Categorieën
Boeken De latten verleggen Echte waarde(n) Filosofie Herlevend burgerschap Is vrijheid een illusie? Liedjes Maatschappij Oefenen voor/in een nieuwe tijd Onmetelijke kwaliteit Ontnuchteringsjaren Past het binnen de donut? Tijd voor een nieuwe lente Waarom IK een probleem werd voor ONS

Charles ‘Phaedrus’ Taylor?

Sinds ik met pensioen ben zoek ik in de geest van Erik Scherder zaken om mijn geest bezig te houden. Niet dwangmatig. Ik deed het ook al voordat ik met pensioen ging, maar kan het nu ook op een vrijdagmorgen. Geen probleem.

Sinds april 2021 heb ik deelgenomen aan een reeks lezingen in Tilburg (over de relaties tussen mens en natuur, met de inmiddels té vroeg overleden Frans Ellenbroek) én bij boekhandel Van Piere in Eindhoven een reeks bijeenkomsten waarin filosoof Arjen Kleinherenbrink ons meenam in het belangrijkste boek van de Franse filosoof Bruno Latour. Latour stierf toevallig enkele dagen na de eerste bijeenkomst in oktober 2022.

Er zijn honderden cursussen, workshops, lezingen die ik zou kunnen bijwonen, maar ik had me voordat ik met pensioen ging voorgenomen om alleen deel te nemen als een onderwerp me écht aansprak. Dus niet deelnemen, om van de spreekwoordelijke straat te zijn.

Eind april kreeg ik via mail een aankondiging dat het programma van Hovo Brabant voor het najaar van 2024 online stond. ‘De’ Hovo is een organisatie die ik al ruim voor mijn pensioen in de smiezen had. Interessante cursussen voor oudere, hoger opgeleide mensen die na hun pensionering iets met hun hersenen willen doen. Te zijner tijd zou ik in de gaten gaan houden wat zij in een bepaald seizoen zoal van plan waren in de provincie Noord Brabant en een deel van Gelderland.

Ik bladerde het najaarsaanbod door, en wist bijna meteen dat ik deel wilde nemen aan een reeks bijeenkomsten waarin een klassiek geworden werk van een Canadese filosoof zou worden behandeld. Opmerkelijk, want als ik op die impulsieve aanmelding terugkijk: wat wist ik toen feitelijk van Charles Taylor? Wie was hij? Leefde hij nog? Waarom was hij zo belangrijk? Ik had op dinsdag 30 april, toen de bevestiging binnenkwam dat mijn aanmelding én betaling was aangekomen, nog steeds geen idee, alleen een vaag gevoel dat het een interessante man, én dito boek zou kunnen zijn.

Maar in mijn achterhoofd moet die naam ergens zijn blijven hangen. In eerste instantie dacht ik dat de reeks lezingen ging over een andere filosoof: John Rawls, ‘van’ the veil of ignorance, oftewel de sluier van onwetendheid. Maar ik wist begin mei dat Charles Taylor een ander was.

Nee, ik vermoed dat ik de naam Charles Taylor was tegengekomen in een boek dat ik tot nu toe nog steeds niet volledig heb uitgelezen, maar wel grote delen ervan. Vorig jaar kocht ik ergens in het voorjaar op zeker moment het – zoals dat heet – magnum opus van filosoof Joep Dohmen: Iemand zijn. En las er verschillende delen van, maar niet compleet. Dat is een flinke klus; niet omdat hij moeilijk schrijft (integendeel zelfs), maar omdat het een dikke pil is (813 pagina’s). In dat boek valt – zo weet ik inmiddels – zeer vaak de naam van Charles Taylor. Daar was ik me toen niet zo bewust van.

Elke (veel)lezer weet dat je al lezend niet ‘alles’ kunt opnemen; je scheert als het ware over of door de pagina’s heen. Er zijn aan de ene kant altijd ankerpunten (namen of ‘dingen’ die je kent), én ook in mindere of meerdere mate onbekende namen (dingen, gebeurtenissen, feiten). Die sla je vaak over. Beter geformuleerd: ze blijven nóg niet ‘hangen’. Maar onbewust doe je dat natuurlijk wel; altijd. Ik vermoed medio oktober (nu de eerste drie bijeenkomsten in een leslokaal van Fontys op het TUE-terrein in Eindhoven zijn geweest) dat daar mijn fascinatie voor deze cursus is ontstaan.

Vorig jaar, op woensdag 18 oktober, sprak Joep Dohmen in het kader van het Studium Generale in een zaal van het TUE-complex over dat boek. Na afloop van die goedbezochte bijeenkomst sprak ik Joep Dohmen aan, en vroeg hem mijn editie van zijn boek te signeren. Hij wist zich te herinneren dat we elkaar lang geleden eerder hadden getroffen. In Oss, op een zondagmiddag in de zaal van de Groene Engel. Daar sprak hij op mijn verzoek in maart 2009 over het thema De latten verleggen. Een thema dat hem, denk ik nu, perfect op het lijf was, beter: is geschreven.

Klik hier voor een artikel omtrent deze lezing en het toenmalige jaarthema (december 2008).

Joep Dohmen realiseert zich zoals alle volwassen volwassenen dat om talloos vele redenen onze huidige samenleving moet worden veranderd. We zullen, of we het nu leuk of niet vinden, andere wegen in moeten slaan. Latten verleggen.

In 2009 had Bruno Latour het volgens mij nog niet over het (of ‘zijn’) Nieuwe Klimaatregime, maar in wezen speelde dat in 2009 ook al. Als mensheid zullen we moeten accepteren dat moeder Aarde ons zogezegd de wacht aanzegt: ‘Verander, of jullie zullen voelen dat ik sterker ben!”

“Jullie ‘oude’ Klimaatregime zal plaats moeten maken voor eentje waarin jullie gaan leven binnen de grenzen die ‘Ik’ stel.”

In dat jaarthema zát en zít de aanname dat als je ‘de latten gaat verleggen’ je dat zodanig doet dat het ‘beter’ zal worden; niet slechter. Want waarom zou je dingen gaan veranderen met als insteek dat alles slechter wordt? Het was tegelijkertijd een serieus én een optimistisch jaarthema. Maar, terugkijkend, er is niets mee gedaan; eerder het tegenovergestelde. De meesten van ons leven ‘lekker’ verder, en willen niet weten van het Nieuwe Klimaatregime.

Susan Neiman, een Amerikaanse filosofe, verwoordde het in 2014 als volgt: Waarom zou je volwassen worden.

Achteraf was ik de naam Charles Taylor ook nog op een andere plek tegengekomen. Ergens in het voorjaar kocht ik in een impuls bij boekhandel Van Piere een boek dat ik had ‘gemist’. Logisch, uitgever Damon is een kleine jongen, maar toevallig wel gevestigd in Eindhoven. Logisch dat Van Piere een flinke stapel had neergelegd van het nieuwste boek van ene Henk Smeijsters: Hoe je een beter mens wordt : levenslessen van moderne denkers.

Ik kocht dat boek ergens in februari of maart omdat in dat boek onder andere Erich Fromm, Jean-Paul Sartre, Hannah Arendt, George Stiener, Roger Scruton, Martha Nussbaum, Peter Sloterdijk, Joep Dohmen, Michael Sandel, Susan Neiman, Hartmut Rosa, Yuval Noah Harari en Maja Göpel zouden worden ‘behandeld’.

Maar, zag ik enkele maanden later, óók Charles Taylor, als zesde. Henk Smeijsters hanteert als volgorde het geboortejaar (Erich Fromm is van 1900 en de laatste, Markus Gabriel, is geboren in 1980).

Bob Dylan’s ‘Cross the Green mountain
Van die zondagmiddag in maart 2009 met Joep Dohmen kan ik me niet zo veel meer herinneren. Eigenlijk vooral dat Joep Dohmen, toen hij dat zaaltje in Oss betrad, opmerkte dat op het scherm achter het katheder een door mij gemaakte presentatie werd getoond met muziek van Bob Dylan.

Hij herkende ‘natuurlijk’ de stem, díe stem, maar had geen idee van het lange nummer. Maar het viel hem wel op. Terecht! In die jaren draaide ik altijd, terwijl de zaal volliep, een nummer dat in mijn ogen bij die bewuste middag, spreker en onderwerp ‘aansloot’.

In die tijd draaide ik al maandenlang bijna dagelijks deel acht van de zogenaamde Bootleg series van Bob Dylan. Dat album verscheen in oktober 2008. Inmiddels is het wat mij betreft één van de weinige zéér bijzondere platen die in het eerste kwart van de eenentwintigste eeuw zijn verschenen. Opmerkelijk, omdat het een zogenaamde ‘restjesplaat’ is. Op Tell tale signs staan verschillende songs die Bob Dylan niet eerder regulier had willen uitbrengen; maar nu kwamen ze op deze driedubbelcd terecht.

Die middag draaide ik het absolute hoogtepunt van die plaat: ‘Cross the Green mountain. Een song die hij in opdracht schreef en opnam voor een speelfilm over de Amerikaanse Burgeroorlog. Een lang ‘liedje’ (acht minuten), met een meer dan bijzondere tekst.

Ik durf hier en nu te stellen dat dit liedje rechtstreeks te maken heeft (en had) met het het toenmalige jaarthema van de Osse bibliotheek, het werk en denken van Joep Dohmen; én CharlesTaylor.

De kernvraag van ‘Cross the Green mountain is hoe als burger (of volwassen volwassene) een waardevol of ‘goed’ leven te leiden; vooral in tijden waarin hét er écht op aan komt (zeg in tijden van oorlog, of een tijd waarin een transitie van leven buiten naar binnen de grenzen van het Nieuwe Klimaatregime zal moeten worden gerealiseerd).

In die tijd schreef ik verschillende artikelen waarin ik deze song van Bob Dylan als het ware meenam. Uiteraard nam ik als kind van die jaren ‘dus’ ook gebeurtenissen én min of meer belangrijke personen uit die late jaren nul in mijn betoog ‘mee’.

In die tijd troffen me vooral de woorden die Barack Obama uitsprak toen hij als de 44e president van de Verenigde Staten van Amerika werd ingezworen. Woorden die wat mij betreft naadloos aansloten bij dat ‘liedje’ van Bob Dylan. Én, durf ik nu te stellen, aansluiten bij de ‘zoektocht’ die Charles Taylor als het ware aflegt in zijn Bronnen van het zelf : de ontstaansgeschiedenis van de moderne identiteit. Eén van zijn belangrijkste boeken; uit 1989. Het boek dat we tijdens de cursus in Eindhoven gedurende tien weken onder leiding van filosoof Nelleke Canters gaan behandelen én lezen.

Artikelen over ‘Cross the Green mountain (en de ’tijdgeest’)
Music that comes from a far better land (maart 2009)
A far better land (maart 2009)
Ontnuchteringsjaren in 2009 (mei 2009)
Waarde(n) in twee lied-jes (oktober 2012) (over Tempest & ‘Cross the Green mountain)
Saw the changing of his world (februari 2014)
Power and greed and corruptible seed seem to be all that there is (februari 2017) (over Blind Willie McTell & ‘Cross the Green mountain)

Maar pas nadat ik het bewuste boek van Charles Taylor (De bronnen van het zelf) had gekocht vielen alle stukjes op hun plek.

Die dikke pil (773 pagina’s, waarvan pakweg honderd met noten, toelichtingen) bevat een relatief lange inleiding (17 pagina’s) van… Joep Dohmen. De Nederlandse vertaling verscheen in 2007; twee jaar voordat Joep Dohmen in de Groene engel in Oss sprak en dat lied van Bob Dylan hoorde. Hij was zeer geïnteresseerd in mijn betoog waarom ik juist die song die middag ten gehore wilde brengen.

‘Cross the Green mountain is een lang liedje uit 2002 met twaalf coupletten; zonder refrein. De muziek heeft iets weg van een stoet mensen die een geliefde naar zijn graf dragen; gaan bijzetten. Hier duurt die tocht ruim acht minuten. Slechts op één moment zet de gitarist van dienst een minuscuul klein accent; als de niet bij naam genoemde hoofdpersoon wordt doodgeschoten, door zijn eigen manschappen.

Stonewall Jackson

Een ongelukje, maar die gebeuren tijdens een oorlog. Ook tijdens de Amerikaanse Burgeroorlog. Waar Thomas “Stonewall” Jackson (én die heeft echt geleefd), als generaal van de ‘verkeerde’, want Zuidelijke kant op zeker moment in een moment van verwarring door zijn eigen mannen onder vuur wordt genomen. Maar in dit lied sterven veel meer naamloze mannen. Die hun leven geven voor een greater good. Aan beide kanten, de Unie (de Noordelijke staten) en de Confederatie (de Zuidelijke staten die zich van de Unie wilden afscheiden).

Beide partijen geloofden in hun gelijk, hun waarheid. Achteraf kun je stellen dat de Noordelijke staten het gelijk meer aan hun zijde hadden, maar toen was dat ook maar een mening. Sterker: in het huidige Zuiden van de VS zijn er nog steeds velen die geloven dat de confederalisten voor een right cause streden.

Maar Bob Dylan stelt zich niet politiek correct op. Voor hem waren alle mannen, beide partijen met iets eervols bezig. Sterker: iedereen wist dat zij hun leven in de waagschaal legden voor een belang dat verre henzelf, en hun dierbaren oversteeg. De Noorderlingen wilden voorkomen dat de Zuidelijke staten zich van de toenmalige Verenigde Staten van Amerika wilden afscheiden; en de Zuiderlingen wilden dat juist wel, omdat zij het recht op het ‘houden’ van slaven wilden behouden. “Waar bemoeiden die Noorderlingen zich mee!”

In de eerste couplet schetst Dylan de plek, ergens in de buurt van de (of een) Groene berg of heuvel. Die bedwongen moest worden! En natuurlijk stroomt er een (lieflijk?) riviertje. En iedereen die zich daar min of meer gedwongen bevindt weet dat er storm op komst is. Iets vreselijks rees uit de zee op, en wil het land van the rich and free overweldigen. Leviathan? Dylan noemt die naam niet. “Maar willen wij dat, mannen?” Nee dus. Wij zullen proberen te voorkomen dat het monster uit die monsterlijke droom zal overwinnen!

I cross the Green Mountain I sit by the stream
Heaven blazing in my head I I dreamed a monstrous dream
Something came up out of the sea
Swept through the land of the rich and the free

Iedereen die zich voor de strijd aanmeldt doet dat omdat ze strijden voor hun mooie gebied, omgeving, families et cetera. Maar volgens Dylan deden ze dat ook voor een ideaal, mooi en aanlokkelijk, dat hen als het ware oversteeg: music that comes from a far better land. Of anders gezegd: ze kwamen op voor ‘hun’ waarden.

The world is old the world is great
Lessons of life can’t be learned in a day
I watch and I wait and I listen while I stand
To the music that comes from a far better land

In het zevende en achtste couplet zit wat mij betreft de crux. Aan de vooravond van de beslissende slag realiseren velen zich dat zij het waarschijnlijk niet zullen overleven (en dat zij die music that from a far better land niet zullen horen, noch meemaken), maar tóch zetten zij door. Realiseren zich dat hun moed en inzet niet voor niets zullen blijken te zijn. Ze hopen van harte dat trots zal verdwijnen, zelfverheerlijking zal afdoen, en deugd er uiteindelijk écht toe zal doen; en niet vergeten wordt.

Tja, Donald Trump leeft niet in deze geest.

Gelijk hebben ze, op talloos veel monumenten worden hun namen en hun inzet als het ware bewaard. Zij stonden voor de goede zaak, waren loyal to truth and right. Zij waren, om met Joep Dohmen te spreken: Iemand!

Pride will vanish and glory will rot
But virtue lives and cannot be forgot

The bells of evening have rung
There’s blasphemy on the end of the tongue
Let them say that I walked in fair nature’s light
And that I was loyal to truth and to right

Niet tandenknarsend…
Op dinsdag 20 januari 2009 werd Barack Obama in Washington ingezworen als de 44e president van de Verenigde Staten. Zoals gebruikelijk hield hij daarna een toespraak (pakweg 18 minuten lang). Ik zag die toespraak min of meer live, net voordat ik naar mijn werk ging. En werd getroffen door verschillende fragmenten. Barack Obama was én is een van de meest begenadigde sprekers van de eenentwintigste eeuw. Ik viel vooral voor dít fragment, dat ik bijna meteen kon koppelen aan zinnen uit dat liedje van Bob Dylan. ÉN, weet ik nu, kan koppelen aan het boek van Joep Dohmen (Iemand zijn) én het gedachtegoed van Charles Taylor (voor zover ik dat nu ‘ken’).

Our challenges may be new. The instruments with which we meet them may be new. But those values upon which our success depends — hard work and honesty, courage and fair play, tolerance and curiosity, loyalty and patriotism — these things are old. These things are true. They have been the quiet force of progress throughout our history. What is demanded then is a return to these truths. What is required of us now is a new era of responsibility — a recognition, on the part of every American, that we have duties to ourselves, our nation, and the world, duties that we do not grudgingly accept but rather seize gladly, firm in the knowledge that there is nothing so satisfying to the spirit, so defining of our character, than giving our all to a difficult task.

This is the price and the promise of citizenship.

Het moge duidelijk zijn dat van deze woorden, van deze oproep van Barack Obama praktisch niets is terecht gekomen. Maar dat laat onverlet dat ze in mijn optiek wél waar én zeer nodig zijn. Blijven! Juist voor ons. In onze tijd. Waarin we tal van vervelende crises (meervoud) te tackelen hebben. En dat gaat niet lukken met burgers die zich als onvolwassen volwassenen gedragen; zeg kleuters of pubers. Die niet bereid zijn zichzelf weg te cijferen voor een greater good. Afstand willen, dan wel zullen moeten nemen van een deel van hun heerlijk leventje. Een leventje waarvan velen nog steeds serieus denken dat zij het verdiend hebben; en de ‘losers’ niet. Zeker is dat deze grote kleuters vinden dat niets of niemand dat zal mogen veranderen, en zeker niet im Frage mag stellen.

Charles Taylor (1931-)

Charles Taylor, een zoeker!
In de aanloop naar de eerste bijeenkomst met Nelleke Canters las ik her en der artikelen over Charles Taylor. Fragmenten uit het boek van Joep Dohmen (Iemand zijn), Henk Smeijsters (Hoe je een beter mens wordt : levenslessen van moderne denkers) én een bundel die door de cursusleiding werd aanbevolen: Charles Taylor (onder redactie van Ger Groot en Guido Vanheeswijck – Polis 2016).

Al snel werd mij duidelijk dat deze in 1931 in Montreal geboren filosoof altijd de nuance opzoekt. Hij moet om het populair te zeggen niets hebben van mensen die ‘hét’ zeker weten en zich (daarom?) aan de uiteinden van een spectrum opstellen (links<-> rechts, gelovig<>atheïst, ?<>?).

Nee, Charles Taylor zal altijd op zoek gaan naar het spreekwoordelijke compromis; hij weet dat de waarheid ergens in het midden ligt, en dat in elke stellige bewering altijd elementen zitten waaraan getwijfeld kan, beter: moet worden.

Daardoor komt hij op de argeloze lezer (mij dus ook; in eerste instantie) als een CDA-achtig type over. Die ‘mening’ ligt voor de hand, want ook werd mij al snel duidelijk dat Charles Taylor zich als een gelovige katholiek beschouwt!

Opmerkelijk, anno 2024. Maar hij is zeker niet dogmatisch, en heeft waarschijnlijk veel meer begrip voor mensen die in een andere God geloven óf in ‘niets’ geloven, dan de gemiddelde CDA-, CU- of SGP-politicus/stemmer.
Sterker: hij ziet zich zichzelf vooral als een sociaaldemocraat. Een ‘ouderwetse’, welteverstaan. Ik vermoed dat hij weinig moet hebben van (een) Jeroen Dijsselbloem, Ad Melkert, Diederik Samson of Frans Timmermans. Sociaaldemocraten die hun zogenaamde veren hebben afgeschud en jaren geleden full speed meegingen met de neoliberale wind die ook in onze contreien ging heersen; én ondanks alle retoriek nog steeds heerst.

Ook werd mij al snel duidelijk dat hij nog steeds (of weer!?) gelooft dat er zoiets bestaat als het goede, het mooie, het bijzondere. Hij is wars van wetenschappers, filosofen én mensen die geloven dat alleen bestaat wat gemeten kan worden. Die ‘rest’ is voor hem geen metafysische flauwekul, waar we ons niet te veel van hoeven aan te trekken, en/of ons door zouden moeten of kunnen laten ‘leiden’.

Naarmate ik in de aanloop naar de cursus meer over hem las, nam mijn achting voor hem alleen maar toe. “Wat een man!” Ook viel me, toen ik schoorvoetend aan zijn dikke pil (Bronnen van het zelf) begon, op, dat hij in dat boek op een bepaalde manier hetzelfde deed (doet) als Joep Dohmen in zijn Iemand zijn.

Dohmen neemt de lezer als het ware aan de hand en leidt hem door de geschiedenis van de filosofie heen; op zoek naar ‘dingen’ die door de eeuwen heen door uiteenlopende denkers zijn gezegd over hoe een goed leven te leiden (ergo: levenskunst). Voor zover ik nu kan overzien doet Charles Taylor hetzelfde in Bronnen van het zelf; hij reist door de geschiedenis van de filosofie, op zoek naar de bronnen van onze kijk op wat waar, goed, beter, dan wel best is.

Een zielsverwant?
Ik realiseer me nu dat ik sinds 2004 voor de samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken tientallen sprekers aan het woord heb gelaten over ongeveer hetzelfde brede thema: hoe te leven in tijden waarin onze samenleving op de schop genomen zal moeten worden. Én wat is dan het beste om te doen; of andersom: waar kunnen we beter mee stoppen. Wetend dat vaak ‘dingen’ die waardevol zijn in wezen niet gemeten kunnen worden.

Veertien seizoenen lang liet ik sprekers aan het woord over ons zogenaamde jaarthema. Ik weet zeker dat sommige titels Charles Taylor zouden kunnen aanspreken.

Hij heeft zich op zeker moment, net als ik, ook afgevraagd hebben Waarom IK een probleem werd voor ONS.

Ook hij moet ooit gehoopt hebben dat er een tijd zou komen waarin mensen met iets-je meer ratio naar hun eigen gedrag zou gaan kijken (en vooral dat ze ‘iets’ anders gingen handelen), ergo: Ontnuchteringsjaren.

Evident is dat ook hij nagedacht heeft over Onmetelijke kwaliteit. Wat is het? Bestaat het? En zo ja, hoe gaan we dat realiseren? Kan dat, überhaupt?

Ik noemde hierboven al het feit dat we als mensheid nadrukkelijker dan vroeger De latten (moeten gaan) verleggen.

Dat heeft natuurlijk ook te maken met Herlevend burgerschap.

Tijd voor een nieuwe lente (seizoen 2010-2011) is natuurlijk een variant op De latten verleggen, maar paste perfect bij de tijdgeest. Die vervelende jaren 2007/2008 waarin de wereld geteisterd werd door de rampzalige besluiten, die werden genomen door verblinde neoliberalen om de na-effecten van de financiële crises (een uitwas van een volstrekt doorgeslagen geloof in ‘een heilig verklaarde markt’) proberen weg te masseren. En dit alles ten koste van de meent.

Een soort vervolg op dat jaarthema was de vraag Who’s in control? Een lastige vraag, zeker als je niet de indruk wilt wekken dat de Openbare Bibliotheek zich bezig houdt met complotdenken. Eerder het tegendeel.

Echte waarde(n) is natuurlijk een variant op het thema Onmetelijke kwaliteit uit 2007-2008. Dit thema sloot natuurlijk aan bij de steeds pregnantere gevoerde ‘strijd’ om wat er in het leven (én economie) echt toe zou moeten doen. Ik durf nu, na drie cursusbijeenkomsten en alles wat ik over Charles Taylor te weten ben gekomen, te zeggen dat deze 93 jaar oude Canadese denker zich zijn hele leven met juist dít thema heeft beziggehouden; bezig houdt.

In de drie daaropvolgende jaren realiseerden we ons dat de mensheid op tal van terreinen zou moeten gaan oefenen met alternatieven. We begonnen met Oefenen VOOR een andere tijd, maar kwamen er in de loop van dat seizoen achter dat we niet zozeer oefenden voor later, maar dat we dat al IN het hier en nu aan het doen waren.

Tijdens die ontdekkingstocht (die ‘reis’) dienden zich twee vragen aan, die vervolgens uitgroeiden tot jaarthema’s. Allereerst Wat delen we met elkaar? Of anders gezegd: leven wij voor onszelf, of draait het toch iets-je meer over ons samenleven met anderen; en zo ja, wat kunnen of moeten we dan aan elkaar ‘hebben’.

In die tijd kwam ook het inmiddels klassieke boek van Kate Raworth uit, en dat groeide uit tot een jaarthemavraag: Past het binnen de donut?

Het laatste jaarthema was kort voordat corona ons leven en maatschappij voor een deel lamlegde: Is vrijheid een illusie?

Dit laatste thema schemert, realiseer ik me, door alle jaarthema’s heen, en in wezen ook in de boeken van Joep Dohmen en Charles Taylor.

Iedereen weet wat vrijheid is, maar beschrijf het maar eens! En wat te doen om vrij-‘er’ te worden? Mijn standpunt is dat vrijheid een illusie is, én dat we als mens er ons steeds van bewust moeten zijn dat mijn vrijheid altijd samenhangt met die van anderen.

Dit thema is natuurlijk een variant van het jaarthema uit 2011-2012: Who’s in control?

Een boek dat Joep Dohmen, noch Charles Taylor noemt, heeft mij in deze geraakt: Hoe vrij zijn wij? : de machinaties van macht en de strijd voor onze toekomst van Raoul Martinez (uit 2016/7).

Ik schreef er eerder over: Empathie : Laten we vechten om de wereld te bevrijden, weg met nationale grenzen, hebzucht, haat en intolerantie (augustus 2017).

Maar hoe zit het met die Phaedrus?
Ergens tussen de tweede en derde cursusbijeenkomst realiseerde ik me dat Charles Taylor zich ‘vooral’ met het begrip goed, waar of mooi bezig hield/houdt. Taylor weet dat zoiets bestaat, maar van bijna alle filosofen en andere denkers krijgt hij als kritiek dat het iets is wat je niet kunt beschrijven. En vervolgens kun je de vraag stellen of het wel bestaat, en zo niet: wat we er dan mee aan moeten. Ik vermoed dat dit een van de centrale vragen zal zijn in het dikke boek dat we als groep gaan lezen.

En terwijl ik me dat langzaamaan begon te realiseren, kwam een romanfiguur op die ik de afgelopen vijftig jaar meerdere keren was tegengekomen; want ik heb het boek waarin hij af en toe voorbijkomt meerdere keren gelezen.

Sterker: ik reken Zen en de kunst van het motoronderhoud van Robert M. Pirsig uit 1974 tot een van mijn favoriete boeken. En dat heeft alles te maken met de zoektocht die Charles Taylor in zijn Bronnen van het zelf onderneemt. Joep Dohmen doet hetzelfde in zijn Iemand zijn.

Om te beginnen maken zij beiden, net als de hoofdpersoon uit Zen en de kunst van het motoronderhoud, een reis. Op zoek naar iets. Én, spoiler alert, het gaat meer om de reis – het op weg zijn, zoekende naar iets – dan om de vraag of je ‘iets’ zult vinden, dan wel bereiken.

Bij Dohmen draait het om de vraag hoe in deze tijd (waarin God niet meer bestaat) als mens goed te leven. Bij Taylor gaat het om de vraag waar het goede vandaan komt, of het zich laat beschrijven, en zo ja, wat te doen om tot dat goede te komen. Bij Robert M. Pirsig is de hoofdpersoon (ik vermoed voor een groot deel een zelfportret) op zoek naar een omschrijving van het begrip kwaliteit. Wat is het? Kun je het beschrijven? En zo ja, wat moet je als mens doen om een kwalitatief goed leven te kunnen leiden? De ondertitel van Pirsigs roman is trouwens niet toevallig: een onderzoek naar waarden.

Goed leven – het goede – kwaliteit

In wezen draait het allemaal om hetzelfde. Weten dat die ‘dingen’ bestaan, maar je kunt het nooit te pakken krijgen, je vinger er op leggen. En overal om je heen zijn mensen die je er op blijven wijzen dat wat zich niet laat meten, je niet kunt bewijzen, in wezen niet bestaat. Dus waar maak je je druk over?

Gekmakend!

En dat is de kern van Zen en de kunst van het motoronderhoud. De hoofdpersoon is een vader van pakweg vijfenveertig jaar die als wetenschapper (een échte bèta) tijdens de zomervakantie in de Verenigde Staten met zijn zoon op een motorfiets van Oost naar West reist. Ze overnachten in de wildernis, of in hotelletjes. Terwijl ze verder trekken denkt de vader op die heerlijk stampende motor na over het begrip kwaliteit.

In wezen komen tijdens die reis allerlei gedachten, hersenspinsels weer naar boven. Gedachten die hem op zeker moment gek hebben gemaakt. Hij wist op zeker moment bijna wat kwaliteit was, waar het vandaan komt, maar kon er niet precies de vinger op leggen. Het bleef malen in zijn hoofd. Zodanig dat hij zijn plichten als vader én werknemer versaagde en op zeker moment in een psychose terecht kwam en opgenomen werd in een psychiatrische inrichting. En in die tijd – de vroege jaren vijftig – werkte men daar, met de beste bedoelingen (!?), met elektroshocks. Die kreeg hij, en als gevolg daarvan raakte hij een groot deel van zijn herseninhoud en zijn inzichten over kwaliteit kwijt.

Tijdens die ‘eindeloze’ rit op die motorfiets, met zijn puberzoon achterop, komt ‘alles’ weer terug. En die zoon, Chris, ziet wat hij eerder heeft meegemaakt. Zijn vader glijdt weer af naar een plek waar niemand toegang toe had. Dat maakt Chris bang, en bezorgd. “Het zal toch niet…!”

De hoofdpersoon voelt dat hij tijdens de reis weer afglijdt naar die man die obsessief bezig was om het begrip kwaliteit te pakken te krijgen. Die andere man noemt hij Phaedrus.

De échte Phaedrus frequenteerde in de kringen rondom Socrates. Plato tekent hem op in het gelijknamige boek, en in (de) Protagoras.

Mijn inzicht is dat Charles Taylor op een bepaalde manier als die denkende en zoekende motorrijder is. Hij weet wat hij wil onderzoeken (‘vinden’ – het ‘goede’), heeft er allerlei gedachten over. Net zoals voor hem talloos veel andere denkers, wetenschappers, kunstenaars en mensen. Maar…

Maar hij weet dat hij er nooit precies de vinger op kan leggen. Maar wil zich er, in tegenstelling tot vele anderen, niet bij neerleggen. Waarschijnlijk kun je Bronnen van het zelf zien als een eerste aanzet om te komen tot een ‘definitief’ antwoord. Maar ik denk dat Charles Taylor als geen ander weet dat hij daarin nooit zal slagen. Belangrijker echter is de poging, de reis.

De komende maanden zal ik in die geest proberen te begrijpen wat Charles Taylor tijdens zijn reis zoal ontdekt heeft én met ons wil delen. In de hoop op zeker moment wellicht de conclusie te kunnen trekken dat Charles Taylor ‘iets’ wegheeft van die Phaedrus, de Phaedrus uit de klassieke roman van Robert M. Pirsig.

Of niet, Maar doet er ook niet zo veel toe. Belangrijker is, om met Erik Scherder te spreken, dat je je geest aan het werk zet. Blijft reizen, lezen, ontdekken, mijmeren, nadenken. En luisteren naar

music that comes from a far better land

Aanvulling op woensdag 16 oktober 2024

Barack Obama, nogmaals
Ik schrijf dit lange stuk terwijl in de Verenigde Staten Kamala Harris en Donald Trump campagne voeren om de volgende president van de Verenigde Staten te worden. Beiden krijgen hulp van mensen die het tot op zekere mate met hen eens zijn. Barack Obama zal de komende weken tot 5 november her en der toespraken houden. Op 10 oktober sprak hij in Pittsburgh; drie kwartier. Een ouderwets gedreven toespraak, waarin het woord values meerdere keren valt. Met name rond 32:45 in het filmpje hieronder

At the end of the day this election isn’t just about policies it’s about values it’s about who we are and how we treat each other and the example we want to set for our children and for their children and it’s about character

Omstreeks dezelfde tijd bladerde ik door een recent verschenen boek van een relatief jonge politicoloog: Tom van der Meer. Zijn boek Waardenloze politiek : hoe de Nederlandse politiek de kunst van het conflict verloor had goede kritieken gekregen. Toch maar eens bekijken.

Ik had al snel in de gaten dat dit een belangrijk boek is, waarin prima verklaard wordt waarom we leven in de samenleving waarin we nu leven. Een stik welvarend land, vol problemen (‘crises’ -meervoud). Veroorzaakt door een elite van politici, beleidsmakers die als een stel jonge kinderen kluitjesvoetbal spelen. Hoogopgeleide mensen die grosso modo serieus geloven dat de maatregelen die ze nemen om zaken te gaan oplossen zogezegd waardenvrij zijn. Op een bepaalde manier geloven ze écht in TINA, There Is No Alternative.

Terwijl ze moedwillig – of dom – vergeten dat er bijna altijd een alternatief is; maar dan moet je wel moeite doen om die geluiden tot je toe te laten. Of er naar op zoek zijn. Helaas is dat wat volgens Tom van der Meer (en anderen! Hij is zeker niet de eerste die dat stelt) niet gebeurt.

Leden uit de elite doen alles om problemen zodanig te framen dat er slechts één oplossingsrichting overblijft. In de kern is dat een geloof dat de markt heilig is, de overheid een probleem en dat alleen bestaat wat gemeten kan worden.

Tom van der Meer bepleit dat leden uit de elite (politiek, bedrijfsleven, wetenschap, én zeker ook de media) weer actief met elkaar moeten gaan steggelen over wat waardevol(ler) is. Toegeven dat het (neoliberale) geloof, waarin zij al meer dan veertig jaar geloven, is wat het is: een geloof.

En dat je ook in andere geloven zou kunnen gaan geloven. Hij heeft het nadrukkelijk over waarden. Dat daarover weer veel meer gepraat moet worden. Weg van een tijd waarin die als het ware er niet meer toe deden, ergo waardenloze politiek.

En het zou ook helpen als velen zich de woorden van Obama ter harte zouden nemen:

Uiteindelijk gaan deze verkiezingen niet alleen over beleid, het gaat over waarden, het gaat over wie we zijn en hoe we elkaar behandelen en het voorbeeld dat we willen geven aan onze kinderen en hun kinderen

Aanvulling donderdag 16 oktober 2024
Terwijl ik me voorbereid op de vierde bijeenkomst, morgen in Eindhoven, kwam ik in mijn ‘schriftje’ een quote tegen die ik enkele weken geleden in het dikke boek van Joep Dohmen aantrof. In Iemand zijn heeft hij het vaak over Charles Taylor; maar ook Aristoteles, Peter Bieri, Michel Foucault, Immanuel Kant, Michel de Montaigne, Friedrich Nietzsche – die het vaakst -, Martha Nussbaum en Socrates worden vaak door hem genoemd.

Anyway op pagina 476 staan deze twee zinnen:

Taylor ziet het als zijn taak om de moraal te redden uit de handen van de moderne hedonisten, relativisten, subjectivisten en utilisten.

én

Ik zie zijn werk als een correctie op het neoliberalisme en een poging om onze westerse cultuur in morele zin te revatiliseren.

Tja, wat mij betreft bingo. Ben benieuwd of hij daarin is geslaagd. Ik vermoed het – indachtig Pirsigs Phaedrus, níet, maar dit soort pogingen kunnen alleen maar van harte toegejuicht worden. Weg van het kille, technocratische denken dat er niet zoiets zou bestaan als het goede, het mooie, dát wat meer kwaliteit heeft dan ‘iets anders’. Ik voel aan mijn theewater dat hij met iets waardevols bezig is. En als samenleving zouden we weer veel meer met elkaar in gesprek over dat wat waardevol is. Weg van dat waardenloze gedoe.

Aanvulling op woensdag 23 oktober
Tijdens het weekend las ik het transcript van het gesprek dat Lex Bohlmeijer met Timothy Snyder voor De Correspondent voerde. Om precies te zijn: de vertaling van dat gesprek. De aanleiding was de publicatie van de Nederlandse vertaling van zijn nieuwste boek: Over vrijheid (Balans 2024, 453 pagina’s). Dat 50 minuten durende gesprek kun je naluisteren: Alleen samen kun je vrij zijn, ziet schrijver Timothy Snyder.

Mij viel meteen op dat hij het op zeker moment heeft over ‘het goede’. En dat daarover geen gesprek gevoerd hoeft te worden. Goed is goed. Punt. Tja, ik vermoed dat Charles Taylor én Phaedrus Pirsig er ongeveer hetzelfde over denken. Net als ik. Maar dat zij zich realiseren dat velen zich zullen blijven verschuilen achter de dooddoener (?) dat het goede ook maar een mening is, nooit bewezen kan worden en dat mensen die zogenaamd écht weten wat er in de wereld te koop is hen meewarig aankijken. En ondanks al deze tegenwerpingen en cynische terzijdes pleit Timothy Snyder onomwonden voor een ietwat kinderlijk geloof dat het goede bestaat, én, nog belangrijker, ons kan helpen de grote problemen van onze tijd te gaan aanpakken.


…. maar vrijheid moet beginnen met de werkelijkheid van de goede dingen. Dit is mijn deel van het betoog dat niks anders is dan gezond verstand, maar ook nogal naïef klinkt omdat mensen dat niet echt meer in het openbaar zeggen. Maar we kunnen vrijheid alleen bereiken vanuit de premisse dat de goede dingen goed zijn. Dat eerlijkheid goed is. Loyaliteit goed is. Schoonheid goed is. Genade goed is. Van daaruit begint positieve vrijheid.

Tja, zo zul je Trump, Wilders, Orban én Yesilgöz nooit horen praten. Het woord vrijheid bezigen ze doorlopend, maar in de praktijk doen ze dingen die daar volstrekt haaks op staan. Newspeak, zogezegd

Aanvulling op dinsdag 5 november (’s ochtends)
Morgen zullen we weten wie de Amerikanen hebben verkozen: Kamala Harris of Donald Trump. De signalen wijzen op een winst voor Kamala Harris. Die winst zal zij vooral te danken hebben aan vrouwen die ‘eindelijk’ gingen inzien dat Trump nou niet bepaald opkwam voor zaken die voor hen én het land belangrijk zijn. Wellicht is deze cartoon een illustratie van wat veel vrouwen vonden, én deden.

Maar de reden om aan dit lange artikel – over Charles Taylor én Robert M. Pirsig’s zoektocht naar ‘het goede’ en ‘kwaliteit’ – een vierde aanvulling toe te voegen, is een boek dat op vrijdag 1 november in mijn brievenbus viel: De domheid regeert : hoe opzettelijke onwetendheid een politieke strategie werd.

Geschreven door columnist, programmamaker en ‘beroepsquerulant’ Sander Schimmelpenninck. Deze 40 jarige jongeman mengt zich nadrukkelijk in het debat over zaken waarover de meningen niet bepaald uniform zijn. Integendeel. Als geen ander slaagt hij er in zaken scherp over het voetlicht te brengen én veel mensen tegen de spreekwoordelijke schenen te schoppen. Kern blijft altijd dat hij argumenten gebruikt; zich niet overgeeft aan schelden, jij-bakken debiteren en andere manieren om zich aan een vervelende discussie te onttrekken.

Zijn laatste boek is wat dat betreft een voltreffer. Honderdduizenden mensen zullen zich aangevallen voelen. Waarom? Omdat zij – met hun volle verstand – zich achter politici en beroeps-agitatoren opstellen die ronduit onzin verkondigen, dan wel voorstaan. Dat is niet alleen erg, slecht voor de samenleving en onze democratie, maar Sander weet als geen ander dat het gros van die mensen helemaal niet dom zijn. Integendeel: velen van hen zijn hoog opgeleid, en kunnen beter weten. Maar ze negeren moedwillig alle feiten die haaks staan op de standpunten die deze politici en beroeps-agitatoren ter berde blijven brengen.

Er is geen asielcrisis!
Het klimaat verandert wel degelijk door toedoen van de mens!
Virologen probeerden en proberen met de beste bedoelingen maatregelen te nemen tegen Covid en andere, aankomende epidemieën!

Het voert hier te ver om de kern van het zeer vlot geschreven boek na te vertellen. Ik wil alleen kwijt dat ik opveerde toen hij in zijn Epiloog met de volgende zin aan kwam zetten.

Een bepaalde vorm van polarisatie is, in weerwil van wat zogenaamd redelijke burgers regelmatig verzuchten, cruciaal bij de bestrijding van domheid. Het is helemaal niet erg als tegenstellingen tussen mensen scherper worden of groeien, zolang iedereen het debat maar volgens dezelfde regels voert. Er is geen redelijke weg uit dit moeras van domheid; er zal retorische strijd geleverd moeten worden. Het is in het publieke debat belangrijk om mensen te dwingen om te kiezen: wil je werkelijk bij de leugenaars en opzettelijk dommen horen?
Want er is helemaal niet altijd een midden in de discussie; wie wil er nou neutraal zijn in een strijd tussen goed en fout, tussen feiten en leugens? Zeker in een land als Nederland waar lafheid regelmatig verward wordt met redelijkheid of fatsoen, is het helemaal niet gek om mensen kleur te laten bekennen.
(pagina 141)

En meteen nadat ik die zin las, dacht ik dat Sander Schimmelpenninck op zijn manier (waarschijnlijk onbewust) weet heeft van een belangrijk inzicht van Charles Taylor. Het ‘weten’ dat sommige dingen domweg goed zijn, en andere niet goed, beter: fout. Maar, nogmaals: probeer het maar eens te formuleren, ‘hard’ te maken.

Helder moge zijn dat Sander Schimmelpenninck niets moet hebben van alle quatsch die door domrechts wordt gedebiteerd. Maar in die epiloog gaat hij nog een stapje verder, en plakt er het etiket ‘fout’ op. Fout dat haaks staat op ‘goed’.

Eerder stelt hij in zijn boek dat mensen die zich domrechts gedragen niet integer zijn. Vaak weten ze donders goed dat ze oftewel onzin verkondigen, dan wel zich racistisch uiten, maar ze negeren moedwillig hun geweten.

De reden dat mensen die helemaal niet dom zijn toch domheid gebruiken, is duidelijk: omdat ze te kwader trouw zijn.

Hetzelfde gaat waarschijnlijk op voor de antenne die we allemaal hebben. Het overgrote deel van ons weet écht wel wat ‘goed’ is, maar het komt vaak prima uit om die signalen te negeren, en mee te gaan met wat bijvoorbeeld domrechtse agitatoren of politici te berde brengen. Hoef je zelf niet(s) te veranderen, offers te brengen. Kun je doorgaan met jouw eigen ‘lekkere’ leventje; en de rest zoekt het maar uit!

Tja, een laatste aanvulling (zaterdag 9 november 2024)
Het even geduurd; de klap kwam hard aan. Sander Schimmelpenninck had/heeft gelijk: domrechts heeft niet alleen in ons land veel mensen betoverd. De Verenigde Staten hebben een desastreuze afslag genomen. De tijd zal leren hoe deastreus.

Overeind blijft dat ik nog steeds in het goede geloof, en dat ‘hét’ in the end zal ‘winnen’. Tijdens het lezen van die dikke pil van Charles Taylor lees ik tussendoor weer eens Zen de kunst van het motoronderhoud van Robert M. Pirsig. Aan het einde van het tweede deel (in hoofdstuk 15) kwam ik een toepasselijk, én geliefd fragment weer eens tegen. De hoofdpersoon ‘zit’ weer midden in het gedachtengoed van Phaedrus(en zijn zoektocht om het goede, kwaliteit te kunnen ‘pakken’). Aan het einde van dat vijftiende hoofdstuk volgt deze monologue interieure:

Kwaliteit… je weet wat het is, toch weet je niet wat het is. Dat is met zichzelf in tegenspraak. Maar sommige dingen zijn beter dan andere, dat wil zeggen, hebben meer kwaliteit. Maar wanneer je probeert te zeggen wat de kwaliteit is afgezien van de dingen die het bezitten, gaat het alleemaal ffft! Dan is er niets om over te spreken. Maar wanneer je niet kunt zeggen wat Kwaliteit is, hoe weet je dan wat het is, of hoe weet je dan zelfs maar dat het bestaat? Wanneer niemand weet wat het is, dan bestaat het dus voor alle praktische doeleinden helemaal niet. Maar voor alle praktische doeleinden bestaat het wel degelijk. Waarop worden anders cijfers gebaseerd? Waarom zouden mensen anders voor sommige dingen een fortuin willen neertellen, terwijl ze andere dingen op de schroothoop gooien? Kennelijk zijn sommige dingen beter dan andere… maar wat is dat ‘betere’?… En zo draai je dan rol, tol je geestelijk rond en nergens vind je houvast. Wat is in hemelsnaam Kwaliteit? Wat is het? (pagina 223, negenendertigste druk uit 2012)

Geef een reactie

Ontdek meer van Lezer van Stavast

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder