Dat Roel op de laatste dag van februari met een cd kwam aanzetten was geen verrassing. Hij had aangekondigd dat die cd bijna klaar was, en een dezer dagen zou worden uitgeleverd.
Een verrassing was wel de titel. Opmerkelijk. Goed gekozen.
Ik had al vele jaren eerder de diepgang van die zin – die titel – kunnen oppikken. Maar, ik had die regel uit een favoriet liedje van The Milk carton kids zogezegd ‘gemist’, Maar, dat is wat mensen doen. Iedereen pikt slechts een deel op van wat op je afkomt. En er moet iemand voorbijkomen die je attent maakt op iets waardevols. In dit stuk wil ik proberen duidelijk te maken hoe wel gekozen die titel is, en hoe deze cd wellicht troost kan bieden.
Kort nadat Roel op 18 maart 2025 het nieuws kreeg dat hij waarschijnlijk ALS had, nam Frans, zijn muzikale buddy, het initiatief om ergens in Gemert een studio te boeken. Om opnames te maken van liedjes die zij sinds 2012 hadden geoefend en gespeeld. “Spelen, nu het nog kan!” Tja, het is niet anders, met die vervelende ziekte. Die opnames werden op dinsdag 10 juni 2025 gemaakt. Mark de Groot, een kennis van Frans, zat aan de knoppen. Frans vond dat er aan diens mix gesleuteld kon en moest worden; Hij ging zelf aan de slag. Waarschijnlijk óók omdat hij het een interessant klusje vond en vindt. Ik vermoed dat die inspanningen zich later nog (wel eens) zullen uitbetalen.
Het was niet de eerste keer dat Roel betrokken was bij het maken van een cd. Ruim vijf jaar geleden kwam hij op mijn vijfenzestigste verjaardag aanzetten met een mini-cd (The corona tapes – niet in de handel, noch op een streamingsdienst). Waarop hij vijf liedjes had opgenomen die hij regelmatig samen met Frans had geoefend en gespeeld. Dat was toen wel een grote, aangename verrassing.
Beide jongens kwamen elkaar zo rond de eeuwwisseling voor het eerst tegen. Twee pubers die op een middelbare school in Gemert zaten, en muziekles kregen op de lokale muziekschool. Frans drumde en Roel volgde pianolessen bij Berry van Oort. Beiden werden thuis grootgebracht met muziek. Beide vaders draaien de hele dag door cd’s! De meest uiteenlopende genres kwamen en komen voorbij.
In die tijd liepen beide jongens weg met muziek die hun vaders niet konden of wilden appreciëren. Beter gezegd: die ze geen kans gaven. Roel en Frans waren geen opstandige pubers, maar tot pakweg hun achttiende jaar wilden zij zich – in mijn optiek – op hun manier afzetten tegen ‘de smaak’ van hun vaders. Zeker is wel dat op zeker moment Frans meer wilde dan alleen maar drummen. Hij leerde zichzelf gitaarspelen. Kocht ook al snel een mondharmonica, want daarmee kun je je spel als het ware ‘aankleden’. En Roel ging datzelfde doen, zonder te weten dat Frans daar ook mee bezig was.
Het was onvermijdelijk dat ze dat ooit tegen elkaar kenbaar zouden maken. En daarna kwam van het een het andere.
Op zeker moment gingen ze samen oefenen. In die tijd woonden ze al niet meer thuis. Pieter, een gemeenschappelijk vriend van de vaders én zelf een gitarist/zanger, kreeg hen zo ver om eens na te gaan nadenken over optreden voor een publiek. Dat gebeurde – hoe treffend – voor de eerste keer in september 2014, tijdens de zogenaamde Gemert markt. In de openlucht, ergens voor de kerk. Drie liedjes, Een traditional, iets van Jake Bugg én The Milk carton kids. Toen ál.
En iedereen die erbij was – nou ja, niet iedereen, want tijdens zo’n markt sjokken duizenden mensen ongeïnteresseerd voorbij – was aangenaam verrast. Hoe goed hun stemmen bij elkaar pasten. Hoe virtuoos ze speelden. Maar vooral door de nummers die ze speelden. Van muziek die ze in hun puberjaren mooi vonden was geen sprake meer. Nee, alle liedjes die ze speelden kenden hun vaders. Sterker: veel tracks hadden ze thuis vaak gehoord.
Op de een of andere manier was hun smaak van grunge/metal (“OOOEEEEEEH!” of “AAAAAAAAARRRRRRRRGGGGGGGGGG!”) verschoven naar singer-songwriter-materiaal (denk aan Americana, folk, luisterliedjes).
Ik weet niet precies meer hoe, wanneer en vooral waarom, maar zeker is dat ze hun muziekavontuur serieus namen: beiden namen op zeker moment aanvullende gitaar- én zanglessen. Roel in Eindhoven bij een zangleraar en in Beek en Donk nam hij gitaarles bij een oude kennis, Jan Vlemmings. Dat betaalde zich uit.
Ergens in die tijd kwam het idee op om zich als duo te gaan presenteren. Twee jonge mannen die bereid waren om tegen een kleine vergoeding enkele liedjes te komen zingen. Maar dan heb je een naam nodig. Zo ontstonden de Mockin’ minstrels.
Zeg maar minstrelen die (de zaak komen) bespotten. Zoek er niet té veel achter. In de kern zijn het twee mannen die er al spelend achter kwamen dat hun stemmen mooi op elkaar aansluiten. En in die liedjes begeleidden ze zich in die eerste jaren vooral op gitaar. Later kocht Frans een mandoline, om af en toe een ander geluid aan het geheel te kunnen toevoegen. Ook bracht hij als drummer af en toe percussie-dingen mee die hij met zijn benen en voeten kon bespelen, terwijl hij ondertussen (ook nog) gitaar speelde. Oh ja, en af en toe kwam de mondharmonica voorbij. Good old ome Bob, een grote held van beide vaders, is er ook groot en bekend mee geworden!
Die stemmen
Wat de Mockin’ minstrels doen is niet uniek. Er zijn meer mannelijke duo’s geweest die ongeveer hetzelfde deden. Het bekendste duo voor het grote publiek is waarschijnlijk Simon & Garfunkel.
Maar ik noem hier nadrukkelijk ook The Delmore brothers, The Louvin brothers, The Everly brothers én The Milk carton kids.
De Delmore brothers waren actief en bekend in de jaren dertig en veertig. De Louvin brothers in de jaren vijftig en vroege jaren zestig. Luister vooral naar hun relatief korte plaat Tragic songs of life (uit 1956) én (vooral) Satan is real (uit 1959). The Everly brothers waren waanzinnig populair en succesvol in de tweede helft van de jaren vijftig en het begin van de sixties; voordat bands als de Beatles en de Rolling stones de ‘macht’ zogezegd overnamen.
En dan komen in het begin van de jaren tien van deze eeuw The Milk carton kids op. Ze kregen/krijgen weinig waardering van ‘de critici’. Mijn idee is dat snobistisch ingestelde popjournalisten weinig van dit duo moeten hebben omdat ze – hoe verrassend! – niet vernieuwend zijn.
Je kunt ze gemakkelijk afdoen als de zoveelste nieuwe Simon & Garfunkel-spinoff. En daar zit zeker wat in. Vernieuwend is het niet. Maar ze hebben de afgelopen vijftien jaar meerdere – zoals Pieter pleegt te zeggen – bloedmooie liedjes gemaakt. En hun teksten zijn in mijn optiek meer dan bovengemiddeld. Daarbovenop komt dat Kenneth Pattengale een erg goede gitarist is; en Joey Ryan een prima begeleider is, met een ‘goddelijke’ stem.
Ik heb stiekem de hoop dat met name Roel de Milk carton kids ergens bij ons thuis in 2013 heeft leren kennen omdat in dat jaar hun cd The ash & clay mijn plaat van het jaar werd. Dat wil zeggen: in dat jaar was die plaat de cd die ik in dat jaar het vaakst heb opgezet. Om precies te zijn: 113 keer. Zeg maar gemiddeld twee keer per week.
Een jaar later was Hope of a lifetime van The Milk carton kids van het album The ash & clay één van de drie nummers die Roel en Frans op die Gemertse jaarmarkt speelden. En ze zijn deze groep trouw gebleven. Dat snap ik. Los van het feit dat het mooie, opmerkelijke liedjes zijn, vergt het ook de nodige oefentijd om ze onder de knie te krijgen. Lekker om daarmee bezig te zijn! Uiteraard moet je ook lang oefenen om twee mannenstemmen zo mooi als die van The Milk carton kids te laten samenvloeien.
Een misverstand
Mocht u denken dat Roel en Frans alleen songs coveren die voor en door mannenduos’zijn geschreven, dan vergist u zich. Door de jaren heen hebben ze ook veel songs gespeeld die voor een band werden geschreven. Ik noem The Byrds, The Old Crow Medicine show of The Lost brothers. Dat trouwens ook een duo is. Ook hebben beide jongens hun specifieke lievelings-solo artiesten.
Een van de aangenaamste verrassingen was dat Roel op zeker moment, out of the blue, zomaar op een zonnige julidag in onze tuin een liedje speelde van Townes Van Zandt.
De artiest die ik met het pistool op de borst als mijn favoriete muzikant beschouw. Ik zie hem als een tegenhanger van mijn favoriete klassieke componist: Franz Schubert. Townes is in mijn ogen net iets-je groter.
Franz Schubert wordt terecht, algemeen beschouwd als de grootste Lieder-componist. Hij vond het genre zogezegd uit. Neem een mooie tekst (noem het een gedicht), schrijf er muziek voor en voer het uit. Dat deed Schubert in zijn ’topjaren’ in de jaren twintig van de negentiende eeuw in Wenen en omstreken. Wel kon hij in tegenstelling tot Townes die muziek opschrijven. Townes kon daarentegen iets wat ‘onze’ Weense Franz niet kon: zijn eigen teksten schrijven. Die ik als niet-poëziekenner als gedichten beschouw.
Op de eerste cd die Roel maakte (de eerder genoemde The corana tapes) stonden zijn versies van twee songs van Townes Van Zandt: St. John the gambler én Rake. Ook een liedje van Rodney Crowell – Wandering boy van het album The Houston kid, over twee broers die uit elkaar zijn gegroeid, maar het noodlot (een van hen krijgt aids) brengt hen weer samen – nam hij op. Een gitaarsongs met een lange, lyrische gitaarsolo. Artikel: Empathie in 3 liedjes (juli 2013)
Ook betoonde hij eer aan een Amerikaanse artiest die in Londen terecht kwam, en met enige hulp van Paul Simon (!), in 1965 een inmiddels legendarische titelloze plaat opnam: Jackson C. Frank. Van die plaat nam hij My name is Carnival op.
On the mend – Aan de beterende hand
Voor degenen die Roel niet kennen, hij heeft een optimistische aard. Ziet altijd het positieve in de ander, de werkelijkheid. Kan als geen ander mensen opbeuren die in de put zitten. Die karaktertrek is met de komst van ‘zijn’ ziekte niet verdwenen. Sterker: vaak troost hij mensen die hem nabij zijn en ‘het’ even niet meer zien zitten.
Ik heb hem niet gevraagd of hij zich realiseert wat de titel van de song waaruit ze titel van hun cd hebben ‘getrokken’, wat die titel (On the mend) in het Nederlands betekent. Maar het past wel bij zijn optimistische aard, terwijl hij als geen ander weet hoe vervelend zijn ziekte kan uitpakken.
De laatste twaalf maanden is één ding zeker geworden: hij is niet aan de beterende hand. Integendeel. Het verval van zijn lichaam zet door. Wel is er nog steeds de hoop dat een internationaal onderzoek waaraan hij deelneemt er toe kan leiden dat de ziekte als het ware wordt stilgelegd. De aanslagen die op zijn lichaam zijn gedaan (in wezen door zijn eigen lichaam) kunnen door dat experimentele medicijn niet worden teruggedraaid. Maar wellicht wordt het afbraakproces gestopt, en kan hij zijn leven met de nodige hindernissen voortzetten.
Zoals reeds gezegd heb ik de cd waarop On the mend staat (The ash & clay) grijsgedraaid. En ik vermoed Roel en Frans ook. Niet de cd, maar streamend. Jongelui kopen geen cd’s meer! Zeker is ook dat ze dit nummer in de eerste jaren van hun samenzijn nog niet in de smiezen hadden. Wel begrijp ik van Roel dat Frans al enige tijd thuis op zijn prikbord de regels What matters moves around us had hangen. Frans heeft net als Roel twee kinderen en een vrouw. En toen ze een titel voor hun eerste gezamenlijke plaat moesten kiezen kwam deze bovendrijven.
Zoals elke goede songtekst is het nog niet zo eenvoudig om uit te leggen waar On the mend over gaat. Anders gezegd: je begrijpt wat er staat; kunt de Engelse woorden overbrengen naar het Nederlands, maar begrijpen wat de Milk carton kids met deze song willen zeggen. Geen idee!
Alhoewel. Al in de zomer van 2023 ontdekte ik dat in dit liedje een flard van een regel zit die mij erg aanspreekt: there’s no God here to believe.
In tegenstelling tot Roel en Frans zijn mensen uit onze generatie, onze omgeving opgegroeid toen er nog massaal geloofd werd. In onze streken waren ‘we’ rooms-katholiek. Gingen braaf elke zondag naar de kerk. Deden zoals dat heet onze eerste communie, het vormsel én trouwden zelfs nog voor de kerk.
Maar tussen dat vormsel en het trouwen (pakweg tien jaar later) verloor ik mijn geloof dat er een god was, er een leven na dit leven zou zijn en kwam tot de conclusie dat een geloof alleen bestaat omdat er rituelen zijn. Dat we in 1981 – inderdaad dit jaar 45 jaar geleden! – nog voor de kerk trouwden was niet omdat we toen nog in ‘onze’ god of willekeurig welke andere god, dan wel goden (mv) geloofden. Nee, we trouwden op een mooie lentedag in april om onze ouders te vriend te houden.
Die rituelen op zich zijn vaak mooi en bijzonder (in de weken voor Pasen luister ik bijvoorbeeld wekenlang bijna obsessief naar opnames van de MP van Bach, en een ‘stukje’ Arvo Pärt is op zijn tijd prima), maar het heeft niets te maken met het feit dat er een god (of goden) zouden zijn, en dat die invloed hebben op ons leven, óf die na onze dood beslissen hoe het met ons in de eeuwige dood zal vergaan.
Veel mensen hebben het idee dat iemand die zeg tachtig jaar oud mag worden, een lang leven heeft gehad. Zelden realiseren mensen zich hoe lang eeuwig is.
Je moet er niet aan denken dat je eeuwig voor de troon van een Jezus, Wodan, Zeus, of een heilige paarse theepot die in een baan tussen Mars en Jupiter zijn rondjes draait, de lof moet zingen. Of ‘voortleven’ met mensen die voor en na jou leefden. Zelfs niet met jouw geliefden.
Ongeveer daarom bleef alleen die zin uit dat prachtige On the mend bij mij ‘plakken’. Dat die regel vergezeld wordt door een zin die vele jaren later terecht zou komen op een cd, tja: de wereld blijft ons verrassen.
Het bewuste couplet is
I could say that for a moment it all made perfect sense
No one holding posture, nothing heaven-sent
hold the hand that leads you there’s no God here to believe
what matters moves around us in the air we breathe
Een mogelijke vertaling:
Houd de hand vast die je leidt, er is hier geen god om in te geloven
Wat ertoe doet, beweegt om ons heen in de lucht die we inademen
Beide duo’s leven in de veronderstelling dat er geen God is die op de een of andere manier effect heeft op hun leven. Niet ten goede, noch ten kwade. God bestaat, maar alleen als begrip, idee, maar in werkelijkheid is het allemaal projectie. Nee, als mensen zijn we ‘veroordeeld’ tot het feit dat we in deze wereld worden getrapt, en dat we die op zeker moment ook weer achter ons zullen moeten laten. En cruciaal is dat als we die wereld verlaten er niemand zal zijn die in de tijd daarna weet zal hebben van zichzelf, dat hij of zij ooit op planeet aarde heeft geleefd. “Je komt uit niets, en gaat er onherroepelijk ooit naar terug!”
Tja, en dan komen die regels: what matters moves around us.
Bespaar jezelf, terwijl je in dit aardse tranendal dan wel ‘hemel’ rondloopt, het nadenken of piekeren over de tijd na jouw verblijf op deze planeet. Maak je druk om degenen die NU en HIER om jou heen lopen. Daar gaat het om.
Cirkels, cirkels
Dit liedje, én de ziekte van Roel maakt duidelijk dat mensen alleen kunnen bestaan omdat er mensen om hen heen zijn. Vanuit Roel geredeneerd: Heleen, Tuur en Has, twee stel ouders, broers en zussen van twee kanten, vrienden uit Gemert, vrienden van de TUE, vrienden uit Eindhoven, vriendinnen van Heleen, collega’s van Jouwweb (het bedrijf dat hij met Wouter, een niet zo muzikaal maatje, oprichtte), vrienden van hun ouders, broers en zussen van hun ouders, mensen van de kinderopvang, medewerkers van veel, veel medische clubs die zich over hem en zijn gezin ontfermen…
En die cirkels treffen elkaar. Af en toe. Ik kom er nog op terug.
Een dooddoener van jewelste, maar… Maar desalniettemin waar. Velen van ons denken vrij te zijn, dat de wereld om hen draait. Dat als je succesvol bent je dat verdient hebt, want je hebt het toch maar mooi zelf gedaan. En als loser kun je ook alleen maar jezelf verwijten dat het leven niet gelopen is zoals je hoopte.
Helaas is voor dit soort ‘liberalen’ de werkelijkheid anders. Iedereen wordt in meerdere of minder mate ALTIJD omringd door cirkels van mensen. En in dat centrum sta jij zelf. Per definitie. En kunt daarom gemakkelijk in de illusie (voort)leven dat ‘de wereld’ om jou heen draait. Iedereen die in een van die tientallen cirkels zit ken jij immers. Vaak goed, veel vaker vluchtig of amper. Maar zeker is dat als er stront aan de knikker is die cirkels als het ware gewogen worden. Dán zal blijken hoe sterk die cirkels om jou heen waren.
Bessie Smith zong al (weer) bijna een eeuw geleden een liedje van ene Jimmy Cox: Nobody knows you when you’re down and out. Op woensdag 15 mei 1929 nam ze het op.
Roel & Frans, Kenneth & Joey, beiden op hun eigen manier, voelen aan dat dit WAAR is. Het leven, een leuk, succesvol, goed leven draait om hoe jij je tot anderen dichtbij, dan wel iets verder weg verhoudt. Uiteraard kun je ‘hét’ geluk ergens anders zoeken: een vakantie in Nieuw-Zeeland, een nog grotere SUV, extra aftrekposten zoeken om de belasting nog meer te tillen, afgeven op asielzoekers, vluchtelingen en/of migranten omdat ze een afwijkend kleurtje hebben… Maar, als het er écht op aankomt dan doen die zaken er niet al te veel toe. Wees blij dat er mensen in allerlei cirkels om jou heen bewegen die er nu én hier, juist nu en hier er zijn!
Voor alle duidelijkheid: de jongens die ik hier opvoer zijn geen heiligen. Net zomin als degene die deze woorden opschrijft, maar ‘wij’ weten wel dat het in het leven in eerste (en waarschijnlijk laatste) instantie gaat over hoe jij omgaat met de mensen die jou omringen. Díe doen er toe. En als je je dat realiseert, dan ligt de volgende stap voor de hand: waarom zou je die cirkels beperken tot mensen die erg dicht bij jou staan.
Een bruggetje naar de laatste twee boeken van Rutger Bregman, en zijn moraal appel om jouw talenten in te zetten voor écht waardevolle zaken en niet te blijven hangen in het geloof dat jijzelf een prettig leven kunt hebben terwijl er zovelen het veel minder hebben, ligt voor de hand.
Maar ik zal daar niet op in gaan, alhoewel Roel die boeken van zijn jaargenoot wel degelijk heeft gelezen, en in zijn leven en privé probeerde en probeert te doen wat hij nodig vindt.
In een van zijn cirkels zit een jongeman die artistieke talenten heeft. Deze Daan van Dijk heeft het hoesje voor de cd ontworpen. Ik weet niet of Daan op het idee van die ellips op de voorkant van de cd kwam, of dat Roel en/of Frans hem dat hebben ingefluisterd.
Zeker is dat die ‘cirkel’ er niet voor niets staat. Én dat daaromheen twee bolletjes cirkelen. Een gesloten en een open bolletje. Kijk maar! Yin and yang.
Ik vermoed dat Daan dit heeft bedacht. Mooi gedaan. Blijkbaar heeft hij naar de tekst geluisterd en begrepen waar het in het leven echt om draait. Dat wij mensen ertoe ‘veroordeeld’ zijn ons te omringen met andere mensen. Dat die ons vooruit kunnen helpen. Ons helpen mens te worden. Denk in dit verband nu aan kleine Has (volgende week is hij drie maanden oud), die zonder zijn moeder en anderen volstrekt kansloos is. En datzelfde gaat op dit moment ook op voor Roel. Zonder mensen om hem heen kan hij zich niet door de dag heen redden.
Een trio
Op What matters moves around us staat ook een versie van een liedje dat ze talloze keren live hebben uitgevoerd: New York mining disaster 1941 van de Bee gees. Drie Australische jongens die naar het Verenigd Koninkrijk afreisden en wereldsterren werden. Drie jongens; die goddelijk samen konden zingen.
Een Duits duo
De mini-cd wordt afgesloten met hún versie van een persoonlijke favoriet van Theo, de vader van Frans, en mijzelf: Ein stolzes Schiff. Zupfgeigenhansel is een Duits duo dat aan het einde van de jaren zeventig, in een heel andere tijd (politiek, maatschappelijk, cultureel), de moed had om covers van oude Duitse volksliedjes te gaan opnemen. Volksliedjes waarin vaak kritiek werd geleverd op de ‘regerende’ machten. Met hun beste album, Jiddische Lieder, hun vierde, schokten ze velen.
Hoe durfden zij, twee Duitse jongens, die kort na de Tweede Wereldoorlog waren geboren, om als Duitsers (‘moffen’) joodse liedjes te gaan opnemen. In Gemert ervaarden Theo en ik dat toen een gemeenschappelijke kennis (en leraar Duits) zich zeer geringschattend over Jiddische Lieder uitliet. “Dat hoorde niet!” En toch deden Erich Schmeckenbecher en Thomas Friz dat.
Maar hun ‘beste’ track is toch Ein stolzes Schiff, van hun derde plaat (Volkslieder III – Im Krug zum grünen Kranze). Ik schreef al eerder over dit liedje. Dat op dit moment hyper actueel is; en, vermoed ik, zal blijven.
Het gaat over Duitse sloebers die ergens aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw hun vaderland (proef hoe nationalistisch dat klinkt: unser Vaterland) MOETEN verlaten, omdat de omstandigheden té erbarmelijk zijn (geworden). Ze schepen in om naar het beloofde paradijs aan de andere kant van de oceaan te trekken: de Verenigde Staten. The shining mansion on the hill.
Daar gaan zij hun geluk beproeven. En in dat doel zit de kern van het lied. Er zijn altijd, in alle culturen, mensen die hun geboorteplek verlaten om ergens anders hun geluk te gaan beproeven. En zij doen dat alleen maar omdat thuisblijven domweg niet meer kan, én omdat ze het vermoeden hebben dat ergens anders niet alleen het gras groener zal zijn, maar dat zij daar een nieuw en beter bestaan kunnen gaan opbouwen.
Uiteraard is Ein stolzes Schiff een kind van de tijd. Vertrok je in die tijd naar een nieuw vaderland dan was het ondenkbaar dat je sommige verwanten uit jouw oude cirkels ooit nog eens in het echt zou kunnen zien. In die tijd maakten reizigers nog echte wereldreizen. Je vertrok en effe terugvliegen was geen optie. Weg, was voor altijd weg.
Lees: Aan deze kant van de zee (februari 2006) over deze groep, dit liedje én andere songs over migratie.
De eerste track: een lintje, een draadje
Op What moves around us staan twee songs die door The Milk carton kids zijn opgenomen. De mini-cd opent met een track van hen die nog niet op cd is uitgebracht: Ribbon.
Waarschijnlijk staat die op hun nieuwste plaat, Lost Cause Lover Fool, die in april zal uitkomen.
Het is geen toeval dat Frans en met name Roel juist dít nummer wilden openen.
Can I wrap my arms around you if I go, if I go?
Can I wrap my arms around you if I go?
If I go back to a memory
Will you come back there to meet me?
Can I wrap my arms around you if I go?
Tja, Roel is er op jonge leeftijd al toe ‘veroordeeld’ na te denken over het feit dat aan zijn leven een einde zal komen.
Hij mist de argeloze jaren die zijn ouders hebben gehad: leven, alsof het nooit zal ophouden. Maar tegelijkertijd beseft hij als geen ander dat hij niet alleen omringd wordt door tientallen cirkels, maar dat zijn leven als een touwtje of lintje door tientallen individuen heen beweegt; ermee verbonden is. Zal blijven.
Nothing ends with a ribbon around it
Yes, I know, yes, I know
Nothing ends with a ribbon around it
Yes, I know
Tja, als mens wordt je omringd door cirkels en degene die ze als een spreekwoordelijk touwtje bij elkaar brengt, houdt, ben jij!
Doe je best. Maak er, terwijl je er nu en híer bent, het beste van!
Roel schreef trouwens onlangs op zijn ALS-blog zelf over What moves moves around us en hoe het hem zo vergaat.
Oh ja, en niet vergeten
Roel en Frans hebben de opnames en het uitbrengen van deze mini-cd voor hun rekening genomen. Inmiddels reiken zij de cd uit aan mensen uit hun cirkels; en wij doen dat op onze manier, in weer andere cirkels.
Ook kun je hen beluisteren op alle bekende en minder bekende streamingsdiensten.
De kern is dat Roel en Frans hopen dat mensen een bedrag overmaken naar een stichting die geld inzamelt voor ALS-onderzoek.
