Categorieën
Oefenen voor een andere tijd

Saw the changing of his world

Op maandag 20 januari 2014 organiseerde het Brabants Dagblad in theater Markant in Uden een lezersbijeenkomst voor abonnees en andere geïnteresseerden. Hoofdredacteur Ton Rooms was aanwezig. De ‘chef’ van de edities Oss en Uden-Veghel, Hans van Alebeek; plus een man of twintig van de regio redactie. De foyer van Markant was goed gevuld. Circa honderdvijftig mensen. Terecht, want de krant heeft het moeilijk en veel mensen maken zich zorgen.  Rond half tien was de avond voorbij. Een geslaagde bijeenkomst. Laat de bitterballen maar komen.

Maarten van den Elzen
In de nazit liep ik de Udense stadsdichter Maarten van den Elzen tegen het lijf. Iemand die je moeilijk over het hoofd kunt zien. Hij is niet alleen erg groot, maar ook een man die graag een praatje maakt. En er altijd in slaagt om binnen twee zinnen terecht te komen bij gedichten en mensen (dichters!) die hij kent, gekend heeft. Waar hij ‘iets’ mee gedaan heeft. Of mee gaat doen. Een brok dynamiek, bij wie het moeilijk is een ander onderwerp aan te snijden.

Bob Dylan
Tussen twee bitterballen in gaf hij aan de laatste tijd veel geluisterd te hebben naar de laatste cd van Bob Dylan, Tempest. Hij was hevig ontdaan over het titelnummer. Terecht. Maar ik moest bekennen dat ik die cd en dat titelnummer alweer ietwat vergeten was. Niet omdat het slecht was. Integendeel. Nee gewoon omdat er altijd nieuwere cd’s zijn die gedraaid en ontdekt moeten worden.

Blind Willie McTell
Tussen de stortvloed aan zinnen kon ik Maarten nog wel even wijzen op een ander nummer van Dylan dat ik de laatste weken weer had herontdekt. Een song die (ook) voorkomt op de vierde verzamelcd die Leo Blokhuis (ten onrechte weggezet als pop-professor, want alles ‘gejat’ van Arnold Rypens) voor Universal heeft samengesteld. Op ‘Lost & Found‘ staat voor de eerste keer een track van Bob Dylan. Het zal wel een rechtenkwestie zijn dat Dylan pas op deze vierde singer-songwriter verzamelcd voorkomt.

Maar Leo heeft wel een goede smaak. Hij koos voor een nummer dat Dylan in 1983 opnam. Samen met gitarist Mark Knopfler. Een nummer dat niet terecht kwam op de cd Infidels. Maar pas jaren later op de zogenaamde restjes-platen The Bootleg series : volume 1-3. Het nummer heet Blind Willie McTell. Dylan op piano, Knopfler op gitaar en een vijftal coupletten. Bijna zes minuten lang. Onvoorstelbaar dat dit nummer zo lang op de planken bleef liggen. Vijf coupletten met telkens dezelfde slotzin over Blind Willie McTell.
Het laatste couplet gaat als volgt:

Well, God is in His heaven And we all want what’s His But power and greed and corruptible seed Seem to be all that there is I’m gazing out the window Of the St. James Hotel And I know no one can sing the blues Like Blind Willie McTell

In 1983 had Dylan het al over onze tijd (but power and greed and coccruptible seed seem to be all that there is). En we all want was is His. Denk even aan die 85 aardbewoners die evenveel ‘bezit’ hebben als 3,5 miljard anderen (50%); of multinationals die amper belasting betalen. Hij verwijst in het laatste couplet naar een absoluut klassiek nummer: Saint James infirmary (luister eens naar de versie van Bobby ‘Blue’ Bland op zijn Two steps from the blues-album uit 1961). Hier is het gesticht verworden tot een hotel waar Blind Willie McTell zijn laatste dagen slijt.

Tempest
Maar terug naar Tempest en Maarten van den Elzen. Die terecht lovend over dit nummer is. Een lang nummer. Bijna veertien minuten. Vijfenveertig (45) coupletten zonder refrein. Wel komt hij enkele keren terug op een zeeman die ligt te slapen en droomt. Over het zinken van de Titanic. Een liedje dat overduidelijk over deze scheepramp gaat. 14/15 april 1912.

Dylan’s Tempest kwam in september 2012 op de markt.
Alhoewel er ook schamper op deze cd en vooral dit nummer werd gereageerd (“te lang!”) waren veel critici het toch wel met elkaar eens dat dit een van de beste Dylanplaten van de laatste jaren was. En dat de titelsong tot zijn beste songs behoort. Waarom? Het wordt niet met zo veel woorden gezegd maar Tempest is zo’n liedje dat ogenschijnlijk over een bekend feit gaat, maar impliciet verwijst Dylan naar iets anders. Iets abstracts. Weg van het zinken van een schip, zelfs als het om de Titanic gaat.

Tempest en Oefenen voor een andere tijd
In Tempest vertelt Dylan een verhaal (niet hét) over het zinken van een great ship. Overduidelijk de Titanic. Maar Dylan weet als geboren storyteller dat elke tekst (film, boek, gedicht) uiteindelijk ‘slechts’ een verhaal is. Objectiviteit bestaat niet. Het zijn altijd woorden (beelden) waarmee een kunstenaar (of een ‘normaal’ mens) iets probeert te vangen. Het is onmogelijk alle nuances van zelfs het kleinste ‘ding’ (gebeurtenis, voorwerp) in woorden te vangen. Dylan schetst dus in Tempest in grote lijnen wat er die aprilavond in 1912 ongeveer gebeurd is op die kalme zee, waar dat grote schip tegenaan voer. Hij vermengt het met ‘dingen’ die niet gebeurd zijn. Niemand kan het navertellen. Het zou wel én niet zo kunnen hebben plaatsgevonden.

Eén ding is wél zeker: hij zet verschillende mensen neer (sommige met naam en toenaam) die elk anders op het ontstane onheil reageren. Boosheid, angst, berusting, opoffering. Positieve en negatieve reacties. In snel tempo komen er velen voorbij. Terwijl de muziek maar doorgaat. Een Engelse wals waarop je kúnt blijven dansen. Totdat het schip met band en al naar de underground zinkt.

Voilá. De Titanic is op een bepaalde manier, op een ander niveau een metafoor voor een wereld die plotsklaps te maken krijgt met een groot onheil. En mensen stuiven alle kanten op.
Waarom? Omdat hun o zo vertrouwde oude wereld verandert. Sterker: wegvalt. Zal verdwijnen.

Saw the changing of his world
De cruciale zin in Tempest zit net iets over de helft (8:10, vers 29) waar hij een bijzonder man de regel Saw the changing of his world laat uitspreken. En hij zingt deze regels ook anders. Zet nadrukkelijk een andere zangstem op.

Davey the brothel-keeper
Came out, dismissed his girls
Saw the water getting deeper
Saw the changing of his world

Als zelfs de meneer van het hoerenkot tot de conclusie komt dat er niets meer te redden valt, en zijn meisjes laat gaan. Dan is er écht iets aan de hand. Is de werkelijkheid écht gekanteld. Is er een nieuwe samenleving ontstaan. Niet omdat hij dat zo leuk vond of wilde, maar hij is als eenvoudige jongen bereid om de nieuw ontstane situatie te accepteren en er het beste van te maken.

Alle mensen die op dat schip rondliepen, in die vervelende nacht waarin alles anders werd vertonen karaktertrekken van ons allen. In onze tijd waarin ‘onze Titanic’ ook tegen een soort ijsberg is opgevaren. We maken zwaar water en alle aard-passagiers stuiven alle kanten op. En er zit een moment aan te komen dat ergens iemand opstaat, van wie je het niet zou verwachten (in ieder geval niet van de ‘toplui’) dat onze wereld echt veranderd is. En een nieuwe Bob Dylan zou dan – veel later – daarover in een liedje de zin Saw the changing of his world kunnen opnemen. Of niet. Als we als mensheid dezelfde weg gaan als de mensen op de Titanic. Een wereld vol overmoed. Een onzinkbaar schip. Niemand kon het zich voorstellen. Om met Nassim Nicholas Taleb te spreken: maar er komt altijd een zwarte zwaan aanzwemmen die niemand daar op dat tijdstip had verwacht.

Tempest
Het liedje over de Titanic heet natuurlijk niet voor niets Tempest. Storm. Alhoewel het niet zo voor de hand ligt: de Titanic verging niet in een storm. Verre van. Het was een kalme zee, maar ze voer gewoon op een ijsberg. Iets wat je als mens(heid) kunt zien, maar je moet er wel moeite voor doen. Slechts het topje steekt immers boven water uit. Ons topje van onze ijsberg steekt al jaren boven water uit, maar velen willen het niet zien. Dus varen we vrolijk verder. En redeneren weg dat er onder water een groot probleem ligt. Blijft liggen. Dat niet weg gaat door het weg te praten, rationaliseren. Nee, we zullen er op zekere dag écht tegenaan varen, tenzij we ons aanpassen. De koers verleggen. Daarover gaat Tempest ook. En dan is het beeld van een storm die er aan zit te komen perfect.

Een andere storm
Elke generatie denkt in bijzondere tijden te leven. “Wat ons nu overkomt! Zoveel veranderingen! Het tempo waarin!” Enzovoorts. De Rotterdamse hoogleraar transitiekunde Jan Rotmans staat op het standpunt dat onze tijd wél een bijzondere is. Vergeleken met die van onze ouders en grootouders. In zijn ogen zitten we in een verandering van tijdperk. De laatste keer dat zoiets gebeurde was anderhalve eeuw geleden. De tijd waarin de Industriële Revolutie echt op stoom kwam en het dagelijks leven van de toenmalige bevolking helemaal overhoop haalde. De tijd zal leren of we over pakweg twintig jaar in een heel ander (economisch) model zullen leven. En wat dat betekent voor ons dagelijks leven. Er zijn voldoende signalen die er op wijzen dat dit inderdaad het geval is. Oefenen voor een andere tijd heeft daar natuurlijk alles mee te maken.

Maar, de sinking of the Titanic is natuurlijk een gebeurtenis geweest (en nóg steeds) die impact heeft gemaakt op de mens. Maar als je het nuchter bekijkt stelt het niet veel voor. Zestien honderd doden. En later kwamen er nieuwe Titanics; die zelden zonken. Bob Dylan heeft tien jaar voor Tempest een ander (lang) liedje gemaakt over een veel grotere ramp. Een ramp die op een bepaalde manier een soort tegenhanger is van Tempest. Omdat de kleine mensen die hij daar neerzet anders in het leven stonden.

De Amerikaanse Burgeroorlog
De Amerikaanse mogul Ted Turner wilde in het begin van deze eeuw een aantal films maken over deze grote oorlog. Die nog steeds doorwerkt in de ziel van de Verenigde Staten. Voor Gods and Generals vroeg hij Bob Dylan een nummer te schrijven. Dat liedje kwam uiteindelijk aan het eind van die lange film terecht. Tijdens de aftiteling. Enkele coupletten, want een gemiddelde aftiteling duurt geen acht minuten. En zo lang was dat liedje.

‘Cross the Green mountain
Opgenomen op één dag: 23 juli 2002. Nooit officieel uitgebracht. Wel opgenomen op deel acht van The Bootleg series. Met de prachtige overkoepelende titel: Tell tale signs. Een zinnetje dat nergens zo in zijn songs voorkomt. Maar wél verwijst naar het slotakkoord van ‘Cross the Green mountain.

In de film staat een generaal centraal. Een man die dat in de loop van de film wordt. Carrière maakt. Ondanks zijn strengheid geliefd is bij zijn manschappen. Wrang dat hij aan het eind sterft. Omgekomen door friendly fire. Deze Stonewall Jackson staat aan de verkeerde kant (van de geschiedenis). Strijdt voor het Zuiden. Tegen de noorderlingen die niet willen dat de confederates zich van de (nog kleine) Verenigde Staten afscheiden. De aanleiding was (trouwens) niet alleen het slavernij-gedoe.

Een mars
Evenals Tempest is ‘Cross the Green mountain ‘streng’ opgebouwd. Het is hier geen wals maar meer een soort mars waarop een dode naar zijn graf wordt gedragen. Geen refrein. En hier komen geen individuele burgers naar voren. Hij stipt wat manschappen aan en verwijst zonder de naam te noemen naar de kapitein en latere generaal Stonewall Jackson. In het hele nummer zit slechts één moment dat de slaggitarist een accent mag zetten. Als de fatale kogel inslaat.

Swept through the land
In het eerste couplet schetst hij de uitgangssituatie waarin men terecht is gekomen:

I dreamt a monsterous dream, Something came up Out of the sea
Swept through the land of The rich and the free

Dylan refereert natuurlijk aan het feit dat Amerikanen zichzelf graag neerzetten en zien als the land of the rich and the free. Maar aan de vooravond van de Amerikaanse Burgeroorlog was dat natuurlijk (net als nu) holle retoriek. Er liepen toen veel slaven rond. En vrouwen hadden niets te zeggen.
In elke tijd komt er wel ‘een monster uit de zee’ naar boven. Een groot onheil. Bedreiging. Uitdaging. En het is aan elke tijd en mensen die dan leven om er iets aan, mee of tegen te doen. In de jaren zestig van de negentiende eeuw moesten burgers in wat toen de Verenigde Staten was positie kiezen. En die keuze was niet vrijblijvend. Als man moest je het leger in. Vechten voor de ‘goede zaak’. Met het risico dat je het niet zou overleven.
In de film Gods and Generals wordt vooral ingegaan op Stonewall Jackson en enkele andere historische figuren die aan de kant van het Zuiden of het Noorden (unionists) stelling namen. Handelden vanuit hun geweten. Allen eervolle mannen. Burgers. Die elk van hen geloofden in de juistheid van hun keuze.

Music that comes from a far better land
Mannen aan beide kant van de oorlogslijn streden voor een right cause. In de 21e eeuw is het gemakkelijk om de Zuiderlingen weg te zetten als stommelingen die een verkeerd systeem wilden handhaven. Maar Dylan velt daarover geen oordeel. En feitelijk gebeurt het ook niet in de film. Beide partijen zijn slachtoffer en om oude woorden te gebruiken: ze worden neergezet als ‘nobele’ mensen. Rechtschapen. Recht door zee. In het vijfde couplet verwoord hij dat beide partijen vochten voor een ideaal, een betere wereld.


The world is old, The world is great
Lessons of life Can’t be learned in a day
I watch and I wait And I listen while I stand
To the music that comes from a far better land

Jezelf wegcijferen voor een groot ideaal, iets dat groter is dan je eigen leven, waarvoor je als het moet je leven wilt geven. Dylan omschrijft het prachtig als “music that comes from a far better land”.
Wat een verschil met onze tijd waarin een minister-president weigert zich over een (‘muzikale’) stip op de horizon uit te spreken.

Geen heiligen
Alhoewel Dylan alle mensen die in de film, die tijd en in dit liedje ten oorlog trekken neerzet als burgers – die voor een hoog ideaal ten strijde trokken – laat hij her en der doorschemeren dat ook hen niets menselijks vreemd was. In het achtste couplet:
The bells of evening have rung
there’s blasphemy on the end of the tongue

Er wordt gevloekt. Aan de vooravond van de grote slag. Godslasterlijke woorden.

Maar veel meer woorden wijdt Dylan aan de instelling van waaruit deze mensen handelden. Burgers die in het volle besef dat ze zouden kunnen sneuvelen tóch ten strijde trokken. Zich bewust van hún taak. In hun tijd, samenleving. Er zit niets anders op. Neem op een bepaald moment een standpunt in, en aanvaard de daaruit volgende consequenties. Het is niet ‘leuk’, maar het moet. God zegene de greep!

Pride will vanish And glory will rot
But virtue lives and cannot be forgot

Let them say that I walked in fair nature’s light
And that I was loyal to truth and to right

Serve God and meet your full Look upward beyond
Beyond the darkness that masks the surprises of dawn
In the deep green grasses and the blood stained woods
They never dreamed of surrendering They fell where they stood

Een nieuwe president
‘Cross the Green mountain werd in oktober 2008 uitgebracht. Midden in de campagne die zou leiden tot de verkiezing van Barack Obama tot de 44e president van de Verenigde Staten. Die twee feiten hebben niets met elkaar te maken. Maar drie maanden nadat Tell tale signs en ‘Cross the Green mountain waren uitgekomen kwam Barack Obama terug op de boodschap die in de film en vooral dit ‘liedje’ liggen opgesloten.
Op dinsdag 20 januari 2009 werd Obama ingezworen en in zijn toespraak refereerde hij aan aloude waarden. Die hij (natuurlijk, en zwaar overdreven) neerzette als Amerikaanse waarden. Maar door juist deze woorden te gebruiken kon de toehoorder begrijpen dat Amerika (en de wereld) op een kantelpunt stonden. Ruim een jaar na het bijna in elkaar storten van het bancaire en financiële systeem en aan de vooravond van een (lange) economische crisis. Terwijl er – verborgen voor het oog van veel landgenoten – grote problemen op ons (de mensheid) liggen te wachten. Op dat moment sprak hij de volgende zinnen uit:

Our challenges may be new. The instruments with which we meet them may be new. But those values upon which our success depends — hard work and honesty, courage and fair play, tolerance and curiosity, loyalty and patriotism — these things are old. These things are true. They have been the quiet force of progress throughout our history. What is demanded then is a return to these truths. What is required of us now is a new era of responsibility — a recognition, on the part of every American, that we have duties to ourselves, our nation, and the world, duties that we do not grudgingly accept but rather seize gladly, firm in the knowledge that there is nothing so satisfying to the spirit, so defining of our character, than giving our all to a difficult task. 

This is the price and the promise of citizenship.  (klik hier voor een video-verslag – de quote begint bij 17:38)

That we do not grudgingly accept
Ruim vijf jaar later kun je als redelijke buitenstaander alleen maar constateren dat van die prachtige woorden weinig terecht is gekomen. Maar het blijven prachtige zinnen. Waaruit een mentaliteit spreekt die node gemist wordt. Burgers die handelen vanuit deugden en waarden die we hard nodig hebben in de moeilijke jaren die voor ons liggen. Een periode waarin – om in de geest van Jan Rotmans te spreken – veel gaat kantelen. O zo vertrouwde zaken zullen veranderen. Een periode vol onzekerheid, tegenslag; maar aan de andere kant ook een periode waarin mooie ‘dingen’ zouden kunnen gaan opbloeien. Obama wenst ons allen de geesteshouding toe om er niet met knarsende tanden aan te beginnen. Nee, wees blij dat je deel uitmaakt van een generatie die zich voor zo’n taak, uitdaging ziet gesteld. Niets geeft meer voldoening als succesvol terugkijken op een moeilijke klus. Je hebt ’t toch maar gedaan, gefikst.

The times they are a-changin’
In oktober 1963 nam Dylan nummers op voor zijn derde album. De titeltrack is uitgegroeid tot een classic. En de regel the times they are a-changin‘ is miljoenen keren gebruikt. Misbruikt.
Desondanks staan de belangrijkste regels uit dit liedje – ruim vijftig jaar later – nog steeds als een huis. En het vergt niet veel moeite om die te koppelen aan ons Oefenen voor een andere tijd. Ons kantelen. 
The order is rapidly fadin’
And the first one now
Will later be last
For the times they are a-changin’”

(dinsdag 4 februari 2014)

Geef een reactie