen vertaald. Arnold Heertje was van 1964 tot 1999 hoogleraar staathuishoudkunde aan de Universiteit van Amsterdam en is nog steeds hoogleraar in de geschiedenis van de economie. Hij is emeritus-hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Provocerend, uitdagend, prikkelend, gedreven, enthousiast, zo gaat het er vaak aan toe bij de man aan wie hele generaties Nederlanders hun inzicht in op zijn minst de grondbeginselen van de economie te danken hebben.

Kiezen voor de natuur, dat is óók economie
Vrijdag 16 november 2007 – Arnold Heertje houdt zijn glas water omhoog en legt uit waar het in de economie echt om draait. “Als ik dit glas kapot laat vallen”, zegt hij, “dan is er niets ernstigs aan de hand. Je kunt gewoon een nieuw glas laten maken en dat kost dan misschien twee euro.”.

Vervolgens wijst hij naar buiten naar een laan met prachtige bomen. “Bij natuur ligt dat heel anders. Als je een natuurgebied vernietigt, dan krijg je dat nooit meer terug. Dat verlies is niet in geld uit te drukken, want natuur is in tegenstelling tot een glas een niet-reproduceerbaar goed. Toch hoort ook de natuur tot de economie. Het is een van de grootste misverstanden van deze tijd, dat het in de economie alleen om geld zou gaan. Dat is niet de échte economie.”

De 73-jarige Heertje is vorig jaar gestopt als hoogleraar, maar gaat onvermoeibaar door met onderwijzen. De econoom staat nog regelmatig op middelbare scholen voor de klas, geeft twee tot drie keer in de week lezingen in het land en draagt zijn visie uit in columns en artikelen. Dat is hard nodig, vindt hij, want de meeste mensen hebben een verkeerd beeld van economie en triest genoeg geldt dat zelfs voor veel van zijn vakbroeders.

“Ik maak duidelijk dat geld een belangrijke rol speelt in het economische leven, maar dat is niet het hele verhaal”, doceert Heertje. “Er zijn heel veel dingen die niet in geld kunnen worden uitgedrukt en die toch van economisch belang zijn. Denk aan de behoefte aan mooie natuur, frisse lucht, een schoon milieu, cultuur, historie. Dat zijn niet-reproduceerbare goederen, die van grote waarde zijn.”

Eigenlijk is het zo eenvoudig: economie is de wetenschap van de schaarste, het gegeven dat er een voortdurende spanning is tussen oneindige behoeften en beperkte middelen. Als we het Couperushuis in stand willen houden, kunnen we op die plaats geen commercieel pand neerzetten. Literaire historie of het snelle geld, in beide gevallen maken we een economische keuze. Dat inzicht is niet nieuw, zegt Heertje, maar geldt als een principieel uitgangspunt van de economische wetenschap. “Oudere collega’s zijn het hiermee eens. Zij vinden dat vanzelfsprekend. Een groeiend aantal jonge economen ziet dat echter niet meer. Zij hebben het brede overzicht verloren, zijn gespecialiseerd en hebben een ingesnoerde visie gekregen. Bijna allemaal zitten ze op het financiële spoor. Ze vinden dat je moet proberen alles in geld te meten. Alles wat niet calculeerbaar is gooien ze van tafel.”

Volgens Heertje lijden deze economen aan een ‘intellectueel tekort’, een gebrek met desastreuze gevolgen. “Bij de aanleg van een snelweg bekijken ze wat dat oplevert. Het vervoer gaat vlotter, mensen zijn eerder op hun werk, de productie neemt toe, je kunt berekenen hoe veel dat scheelt. Maar daar verbinden ze dan de kwalijke suggestie aan: dit is de uitkomst van de som, dus dit is uit economisch oogpunt verstandig. Zo creëren ze een schijnbare tegenstelling tussen economie en natuur, terwijl die twee bij elkaar horen.”

“Met calculeren is niets mis, zo lang je maar beseft dat er altijd dingen overblijven die je niet in geld kunt waarderen, omdat ze niet te maken hebben met kwantiteit maar met kwaliteit van leven. Natuurgebieden, historische boerderijen, als je die niet meetelt gooi je een belangrijke waarde weg en ben je die voor altijd kwijt. Ik zie het als mijn rol daarvoor te waarschuwen. Alles wat van belang is moet in een discussie op tafel liggen. Vervolgens is het niet aan economen maar aan de politiek om een goede afweging te maken en een beslissing te nemen.”

Helaas, zo stelt Heertje vast, zijn ook de politieke besluitvormers eenzijdig gericht op alles wat in harde cijfers gevat kan worden. “Ze laten zich veel te veel door financiële overwegingen leiden. Dat is onverstandig, temeer omdat ze later vaak het deksel op de neus krijgen, als allerlei mensen bezwaar aantekenen tegen plannen. Had je maar alle aspecten moeten meewegen bij je besluitvorming, zegt de Raad van State dan. Ik pleit ervoor om die afweging meteen te maken en open kaart te spelen.”

De afgelopen jaren is Heertje zich steeds meer in discussies over concrete plannen gaan mengen. Zo ijvert hij onder meer voor de redding van het Couperushuis in Den Haag. “Als wetenschapper stel ik me neutraal op, want uit de economische theorie vloeien geen normen voor praktisch handelen voort”, zegt hij. “Ik zeg alleen ‘bezint eer ge begint’ en ‘weeg alles mee’. Behalve econoom ben ik echter ook een maatschappelijk betrokken persoon. Natuur en cultuur worden in ons land veel te gemakkelijk opgeofferd.”

Tot zijn vreugde ziet hij dat het tij langzaam keert. “De samenleving heeft steeds meer tabak van uitbreiding van bedrijventerreinen, de aanleg van snelwegen en de bouw van kantoorpanden. Er worden kantoren bijgezet, terwijl er al zo veel leegstaan. Als een projectontwikkelaar ergens 5000 woningen kan bouwen, dan vindt hij dat fantastisch. Het interesseert hem geen klap wie daar straks moeten gaan wonen. De bevolking komt steeds meer in opstand tegen dat eenzijdige denken.”

“We kunnen niet alles overlaten aan mensen die alles uit financiële overwegingen beslissen”, vindt Heertje. “De calculerende beslissers zijn nog in de meerderheid, maar de waarheid wordt gelukkig niet bepaald door het meeste aantal stemmen. Uiteindelijk zullen wij de slag winnen.”

De feiten
– Arnold Heertje (1934) is econoom, publicist en columnist.
– Hij opent zondag de lezingenserie Blikopener Speciaal in Oss, die dit seizoen gaat over het thema ‘onmetelijke kwaliteit’.
– Heertje was 35 jaar lang hoogleraar staatshuishoudkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Vorig jaar nam hij daar afscheid.
– De lezing van Heertje in De Groene Engel begint zondag om 14.00 uur. Blikopener Speciaal is georganiseerd door Basisbibliotheek Maasland en het Brabants Dagblad.

Bron: Brabants Dagblad van vrijdag 16 november 2007.
Auteur Twan van Lierop


Op zaterdag 27 oktober verscheen in het katern Opinie & debat van N R C een gesprek met Arnold Heertje over zijn poging om het oude huis van schrijver Louis Couperus te redden. In dat artikel gaat Arnold Heertje in op zaken die hij tijdens zijn lezing op zondag 18 november ongetwijfeld ook zal aansnijden.

De stelling van Arnold Heertje: Absurd dat de gemeente Den Haag het Couperushuis niet redt

Redders van het Couperushuis trekken lering uit onderzoek van Nobelprijswinnaar voor de Economie Hurwicz naar ‘sociale constructies’  om een bepaald doel te bereiken, zegt Arnold Heertje tegen Elsbeth Etty.

U heeft in juni het initiatief genomen voor een comité om het huis waarin Louis Couperus woonde te redden. Waarom moeten particulieren dat doen? Is het geen taak van de overheid dit cultuurgoed voor de gemeenschap te bewaren?
“Het huis aan de Surinamestraat 20 in Den Haag waar Couperus zijn debuutroman Eline Vere schreef, staat te koop voor 2,7 miljoen euro. Toen ik las dat de gemeente Den Haag het niet wilde kopen van de Egyptische ambassade die er sinds 1927 in zat, ben ik gaan bellen met het Louis Couperus museum en heb gezegd: dit is te gek voor woorden, we moeten iets doen.”

Heeft u de heer Rijkman Groenink al benaderd, die heeft zojuist 26 miljoen euro geïncasseerd.
“Voor een wanprestatie! Het is een uitwas van het financiële kapitalisme dat dit soort dingen gebeuren.”

Daarom kunt u toch best vragen of hij niet een klein deeltje van het geld kan teruggeven aan de samenleving?
“Het is waar dat dit soort bedragen die iemand domweg in de schoot krijgt geworpen een enorm maatschappelijk rendement kunnen opleveren. In Amerika is het heel gewoon dat mensen die heel veel geld hebben verdiend dat uitgeven aan cultuur, musea, universiteiten. In Nederland zou dat ook kunnen. Maar ik ben niet in de positie om zomaar geld te vragen van rijke mensen. Ik kan als econoom wel een actie ontketenen om de financiering van zo’n project als het behoud van het Couperushuis rond te krijgen. Een belangrijk punt is wél dit niet van één persoon of instelling is, maar dat je een gezamenlijkheid krijgt, het idee we doen met zijn allen mee.”

Als de overheid het Couperushuis koopt en er een museum van maakt is het toch ook van ons allemaal?
“De overheid denkt alleen maar in termen van geld. Voor mij is de aankoop van zo’n Couperushuis de concretisering van de algemene gedachtegang die ik heb over ‘echte economie’. Daarbij gaat het niet alleen over geld en dingen die via de markt verlopen. Het gaat in hoge mate om kwaliteit en het behoud van zaken die lang niet altijd gekwantificeerd kunnen worden of in geld kunnen worden uitgedrukt maar die toch van belang zijn. Dat geldt voor gezonde lucht, behoud van de natuur, milieu, geestelijke leefbaarheid en óók cultuur, het gaat om niet reproduceerbare goederen. Als De Nachtwacht verbrandt, is dit schilderij voorgoed verloren.”Image

U doet alsof iemand heeft voorgesteld het Couperushuis te slopen. Zo erg is het toch niet?
Als dat pand gekocht wordt door een marktpartij die er appartementen van maakt waardoor het hele Louis Couperus-element verdwijnt, dan is er een niet-reproduceerbaar goed vernietigd. Als we daar later spijt van krijgen, kunnen we het niet meer terughalen. Daarom heb ik mijn vinger opgestoken. Niet omdat ik een Louis Couperuskenner ben, het gaat om het idee.”

U wilt dat huis dus niet reden voor het plezier van een kleine club Couperusfans?
“Nee. Het bleek trouwens al snel dat er buiten de kring van Couperusliefhebbers een enorm draagvlak bestaat voor het behoud van dit pand. Het bleek helemaal niet moeilijk om mensen als Frits Bolkestein, Alexander Rinnooy Kan, Helga Ruebsamen, Arnon Grunberg, Koos Andriessen, Mieke van der Weij – enfin een hele rij uiteenlopende figuren, bereid te vinden zich achter dit initiatief te plaatsen.”

Wat is er tot nu toe bereikt?
“In de eerste plaats dat het thema op de agenda staat. Verder heeft de Egyptische ambassadeur toegezegd kalm aan te doen met de verkoop. Formeel is het huis nog te koop, maar er is geen enkele belangstelling voor en dat komt mede doordat deze beweging er is. Iemand die nu dat huis wil kopen om er appartementen van te maken krijgt het erg moeilijk. Er komt een stichting die zich in eerste plaat ten doel stelt de benedenverdieping te kopen om daar het Louis Couperus Museum te vestigen. Wij zijn daarover in onderhandeling met een partij uit de sfeer van onroerendgoedontwikkeling.”

Dus de publieke sector laat het helemaal afweten?
“De gemeente Den Haag heeft uitdrukkelijk gezegd: hier hebben wij geen geld voor. Ik vind dat hoogst ongelukkig. Je ziet dat zo’n afweging vaak afhankelijk is van privéopvattingen van mensen over wat ze wel en niet belangrijk vinden. Het is absurd dat Den Haag geen 3 miljoen euro over heeft voor het Couperushuis. Dit zo zijnde, moeten er dus burgers opstaan die zeggen: dit kan niet.”

Valt het u tegen dat de minister van Onderwijs en Cultuur Ronald Plasterk niets van zich laat horen?
“Ik denk niet dat de overheid hiermee wegkomt. Als de stichting er eenmaal is, als er concrete plannen zijn voor wat er met het hele huis kan gebeuren is het betrekkelijk eenvoudig om de middelen die nodig zijn te betrekken uit de publieke sector en eventueel uit particuliere bronnen. Dat kunnen individuele bijdragen zijn van mensen die honderd euro storten op een rekening, maar ook substantiële bedragen van particulieren die zich dat kunnen veroorloven. De publieke sector bestaat uit drie partijen: de centrale overheid, zeg maar Plasterk, de provinciale overheid en de gemeente Den Haag. Met andere woorden: in tweede instantie komen we weer terecht bij de gemeente en dan wil ik nog wel eens zien of ze nog steeds niet mee willen doen.”

Waarom zou men daar van gedachten veranderen?
“Omdat het dan niet meer om die drie miljoen of – de renovatiekosten meegerekend – 3,5 miljoen euro gaat, maar om een kleinere bijdrage. Op de manier zoals wij het voorstellen is de aankoop een volstrekt haalbare kaart. Als zo’n project op de markt wordt gezet – zoals in eerste instantie het geval was – en de overheid laat het afweten moet je het anders aanpakken: in de geest van de Nobelprijs voor Economie, Leonid Hurwicz, Eric Maskin en Roger Myerson.”

Het Comité tot redidng van het Couperushuis voert de ideeën van de Nobelprijswinnaars uit?
“In zekere zin wel. Hurwicz heeft veel nagedacht over ‘sociale constructies’ om een bepaald doel – zoals het behoud van het Couperushuis – te bereiken. Is overheidssteun gewenst, zo ja? hoe kan die het beste geregeld worden? Het gaat om het ontwerpen van een mechaniek, een constructie die werkt, die wat oplevert tegen zo laag mogelijke transactiekosten. U deed zojuist als suggestie dat één iemand, in casu Rijkman Groenink, zoiets op zich neemt. Nou, de transactiekosten om het langs die weg tot stand te brengen, zijn vele malen hoger  dan wanneer je een constructie maakt in de vorm van een stichting. Het gaat erom dat je een samenwerkingsverband krijgt van mensen die eerst achter een project gaan staan, zonder dat ze zelf geld geven, maar het met hun naam ondersteunen. Vervolgens komt dan een fase waarin doordringt dat het behoud van een belangrijk cultuurgoed voorziet in de behoeften van mensen. Dat is de essentie.”

Dus het gaat louter om het creëren van draagvlak?
“De Nobelprijs economie van dit jaar is terecht getypeerd als een prijs voor zuivere economie. Wat wij met dat Couperushuis proberen, illustreert de praktische betekenis van de theorie van Hurwicz: hoe voorkomen wij dat dit huis op de markt verdwijnt? Door de optimale combinatie te vinden van publieke en private elementen. Op die manier kun je je doel bereiken met veel lagere transactiekosten dan wanneer één man of vrouw de boel zou financieren.”

De vraag is natuurlijk of dat draagvlak ook daadwerkelijk bestaat. Er zijn misschien urgentere goede doelen dan het behoud van het huis van een dode schrijver?
“Dat draagvlak is er stilzwijgend en moet alleen maar gemobiliseerd worden. Het geeft mensen over het algemeen een kick om samen iets goeds te doen. We geven iets door uit het verleden aan een volgende generatie. Wij gaan niet iets verknoeien wat niet verknoeid hoeft te worden. Ik heb van niemand in de samenleving gehoord: wat een schandaal dat jullie je energie steken in een schrijvershuis. Ik heb alleen maar gehoord: wat goed dat jullie dit doen.

Niet van de Haagse wethouder van Cultuur?
“Erg teleurstellend, want het educatieve aspect van dit schrijvershuis is verreweg het belangrijkste. Mijn herinnering aan het werk van Louis Couperus gaat terug tot mijn middelbare schooltijd. Wij  moesten voor ons eindexamen veel Nederlandse literatuur lezen, zoals Eline Vere, waar ik helemaal in op ging. Daarna heb ik er nooit meer naar gekeken. Maar als je voor een klas staat, en je kunt met je leerlingen naar zo’n huis gaan en zeggen: kijk, hier is dat boek geschreven, kijk, daar ligt de eerste druk en noem maar op – dan geef je hun de mogelijkheid zich in de schrijver en zijn tijd in te leven.”

Iedereen heeft het over de verloedering van het onderwijs. Het besef groeit dat we weer terug moeten naar kwaliteit. Het in ere houden van je grote schrijvers hoort daarbij.”

Artikel in N R C van zaterdag 27 oktober 2007 (auteur: Elsbeth Etty) 

De wereld gaat miet aan vlijt ten onder maar aan reproductie
Dit is de beginzin van een titelloze column van Arnold Heertje. Gepubliceerd in Het Parool van 3 januari 2003. Deze en andere columns uit Het Parool zijn verzameld in het boek De vierkante waarheid : over politiek, geschiedenis, economie, fraude, onderwijs & zichzelf. Deze column sluit perfect aan op de uitspraken van Jaap Duijn, de foto’s van Edward Burtynsky & het thema van de lezingen.

De wereld gaat niet aan vlijt ten onder maar aan reproductie. We zwelgen in vervangbare goederen, zoals auto’s en mobiele telefoons. Productie en consumptie ten koste van niet-vervangbare goederen. Historische panden en straten, natuurgebieden en milieu.

Ruimte voor schilderijen van Van Gogh telt niet mee in de calculaties van projectontwikkelaars, kortzichtige accountants en de bureaucratie. De economen zitten gevangen in de reproductie, het meten van welvaart in geld en groei van inkomsten. Geen aandacht voor het onvervangbare dat wordt opgeofferd aan winstbejag, omdat het unieke buiten hun financiële calculaties valt.

Van Pieter Hennipman (1911-1994), de enige Nederlandse econoom die metterdaad de welvaart in ruime zin opvatte en oog had voor waarde van goederen uit het verleden, de natuur en de behoeftebevrediging van allen die na ons komen, hebben ze nooit gehoord. Van hem hebben ze niets gelezen. Alsof hij nooit heeft bestaan, praten ze over de mens als uitsluitend monetair calculerend wangedrocht, veinzend dat zodoende de kern van hun wetenschap wordt getypeerd.

De bij herhaling gemaakte goederen zijn identiek. Duizenden stukken zeep. Efficiëntie als bron van macht. Een tweede Nachtwacht, een tweede achtste van Beethoven, een tweede denker van Rodin en een tweede huis met de Drie Hoofden op Keizersgracht 123 komen er niet. Toch voorzien deze niet-reproduceerbare goederen in behoeften. Van nature, pluriform en machteloos.

“Winst niet als doelstelling, maar als uitkomst”  – verslag lezing Arnold Heertje
Deze uitspraak haalde Arnold Heertje aan tijdens zijn lezing op zondagmiddag 18 november in de Groene Engel voor een gehoor van ca. 200 bezoekers. De uitspraak is van Ploos van Amstel, een ondernemer die nu in Amerika werkt en, via de mavo, havo, HEAO en een universitaire studie Bedrijfseconomie, op die positie terecht gekomen is en daar op een integere manier winst weet te maken. De lezing van Heertje was een gedreven pleidooi voor het ontwikkelen van talenten van (jonge) mensen en voor het opdoen van (vak)kennis. Dat is volgens hem de kern van kwaliteit, daar gaat het om. Als dat goed zit, komt veel van de rest vanzelf.

Geld speelt een grote rol in de besluitvorming, maar mag niet het belangrijkst zijn. Geld is trouwens ook subjectief (“Het is maar, wat de gek er voor geeft”).
Bij een weloverwogen besluit dienen àlle aspecten meegenomen te worden, ook de kwalitatieve, die vaak niet in cijfers te vatten of in geld uit te drukken zijn. Zaken zoals zuivere lucht, ruimte, cultuur, arbeidsvreugde en klantvriendelijkheid. Neemt men die aspecten niet mee in de besluitvorming, dan kan dat nodeloze vertraging opleveren (terugverwijzing door Raad van State) of, nog erger, het leidt tot een mislukt project (Betuwelijn) of tot negatieve gevolgen voor de mensen, die nu en straks leven.

Stel wel kaders, aldus Heertje, maar laat het geen keurslijf worden van protocollen en procedures. En zeker niet, als deze opgesteld zijn door managers die los van de werkvloer opereren, want dit type managers werkt risicomijdend, gaat alleen uit van financiële criteria en denkt vooral aan de eigen positie en aan gouden handdrukken. Wat ontbreekt aan hun regelgeving is de humane toets.

Heertje ageerde en fulmineerde, en sprak daarbij over “perverse” prikkels en over overdreven aandacht voor sociale, communicatieve en seksuele vaardigheden.
Hij is vóór mobiliserende kennis – die hij vooral bij vrouwen ziet -, en tegen monopoliserende kennis, waar zich,volgens hem, vooral mannen aan bezondigen.
Maar uiteindelijk kwam hij steeds uit bij de kernvraag, die we ons moeten stellen: waar gaat het om? Om de mens (consument, patiënt, leerling, klant) van nu en straks.

De heer Heertje ervaart deze tijd als een dieptepunt én een keerpunt: mensen pikken het niet meer. Leerlingen gaan staken voor beter onderwijs en docenten en andere beroepsgroepen gaan zich organiseren. De effecten zijn al zichtbaar: inhoud en vakkennis staan hoog op de politieke agenda.

Deze middag liet Heertje zien, dat je zaken duidelijk – en met humor –voor het voetlicht kunt brengen, zonder in one-liners te vervallen.
Dat deed hij door problemen aan de hand van concrete en actuele voorbeelden helder te benoemen, de oorzaken te analyseren en naar kwalitatieve oplossingen te zoeken.

Kortom: een geslaagd begin van de Blikopener Speciaal reeks “Onmetelijke Kwaliteit”.

(Mariet van de Poppel, zondag 18 november 2007) 

Homepage Onmetelijke kwaliteit

Door Hans van Duijnhoven

Bibliothecaris sinds september 1979. Werkzaam in de regio Noord Oost Brabant.

Geef een reactie