Na een weekje weg te zijn geweest wachten thuis altijd de kranten. Niet zoals vroeger, want toen kon je De Volkskrant of de NRC nog niet op je iPad lezen. Maar tóch gaat er niets boven de papieren krant. Ze lekker even doorwapperen.
Én je kunt er ook iets uit knippen. Voor later; om nog eens te lezen. In wezen een redelijk zinloze activiteit, want hoe vaak komt dat er van. Het lijkt wat dat betreft op tsundoku, een Japans woord voor het fenomeen dat je boeken aankoopt om later nog eens te gaan lezen. En het heeft ook iets te maken met pretentie. De in mijn ogen positieve eigenschap dat je ooit nog eens van plan bent iets na te lezen, om iets op te steken, te leren… Ik schreef er eerder over: Pretentie: “Doe je best” (maart 2019)
Ik knipte na die vakantie in Vorden twee artikelen uit die me in de Achterhoek in de digitale krant niet waren opgevallen.
Op zaterdag 28 maart hield ene Merel Kamp, een schrijver en docent op het hbo, in de NRC een pleidooi om vooral in het (schrijf)onderwijs meer oog te gaan krijgen voor de negatieve impact van ChatGPT, een inmiddels alom aanwezige én gebruikte AI-toepassing.
De kop van dat artikel in het Opinie & Debat-katern trok mijn aandacht: Ik ben een docent in rouw. Tja, als ik het woord docent verander door bibliothecaris dan komt het zeer dichtbij. Sterker: déze bibliothecaris zit samen met zijn gezin op een bepaalde manier in ‘de rouw’. Maar blijft zich los van die privé beslommeringen als burger én bibliothecaris net als Merel Kamp grote zorgen maken over de negatieve gevolgen van de AI-tsunami, waarin we ons momenteel bevinden.
Roel, onze oudste, heeft ALS en de aftakeling van zijn lichaam is alom zichtbaar. Anderzijds voel ik met die Merel Kamp mee. Wat zij beschrijft – dat haar leerlingen massaal AI inzetten om zogenaamd creatieve teksten te schrijven of analyses te maken van door hen ‘gelezen’ materiaal – is ook voor een oud-bibliothecaris zeer zichtbaar in de bibliotheeksector. Merel stipt in haar urgente artikel een fenomeen aan dat mij al mijn hele leven fascineert: kwaliteit. Een lang citaat uit haar pleidooi:
Binnen de opleiding hebben we het steeds over kwaliteitsbesef: “Leer studenten wat kwaliteit is, dan kunnen ze daar naar streven”. Maar er wordt met geen woord gerept over het gegeven dat studenten en docenten het in de eerste plaats al niet eens zijn over de definitie van het woord kwaliteit. Waar ik als veertiger in de woordwolk van het begrip kwaliteit bijvoorbeeld ook de term ‘moeite’ heb zitten, hebben zij dat niet, want zij groeien op in een wereld waarin dingen (ogenschijnlijk) weinig tot geen moeite kosten. Een wereld waarin ze de godganse dag overspoeld worden door de korte fragmenten contextloze content op hun tijdlijn. Leg kwaliteit maar eens uit aan iemand die 24/7 fastfood naar binnen geduwd krijgt.
Alles wat ik liefheb – schrijven, aandacht, de tijd nemen om mooie dingen te maken, ideeën te overdenken – doet er niet meer toe. Niet echt. Het is stukgemaakt. Door die mannen in Silicon Valley.
Tja. Robert Pirsig, de auteur van Zen en de kunst van het motoronderhoud, zou instemmend knikken: kwaliteit laat zich niet omschrijven, maar zeker is dat elk ‘normaal, volwassen’ mens zal moeten toegeven dat er weinig sprake meer is van ‘iets leren’ als je jouw opdrachten laat ‘uitvoeren’ door applicaties als ChatGPT, Google Gemini, Claude of Microsoft Copilot.
Als bibliothecaris doet het vaag denken aan jaren geleden, toen middelbare scholieren dagelijks massaal binnenliepen om een kopie te maken uit een uittrekselboek! Die bestonden toen nog; werden door ons bibliothecarissen massaal aangekocht én uitgeleend. Wel hielden we altijd van elke titel één exemplaar als naslagwerk achter; in de nabijheid van het kopieerapparaat.
Ook toen leefden wij als samenleving, en vooral de docenten én hun superieuren in de veronderstelling dat leerlingen ‘iets’ leerden over de Nederlandse, Engelse, en toen nog Franse en Duitse literatuur. In de praktijk kregen leerlingen massaal beoordelingen gebaseerd op… Tja, lucht.
Een moderne variant van dit alles is dat miljoenen Nederlanders inmiddels serieus denken dat ze lichamelijk lekker bezig zijn door op een nep-fiets rond te rijden.
We waren een weekje in een landelijk gelegen huisje in Vorden omdat Roel dat huisje had gehuurd. Pakweg zes maanden eerder waren we er ook; met ons gezin. En alhoewel Roel er in oktober niet veel plezierige herinneringen aan had over gehouden – want hij had drie dagen lang barstende, ongekende hoofdpijn door een ruggenprik in het UMC Utrecht – besloot Heleen, zijn ‘verloofde’, om dat huisje meteen nog eens voor een volle week vast te leggen. Het idee was dat zij begin april na de geboorte van hun tweede kind weer zou gaan werken. En was het geen goed idee om die periode af te sluiten door nog eens terug te gaan naar die plek, dat huisje, maar dan in het voorjaar?
Prima idee. Alleen konden Roel en Heleen toen nog niet bevroeden hoe het Roel tegen die tijd zou vergaan. De kern is dat hij inmiddels gebruik moet maken van een elektrische rolstoel, veel hulp nodig heeft, een groot deel van zijn baan en werk heeft ‘losgelaten’ en vooral druk is met talloos veel mensen te woord te staan, dan wel aan te sturen die hem en zijn gezin kunnen helpen bij het leren leven met ALS. Wat hem trouwens, met Heleen aan zijn zijde, én hulp van veel familieleden en bekenden redelijk lukt. Opmerkelijk blijft dat hij het afgelopen jaar zijn opgeruimde aard niet heeft verloren.
Zeker is dat er rondom dit jonge gezin altijd mensen in de buurt moeten zijn die een oog in het zeil houden. Heleen kan dat niet alleen. Roel, Tuur en Has hebben alle drie hun eigen ‘aandachtspunten’. Dus vroegen Roel en Heleen aan de grootouders, alle twee, of zij niet mee naar Vorden wilden gaan. Aangezien opa Jan thuis op het bedrijf van zoon Anton nog volop werk heeft, kwam hij samen met oma Paulie ‘slechts’ drie dagen. Wij, minder gebonden aan dingen die móeten, gingen de hele week mee. Wij waren trouwens ook pakezels; onvoorstelbaar hoeveel je voor een ALS-man moet meenemen! We waren er niet 24/7; zo gingen we een dagje fietsen, toen Jan en Paulie er waren. Die zonnige woensdag zagen we dat er vooral in Vorden absurd veel bosanemonen in de bermen stonden. Dat was ons al meteen opgevallen, toen we aankwamen. Waarom? Ten eerste omdat er inderdaad absurd veel staan, en (b) omdat Laura en ik een zwak voor dit tere bloempje hebben. Bloemen die bij ons in Gemert slechts op één enkele plek voorkomen. Een plek waar je langskomt als je op de fiets binnendoor naar Beek en Donk, Gerwen, Nuenen en Eindhoven fietst.
Later kom ik op die bosanemonen terug.
Nu dat tweede artikel. Geschreven door Maxim Februari. Verscheen op woensdag 1 april. Een column met een lange titel: Iets ergens van vinden wordt belangrijker dan ergens iets aan doen. In die column haalt hij een ‘held’ naar voren die ik jaren geleden in mijn betogen vaak aanhaalde: naamgenoot Hans Rosling. Een Zweedse onderzoeker; veel te jong gestorven.
Hij werd bekend door een TED-talk (How not to be ignorant about the world – juni 2014) én een boek dat iets later verscheen: Feitenkennis : 10 redenen waarom we een verkeerd beeld van de wereld hebben en waarom het beter gaat dan je denkt (Spectrum 2018).
De kern van zijn verhaal is dat ‘de’ wereld er vele malen ‘beter’ voorstaat dan de meeste, amper nadenkende burgers geloven. Op tal van terreinen zijn er de afgelopen tachtig jaar, zeg na het einde van de Tweede Wereldoorlog, grote doorbraken gekomen die de levens van miljarden burgers heeft verbeterd.
Hans Rosling neemt tijdens zijn optredens zijn gehoor een testje af; en keer op keer is de uitkomst dat chimpansees – als ze mee hadden mogen doen – het net zo goed doen als geletterde, vaak hoog opgeleide volwassenen. De kern daarvan is dat wij mensen vaak geen idee hebben van het juiste antwoord, en net zo goed als chimpansees willekeurig A, B, C of D aankruisen. In die tijd nam ik af en toe ook zo’n quizje af; en, verhip, de meeste deelnemers deden het niet veel beter dan de spreekwoordelijke chimpansees in de zaal.
Ik schreef er over: Possibilist Hans Rosling: we moeten ook nieuwsgierig blijven en alert op nieuwe gevaren, zodat we daarop een antwoord hebben. (mei 2018)
Inmiddels zijn ‘we’ bijna acht jaar verder; en komt Maxim Februari met sceptische aanmerkingen op ‘mijn’ held. En vooral op de data waarop hij zich beroept. De kern daarvan is dat Hans Rosling zich (samen met andere ‘duiders’ van op zich positieve data als Johan Norberg, Matt Ridley, Steven Pinker of Maarten Boudry) volgens Maxim Februari ALLEEN beroept op dat wat meetbaar is. DATA, dus!
Een lang citaat:
De wereld is een grote statistiekverwerkende industrie geworden die de werkelijkheid reduceert tot willekeurige metingen. De zoon van Hans Rosling, statisticus Ola, leidt tegenwoordig een bedrijf dat een „fact-based worldview” wil bevorderen. In 2024 werd hij door de organisatie van de Nobelprijs met chimpanseegrapje en al opgetrommeld om tijdens een Nobel Week Dialoog het publiek duidelijk te maken dat het zo stupide is foute antwoorden te geven op al zijn vragen over statistieken. De chimpansees deden het beter. AI wist alles lekker vlekkeloos.
Hier ging veel mis, want het is beslist onzin dat je zo kunt bepalen wie iets van de wereld weet. De chimpansees weten heel veel van de wereld, maar daar is niet naar gevraagd. En AI weet niets. Die haalt data waar de statisticus ze ook haalt: het zijn dezelfde data, dus geen wonder dat statisticus en AI het vervolgens eens zijn over de vragen en de antwoorden daarop. Dat maakt AI niet plotseling meer thuis in de werkelijkheid dan de arme bezoekers van de Nobel Week Dialoog. En met „fact-based worldview” heeft dit allemaal niets te maken.
Door de fascinatie voor gegevens zingt alles langzamerhand los van de wereld zelf. Gegevens bijhouden wordt belangrijker dan problemen oplossen en zo zingt de schuldenindustrie zich los van mensen in nood. Iets ergens van vinden wordt belangrijker dan iets ergens aan doen en dus wordt onderhoud aan bruggen en kades niet uitgevoerd.
Ik vermoed dat Maxim Februari wil zeggen dat we in onze samenleving té ver zijn doorgeslagen: hebben vaak een heilig geloof in data, en als we die voldoende hebben dán… Dan weten we wat waar is. Hoe ‘de’ wereld er voor staat, maar..
Maar, we veronachtzamen dat er ook zaken zijn die zich niet laten meten, zaken die vaak méér zeggen over hoe bepaalde zaken er voor staan. Hij eindigt zijn columns als volgt:
Jawel, natuurlijk is informatie nodig voor beleid. Maar informatie geeft een beperkt beeld van de werkelijkheid – en voert ons er soms van weg. Als ik in de wandelgangen hoor wie nu allemaal slim en intelligent lopen te doen met data zonder een flauw benul te hebben van de werking ervan, rijzen me de haren te berge. Voor een op feiten gebaseerd wereldbeeld is het niet belangrijk slim over te komen. Het is belangrijker voorzichtig te zijn, nederig, zorgzaam. Geïnteresseerd.
Nu terug naar Vorden, dat huisje, die bosanemonen en iets wat zich – én Maxim Februari zál het onderschrijven – níet laat vatten, beschrijven, meten: kwaliteit.
Op de derde of vierde dag zaten Roel en ik ’s middags alleen in de woonkamer – de rest lag te bed of waren buiten aan het rommelen – en toen kwam het gesprek over een project waar vooral hij mee bezig is, en ik, als een soort opdrachtgever.
Bijna twintig jaar geleden maakte Roel voor mij een applicatie om op een van mijn websites te kunnen toevoegen: een optie om als bezoeker te kunnen opzoeken of er een bepaalde plaat van een bepaalde artiest ergens is opgenomen in een muzieklijstje.
Die applicatie bestaat anno 2026 nog steeds, maar ik had al eens aangegeven of Roel geen kans zag er iets ‘moderners’, geavanceerder van te maken. Maar toen kwam die rotziekte.
Maar, ergens aan het eind van 2025 begon hij er zelf over. Hij zag het ook als een mogelijkheid om (a) iets zinnigs om handen te hebben, (b) iets nieuws te leren en (c) om de zinnen te verzetten.
Op zekere dag vroeg hij of ik mee wilde gaan naar zijn ‘kantoor aan huis’. Daar had hij inmiddels een pc staan die je kunt besturen met spraak en je ogen. Hij maakte vooral gebruik van een Google assistent: Gemini. En voor mijn ogen voltrok zich een ‘wonder’.
Roel sprak enkele Engelse zinnen uit en binnen enkele minuten kwam de pc terug met een opzet voor een nieuwe website. Een website waarin features zijn ‘ingebouwd’ die ik nodig acht. Dat ging zo een tijdje verder; en inmiddels gebruik ik al weer enige tijd de proefversie van dat uitprobeersel. Door gedoe van Roel met zijn ademhaling, en veel afspraken is het ‘project’ helaas nog niet klaar.

Op die middag in Vorden spraken we ook over de artikelen die hij op zijn ALS-blog had gezet, én de artikelen die ik op dít blog over zijn ziekte had geplaatst. In een melige (?) opwelling sprak hij op zeker moment enkele Engelse zinnen in zijn mobieltje. Pakweg tien minuten later kwam Gemini terug met een (helaas? logisch!) lang artikel. De opdracht die Roel had gegeven was dat Gemini alle artikelen moest lezen die op dit blog staan, wat globaal de teneur daarvan is én wat dit zegt over de auteur.
Tja. Klik hier voor dat artikel: De intellectuele horizon van Hans van Duijnhoven: een analyse van de ‘Lezer van Stavast’
Tja. Een leuke verrassing. Om zo geanalyseerd te worden. Én, er zitten slechts weinig elementen in waar ik het volledig mee oneens ben. Uiteraard kun je van mening verschillen of dit of dat wel helemaal klopt. Het is immers ook maar de mening van… Tja, van wie? Maxim Februari zal meteen protesteren. Natuurlijk zit er niemand achter!
Er zit één overduidelijke fout in het artikel. In 2005 heb ik zeker niet ServiceLabs opgericht, een initiatief voor professionele zelfdiagnostiek; nog wel samen met ene Christian Schoenmakers.
Ik heb geen idee waar Gemini dit feit vandaan heeft getoverd, maar het kan onmogelijk uit de artikelen komen die op dit blog staan. Alhoewel, vanaf nu dus wel!! Een verwarrend fenomeen voor Gemini.
Ik vermoed dat Gemini op de een of andere manier uit zichzelf de opdracht heeft verbreed en is gaan ‘googelen’ op het net. En daar ‘woont’ een andere Hans van Duijnhoven, en nog wel in de buurt: Helmond. Waarschijnlijk komt de informatie uit een artikel van ene Bastienne Wenzel: De tijd is rijp voor zelfdiagnostiek (maart 2007). Er staat zelfs een foto bij. Ik geloof niet dat ik op een van de twee heren lijk; wél qua leeftijd. Zij zullen nu ook ergens in de zestig jaar oud zijn.

De inzet van dit soort toepassingen zal de komende tijd alleen maar toenemen. De commerciële belangen zijn té groot. Tientallen miljoenen banen kunnen geschrapt worden. “Nog meer winst!” En er komen toch altijd nieuwe, andere banen voor in de plaats, nietwaar?!

Dat er iets waardevols verloren raakt schijnt amper iemand te interesseren. Merel Kamp ziet om zich heen in het onderwijs allerlei hotemetoten die zich amper zorgen maken. Steeds meer jongelui halen ‘hoogopgeleid’ hun papiertje. Ze scoren prima op alle toetsen. Of er iets geleerd werd of wordt, dat is iets voor oude zeurpieten, die net als ik Zen en de kunst van het motoronderhoud hebben gelezen.
Kwaliteit is voor hen alleen dát wat zich laat meten, meetbaar is. Een ‘mooi’ boek, een ‘goed’ artikel of een ‘fijne’ stage, mwa… hoe moet je daar een waardering aan koppelen? Wij, als manegement eisen dat alleen dat getoetst wordt wat objectief (vooral dat!) getoetst kan worden. Liefst via multiple choice, opdat het tentamen nagekeken kan worden door onze AI-assistenten! Wellicht kunnen we dan enkele van die dure, vage docenten wegbezuinigen!
In de openbare bibliotheek voltrekt zich deels eenzelfde trend: we collectioneren alleen dat wat populair is, of gaat worden. De rest laten we over aan collega bibliotheken. Waarom zouden we ons dure geld uitgeven aan titels die amper gevraagd worden.
Tegelijkertijd begrijpen ook steeds meer bibliothecarissen – beter mensen die zonder adequate opleiding in hun voetsporen zijn getreden – dat de bieb een plek is waar mensen samen kunnen komen. Om van alles met elkaar te gaan doen: een lezing bijwonen, een cursus volgen, een debat over een of ander maatschappelijk thema, een eenmalig project van de grond tillen, een burgerraad…
En, hoop ik van harte, het hoeft niet altijd ‘iets’ op te leveren. Je kunt natuurlijk wél METEN hoeveel deelnemers er waren, hun achtergronden (sekse, woonplaats, leeftijd), maar of er iets waardevols heeft plaatstgevonden? Geen idee. Prima.
Het heeft te maken met die bosanemonen in Vorden; en op een ‘geheim’ plekje in Gemert. Ze staan daar enkele weken per jaar. Zomaar. Mooi te staan. Nutteloos? Wat voegt het toe?
Waarschijnlijk is het tegen het zere been van al die tech-optimisten. Bosanemonen zijn vele malen waardevoller dan al die AI-trucs. Maar vraag niet om dat toe te lichten! Zeker is ook dat ‘een’ AI dat nooit zal begrijpen, of op het idee komen om bloemen op te nemen in een ‘stukje’.










