Rond drie uur ’s nachts belde Roel op: Has, zijn tweede zoon was een uur eerder geboren. Om twee over twee, donderdag 11 december 2025.
Has!
Dat was toch nog verrassend. Een dag eerder hadden we ’s middags Tuur, ons eerste kleinkind, bij de opvang in Eindhoven opgepikt en met ons meegenomen naar Gemert. Hij zou bij ons blijven totdat zijn broertje geboren zou zijn. Heleen ging die dag met Roel naar het kraamcentrum in het Catherinaziekenhuis in Eindhoven. Zij en wij leefden in de veronderstelling dat de bevalling pas in de loop van donderdag zou plaatsvinden. Ergens in de loop van de dag.
Dus niet. Has wilde er blijkbaar uit. Logisch; hij woog bij geboorte op enkele grammen na negen pond.
Zo werd 11 december 2025 een memorabele én lange dag. Een dag waar ouders, grootouders en andere bekenden van Roel en Heleen met veel spanning naar hadden uitgekeken. Zou alles goed aflopen? Logisch, nietwaar?
Elke bevalling is spannend, maar het was geen gemiddelde, ongecompliceerde zwangerschapstijd. Die níet verkeerd mocht aflopen!
In de loop van de dag ontkwamen we er niet aan om terug te denken aan een dinsdag in het voorjaar: 18 maart 2025. Ons 9/11-moment. Heleen en Roel kwamen die dag met zeer slecht nieuws in Gemert aanzetten.
Roel sukkelde al een tijdje met zijn gezondheid, en was enkele dagen daarvoor door zijn huisarts doorgestuurd naar een neuroloog in een Eindhovens ziekenhuis. Die vertelde na een halve dag onderzoek dat hij sterk het idee had dat hij ALS had – Amyotrofe laterale sclerose. Deze arts stuurde hem met spoed door naar het landelijke expertisecentrum in Utrecht; om absolute zekerheid te krijgen over zijn voorlopige diagnose.
Twee dagen later waren zij in Utrecht geweest, en was het bijna definitief. Die zonnige donderdagmiddag in de tuin in Gemert was iedereen ontzet, en kon Laura niet nalaten om op te merken dat de kans dat er nog een tweede kleinkind zou komen niet erg groot meer was. Waarop Heleen en Roel elkaar sluiks aankeken en Heleen onuitgesproken toestemming aan Roel gaf om te vertellen dat zij waarschijnlijk zwanger was. En nu, bijna negen maanden later is Has er.
En iedereen die van de rampspoed van Roel hoorde leefde sindsdien mee met de zwangerschap van Heleen en de toestand van Roel. Wachten op hoe het haar én hem zou vergaan?
Donderdag de elfde december waren Laura en ik vooral actief als hulp- en steuntroepen. Met Tuur naar de kraamafdeling in het Catharina. Een prachtige baby. Tuur begreep het nog niet zo. Vervolgens Tuur naar zijn nieuwe huis in Nuenen brengen, lunch, naar bed brengen. Daarna ging ik weer naar het ziekenhuis om de gelukkige ouders op te halen. Ze van de elfde verdieping naar hun auto te brengen. Dat viel niet mee. Een pas bevallen moeder in een rolstoel, met op haar schoot in een maxi-cosy haar Has-je. En Roel achter zijn rollator, voetje voor voetje. Het lopen gaat hem al enkele maanden steeds slechter af. En de macht in zijn vingers en handen is ook wel eens sterker geweest. Tante Toosje hielp ook mee; samen met haar wisten we de inmiddels aangekochte en meegezeulde opstapstoel van Roel in haar auto te frotten.
Vervolgens in Nuenen beschuit met muisjes; én Tuur, die zoals gewoonlijk met het ene na het andere prentenboekje kwam aanzetten: ‘Voorlezen!’
Laura bleef die avond en nacht in Nuenen achter. Het kon niet anders. Heleen is ondanks de vlotte bevalling toch ietwat verzwakt. De kern is dat Roel niet langer in staat is om zijn oudste én zijn jongste kind in of uit bed te tillen, te verschonen, te voeden et cetera. Tja, het is niet anders. Alle hulp is nodig en wordt graag geleverd. Familie, vrienden, collega’s. Roel en Heleen hebben in de loop van hun samenzijn een brede kring mensen om zich heen verzameld die hen willen helpen.
Rond half vijf ging ik zonder Laura naar huis en dacht dat ik nog wel even een boodschap in Uden kon doen.
Een dag eerder had ik een mailtje van de Noord Oost Brabantse Bibliotheken gekregen dat een door mij gereserveerd boek klaar lag. Dat bericht deed me om twee redenen goed. Ten eerste dat die titel überhaupt nog in de collectie zat! Ik vermoed dat dit in Nederland niet overal het geval is. Sluit aan bij mijn visie als (ex-)bibliothecaris dat in een ‘goede’ collectie titels worden gehandhaafd die om allerlei redenen tot ‘de’ canon worden gerekend, ook als die relatief weinig tot nooit meer worden uitgeleend. Mijn tweede gnuif-moment was dat het mij gelukt was dat boek tijdig te hebben gereserveerd. Ik vermoed dat er in de regio Noord Oost Brabant meer literatuurliefhebbers zijn die dit boek juist nú, in de komende weken, zouden willen gaan lezen.
Maandag luisterde ik naar de podcast van Maarten Rossem waarin hij zijn licht liet schijnen over Dracula van Bram Stoker. Sinds deze zomer stelt hij zijn luisteraars voor om samen een bepaalde door hem gekozen roman te gaan lezen. Dat leesavontuur begon met Animal Farm van George Orwell, daarna kwam Bougainville van F. Springer, en de derde was Dracula van Bram Stoker.

Aan het einde van zijn bespreking van Dracula stelde hij voor dat we in december Terugkeer naar Brideshead (Brideshead revisited) van Evelyn Waugh (uit 1945) gaan lezen. Eén van zijn argumenten daarvoor was dat hij de tv-verfilming uit 1981 tot een van de beste tv-series rekent die ooit zijn gemaakt. Iets dat ik kan beamen. Ik zag die serie in die tijd en heb de Engelse dvd thuis liggen en al meerdere keren bekeken.
Daarna gaan we als vijfde boek Buddenbrooks van Thomas Mann lezen. Een echte, én dikke klassieker.
Anyway. Ik besloot op weg naar huis even bij de Udense bibliotheek langs te gaan. En zette in de auto muziek aan. Een memorystick vol nummers van tientallen cd’s uit mijn eigen collectie. En wat kwam er op zeker moment voorbij?
Born free, in de versie van The Mighty Sparrow uit 1969.
Het origineel werd in 1966 gezongen door (slijmjurk) Matt Monro. Een liedje geschreven door de beroemde filmcomponist John Barry, met een tekst van Don Black. Zijn versie kreeg in 1966 de Academy Award for Best Original Song. Het was de titeltrack van een film van regisseur James Hill, over een jonge leeuw die door mensen wordt opgevoed, en op zeker moment weer terug de natuur in moet. Gaan leven volgens zijn natuurlijke aard. Geboren om vrij te zijn, om achter de gazellen aan te rennen en die op te eten.
En meteen toen ik dat favoriete liedje hoorde wist ik wat ik op het felicitatiekaartje van Has voor Roel en Heleen had moeten schrijven.
Toen Tuur bijna twee jaar geleden werd geboren had ik dat wel gedaan. Ik verwees in dat ‘betoog-je’ naar een song die wij op het geboortekaartje van Roel in 1988 hadden afgedrukt. In juli van dit jaar schreef ik daarover (Tuur trekt de wijde wereld in).
Maar die donderdagmorgen had ik geen inspiratie; en ook geen tijd, want we moesten met spoed met Tuur naar het ziekenhuis in Eindhoven. Zijn broertje gaan bekijken!
En toen kwam in de namiddag, terwijl het al donkerde, op weg naar Uden, Born Free voorbij. Een van mijn ’top-tracks’. Díe opening (schetterende trompetten), díe majestueuze stem (luister maar eens), díe lang aangehouden gezongen woorden, én zo kort (nog geen drie minuten). En niet vergeten: díe tekst.
Born Free
Tja. Born free. Dat gaat voor iedereen op. Toch? Alhoewel, als je op dit moment geboren wordt in (de) Soedan of Palestina. Vrij? Tja. In principe wordt elk kind free geboren. Alles ligt open. Alles is in principe mogelijk. Of niet?

De tekst van Don Black is kristalhelder. Iedereen met een klein beetje Engels kan het volgen, verstaat de meeste woorden en zal gedachteloos met de centrale boodschap (dat we are born free) instemmen. Maar de vraag is natuurlijk of het klopt.
Hieronder een poging dit liedje te duiden, en Has als het ware een boodschap voor zijn leven mee te geven.

BORN FREE, AS FREE AS THE WIND BLOWS
AS FREE AS THE GRASS GROWS
MORE FREE TO FOLLOW YOUR HEART
De teneur van de zinnen van Don Black is duidelijk: Leef alsof je vrij bent, dat alles mogelijk is. Dat niets jou kan stoppen. Leef zonder zorgen. Hij komt in het eerste deel aanzetten met twee metaforen (de wind, én het gras). Die beide ogenschijnlijk ‘leven’, alsof niets hen kan deren. De wind waait, blijft waaien; en het gras, dat groeit, blijft groeien.
Maar. Iedereen kan weten dat de wind alleen kan waaien als de lucht ergens op aarde wordt opgewarmd (meestal door de zon), en ergens anders iets-je minder. Waardoor er verschillen in luchtdruk ontstaan (denk in dit verband aan isobaren, die grillige strepen op weerkaarten) en je begrijpt dat daardoor ‘de wind’ waait, en er weinig sprake is van een vrije keuze. De wind is in dit verhaal een fenomeen dat bestaat dankzij ‘iets’ anders.
Hetzelfde gaat natuurlijk op voor dat gras. Dat alleen kan groeien in een bepaald milieu, op een bepaalde hoogte, en onder de juiste condities. Er is verdacht weinig gras in Death Valley of boven op de Mont Blanc.
Has zal, zoals iedereen, op zeker moment, en waarschijnlijk veel sneller dan hij zou ‘willen’, ervaren dat je niet alles kunt doen wat jouw ‘hart’ je influistert. Hij kan, net zomin als zijn ouders of wij, niet altijd zijn heart volgen. Maar het idee – die negatieve vrijheid – is wel zeer aanlokkelijk.
LIVE FREE AND BEAUTY SURROUNDS YOU
THE WORLD STILL ASTOUNDS YOU
EACH TIME YOU LOOK AT A STAR
Op het tweede couplet-je valt niets aan te merken. Het is wat mij betreft dé manier hoe in het leven te staan. Blijf je verwonderen, leer te bewonderen, blijf je ontwikkelen, ben leergierig… Neem nooit iets voor ‘normaal’ aan. Dat je in staat bent je steeds door alles wat het ‘mooie’ leven brengt, te laten verrassen.
Een ander favoriet liedje heeft diezelfde teneur: Sweet old world, geschreven en gezongen door Lucinda Williams én fantastisch gecoverd door Emmylou Harris. Alhoewel? Het gaat ook over zelfmoord; afscheid nemen van die sweet old world.
Het ultieme beeld van dat gevoel om open te blijven staan voor het nieuwe, het ontzagwekkende, het mooie in én van de wereld (en wat ‘die’ ons brengt) is, vermoed ik sinds de eerste mensachtigen honderdduizenden jaren geleden rechtop gingen lopen en naar boven kijken, ontzag voor de grootsheid van het heelal, en daardoor via een omweg de aarde, het leven. Het besef dat je deel uitmaakt van iets dat groter is dan jijzelf.
Ik hoop dat Has in zijn leven ook die prachtige regel dat beauty surrounds him gaat ervaren. Op dit moment kan ik alleen maar stellen dat iedereen om hem heen hem met beauty (en compassie, liefde, aandacht, en hoop dat het hem goed zal gaan) omringt. Hij heeft er op dit moment nog weinig besef van, maar het is er wel.
STAY FREE, WHERE THE WALLS DIVIDE YOU
YOU’RE FREE AS A ROARING TIDE
SO THERE IS NO NEED TO HIDE
Bovenstaande regels doen denken aan de tekst die we op het geboortekaartje van onze tweede zoon – Geert – lieten afdrukken: Come from the heart in de versie van de Amerikaanse singer-songwriter Guy Clark. Dat nummer werd geschreven door de vrouw van Clark – Susanna – en ene Richard Leigh. Het staat op zijn album Old friends uit 1988.
When I was a young man, my daddy told me
A lesson he learned, it was a long time ago
If you do have someone to hold onto
You’re going to have to learn to let go
en
You got to sing like you don’t need the money
Love like you’ll never get hurt
You got to dance like nobody’s watching
It’s got to come from the heart if you want it to work
Het gaat met name om de regels dat je (in je leven) moet dansen alsof niemand toekijkt; en je steeds blijven realiseren dat hét alleen KAN werken als je het vanuit je heart doet.
En niet teveel om andere, minder prozaïsche redenen (zoals aanzien, macht, fortuin et cetera).
En daar komt het in het derde couplet van Born free ook op neer. Realiseer je dat je als vrij mens tot grootste dingen in staat bent, want je hebt in potentie een ontzagwekkende kracht (like a roaring tide) om ‘dingen’ in gang te zetten, voor elkaar te boksen. Aanschouw die machtige branding, die jij zelf bent, zichzelf als het ware voortbrengt, die blijft komen, zich terugtrekt, maar onherroepelijk weer komt, en dat het niet nodig is om je daarvoor te schamen, om er van af te zien. Je bent born free, om dat te mogen doen.
Evident is dat Don Black niets moet hebben van het feit dat veel mensen er in hun leven voor ‘kiezen’ om de hun gegeven kracht (strikvraag: wie ‘levert’ die?) niet te benutten. Of niet mógen gebruiken. Denk in dit verband bijvoorbeeld nu aan die Afghaanse meisjes.

Ik kwam er trouwens vandaag pas achter dat The Mighty Sparrow in het liedje slechts één keer WALLS zingt, en iets verder op WARS. Een belangrijke constatering. The Mighty Sparrow leeft en werkt op Jamaica. Een eiland vol onrust, opstanden, zeg: oorlogen. Of anders gesteld: een land waar grote tegenstellingen zijn, vooral tussen exorbitant rijke en machtige mensen, en arme en kwetsbare sloebers; een samenleving vol muren. En wat doe je dan, met jouw vrijheid?
BORN FREE, AND LIFE IS WORTH LIVING
BUT ONLY WORTH LIVING
CAUSE YOU’RE BORN FREE
Een filosofiecursus
Het toeval wil dat ik sinds de zomer tien weken lang een filosofiecursus volgde en dat daar op zeker moment ‘iets’ voorbij kwam dat ik op mijn manier denk te kunnen koppelen aan Born free. Die cursus werd gehouden in Eindhoven; een initiatief van de HOVO.
Het was de derde cursus die ik bij dezelfde docent volgde: Nelleke Canters. De eerste keer stond de Canadese filosoof Charles Taylor centraal, dit voorjaar de Zuid-Koreaans/Duitse filosoof Byung-Chul Han en dit najaar de Franse filosoof Alain Badiou. In januari ga ik me samen met pakweg dertig andere cursisten verdiepen in het gedachtegoed van Ton Lemaire.
Dit najaar stond Alain Badiou centraal; die ik alleen van naam kende. Hij is net als Charles Taylor negentig plus, en leeft nog steeds. En het toeval wil dat het de laatste weken, in de weken voordat Heleen uitgerekend was en ‘onze’ Has op komst, vaak ging over zijn gedachten over het jonge kind, en hoe dat ‘leeft’ tussen twee werelden.
Nelleke gaf aan dat Badiou hier voor een deel ‘geshopt’ had bij Jacques Lacan, een Franse psychiater en psychoanalist. Die heeft het over de imaginaire orde, de symbolische wereld en het reële, of op zijn Frans ‘le réel’.
Iedereen weet dat een pasgeboren kind geen weet heeft van zichzelf, en zich pas na verloop van tijd gaat realiseren dat hij zogezegd ‘bestaat’.
Volgens Badiou leeft ‘de mens’ vanaf een bepaalde leeftijd bijna altijd in de symbolische orde. Dat klinkt een beetje verwarrend. Hoezo: ‘symbolisch’. Wij volwassenen leven in een alledaagse wereld die we ‘normaal’ vinden én alles daarin lijkt maar al te echt (op zijn Frans: Réel). En die alledaagse wereld noemen Lacan én Badiou de symbolische orde.
Onze ‘normale’ wereld is echter zó normaal dat we amper meer in de gaten hebben dat die wereld op een bepaalde manier alleen kan bestaan omdat we van ‘alles’ een symbool maken. Zonder die symbolen (denk in dit verband vooral aan de taal, de woorden) zou bijna alles dat ons omringt niet hanteerbaar, kenbaar, werkbaar zijn. Het is voor ons volwassenen ook onmogelijk terug te keren naar die oorspronkelijke, imaginaire wereld; een wereld waarin ook het ‘réel’ gesitueerd is.
In de wereld van het ‘onnozele’ kind zijn er nog geen symbolen. Ze zijn er natuurlijk wel, maar hij of zij heeft er nog geen kennis van. Opgroeien betekent dat mensen om zo’n hummel heen meteen na de geboorte beginnen met hem of haar die symbolische wereld in te ’trekken’. Dat doen ze zelden bewust, maar het proces start wel meteen na de geboorte.
Uiteraard brengen Lacan, Badiou én Nelleke het beroemde beeld naar voren van wanneer zo’n opgroeiend mensje zichzelf voor de eerste keer in een spiegel ziet, en zich realiseert dat hij een IK is. Net zoals er om hem heen andere ikken zijn.
Impliciet ‘zeggen’ Lacan en Badiou (en vele andere denkers, wetenschappers) dat het maar zeer de vraag is of dé mens vrij is. Vrij kan zijn. We zijn allemaal door de fase heengegaan die de komende jaren voor onze Has in het verschiet ligt. Om het in onze wereld te kunnen bolwerken moeten we die imaginaire wereld – waarin volgens Lacan en Badiou ‘le réel’ zogezegd ‘huist’ – verlaten, en weet krijgen van hoe het er in de symbolische wereld aan toe gaat.
Kern van mijn betoog is dat we als jong mens oneindig vrij zijn, en we nog niet ‘gebonden’ zijn door alles wat we in de normale, symbolische wereld ‘normaal’ (zijn gaan) vinden. We worden dus inderdaad free geboren. Zijn ongebonden. Hebben geen weet van welke symbolische orde dan ook én wat daar voor normaal wordt gehouden.
En iedereen die beweert dat hij of zij daar boven staat, moet even denken aan een gezond Chinees en Hollands kind. Van pak em beet zes jaar, in groep drie van het basisonderwijs. Een Hollands kind weet op dat moment dat de letters A B C D et cetera ‘iets’ betekenen, en dat je door die te combineren er woorden ontstaan: Aap, Noot, Mies, of tegenwoordig: Pop, Hek, Bus…

Op een Chinese basisschool leren kinderen evengoed lezen en schrijven, maar daar is geen sprake van A B C D enzovoorts. Nee, daar draait het om het aanleren van karakters. Die voor ons, aan deze kant van de wereld nul betekenis hebben.

Een ander voorbeeld dat ik in dit verband vaak gebruik is het feit dat er bij de Eskimo’s (beter ‘woke’ gezegd: de inuit) verdacht weinig kinderen geboren worden en leven die behoren tot de streng bevindelijke tak van het protestantisme. Nee, elk geboren kind wordt onherroepelijk door zijn omgeving als het ware ingelijfd in wat in die samenleving of groep normaal wordt gevonden. Wat hoort, of niet hoort. Hoe je een ding met vier poten en een blad waarop je je eten kunt uitserveren noemt.
Born free. In een wereld die het waard is om in te gaan leven. En laat je vooral verrassen door alles wat die mooie wereld te bieden heeft. En dat jij je daarin kunt onderscheiden, dat jij je met jouw roaring tide dingen in gang kunt zetten. Maar…
Maar hoe je het ook went of keert, je zult altijd een kind, een adolescent, een volwassenen worden die deel wordt van een samenleving die dit of dat normaal vindt, en andere dingen afwijst, raar vindt. En om dat te kunnen ‘benoemen’ maak je gebruik van de taal van de groep waarin jij puur door het toeval bent geboren. Je had daar niets over te zeggen, dus kom niet aan met dat je vrij bent.
Documentairemaker Raoul Martinez noemt dat The Lottery of Birth en schreef een prachtig, dik boek over (die) vrijheid. Ik schreef er eerder over: Empathie: Laten we vechten om de wereld te bevrijden, weg met nationale grenzen, hebzucht, haat en intolerantie (augustus 2017)
Anderzijds
Born free blijft een prachtig liedje, met een hoopvolle toon. Als jong mens ligt de wereld voor je open, die prachtige wereld. Je hebt op dat moment nog geen weet van een imaginaire of symbolische orde, laat staan le réel. Dat is iets voor later. Sterker: de meeste volwassenen denken er nooit over na, en zullen die begrippen ook nooit tot zich (kunnen, willen) nemen. Daar is niets mis mee.
Anderzijds, het kan ook niet verkeerd om wél weet te hebben van hoe een andere filosoof, een filosofe over de mens nadacht: Hannah Arendt. Ik wil in relatie tot het liedje Born free twee dingen aan Has meegeven: amor mundi én het begrip nataliteit.
Amor mundi
Pas op latere leeftijd kreeg ik door dat Hannah Arendt op zeker moment een pleidooi voor amor mundi hield. Liefde voor de wereld. Een prachtig begrip, dat ik naadloos kon betrekken op hoe ikzelf al lange tijd tegen de wereld aankeek én kijk.
De kern daarvan is wat mij betreft dat je jezelf er steeds van bewust bent dat jij niet het centrum van de wereld bent, dat je daar deel van uitmaakt en dat je ‘alles’ moet doen om daar positief aan te blijven bijdragen. Het staat haaks op het wereldbeeld van anderen die vooral denken dat het in eerste instantie om hun welbehagen draait. Dat de wereld om hen draait, en dat als je in het leven niet succesvol bent dat aan je zelf ligt, want je had toch ‘iets’ harder kunnen werken, of ‘dingen’ anders kunnen doen; opdat je wel succesvol in het leven was geworden. Maar wat betekent succes?
In wezen botsen hier twee vrijheidsbegrippen: de negatieve en positieve vrijheid (‘van’ Isaiah Berlin).
Isaiah Berlin, een Engelse filosoof, zal, vermoed ik, bekend blijven als degene die deze twee vormen van vrijheid als eerste beschreef en benoemde. Maar in wezen ‘hingen’ die begrippen al veel langer in de lucht, maar hij beschreef ze in 1958 in een lezing (Two Concepts of Freedom), dat in 1996 in Nederland verscheen als Twee opvattingen van vrijheid.
Het lastige met die twee begrippen is dat in beide woorden (positieve en negatieve) meteen een waardeoordeel ligt opgesloten. Lastig, want Berlin zelf vond tot op zekere hoogte dat ‘dé’ negatieve vrijheid voor hem belangrijker (zeg: waardevoller, of meer nastrevenswaardig) was dan ‘dé’ positieve. Daarover kun je echter van mening verschillen; zeker, of ook in relatie tot het liedje Born free.

Negatieve vrijheid is de vrijheid waarin je vrij bent van invloeden van anderen. Dat jij als mens zelf bepaalt wat belangrijk is, hoe te leven. Dat jij zelf de keuzes maakt die gemaakt moeten worden. Of keuzes die jij neemt los van hoe anderen erover denken.
Er zijn binnen dit denkkader geen belemmeringen; die jij zelf stelt of die de samenleving je als het ware oplegt. Het is kort door de bocht redelijk naïef, want iedereen kan weten dat elk mens altijd gebonden is aan hoe dingen binnen zijn of haar wereld zijn geregeld; of je het nu leuk vindt of niet.
Positieve vrijheid staat daar haaks op. Mensen die deze vorm zogezegd proberen na te leven weten dat ze nu eenmaal binnen een bepaalde wereld, met min of meer ‘normale’ grenzen leven, en dat je binnen die kaders moet proberen er het beste van te maken. Voor jezelf, maar nadrukkelijk ook voor de ander(en).
De globale teneur van Born free neigt naar negatieve vrijheid. Je bent nu eenmaal vrij (geboren) en because (DAAROM) mag jij alles (gaan) doen. Hoezo: daarom?
Mag jij in die beautiful world ‘alles’ gaan doen? Leven alsof je de wind of het gras bent? Je hebt een gigantische kracht (bij geboorte) meegekregen: die roaring tide. Moet je er daarom gebruik van gaan maken? Tot elke prijs? Kortom, leven alsof alles kan én mag.
Don Black, de tekstschrijver, realiseert zich niet dat er met die gigantische vrijheid ook een gigantische verantwoordelijkheid meekomt. Dat je als je jezelf dat realiseert, je niet ‘alles’ wat je zou willen, ook moet doen. Het siert de mens – in mijn optiek – door daar soms, in voorkomende gevallen, van af te zien. Sterker, hier komt dat andere begrip van Hannah Arendt om de hoek kijken: nataliteit.

Nataliteit
Iedereen die geboren wordt, wordt er als het ware toe veroordeeld om deel te gaan uitmaken van de wereld die jou omringt; noem het een gemeenschap. Een groep mensen én andere wezens met wie jij het een flink aantal jaren zult moet leren te stellen. Je kunt hen zien als wezens die er zijn om het jou naar de zin te maken, of als wezens waarmee je in mindere of meerdere mate in harmonie wilt optrekken én voor wie je je wilt (gaan) inzetten.
Hannah Arendt bedoelt met het begrip nataliteit dat elk mens het vermogen heeft om iets positiefs aan zo’n gemeenschap te gaan bijdragen. Overdreven gesteld: hij of zij kan ‘iets’ nieuws aan het geheel gaan bijdragen. Waar ‘de groep’ als het ware als geheel beter van wordt.
Hannah Arendt geeft verreweg de voorkeur aan mensen die opteren voor bijdragen aan het geheel, en heeft minder op met medemensen die vooral opkomen voor hun eigen, kleine, privé belangen. En dat laatste vaak ten koste van anderen. Denk nu aan een Jeff Bezos, Elon Musk, Donald Trump of Caroline van de Plas. Draag je bij aan het positief verbeteren van de wereld, of opteer je voor kleine deelbelangen?
Tot slot – Rutger Bregman
Het toeval wil dat afgelopen zaterdag Rutger Bregman geïnterviewd werd door de NRC.
Daarvoor waren twee redenen: zijn in 2024 verschenen boek Morele ambitie : stop met het verspillen van je talent en maak werk van je idealen én het feit dat hij een instelling heeft opgericht.
Op deze School for Moral Ambition worden jonge, hoogopgeleide mensen ‘klaargestoomd’ om te gaan bijdragen aan initiatieven om de wereld substantieel te gaan veranderen, beter: te gaan verbeteren.
En ‘beter’ wil hier niet zeggen: nog meer winst, nog meer status, nog meer aanzien dat rijke mensen krijgen (domweg omdat zij rijk en machtig zijn).
Nee, het draait om de vraag hoe je jouw talenten gaat inzetten om de wereld beter, mooier te gaan maken. Niet om jouw eigen ego of de omvang van jouw bankrekening. Nee, jouw talenten zodanig inzetten dat de wereld beter wordt, er nieuwe ‘dingen’ tot stand komen, er ‘iets’ nieuws geboren wordt. Kortom: Born free om iets te doen wat te maken heeft met ‘die’ nataliteit van Hannah Arendt. En je doet het vanuit amor mundi.
En je blijft je realiseren dat je ook had kunnen doen wat de meeste hoogopgeleide slimme mensen doen, namelijk in eerste (en vaak laatste) instantie opkomen voor jouw eigen kleine, en zeer private belangen.
Maar waar vecht jij voor?
Ergens aan het eind van het interview wordt deze vraag door Mark Lievisse Adriaanse (trouwens de auteur van Wat iedereen aangaat : hoe de democratie wordt afgebroken en hoe we haar vernieuwen) gesteld. Rutger Bregman zegt vervolgens:
‘Ik moet vaak denken aan iets wat Karl Marx ergens heeft geschreven, dat het socialisme geen antwoord biedt op de complexiteiten van het leven. Dus als jij ruzie hebt met je vriendin, dan heeft het socialisme daar geen antwoord op. Maar wat het socialisme wel kan bieden, is de basisvoorwaarden waaronder mensen überhaupt de ruimte hebben om hun leven aan te gaan: bestaanszekerheid, onderwijs, gezondheidszorg, tijd en ademruimte. Zodat we het leven ten volle kunnen leven, onszelf kunnen ontplooien. We hebben daar nog maar een fractie van gerealiseerd. In die zin ben ik een klassieke sociaaldemocraat die sterk gelooft in positieve vrijheid. Waarin alles een rol speelt: van stedelijk ontwerp tot sociale zekerheid tot de institutionele inrichting van de zorg. We zijn met een sociaaldemocratisch project bezig.
‘Morele ambitie‘, zegt Bregman, ‘gaat namelijk over je bereidheid om de groep waarvoor je verantwoordelijkheid voelt steeds verder uit te breiden.‘
Dus Has, volgen Rutger Bregman én je opa, is er nog steeds meer dan ooit behoefte aan jonge mensen die ons en de wereld gaan helpen om het nog more beautiful te gaan maken. ‘Helaas’ voor jou, mij en de wereld, moet jij nog even door die eerste jaren heen (zeg: die imaginaire orde). Om, als je in de symbolische orde (ónze symbolische orde) bent aanbeland met open ogen naar die wereld gaat omzien én wellicht met ideeën komt om die wereld nog mooier te gaan maken. Of wij – ik, jouw oma, jouw lieve vader en andere geliefden – er dan nog zullen zijn, doet er in wezen niet zo veel toe.
Ook jij zult leren dat het leven op deze plek die astounds you een doorgangshuis is. Je bent hier even; je kwam uit het niets, en gaat er ooit naar terug. En anderen nemen de fakkel over; en je gunt anderen dat zij ook ooit betoverd raken door die regels uit Born free
LIVE FREE AND BEAUTY SURROUNDS YOU
THE WORLD STILL ASTOUNDS YOU
EACH TIME YOU LOOK AT A STAR

Een klein besluit
Terwijl ik het artikel over Raoul Martinez op dit blog zocht, kwam ik een ander artikel tegen. Over een ‘kinder’film die ik in 2019 ontdekte: Wat gaat er in het hoofd om van je kind?
Die film gaat nadrukkelijk níet over de fase waarin onze Has zich nu bevindt, maar wel over pakweg vijf jaar. De kern daarvan is dat in elk van ons emoties schuilen die ons gedrag bepalen. Emoties die zó sterk zijn dat zich de vraag aandient of wij überhaupt een eigen wil hebben, en of wij wel vrij geboren zijn.
Born free????

Aanvulling vrijdag 16 januari 2026 (1)
Kort na de geboorte van Has kwam ik per ongeluk bij een oude, mij geliefde plaat terecht. Op Big science uit 1982 staat het nummer Born, never asked. Met daarin onderstaande, opbeurende woorden. Kenmerkend voor hoe Laurie Anderson in het leven staat, en daar op haar manier typerende ‘songs’ van maakt.
You were born.
And so you’re free.
So happy birthday.
Aanvulling op vrijdag 16 januari 2026 (2)
Terwijl Has zogezegd ‘in de maak was’, wist ik dat er begin 2026 een nieuw ‘boek-je’ van de Zuid-Koreaans/Duitse filosoof Byung-Chul Han zou uitkomen. Ik haalde het vandaag op bij boekhandel Spijkerman in Eindhoven: Spreken over God : een dialoog met Simone Weil. In het voorjaar van 2025 volgde ik een tiendaagse cursus over deze filosoof; en las verschillende boeken van hem.
Byung-Chul Han laat zich zeer kritisch uit over de samenleving waarin we leven. Hij stelt dat we niet langer in een disciplineringsmaatschappij leven, maar in een neoliberale maatschappij waarin we onszelf als het ware tot slaaf maken. Hij bezigt in dit verband het woord regime. En in een regime wordt geheerst, onderdrukt, iets afgedwongen. Het bijzondere daarvan is dat we dit in onze tijd en omgeving zelf doen. Er is geen Hobbiaanse Leviathan of andere sterke heerser meer voor nodig. We zijn ‘zo vrij’ geworden, dat we in alle vrijheid onvrije dingen doen.
Tja, nog iets voor Has en anderen om hem heen om over na te (gaan, of blijven) denken.





















