Achteraf was het verspilde moeite. Zaterdag 22 augustus 2026 was het in Geldrop prachtig weer. Dagenlang hadden zij, wij en andere naasten enkele keren per dag naar de weersvoorspellingen gekeken. We mochten blij zijn als er niet te veel of te lang regen zou vallen. En het feest zou zeker, ook vanwege de verwachte wind naar binnen moeten worden verplaatst.
Niets van dit alles. Na een bewolkte ochtend trok het op, en tegen de tijd dat de genodigden zich klaarmaakten om naar dé ceremonie te gaan was het heerlijk nazomerweer, én goed toeven onder enkele ruim honderd jaar oude bomen in de tuin van landgoed kasteel Geldrop.

Gelukkig. Niet alleen vanwege het weer maakten velen zich bezorgd over hoe het feest, de dag waarop Roel en Heleen zouden gaan trouwen, zou verlopen. Wees niet bang, ik zal het (dit maal, voor mijn doen) kort houden en me focussen op één moment aan het eind van die trouwplechtigheid.
Maar eerst: hoe kwamen we in die tuin in Geldrop terecht. Nou, simpelweg omdat Roel ergens in het najaar van 2024 aan Heleen vroeg of ze met hem wilde trouwen. Dat aanzoek gebeurde aan het eind van een chique etentje. Hij had voor de zekerheid ook al een ring gekocht, en bood die aan. Heleen nam dat aanbod aan. Vervolgens waren zij in mijn herinnering weken aan de slag om een trouwlocatie te vinden. Niet zomaar een plek, nee, eentje die ‘iets’ extra’s had. Die zijn, zoals u zult begrijpen, schaars. Dus je kunt daar niet effe een datum plannen voor over een half jaar of zo. Nee, zo rond de jaarwisseling wisten we dat we zaterdag 22 augustus 2026 (!) vrij moesten houden. Leuk. We schrijven het op, en gaan verder met ons leven. Net zoals Roel en Heleen.
Dachten zij. Dachten wij.
Maar iedereen die op dit blog de laatste anderhalf jaar wel eens een artikel heeft gelezen weet dat de wereld van Roel en Heleen, én van ons, hun familie, vrienden en kennissen, overhoop is gehaald. Opeens was ‘alles’ anders sinds dinsdag 18 maart 2025. Toen Roel, na al enige maanden vage klachten te hebben gehad, na een bezoek aan een internist te horen kreeg dat hij waarschijnlijk ALS had.
Bijna anderhalf later is Roel fysiek zeker niet meer die lange, sportieve jongeman. Nee, hij is inmiddels veroordeeld tot een elektrische ro(e)lstoel en heeft bij veel zaken hulp nodig. Aan de andere kant is er nog steeds de oude Roel, met zijn opgewekte, kameraadschappelijke aard, vol met (vaak) flauwe grapjes. Maar die grapjes doen er toe. Breken vaak het ijs. Zijn manieren om een gesprek op gang te brengen, dan wel voort te zetten.
Over hoe hij zich op zijn trouwdag zou ‘houden’ maakten velen zich ook zorgen. Zou het niet té zwaar zijn, voor hem, of voor Heleen. Om in zijn, hun situatie in het middelpunt (van wat normaliter dé dag van hun leven zou zijn) te staan.
Ik zal er niet al te veel over zeggen. Maar al die zorgen waren achteraf niet nodig. Bruid en bruidegom gingen als een van de laatsten weg, en genoten met volle teugen. Dat zondag een zware dag zou worden hadden zij zogezegd ingepland. Hetzelfde ging vooral ook op voor Tuur (inmiddels tweeëneenhalf): doodop, chagrijnig. Maar nu terug naar die plek onder die (zo het cliché wil) majestueuze bomen; twee platanen, een sequoia en nog wat ander ‘spul’.
Daar zou getrouwd worden. Lang geleden dat wij, als ouders van de bruidegom, zo’n bijeenkomst hadden bijgewoond. Sterker: het was voor de eerste keer dat op zeker moment tijdens de plechtigheid beiden uitgenodigd werden om richting elkaar hun trouwgeloften uit te spreken. Waarop eerst Heleen, en toen Roel lieve woorden richting elkaar uitspraken. Uiteraard schemerde die vervelende ziekte erdoorheen, maar niet té.
Kort daarvoor was er wel een verrassing. De burgemeester van de burgerlijke stand, in haar zwarte ’toga’, had kort nadat zij Roel en Heleen in een voorgesprek had gesproken, ontdekt dat zij als jonge meid vroeger samen met haar ouders schuin tegenover had gewoond. In dat gesprek werd waarschijnlijk wel gezegd dat Roel in Gemert had gewoond, maar niet in welke straat.
Tja. Na die trouwgeloften moest er getrouwd worden, én kwamen de ringen op de proppen. Die Tuur samen met een iets ouder nichtje mocht aanbieden. Kort daarna zaten de ringen op hun plek, en zag Tuur de kans om met een iets jonger neefje tussen de boomstronken en de ondergroei te gaan hollen en springen.
De plechtigheid begon natuurlijk pas nadat alle genodigden in het park plaats hadden genomen en Roel en Heleen elk op hun eigen typische manier kwamen aanschrijden: zij lopend, Roel rijdend. Tijdens die entree klonk live muziek. Frans, het maatje van Roel, met wie hij jarenlang de Mockin’ Minstrels was, had een kennis uit Gemert meegenomen om twee liedjes te zingen. Frans zong, en Mark de Groot speelde de partijen die normaliter Frans speelde.
Kort nadat de ambtenaar van de burgerlijke stand had gezegd dat Roel en Heleen vanaf nu officieel als man en vrouw door het leven gaan, én de plechtigheid voorbij was, ontstond er – in mijn optiek – enige verwarring. Wat bleek. Frans en Mark zouden nog een liedje tot slot spelen. Maar wat bleek, Roel had met Frans afgesproken dat hij ook mee zou doen. Niet meer zoals vroeger met een gitaar op schoot. Nee, alleen als zanger.
Dat kostte hem moeite. Dat kon iedereen zien. Het was niet meer zoals het ooit was. Dat is voorbij. Roel had met Frans afgesproken dat hij alleen het refrein mee zou zingen. En dat liedje was natuurlijk On the mend, met daarin de ‘onsterfelijke’ zinnen What matters moves around us.
Wat er in een mensenleven ook gebeurd, waar je ook naar streeft, welke grote doelen je jezelf ook stelt, uiteindelijk ben je als mens weinig als er op momenten dat het leven zogezegd met een vervelende boodschap op jouw deur klopt, geen naasten om je heen zijn. Die ér zijn. Je helpen, ondersteunen. Denk in dit verband aan Ramses Shaffy (Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder – 1971) of Bessie Smith, die al in 1929 zong dat je moet voorkomen dat er niemand is als er stront aan de knikker is (Nobody knows you when you’re down and out).
De rest van de dag was – wat mij betreft – één grote illustratie van het feit dat er honderden mensen zijn die zich om hem en zijn gezin (zullen) bekommeren.

