Woensdag 6 november was ik getuige van een ingreep die een link heeft met het onvatbare idee dat na jouw dood een deel van jou eeuwig zal voortleven.

Roel, onze oudste zoon, weet sinds 18 maart van dit jaar dat hij ALS heeft. Twee dagen nadat de neuroloog in Eindhoven deze zeer vervelende diagnose had gesteld, zat hij samen met zijn vriendin en toekomstige vrouw al in hét landelijke expertisecentrum: het UMC Utrecht. Daar zouden dé ALS-deskundigen van Nederland allerlei testjes gaan doen om na te gaan of die diagnose wel klopte, en of er wellicht sprake was van een genetische variant. Daar hoorde Roel dat er een internationaal onderzoek liep, waarin voor het eerst een op dieren getest medicijn ‘losgelaten’ zou worden op mensen. In Nederland zochten ze zes deelnemers; wereldwijd zestig. Het bedrijf heet QurAlis. Cure ALS. Genees ALS. Als dat zou kunnen…
Na diverse aanvullende testen trokken de deskundigen in Utrecht de conclusie dat Roel aan alle eisen voldeed om aan die test mee te mogen doen. Helaas duurde het nog vele weken voordat er vanuit de States een definitief jawoord kwam. Een stressvolle periode.

Woensdag 18 juni kreeg hij de eerste van vijf injecties, rechtstreeks in zijn ruggenmerg. Een deel/deal van het project is dat hij zeer regelmatig terug moet naar het UMC om allerlei testjes te ondergaan. Hij is er dit jaar al een keer of twintig geweest. Soms gaat zijn vriendin mee; een andere keer een vriend of zijn broer. Tot nu toe ben ik drie keer mee geweest
Begin oktober was ik er bij toen de vraag gesteld werd of Roel wellicht een stukje van zijn huid aan een Utrechtse biobank wilde afstaan. Huid van een ALS-patiënt waarmee in een laboratorium zenuwcellen kunnen worden ‘opgekweekt, waarop vervolgens testjes kunnen worden gedaan. Roel stemde daar ter plekke mee in, maar hij mocht er nog enige weken over na denken.
Woensdag 6 november ging ik toevallig weer met hem mee naar Utrecht. Dit keer waren er weinig testjes. Na een half uurtje waren we al klaar. Maar die ochtend zou een onderzoeker van de biobank langskomen om een stukje huidcel te komen afnemen.

Bijzonder om te ervaren hoe grondig zoiets wordt voorbereid en uitgevoerd. Ik schat dat de onderzoekster van de biobank, voordat ze de ingreep deed, minstens twintig steriele zakjes openmaakte en voor zich op de tafel uitspreidde. De ingreep op zich stelde niet veel voor. Met een soort injectienaald/annex mesje wordt een rond stukje huid van de rechterbovenarm aangeprikt, en met behulp van een ander mesje losgesneden en in een klaarstaand buisje met rode vloeistof gedaan. Vervolgens wordt het wondje met enkele pleisters gehecht.

Tijdens het voorbereiden van die ingreep moest ik denken aan iets wat ik ooit had gelezen. En deelde dat inzicht met de aanwezige dames én Roel. Ergens in het begin van de jaren vijftig waren in de Verenigde Staten bij een zieke vrouw cellen afgenomen en op kweek gezet. Bedoeld om daarop testjes te kunnen gaan uitvoeren. Bijzonder was én is dat die cellen, van die zwarte vrouw (dat wist ik zeker), nog steeds voor allerlei testjes worden gebruikt. Die vrouw is al decennialang dood. Pas in deze eeuw kwamen enkele nazaten van haar erachter dat die cellen nog steeds bestaan én gebruikt worden. Zoals dat in de States gaat: die nazaten trokken naar de rechter en eisten financiële én morele genoegdoening. Die er volgens mij ook kwam. Maar de bewuste cellen van die vrouw ‘leven’ nog steeds. Ruim tachtig jaar na haar overlijden.

Thuis checkte ik of mijn verhaal klopte. Inderdaad: Henriette Lacks heet die dame. Ze overleed in 1951. Baarmoederhalskanker. De cellen waar het om draait gaan door het leven onder de naam HeLa-cellen.
Terug naar die kamer in Utrecht. Roel kende het niet, maar de twee dames ook niet. Opmerkelijk; een van hen werkt als onderzoeker voor de biobank van het UMC Utrecht. En als je de pagina’s doorleest die Roel kreeg en moest ondertekenen, kun je niet anders dan de conclusie trekken dat degenen die achter deze biobank zitten het verhaal wél kennen. Als donor doe je in wezen afstand van bijna alle rechten. De biobank stelt van alles in het werk om integer met de gedoneerde cellen om te gaan, maar als donor kun je er geen rechten aan ontlenen, als er bijvoorbeeld jaaaren na nu een medicijn ontwikkeld zou worden dat commerciële potentie zou hebben. Prima.
Terwijl zij zo met Roel bezig waren, en ik dit verhaal vertelde, moest ik denken aan het begrip eeuwig. En merkte op hoe curieus het is dat een deel van Roel ergens in een of andere biobank in Utrecht zal voortleven. Ver nadat hij, en ik, zijn zoontje(s), en de onderzoekers van het de biobank van de aardbodem zullen zijn verdwenen. Die cellen zullen niet het eeuwige ‘leven’ hebben. De aarde zal ruim daarvoor (maar wat is dat? de eeuwigheid, en heeft het zin om ‘daar’ in dagen, weken, jaren, millennia over te denken, te spreken) door een opzwellende zon worden verzwolgen.
Twee dagen later kwam die verdraaide eeuwigheid weer voorbij. Onverwacht. Tijdens de vijfde bijeenkomst van een tiendelige cursus in Eindhoven over het werk van de Franse filosoof Alain Badiou. Een opmerkelijke filosoof want hij ‘gelooft’ sterk in de kracht van wiskunde. Wiskunde als basis van (zijn) filosofie. Ik ben de laatste om toe te geven dat ik volledig begrijp wat Alain Badiou zoal bedenkt, weet. Zeker is echter dat docente Nelleke Canters deze vrijdag over de getallen 1 en 0 vertelde.
Na het getal 1 komt 2, 3 et cetera. Ga je de andere kant op dan ga je van 1 naar 0. Die 0 staat in wezen voor iets wat zich niet laat omschrijven, en ‘daarom’ in wezen oneindig, dan wel eeuwig is.
Tja.
Het toeval wil dat ik diezelfde dag ergens attent gemaakt werd op een recent verschenen boek van ene Victor Gijsbers: Oneindigheid : een filosofische gids, Verschenen bij de beroemdste en grootste uitgever in Nederland van boeken over filosofie: Boom.
Ik heb nog geen kans gehad het boek in te zien, maar ben nu al benieuwd of en hoe deze Victor Gijsbers Alain Badiou in zijn boek heeft meegenomen. En of het mij, en mijn medecursisten, kan helpen te begrijpen wat Alain Badiou zoal beweert. En of er een verschil is tussen de woorden ‘eeuwig’ en ‘oneindig’.

In het relatief dun boekje Alain Badiou door Alain Badiou (uit 2021, uitgeverij Parrèsia) doet Alain Badiou samen met enkele Belgische docenten een poging zijn redelijk moeilijke inzichten uit te leggen. Dat lukt hem heel aardig in twee van de drie delen, maar als in deel 3 (Ontologie en wiskunde – een lezing) wiskundige formules voorbijkomen, dan haak ik af. En denk: het zal wel.



Één reactie op “Eeuwig voortleven?”
Beste Hans, leuk om mijn boek langs te zien komen. Er komt van alles en nog wat voorbij in dat boek — qua filosofen bijvoorbeeld Zeno, Aristoteles, Lucretius, Descartes, Cantor, Nietzsche, Wittgenstein, Kant, om er maar een paar te noemen — maar Badiou niet. Ik heb me zelf niet in zijn werk verdiept, dus ik zou er ook niet veel zinnigs over kunnen zeggen. 🙂 Wie weet ooit! Ondertussen hoop ik dat mijn boek ook interessante inzichten over het oneindige, en zeker ook over het eindige kan overbrengen. Er zit trouwens een inleidend hoofdstuk over de wiskunde van het oneindige in dat misschien wel behulpzaam is als achtergrond bij Badiou (maar dat weet ik uiteraard niet zeker).