Categorieën
Oefenen voor een andere tijd

Oefenen, oefenen, oefenen

Je hebt van die dagen waarop zaken die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben samenvallen én op een bepaalde manier een bevestiging zijn van een inzicht dat je eerder had opgedaan. Zo’n moment deed zich rond half vijf voor op maandag 18 november 2013. Toen een medewerker van boekhandel Derijks in Oss zei dat het nieuwste boek van filosoof Marli Huijer binnen was gekomen. Ik had het gereserveerd omdat zij op 19 januari 2014 in de Groene Engel in Oss over dat nieuwe boek zal spreken in het kader van het thema Oefenen voor een andere tijd. En dan is het als organisator wel zo handig als je dat boek van tevoren hebt gelezen. De uitnodiging was gedaan op basis van een voorpublicatie. Klik hier voor een artikel (Overvloed vraagt om discipline).

Doorbladeren
In de winkel bladerde ik het boek een beetje door en toen viel mijn oog op een bepaald hoofdstuk. Het elfde, met de titel Oefenen, oefenen, oefenen. Grappig dat zij dat woord drie keer gebruikt in een boek over discipline. Iedereen die iets wil bereiken (het doet er niet toe wat) moet beschikken over de discipline om te blijven oefenen, oefenen, oefenen. Nog opmerkelijker was dat zij het in dat hoofdstuk heeft over de Duitse filosoof Peter Sloterdijk die ons (de mensheid, in het Westen) in zijn in 2009 verschenen boek Du mußt dein leben ändern oproept ons leven te (gaan) veranderen.Het thema Oefenen voor een andere tijd heeft een relatie met (juist) dat oefenen. Zoals naar voren gebracht door deze bekende filosoof.
Uiteraard had ik op dat moment geen tijd om het hele hoofdstuk te lezen. Integendeel, er moesten nog meer boeken worden uitgezocht, op rekening gezet en meegenomen naar de bibliotheek in Oss

Wijsheid in crisistijd
Toen ik daar met mijn handen vol nieuwe boeken terugkwam was de achtste bijeenkomst van Wijsheid in crisistijd nog bezig. Het was buiten al donker, miezerig weer. Centraal stond die middag de achtste waarde/deugd die de Engelse filosoof Alain de Botton in februari van dit jaar in zijn artikel Ten virtues for the modern age heeft geformuleerd. Die achtste waarde/deugd is forgiveness/vergeving. De mogelijkheid om als mens te kunnen vergeven, dingen achter je te laten, sorry te kunnen zeggen. Dat soort aspecten kwamen die middag aan de orde en voorbij.  Terwijl ik die groep daar zo bezig zag realiseerde ik me dat ik enkele weken eerder tegen de voorvrouw van het clubje, Marina Polderman, had gezegd dat er wellicht een elfde waarde of deugd aan dat mooie rijtje zou kunnen worden toegevoegd: discipline. Ik had uiteraard toen het nog te verschijnen boek van Marli Huijer voor ogen. Alhoewel discipline deels ook geschaard zou kunnen worden onder Patience (Geduld).

Rond tien over vijf liep was de bijeenkomst voorbij. En was ik zo vrij om mezelf aan de groep op te dringen en ze deelgenoot te maken van mijn bevindingen van die middag. Dat medio januari Marli Huijer in Oss zou spreken over haar boek Discipline : overleven in overvloed, de verrassende constatering dat het elfde hoofdstuk als titel Oefenen, oefenen, oefenen had en dat iedereen van het Wijsheid in crisistijd-groepje die middag in januari aanwezig zou moeten zijn.

Suffen
Diezelfde dag had ik tijdens de lunch in het Financieel Dagblad een kort artikel gelezen waarin op een andere manier iets werd gezegd over onze tijd, waarin we allen (of we het nu willen of niet) aan het oefenen zijn. Hoogleraar wijsgerige ethiek Paul van Tongeren, verbonden aan de Radboud Universiteit en prijswinnaar van de Socratesbeker (voor het beste filosofieboek van 2012), doet uitspraken over mensen die zich in de ratrace van het leven voorbij lopen. Té veel hooi op hun vork nemen. Onvoldoende rustmomenten inbouwen.

We kunnen niet creatief zijn op ons werk als we de hele dag handelen. Er moet ruimte zijn voor wat de filosoof Cornelis Verhoevensuffen” noemde. Het belang van werkelijk niets doen, op de fiets of onder de douche, is groot. Ideeën krijg je: je moet zorgen dat er ruimte is om ze binnen te laten komen.

Maar om die rust in je leven te kunnen inbouwen moet je in staat zijn af en toe “Ho” te roepen. Stop! Genoeg! “Ik doe niet meer mee” Stoppen met Facebook. Google ++ links laten liggen. Mijd het zoveelste verjaardagsfeestje. Weiger om weer een weekend naar een stad af te reizen. Zeg enkele tijdschriftabonnementen op. Enzovoorts. Breng kortom de discipline op om bewust voor sommige ‘dingen’ te kiezen en aan de andere kant om andere zaken bewust niet meer te doen. Klik hier voor een artikel over Paul van Tongeren en zijn visie op ‘onthaasten’ (We moeten rust en werk juist integreren, dat is de grote opgave waarvoor we staan).

Oefenen – Iedereen kan het?
In het elfde hoofdstuk gaat Marli Huijer in op Peter Sloterdijk. En zijn oproep om als mens te oefenen. Hieronder enkele citaten uit dit hoofdstuk, waarin ze zich (terecht) kritisch opstelt tegenover Sloterdijk. Niet ieder mens is in staat om te oefenen. Een interessant standpunt. Benieuwd hoe ze die bevinding op zondag 19 januari 2014 in Oss zal verbinden aan het jaarthema Oefenen voor een andere tijd. In het decembernummer van het Filosofie Magazine staat een interview met Marli Huijer. En ik verwacht meer plekken waar zij aan het woord zal worden gelaten. Op een bepaalde manier komt dit boek over als een ‘opvolger’ van het boek Stil de tijd van Joke J. Hermsen (uit 2009).

Verticale spanning
‘Waar spiegelt u zich aan?’, vroeg ik de scheidend directeur van de Internationale School voor Wijsbegeerte in Leusden. Onderwerp van gesprek was ‘ijdelheid’. ‘Ik spiegel me aan mensen die ergens beter in zijn dan ik’, antwoordde hij, ‘iemand als Nelson Mandela. Dat is zo’n lichtend voorbeeld, zo hoog kan ik nooit stijgen. Maar ik kan er wel naar streven. Het verschil tussen het niveau van Mandela en dat van mij maakt mij tot wie ik ben.’ Het antwoord van de directeur is een voorbeeldige illustratie van wat de Duitse filosoof Peter Sloterdijk een ‘verticale spanning’ noemt. Het verschil tussen Mandela en minder hoogstaande mensen als u en ik geeft een spanning die ons omhoog trekt richting Mandela.
Elke cultuur kent allerlei tweedelingen die een hoger en een lagerniveau aanduiden, stelt Sloterdijk in zijn boek Je moet je leven veranderen. Denk aan het verschil tussen volkomen en onvolkomen, dapper en laf, machtig en onmachtig of overvloed en gebrek. Het eerste begrip wordt steeds hoger gewaardeerd en heeft daarom de voorkeur boven het tweede. De eerste term is het hogere, de ‘attractor’ waar mensen naartoe bewegen, de tweede term is het lagere, het afstotelijke waar ze vandaan bewegen.
Zolang er mensen zijn, staan ze onder zulke ‘verticale spanningen’, die hen bij voortduring omhoogtrekken: ‘Overal waar men menselijke wezens tegenkomt, zijn ze ingebed in prestatievelden en statusklassen.’ (p. 203)

() Sloterdijks diagnose dat de beschaving in crisis verkeert, lijkt op die van in het vorige hoofdstuk besproken cultuurcritici, maar Sloterdijk biedt een andere uitweg. Hij zoekt de oplossing niet in een hernieuwde tucht, maar in een bevel aan het individu (aan ‘jou’)  om ‘je leven te veranderen’. Die verandering is een beweging naar een hoger niveau, en die beweging komt tot stand in de oefening. ‘Oefening’ is voor hem ‘elke handeling waardoor de geschiktheid voor de volgende uitvoering van dezelfde handeling op peil gehouden of verbeterd wordt, om het even of die handeling expliciet als ‘oefening’ wordt bestempeld. In de oefening worden handelingen of activiteiten langdurig herhaald en getraind, waardoor deze  worden verbeterd, of ten minste op hetzelfde peil blijven. (p. 204)

Niet iedereen is in staat
() Heeft zijn manmoedigheid Sloterdijk blind gemaakt voor de mogelijkheid dat het onvermogen om te oefenen voortkomt uit ongelijke kansen of pech? Zoals in eerdere hoofdstukken werd besproken is het vermogen om jezelf te verbeteren ongelijk verdeeld. Niet iedereen is in staat om iets beters van zichzelf te maken, hoe hard hij of zij ook oefent. Ook treft niet iedereen leermeesters, coaches of ouders die ‘willen dat zij hogerop willen’. Tot slot beschikt lang niet iedereen over de economische of sociale middelen en mogelijkheden om de eigen ‘insufficiëntie’ of onvrede om te zetten in iets beters.
Om de mens die worstelt met de huidige overvloed op weg te helpen naar nieuwe manieren om met vrijheid en discipline  om te gaan, is meer nodig dan een bevel om jezelf te oefenen en te veranderen. Misschien kunnen we de nieuwe discipline voortaan wat dichter bij huis zoeken, in plaats van op de eenzame hoogte van Nelson Mandela. (p. 218)

En nu?
Onder deze kop ging Rob Wijnberg op dezelfde maandag in op de verzuchting van veel Correspondent-leden dat zijn jonge bende correspondenten veel analyses aandragen, maar zelden met concrete oplossingen komen. Rob Wijnberg probeerde uit te leggen dat er verschillende redenen zijn om dat niet te doen. En of het überhaupt mogelijk is met oplossingen voor alle problemen te komen. Hij stelde zich zeer bescheiden op en heeft het ergens aan het eind over proberen. Een woord dat verdacht veel lijkt op oefenen.

Dat wil niet zeggen dat ‘groot denken’ verkeerd is: idealistische stippen aan een horizon zetten kan ons helpen richting aan ons handelen te geven. Maar of iets de geschiedenis ‘de goede kant’ opduwt, is de verkeerde vraag: we weten namelijk niet welke kant dat is. ‘The only thing we know is how to exchange our believes and desires with each other and as far as we can see that is what human life will be like forever,’ vatte Richard Rorty het ooit nuchter samen. Dat betekent: wat je als mens nodig hebt om de wereld vooruit te helpen is niet ‘De Oplossing’, ‘Het Antwoord’ of ‘Het Gelijk aan Je Zijde’, maar juist de moed om, bij gebrek daaraan, simpelweg te proberen. Het leven is een en al trial and error, de enige zekerheid die je altijd hebt is dat er niks verandert als je niks doet.

(dinsdag 19 november 2013)

Door Hans van Duijnhoven

Bibliothecaris sinds september 1979. Werkzaam in de regio Noord Oost Brabant.

Geef een reactie