Kort nadat we op dinsdagavond 23 september 2025 in het Muziekgebouw Eindhoven samen met pakweg 250 andere bezoekers middels een warm applaus afscheid hadden genomen van spreker Adriaan van Dis en pianiste Momo Kodama, kwam bij mij tijdens de autorit naar huis het woord krenkingen op.
Niet dat we persoonlijk gekrenkt waren geraakt, maar het betoog van Adriaan van Dis (onder de titel: De blik van buiten) zat tjokvol ‘fenomenen’ die voor de gemiddelde Westerling wel degelijk als zeer krenkend (kunnen, dan wel zullen) overkomen. Dat was ook zijn bedoeling.
Deze avond was de eerste van vijf uit de reeks Scherpdenkers. Een avond waarop een min of meer bekende denker een bepaald thema belicht, waarin hij of zij vraagtekens zet bij wat wij – de gemiddelde burgers – ‘normaal’ of ‘gewoon’ vinden; en daartussendoor speelt een muzikant werk van een (moderne) klassieke componist. Muziek die daarop aansluit, alhoewel dat in wezen niet mogelijk is. Een mooie formule. We hadden ergens in mei voor de hele reeks ingetekend. Je kunt niet ‘eeuwig’ blijven rouwen over de vervelende boodschap die Roel, onze oudste zoon, op dinsdag 18 maart had gekregen. Life goes on, zoiets. Maar daarover later meer.
Krenkingen
Of paradigmawisselingen. Deze twee woorden gebruikte Adriaan van Dis in zijn betoog níet; maar in wezen ging het daarover. Niet zozeer de ‘oude’, inmiddels bekende krenkingen, maar meer over ’trends’ die de komende jaren, decennia steeds pregnanter op ons, de welvarende al dan niet hoogopgeleide westerse bevolking, af zullen komen. Die velen zullen krenken.
Of we het nu leuk vinden of niet: bijna ‘alles’ wat we hier in onze contreien normaal vinden, zal tegen het voetlicht móeten worden gehouden. “Is het wel zo normaal dat…?”
Dat de meeste mensen in ons land, en in de onze omringende rijke westerse wereld, daar niet aan toe zijn kun je dagelijks in de media aanschouwen. In wezen één grote ontkenning van ontwikkelingen die ons dwingen scherp afstand te nemen van de manier waarop onze samenleving momenteel globaal functioneert. Ontwikkelingen die in het huidige verkiezings-‘debat’ door bijna niemand worden aangestipt.

Nee, we blijven hangen in verongelijkt afgeven op ‘anderen’. Vreemdelingen die volgens rancuneuze, dan wel racistische sprekers ons lekkere leventje naar de kloten komen helpen, dan wel al naar de kloten hebben gebracht. Zelden komen mensen in het publieke debat aan het woord die díe retoriek met feiten weerleggen: het asielprobleem ís geen probleem, het woonprobleem kan wel degelijk opgelost worden; idem het stikstofprobleem, kerncentrales zijn geen oplossing voor het klimaatprobleem et cetera.
Burgers die serieus geloven dat het gros van de huidige generatie politici in staat zouden zijn de huidige problemen te gaan oplossen, hebben nog niet half in de gaten dat thema’s die Adriaan van Dis in zijn betoog aanstipte, nog veel meer weerstand bij hen zullen opwekken. Te midden van een wereld die nu al vol problemen zit, kondigt Adriaan vrolijk aan dat you ain’t seen nothing yet!
Uiteraard begint het met ontkennen van hetgeen hij aanstipt. Hij zal zonder enige twijfel door velen met pek en veren worden overdekt; en zeker is ook dat veel media daaraan gretig mee zullen doen. Goed voor de kijkcijfers, sorry voor de reclame-inkomsten. Dat juist dit soort hoogopgeleide personen vaak beter kunnen weten maakt het zo wrang. Een Jeroen Pauw heeft écht wel weet van de échte problemen, maar blijft lekker doorgaan met mensen in zijn programma’s naar voren te halen die in wezen onzin verkondigen, en zich als kleuters door de wereld bewegen.
Oude krenkingen
Adriaan van Dis stipte ze in zijn verhaal niet aan, maar op weg naar huis kwamen ze bij mij (weer eens) op. Namen van mensen die door hun werk en ideeën de wereld anders naar zichzelf liet kijken. Ideeën die, helaas – hoe ironisch -, nog steeds niet door ‘iedereen’ worden gedeeld.
De eerste krenking wordt door veel schrijvers en historici toegeschreven aan Copernicus en Galilei. Ergens in de zestiende eeuw ontdekten deze twee heren, observatoren van het heelal, dat onze aarde om de zon draait, én niet andersom. Iedereen kent het verhaal dat Galilei door de toenmalige paus werd veroordeeld om zijn ontdekking te ontkennen. Maar zoals dat gaat, feiten zijn onweerlegbaar. De aarde maakt in een jaar tijd een rondje om de zon, en dat verklaart veel andere zaken (bijvoorbeeld dat we seizoenen kennen). Ook werd door deze heren duidelijk dat niet alleen de aarde een rondje om de zon maakt, maar ook planeten als Venus, Mars en Jupiter. ‘We’ maken deel uit van een zonnestelsel.
Enkele eeuwen later kwam daar nog een andere, nog grotere krenking bovenop. Astronoom Edwin Hubble ontdekte in het begin van de vorige eeuw dat ons zonnestelsel niet alleen deel uitmaakt van een gigantische sterrenstelsel (‘onze’ Melkweg), maar dat er in het heelal bijna oneindig veel andere melkwegstelsels zijn.
Opmerkelijk blijft bijvoorbeeld dat er nog steeds mensen zijn die met een mobieltje op zak blijven beweren dat de aarde plat is. Maar dat is een kenmerk van dit soort krenkingen: er zijn altijd mensen die blijven ontkennen wat evident waar is. Het begrip ‘alternative facts‘ wordt over deze mensen en hun ideeën gebezigd: alternatief zijn ze zeker, maar geen feiten!
De krenking is natuurlijk dat de mens van haar alom gedeelde idee werd beroofd dat we in het heelal uniek zijn. Lang dachten we, en vooral de denkers van die jaren, dat alles om ons, de aardbewoners, draaide. God, nog zo iemand, had het zo bedoeld, gemaakt; nietwaar. En nu kwamen we er achter dat we op onze planeet slechts een rondje rond de zon maakten, en dat niet de zon om ons draaide.
In de jaren twintig van de twintigste eeuw kwam daar een nog grotere krenking bovenop; dat we slechts in een oneigenlijk klein – beter: minuscuul – deel van het heelal leven, rondjes draaien in een giga-zwerm sterren. En zelfs die sterrenhoop (van pakweg tweehonderd tot vierhonderd miljard sterren – de Melkweg) stelt in het grote geheel niets voor. Maar, kunnen we daar nog tegenin brengen: alleen, hier bij ons is leven! Die zekerheid hebben we nog (steeds); maar alleen de tijd zal leren hoelang nog!
In mijn optiek kwam de grootste krenking uit de koker van twee Engelse natuuronderzoekers. Los van elkaar was het Alfred Russel Wallace en Charles Darwin opgevallen dat biologische wezens (dieren, planten) door de tijd heen veranderen; nieuwe kenmerken krijgen. Darwin ging met de eer strijken; hij wordt alom beschouwd als de ontdekker van de evolutieleer. In wezen was het een inzicht dat al millennia eerder was geuit: panta rhei. Alles stroomt. Niets blijft hetzelfde. Je kunt niet twee keer in dezelfde rivier stappen. Zelfs de aarde, onze zon, de Melkweg, alles in het gigantische heelal verandert continu.
In alle boeken over Darwin en de evolutieleer wordt keer op keer verteld over de weerzin die dit denkbeeld in zijn tijd opwekte. Hij werd verguisd en het duurde tientallen jaren voordat het gros van de serieuze wetenschappers er aan wilden. Inmiddels doordesemt de evolutieleer ‘alles’. Keer op keer wordt aangetoond dat door de tijd heen ‘dingen’ veranderen, zich aanpassen aan veranderde omstandigheden. Dat is de enige manier om te overleven. Adapt or die!
Een typisch voorbeeld is wat meteoroloog en aardwetenschapper Alfred Wegener in de eerste helft van de twintigste eeuw meemaakte. Al in 1918 betoogde hij dat de wereld onder onze voeten niet altijd hetzelfde blijft. Integendeel, over lange lange periodes verschuiven de aardplaten waarop wij wonen. Zodanig dat Europa in een ver verleden ergens op de evenaar lag en er op Groenland een tropisch oerwoud groeide. Pas in de jaren zeventig kwamen veel wetenschappers tot de conclusie dat hij het bij het rechte einde had, en dat continenten inderdaad continu bezig zijn om ‘zich’ te verplaatsen.
Een derde krenking wordt vaak toegeschreven aan Sigmund Freud. Hij postuleerde dat de mens niet de baas over zichzelf is. In ons allen ‘huist’ een fenomeen dat ons er toe aanzet om niet altijd rationeel te handelen. Integendeel, het gros van de tijd beheerst dat onbewuste gevoel ons leven.
In ongeveer dezelfde tijd kwam Friedrich Nietzsche met zijn stelling dat God dood is. Dat inzicht kwam natuurlijk niet uit de lucht vallen. Al in de zeventiende eeuw kwamen zogenaamde verlichte denkers op die vraagtekens zetten bij hoe de mens zich zelf zag. In de kern komt het er volgens mij op neer dat de mens serieus gelooft een rationeel wezen te zijn, maar bijna alles wijst er op dat we ons als mens omringen met verhalen over hoe de wereld zou zijn, maar in wezen zijn die verhalen vaak flinterdun, én kunnen domweg met feiten (die in die periode keer op keer werden ontdekt, en naar voren gebracht) worden ondergraven. Het krachtigste verhaal was dat er een God is die op de achtergrond van alles in gang heeft gezet, dan wel zijn invloed uitoefent op ‘dingen’ die mensen aangaan.
Er zijn ook mensen die geloven dat er meerdere goden zijn; alhoewel de meeste mensen ondertussen geloven dat het vooruitgang is dat we dat polytheïsme voor monotheisme hebben ingeruild. Tja… een typisch voorbeeld van …
Freud en Nietzsche staan wat mij betreft symbool voor deze krenking. De kern daarvan is dat de mens géén rationeel wezen is. Integendeel, we zijn een groepsdier dat in hoge mate ‘doet’ wat onze omgeving ons aanreikt. En het kost heel veel moeite om daarvan afstand te nemen, en voor jezelf toe te geven dat het gros van wat we normaal vinden in wezen slechts gebaseerd is op ‘een verhaal’. Deze krenking speelt nog steeds en ‘krenkt’ nog steeds veel mensen; mij ook.
In onze tijd verschijnen er doorlopend boeken waarin deze krenking als het ware wordt verhelderd. Ik noem twee namen: Yuval Noah Harari én Daniel Kahneman.
De vorig jaar overleden Israëlisch-Amerikaanse psycholoog Daniel Kahneman kreeg in 2002 de Nobelprijs voor Economie voor zijn onderzoek naar hoe de menselijke psyché zich ‘verhoudt’ tot de economie.
Hij maakte (met zijn veel te jong gestorven collega Amos Tversky) duidelijk dat ‘de mens’ géén rationeel, calculerend wezen is. In één machtige slag haalde hij, in mijn optiek, de door (té?) veel economen gedeelde aanname onderuit dat dé economie een harde (beta)wetenschap is. Integendeel. Ons hele economische systeem hangt aan elkaar van aannames die nergens op berusten. De kern is en blijft – in een soort aanvulling op Freud – dat wij mensen in het economische verkeer níet rationeel handelen. We zijn geen homo economicus.
Wél altijd een homo sapiens. In een eerder verschenen artikel laat ik andere homo’s de revue passeren. Homo’s die vaak voor een deel ook ‘waar’ zijn, bijvoorbeeld homo dignus, cooperans, universalis, puppy, desperatus, homo deus of faber (Homo sapiens, Homo economicus, Homo dignus – augustus 2019).
Het beroemdste ‘beeld’ of ‘verhaal’ van Daniel Kahneman om dat te laten zien is dat er in elk mens twee systemen aanwezig zijn. Systeem een is almachtig, want pakweg 95% van de tijd actief. Dat is ons gevoel. Gelukkig hebben we ook nog een systeem twee, onze ratio, waarmee we serieus heel af en toe dingen kunnen afwegen (liefst gebaseerd op feiten). Beide systemen zijn belangrijk, maar het gevaar is dat we als mens maar al te vaak geneigd zijn om op ons gevoel te vertrouwen. Waarom? Omdat het (veel) moeite kost om serieus voors en tegens van iets nieuws, onbekends te gaan afwegen. Vaak nemen we een shortcut en vertrouwen op ons gevoel. Lastig, uiterst lastig in een tijd waarin veel uitdagingen en crises (MV) op ons afkomen, en ons dwingen daaraan iets te gaan doen.
U gelooft het niet? Probeer nu eens rationeel uit te leggen waarom u op 29 oktober voor deze of een andere partij gaat stemmen, en niet op een andere die waarschijnlijk meer zal opkomen voor wat u in wezen belangrijk vindt.
Yuval Noah Harari noem ik hier als exponent van een intellectueel die er keer op keer op blijft hameren dat bijna alles in onze wereld gebaseerd is op verhalen. Prima, want zonder verhalen stort de wereld in elkaar, maar lastig als (ook) steeds duidelijker wordt dat sommige verhalen al (lang) over hun houdbaarheidsdatum heen zijn.
Denk in dit verband aan de manier waarop de economische kaste er nog steeds van uit gaat dat de mens een rationeel, calculerende burger is.

Tot slot, een laatste majeure krenking: Albert Einstein, die samen met anderen, ons besef van de ‘kleine, onzichtbare’ wereld volledig op hun kop heeft gezet. Ook dit verhaal is al talloze keren verteld. Rond 1900 dachten de toenmalige natuurkundigen dat ze dichtbij een volledig inzicht waren gekomen in hoe de wereld van het onzichtbare ongeveer functioneert. En toen kwam een jonge ambtenaar op het patentbureau in Bern tot inzichten die in 1905 tot vier artikelen leidden. Artikelen die bijna alles over wat tot die tijd voor waar werd gehouden onderuit zouden halen, en tot op de dag van vandaag doorwerken in bijna alle techniek en technologie die ons omringen.
De blik van buiten
De lezing van Adriaan van Dis werd onder deze noemer geafficheerd. Zeker is dat Adriaan van Dis in commissie sprak. Hij liet nergens doorschemeren dat hij zelf bedacht had wat in die drie kwartier zoal door hem naar voren werd gebracht. Ook hij weet als geen ander dat elk mens voortbouwt op wat reuzen voor hem tot stand hebben gebracht, dan wel gedacht. Maar hij bracht die inzichten wel prachtig naar voren. In een vlammend, urgent betoog. Adriaan weet in tegenstelling tot veel andere hoogopgeleide mensen wél dat de tijd daar is om veel van wat we normaal vinden kritisch te gaan bekijken, en waar mogelijk fundamenteel een andere richting in te gaan slaan.
Voordat ik de ‘nieuwe’ krenkingen van Adriaan zal bespreken even iets over een verschijnsel dat hij ook niet als zodanig noemde: het Raam van Overton. Ik schreef er al vaak over (voor het eerst in 2015: You can blow out a candle/But you can’t blow out a fire), maar het blijft nodig om het naar voren te halen.
Het is bij het grote publiek nog steeds een onbekend fenomeen, alhoewel iedereen het in wezen kent. Alleen is bij het grote publiek niet bekend dat het fenomeen een naam heeft gekregen, vernoemd is naar een Amerikaanse socioloog: Joseph Overton. Vorige week moesten twee deelnemers aan de quiz 2 voor 12 de naam nog gaan opzoeken.
De kern van het Raam van Overton is dat er in elke samenleving (nu, én vroeger) altijd overeenstemming is over wat op dat moment, op die plek ‘normaal’ is. Maar altijd, overal, op elk moment, op elke plek, zijn er ook altijd momenten dat er iemand opstaat, zijn spreekwoordelijke vinger opsteekt en vraagt: “Is dit normaal?”
En hoon en afschuw is dan bijna altijd in eerste instantie zijn of haar deel. Wat jij voorstelt, of anders ziet, “dat kan niet!” Staat haaks op de werkelijkheid. Is verdorven. Deugt niet. Et cetera. Maar, ook, altijd, door de tijd heen, op elke plek, er komt een moment dat sommigen binnen zo’n gemeenschap tot het inzicht komen dat er ’tóch’ iets zit in hetgeen die persoon, een ‘ketter’ stelde. En nog veel later wordt die groep ‘medestanders’ groter. Sterker: er komt een moment dat bijna iedereen achter dat idee gaat staan, en zelfs gaan beweren hoe absurd het is dat zij (die domme mensen, van toen) er zó over dachten. “Elk ‘normaal’ mens weet toch hoe ‘hét’ echt zit. Denk aan slavernij, homorechten, vlees eten…
De ironie is natuurlijk dat dan, dit inmiddels door velen gedeelde ‘nieuwe’ idee op haar beurt waarschijnlijk ooit een andere dwarsdenker, met ‘de blik van buiten’, vraagtekens zal gaan zetten bij wat inmiddels dan voor ‘normaal’ doorgaat.

Ik weet bijna zeker dat Adriaan van Dis weet heeft van dit Raam van Overton. ‘Niets’ is voor eeuwig; zeker niet verhalen over wat normaal, ‘goed’ of niet is!
Al meteen maakte Adriaan duidelijk dat hij weliswaar in Nederland is opgegroeid en opgevoed, maar dat hij in wezen altijd een buitenstaander is geweest. Afwijkend van anderen in zijn omgeving. En dat lieten ‘ze’ weten. Zijn zussen en vader hadden een kleurtje; kwamen als outcasts vanuit voormalig Nederlands Indië gedwongen naar hier. Aten anders. Hadden andere gewoonten. Ook trok hij op jonge leeftijd de wijde, onbekende, Aziatische en Afrikaanse wereld in en door. Leerde rare talen als het Zuid-Afrikaans kennen. Et cetera. Iedereen die zijn boeken leest zal het kennen.
Maar al snel stapte hij over op thema’s die IK als de nieuwe krenkingen beschouw. Krenkingen in de zin dat de meeste mensen in onze omgeving er (a) nog niet mee bezig zijn, dan wel (b) er waarschijnlijk niets van willen weten. Adriaan stak deze avond zijn vinger op en zei iets in de trant van: “Ik heb de laatste jaren kennis genomen van inzichten van anderen die ik (a) voor waar hou, en (b) aan u voor wil leggen omdat het belangrijk is dat u er weet van heeft, om (c) een deel van uw ‘normale” leven te gaan aanpassen. Oh ja, en dit alles is niet vrijblijvend, het gaat in wezen over het overleven van de menselijke soort!”
Dit alles zei hij niet, maar impliciet wel. Adriaan wil ons een spiegel voorhouden. Stop met te blijven hangen in jullie lekkere, rijke, westerse leventjes. Het wordt tijd om kritisch naar onszelf, en hoe we de wereld naar de mallemoer helpen, te gaan kijken. Dat zal pijn doen. Het besef zal hier – in Nederland, én het rijke Westen – in moeten dalen dat onze positie om een groot aantal redenen kwestieus is (geworden).

De eerste ‘nieuwe’ krenking die Van Dis aanreikte sluit aan op die van Galilei/Copernicus, Darwin, Freud/Kahneman: de mens woont niet alleen in het centrum van het heelal, ‘alles’ verandert altijd en continu, we zijn niet de baas in ons eigen lichaam, maar ‘de mens’ is ook niet langer hét belangrijkste wezen op onze planeet. We zullen moeten accepteren dat wij een dier, naast andere dieren en levende wezens op planeet aarde zijn. Wij staan niet langer aan de top van de piramide, die alles moeten en mogen regelen. Nee. Als mensheid zullen we moeten leren om met alle andere levende wezens te gaan samenleven.
De laatste jaren is er een lawine aan boeken verschenen waarin auteurs vanuit verschillende vakgebieden ongeveer hetzelfde betogen. Klik hier voor een pagina waarop pakweg honderd titels staan. Adriaan noemde dinsdagavond slechts één naam: de onlangs overleden Frans filosoof Bruno Latour. Hij noemde expliciet zijn boek Het Parlement der Dingen.
Ook is Latour de filosoof die het in de laatste jaren van zijn leven over het Nieuwe Klimaatregime had. Daarmee implicerende hij dat er een oud ‘regime’ was (en ís). In een regime wordt ‘alles’ ondergeschikt gemaakt aan wat het regime oplegt.
Latour bedoelt dat we naar een tijd gaan (of waar we al in zitten?) waarin ‘hét klimaat’ (het veranderende klimaat; door onze klimaatverstorende acties) ons zal dwingen de manier waarop we leven fundamenteel te gaan aanpassen. Doen we dat niet? Tja, hij zegt het niet expliciet, maar het ligt voor de hand om te denken dat ‘de mens’ dan op termijn het loodje zal leggen!
Even later had hij het over een andere krenking. Het alsmaar groeiende besef dat onze rijke manier van leven gebaseerd is op eeuwenlange uitbuiting van wat we nog steeds ontwikkelingslanden noemen.
Eeuwenlang hebben Westerse landen (als Nederland, Groot-Brittannië, Spanje, Portugal…) koloniën in Afrika, Latijns-Amerika en Azië gehad. Én de opbrengsten van die economieën aangewend om er zelf veel beter van te worden. Hij noemde slechts één boek, maar ook hier gaat op dat er talloze anderen zijn: De vloek van de nootmuskaat : boodschap aan een planeet in crisis van Amitav Ghosh.
Logisch dat hij als kind van een oud-Knilsoldaat dit boek noemt. Het gaat over hoe Nederlanders in Nederlands-Indië de totale bevolking van een eiland in de Molukken hebben uitgemoord om het monopolie op de teelt van nootmuskaat te kunnen verwerven. Een schandvlek die nog steeds op ‘ons’ afstraalt, alhoewel de gemiddelde Nederlandse burger dit nog steeds niet wil accepteren. Maar het waren wel degelijk onze voorouders!

Maar Amitav Ghosh doet meer. Via dit voorbeeld laat hij zien dat dit soort extractief denken nog alom aanwezig is. Extractief? Waarde onttrekken aan systemen om er zelf beter van te worden, en degene aan wie waarde wordt onttrokken achterlaten met de brokken. Denk in dit verband aan ons economische model, Blackrock, miljardairs, corrupte politici, een vliegreisje naar Milaan om een voetbalmatch te gaan bekijken et cetera. Na ons de zondvloed, dat idee. Lees vooral De waarde van alles : onttrekken of toevoegen aan de wereldeconomie van Mariana Mazzucato (uit 2018).
En als u nog steeds gelooft dat wij Nederlanders er dankzij ons harde werken economisch veel beter voor staan dan talloos veel derde wereldlanden dan raad ik u van harte Waarom sommige landen rijk zijn en andere arm van Daron Acemoglu & James Robinson uit 2012 aan.
Even later maakt hij via een Gerard De Kremer (of Cremer) een brugje naar zijn volgende krenking. Een West-Vlaming die in de zestiende eeuw het woord atlas bedacht en het bijbehorende boek uitbracht. Ook was hij een van de eersten die op een andere manier de wereld op een plat vlak wist af te beelden. Mercator. Onder die naam werd hij én zijn manier van kaartprojectie bekend.
Daar zet Adriaan van Dis, in commissie, vraagtekens bij. Een van de grote kritiekpunten van de zogenaamde Mercatorprojectie is dat het sommige landen veel groter afbeeldt dan ze in werkelijkheid zijn; en andere veel kleiner. Het gaat met name over Groenland én het werelddeel Afrika. Op ’n Mercatorkaart zijn ze ongeveer even groot, terwijl dat in realiteit absoluut niet het geval is.
Dat sluit naadloos aan bij de communis opinio dat Afrika een te verwaarlozen gebied is. Dat vol problemen zit. Weinig perspectief heeft enzovoorts. Het tegendeel is volgens Adriaan het geval. Sterker: Afrika zal samen met landen als China, India, Brazilië en Zuid-Afrika de komende decennia steeds belangrijker worden. En de invloed van het Westen (denk aan Europa, Noord-Amerika, Australië) zal navenant afnemen.

Op termijn ook economisch, maar vooral omdat het aantal inwoners van ‘onze’ contreien de komende decennia sterk zal krimpen. Bovendien wordt in het publieke debat amper gerept over het feit dat het percentage witte mensen sterk zal krimpen. Los van het feit dat het onduidelijk is wat onder ‘witte’ mensen wordt verstaan is het duidelijk dat in de nabije decennia in het westen steeds meer mensen met ‘een kleurtje’ zullen komen. “Wen er maar aan!” Blijf niet hangen in de illusie dat we terug kunnen naar ‘vroeger’. Met wat slagen om de arm noemde Adriaan twee cijfers. In 2050 zal naar schatting ‘slechts’ zeven procent van de wereldbevolking wit (blank) zijn; en is Nederland heeft dan pakweg een kwart van de bevolking een kleurtje.

Tot slot haalde hij een wetenschapper naar voren die je de laatste maanden amper meer in de media ziet. Jammer, want zijn verhaal zouden veel meer mensen moeten horen. Vooral burgers die nog steeds geloven dat alle problemen opgelost zullen zijn als we er in zouden slagen het aantal asielzoekers tot nul terug te brengen.
Hein de Haas is vermoedelijk zodanig én zo vaak bedreigd dat hij afziet van optreden in talkshows, en het geven van lezingen. In het najaar van 2023 verscheen zijn levenswerk, dat wil zeggen: een boek voor het grote publiek over Hoe migratie echt werkt. Daarin bespreekt hij 22 mythes die bij de gemiddelde burger leven over migratie. In elk hoofdstuk poneert hij zo’n mythe (bijvoorbeeld dat migranten misdadiger zijn dan allochtone burgers), én ontkracht die; met feiten. Vervelend. Krenkend. Want hij haalt vage verhalen over wat er mis is met migratie onderuit. Niet dat hij migratie goedpraat! Dat heeft volgens hem geen zin. Migratie hoort bij de mens(heid). Was er altijd. Zal er altijd zijn. En, dat wel, de omvang fluctueert met de mate waarin een economie al dan niet floreert. Slimme bestuurders (én burgers) begrijpen dat, en nemen maatregelen om de negatieve kanten die er aan migratie zijn verbonden (én die zijn er!) te tackelen. Maar dat soort bestuurders (en in ons land zijn ze er niet; op een handjevol na) durven tegen de tijdgeest (zeg het overheersende, op angst gebaseerde verhaal) in relevante maatregelen te nemen. En stoppen acuut met nog meer angst en – op racisme gebaseerde – vooroordelen te rondpompen. Hetzelfde geldt natuurlijk ook voor redacties van mediaprogramma’s, kranten et cetera.

Louis Couperus
Uiteraard kwam Louis Couperus tijdens deze avond ook kort voorbij. Logisch. Adriaan van Dis beschouwt hem als een van de grootste Nederlandse schrijvers. Die ‘iets’ had met Nederlands-Indië en een scherp oog had voor – toen ook al – koloniale uitwassen.
Tot slot wil ik er nog twee, strikt persoonlijke, krenkingen (klein, maar desalniettemin) aan toe voegen.
Dingen die ik deze avond als licht krenkend ervaarde. Ik zag iets wat ik liever niet had willen zien. Maar tegelijkertijd, weet ik als volwassen volwassene dat ik niet iets zag dat ik niet kende, of zou willen ontkennen.
Dat heeft met het concert te maken. Adriaan van Dis sprak pakweg drie kwartier. Hij had zijn betoog opgeschreven en las het met een hese stem voor. Staande achter een katheder. Op wankele benen. Het lopen gaat hem steeds slechter af. Hij onderbrak zijn betoog drie keer om pianiste Momo Kodama te laten optreden.

Momo Kodama is een Japanse pianiste die ik absoluut niet kende. Zie op Qobuz dat ze enkele albums op het ECM-label heeft uitgebracht. Ze speelde werken van Claude Debussy, Tan Dun, Hosokawa en Takemitsu. Die werken kende ik niet. We zaten op rij twee, in de Kleine zaal en konden haar van opzij bezig zien. Zagen hoe haar handen dartelden over het toetsenbord. Op een Steinway. Splinternieuw. Deze week worden ze officieel in gebruik genomen.

De eerste kleine krenking, de mijne, de onze, is dat we handen zagen zoals we ze graag zien. Dat ze onbekommerd, als het ware gedachteloos functioneren. Helaas zien we al enige tijd in onze directe omgeving, bij onze zoon Roel, dat dit niet altijd het geval is. Sterker: nog niet zo lang geleden speelde hij niet onverdienstelijk gitaar en kroop af en toe achter een piano, maar… Maar dat is voorbij. Dag na dag, week na week, neemt de controle over zijn handen af. Zijn ziekte is daarvoor de oorzaak.
Dan doet het pijn als je een Japanse pianiste van begin vijftig virtuoos haar handen ziet bewegen. Lucky bastard!

Een tweede krenking zat die avond recht voor onze neus. Vooraan in de zaal, voor de eerste rij stoelen. Een andere vrouw, van rond de vijftig jaar oud, in een elektrische rolstoel. Die op het oog bijna geheel verlamd was, maar waarschijnlijk geestelijk niets markeerde. En uitzag naar een avondje uit. Die Adriaan van Dis kende, naar zijn podcasts luisterde. Vergezeld werd door haar oude ouders (?) én een hulphond. Die, vervelend detail – maar so be it – naar zweet stonk en tijdens stille passages water uit een meegebracht bakje slobberde. Een tweede krenking. Waarschijnlijk is dit het voorland van onze Roel.

Momo? Momo?
Een mooie voornaam. Had nog nooit iemand in ‘het echt’ gezien die zo heet. Maar wél in een boek. Een kinderboek. Een favoriet boek. Een belangrijk boek, dat..
Dat, verhip, aansloot bij deze avond, deze lezing, dit brede, ongemakkelijke thema. Dat we als volwassenen, in het rijke, welvarende én, vooruit, volgevreten Westen serieus naar onszelf zullen moeten gaan kijken. Ons realiseren dat we niet zo bijzonder zijn, dat een groot deel van ons welzijn gebaseerd is op extractie én geluk. Maar dat daar op termijn, én vooral door eigen toedoen (beter: nalaten) een al dan niet vervelend einde aan zou kunnen komen.
In Momo en de tijdspaarders van Michael Ende is Momo de hoofdpersoon. Een meisje die de wereld om haar heen ‘gek’ ziet worden. Onvolwassen volwassenen die zich met ‘verkeerde’ dingen bezig houden, daartoe aangezet door raadselachtige grijze mannen, én niet meer weten wat er in het leven echt toe doet.
Artikel: Het was een onhoorbare en onzichtbare verovering, die dag in dag uit verder oprukte en waar niemand zich tegen verweerde omdat niemand het echt doorhad. (februari 2019) (tjokvol citaten, én verwijzingen naar andere boeken)
Aanvulling zaterdag 27 september 2025
Gisteren trof ik pal nadat ik een gebouw van Fontys in Eindhoven had verlaten twee jonge meiden aan. Die stonden daar strategisch opgesteld, om argeloze bezoekers en passanten te vragen of ze hen mochten informeren over een goed doel. Tja, waarom niet. Ik had al snel in de gaten dat het om de stichting Hulphond ging. Die honden traint om mensen met een handicap te helpen. Tja. Uiteraard kwam het gesprek op zeker moment op een punt dat je gewend bent: of ik deze club niet financieel zou willen gaan steunen? Natuurlijk! Het leverde een sleutelhanger van een hulphond op.
Ik was trouwens in Eindhoven voor de eerste bijeenkomst van een tiendelige cursus over de Franse filosoof Alain Badiou. Een man die ik alleen van naam kende, maar waarvan ik feitelijk niets wist.
Het belooft een interessante cursus te worden, want deze man schijnt nog steeds in ‘het’ communisme te geloven; nadrukkelijk niet in de stalinistische, autocratische variant, maar meer in een systeem waarin naar ‘het beste’ voor alle mensen wordt gestreefd.
Een opmerkelijke stellingname (’tegendraads’?), want iedereen die in het publieke debat ‘iets’ té (?) links gedachtegoed bepleit wordt bijna stante pede weggezet als ‘communist’, en dan hoef je zo iemand blijkbaar niet langer serieus te nemen. Denk in dit verband aan hoe een brave, tamme, het compromis zoekende politicus als Frans Timmermans door extreemrechtse tegenstanders wordt weggezet als radicaal!
Aanvulling 2, zaterdag 27 september 2025
Ik hoorde zojuist de zogenaamde ‘politieke weekanalyse’ van Kees Boonman. Dat doet hij bijna wekelijks op NPO Radio 1, in het programma Nieuwsweekend (elke zaterdag, een kwartier na het nieuwsbulletin van 9 uur). In die analyse van vorige week (20 september) kijkt hij terug op de algemene beschouwingen, die dan net voorbij zijn. Hij zoomt in op de onwil van een nipte meerderheid van de Tweede Kamer om geen kinderen uit Gaza tot onze ziekenhuizen toe te laten die hulp behoeven. Hulp die daar niet meer gegeven kan worden, en landen in de omgeving doen al veel meer dan ze aankunnen. In dat fragment laat hij Frans Timmermans aan het woord, die zijn mede-Kamerleden, en via hen de gehele Nederlandse bevolking, toespreekt. Een PERFECT voorbeeld van het Raam van Overton.
En er komt een dag, () dat we allemaal op deze periode terugkijken en dan allemaal tegen elkaar zeggen: “Wat hebben we in hemelsnaam laten gebeuren”. (rond minuut vijf)























