Categorieën
Bibliotheek Maatschappij Next

Een goede voorouder

Ik kan me niet meer precies herinneren wanneer ik ergens vorig jaar ontdekte dat de Engelse econoom Kate Raworth (van de Donuteconomie) getrouwd was met iemand die ik kende. Een Australiër met een Pools aandoende en moeilijk uitspreekbare achternaam: Roman Krznaric.

Op zijn website geeft hij een note: Krznaric is pronounced kriz-NAR-ik.

In 2014 had ik Empathie gelezen. Dit goed geschreven boek bevat een pleidooi om ons je als mens iets-je vaker empathisch op te stellen. Een prima idee, alleen geloof ik zelf meer in het verwante, maar ‘sterkere’ begrip compassie. Als je empathie voelt voor iemand die het moeilijk heeft dan is dat mooi, maar hoeft niet te betekenen dat je hem of haar daadwerkelijk gaat helpen. Compassie is wat dat betreft urgenter. Je kunt het bijna niet (meer) maken om schouderophalend, maar wel empatisch voorbij te lopen.

Hoe dan ook. Begin dit jaar werd ik er weer aan herinnerd dat Roman getrouwd was met Kate; en vooral dat zij daarom waarschijnlijk dingen doen die in elkaars verlengde liggen. Ik durf inmiddels te stellen dat zij eenzelfde kijk op de wereld hebben, wat er aan schort en hoe daar iets aan te doen.

Kate Raworth betoogt in haar in 2017 verschenen Donuteconomie : in zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw dat we als mensheid afscheid moeten nemen van economische groei (als doel op zichzelf) en alles op alles gaan zetten om ervoor te zorgen dat we als mensen binnen twee grenzen blijven, beter: gaan leven. Momenteel doen we dat nadrukkelijk niet.

We overschrijden aan de ene kant grenzen die niet goed uitpakken voor ‘de aarde’ en aan de andere grenzen die niet goed uitpakken voor het individueel welbevinden van de mens. In arme én rijke landen. Alleen hebben wij hier – in het Westen – vele malen meer boter op ons hoofd.

De Volkskrant opende waarschijnlijk bewust het nieuwe jaar met een interview met Roman Krznaric (‘We behandelen de toekomst als een stortplaats van ecologische schade en technologische risico’s’).

Afbeeldingsresultaat voor the good ancestor roman

De aanleiding was de Nederlandse vertaling van zijn vorig jaar verschenen boek The good ancestor. How to think long-term in a short-term world. Dat verscheen in januari bij Ten Have als De goede voorouder : langetermijndenken voor een kortetermijn wereld.

Drie weken later stond hij samen met zijn vrouw in Vrij Nederland. Een dubbelinterview: Kate Raworth en Roman Krznaric samen aan de keukentafel: ‘We zijn doordrenkt van elkaars werk’.

Tóch duurde het tot begin februari voordat ik het boek in de boekhandel kon kopen. En las het – zoals het cliché wil – in één ruk uit. Al snel had ik in de gaten dat dít boek me kon helpen om een bepaalde ‘puzzel’ op te lossen.

Corona en de bibliotheek
Het feit wil dat ik op 1 april van dit jaar als bibliothecaris vanwege mijn leeftijd afscheid neem van de samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken. De laatste maanden waren zwaar. Door corona was én is er amper manoeuvreerruimte om ‘dingen’ te organiseren. Bijna alles wat we planden ging vaak niet door.

Tóch ben ik nog steeds actief. En denk samen met enkele collega’s na over een congres dat de Bibliotheek Oss dit najaar wil houden. Bibliotheek Oss maakt samen met andere bibliotheken deel uit van de NOBB, wat staat voor (de samenwerkende) Noord Oost Brabantse Bibliotheken. Een regio waarin momenteel vijf gemeenten liggen, en ruim tweehonderdvijftig duizend mensen wonen. Ingeklemd tussen Nijmegen, Den Bosch en Eindhoven.

Honderd jaar Bibliotheek Oss
De Osse bibliotheek bestaat dit voorjaar exact honderd jaar. Opgericht in 1921 door een stel notabelen, onder leiding van pater Titus Brandsma. Dat congres is bedoeld voor collega’s én geïnteresseerde burgers. Een congres waarop we inzoomen op de rol die een openbare bibliotheek te spelen heeft in een wereld waarin om allerlei redenen wissels verzet zullen moeten worden.

Met dat onderwerp hield ik me al veel eerder bezig, en het leek ons een mooi moment om ter gelegenheid van het honderdjarig bestaan daar een dag lang expliciet bij stil te staan. Bedoeld om te informeren, te inspireren en wellicht sommige aanwezigen op het verkeerde been te zetten. Vragen stellen over waarom een bibliotheek anno 2021 bestaat en wat wellicht een (nieuwe?) rol zou kunnen zijn. Vragen opwerpen waarvoor geen absolute antwoorden zijn.

De tijd dat je naar dé bieb ging voor dé antwoorden is voorbij. “Dat zoeken we op!” doen we tegenwoordig vooral thuis, of waar we zijn met ons mobieltje. Maar vragen die gegoogeld kunnen worden zijn in wezen niet belangrijk meer. Vragen waarvoor géén antwoorden zijn, zijn vele malen belangrijk. Ik vond, en vind, dat een bibliothecaris dit soort vragen moet stellen. In zijn of haar gemeenschap.

Enkele jaren geleden schreef ik een lang artikel over de rol van de bibliothecaris: Next librarians zijn de vroedvrouwen van de … next society (augustus 2018).

In dat artikel beschrijf ik vijf à zeven rollen die een bibliothecaris door elkaar heen ‘speelt’. En werp ik drie zinnen op die in mijn ogen de kern van het vak van een bibliothecaris omvatten:
* Mensen te voeden met de dilemma’s waar we voor staan,
* Vragen stellen is gewoonweg krachtiger dan antwoorden geven én
* Volwassenen verleiden zich volwassener te gaan gedragen.

Dilemma’s
Die dilemma’s zijn nodig omdat we in de komende jaren, decennia over de meest uiteenlopende zaken van het menselijk gedoe zullen moeten gaan nadenken. Next voedsel, werk, toerisme, vervoer, democratie, ongelijkheid, vrije tijd, natuur, onderwijs, energie, geld, journalistiek …

Is het normaal wat we nu doen? En is dat niet het geval, wat dan te doen? Helaas zijn er meerdere wegen die ingeslagen kunnen worden. Elk met zijn of haar eigen specifieke voor- en nadelen. We zullen anders moeten gaan acteren. En pas achteraf zullen we weten of we de juiste keuze hebben gemaakt.

Vragen stellen
Die zin over vragen stellen sluit daar bij aan. Sommige vragen moeten gesteld worden omdat er op dit of dat terrein iets niet goed zit. Uiteraard is het redelijk aanmatigend om te stellen dat de bibliothecaris dit soort vragen zou moeten gaan stellen. Maar dat betoog ik niet.

Ik zie de bibliotheek als een plek in het publieke domein – voor iedereen toegankelijk, en een consumptie is niet verplicht – waar jan en alleman kan samenkomen. Er zijn meer van dat soort plekken – ook wel third places genoemd – maar die zijn vaak niet voor iedereen even toegankelijk. Denk aan een schouwburg, museum, gemeentehuis, debatcentrum.

In mijn ogen heeft de bibliothecaris als belangrijke taak om middels uiteenlopende activiteiten voor de meest diverse groepen mensen verschillende vragen – of: onderwerpen waar ‘iets’ zal moeten gaan veranderen – te gaan stellen. In de hoop dat mensen samenkomen, de moeite willen doen zich verder te gaan informeren; opdat ze ‘beter’ in staat zijn om mee te denken over mogelijke oplossingsrichtingen.

Titus Brandsma had het in zijn tijd over volksverheffing. In honderd jaar is er wat dat betreft niet veel veranderd. Ik treed nadrukkelijk in zijn voetsporen; alleen is ‘het katholieke’ verhaal wel weggevallen.

Volwassenen verleiden
Met die derde zin zit ik – sinds ik die ergens rond 2015 bedacht – een beetje in mijn maag: volwassenen verleiden zich volwassener te gaan gedragen.

Ondanks die bezwaren sta ik nog steeds volledig achter deze zin. Het is een parafrase van de titel én kernzin uit Waarom zou je volwassen worden? van de Amerikaanse filosoof Susan Neiman. Een redelijk aanmatigende zin; dat wel.

In 2014 geeft ze in dat boek als antwoord dat het bedrijfsleven helemaal niet zit te wachten op volwassenen, want aan hen kun je geen flauwekul producten, diensten en/of meningen slijten. Wel aan kinderen, pubers en adolescenten.

Ik weet natuurlijk dat die zin nadrukkelijk ook op mijzelf, mijn eigen gedrag slaat. Ik zal zeker geen steen werpen. Weet wel dat alle (!?) volwassenen in eerste instantie zullen uitroepen: “Waar bemoei jij je mee!” Ik ben als volwassene prima in staat om zelf te bepalen wat belangrijk, goed, mooi of nodig is. “Flikker op met je genudge!”

Helaas durf ik – ondanks het feit dat ik mezelf nogmaals nadrukkelijk ook als een onvolwassen volwassene beschouw – te stellen dat de werkelijkheid vele malen complexer is. De kern daarvan is dat mensen aan de ene kant sociale dieren zijn die het gros van de tijd door hun gevoel worden geleid, en dat er aan de andere kant ontelbaar veel partijen zijn die doorlopend bezig zijn ons te bespelen. Markt noch overheid doen daarin veel voor elkaar onder.

Iedereen die nog steeds gelooft een ‘vrij’ mens te zijn, die los van ‘alles’ zelf bepaalt wat wel of niet te doen, is in mijn ogen naïef. We worden aan alle kanten bespeeld, gemanipuleerd, genudged én onze hersenen/brein/ziel/mijn échte zelf of ‘kern’ spelen daarin een ‘verkeerde’ rol. Verkeerd tussen haakjes, want juist die hersenen – en dat ‘dierlijke gevoel’ – maken ons tot mens.

Dit besef raakt ook aan een breed gedragen gevoel dat succes aan jezelf ligt; en het tegendeel daarvan dus ook. Opmerkelijk zelfbedrog, want op de keper beschouwd hangt in het leven bijna alles samen met omstandigheden, anderen, geluk, een kruiwagen op het goede moment. Wees kortom iets bescheidener.

In 2018 zette ik de bibliothecaris neer als vragensteller, en ‘bedacht’ daarvoor een bestaand woord. Vroedvrouw. Achteraf realiseer ik me dat ik me met dat woord in een lange traditie schaar (want Socrates had het er ook al over).

Ik zie de bibliothecaris als iemand die constateert dat er in de samenleving (lokaal, regionaal, landelijk of mondiaal) op een bepaald terrein ‘iets’ gaande is. Sterker: er is altijd reuring. Verandering is onvermijdelijk, zoals Kevin Kelly stelt. Het zogenaamde Raam van Overton is altijd aanwezig, en zichtbaar voor wie het wil zien.

Moet iets wel hetzelfde blijven? Wordt het geen tijd om na te gaan denken over alternatieven? Ook kan hij of zij – die bibliothecaris – constateren dat er ergens mensen op de barricade springen. Zich verzetten tegen een bepaalde status quo. De kern van dit alles is dat er ‘ergens een zaadje is geplant’. En het doet er niet zo veel toe wie, wat, waar, wanneer, hoe.

Een goede bibliothecaris heeft voor dit soort zaadjes-signalen voelhorens. Niet alleen bedoeld om vragen te kunnen stellen, activiteiten te bedenken, maar ook om te begrijpen dat er over dit of dat onderwerp nieuwe (maar vooral: andere) titels aan ‘zijn’ of ‘haar’ collectie moeten worden toegevoegd. Of dat je in presentaties voor groepen dit soort tendensen meeneemt, begrijpt dat daarover aan het inlichtingenbureau vragen gesteld kunnen worden.

De kern van mijn betoog is dat ‘de bibliothecaris’ NIET verantwoordelijk is voor het zaadje. Dat komt uit de samenleving, de gemeenschap. Wél vond en vind ik dat de bibliothecaris als vroedvrouw als taak heeft om ervoor te zorgen dan zo’n zaadje kan uitgroeien tot. …

Idealiter een perfect kind. Maar af en toe – that’s life – mislukt het. Volgt er een miskraam of komt er een onvoldragen kind ter wereld. Maar een vroedvrouw zal zich altijd inspannen om het geboortetraject zo optimaal mogelijk te begeleiden. Voor hem of haar doet het er – cru gesteld – niet toe hoe het traject afloopt. Wél dat alles op alles wordt gezet om samen met de kraamvrouw – in dit geval de gemeenschap, die met dat zaadje in haar maag zit – er het beste, meest optimale uit te halen.

Een krantje
Eind maart wordt in de gemeente Oss huis en huis ‘een krantje’ van de bibliotheek bezorgd. Een katern van ruim twintig pagina’s over wat we zoal doen. Waar we voor staan. Wie we zijn. Voor dat krantje wordt ik geacht een stuk-je (600 woorden) aan te leveren. Iets te zeggen over de toekomst. Een vererende opdracht. Een mooi slot van een carrière die in december 1980 in Oss begon. En die column moest wat mij betreft een link hebben met het aankomende congres. Zonder corona hadden we dat congres natuurlijk in het voorjaar van 2021 gehouden.

Vorige week kwam tijdens het nadenken over de invulling van dat congres (thema, mogelijke sprekers) én het schrijven van die column De goede voorouder van Roman Krznaric voorbij. Nam bezit van mijn oorspronkelijke verhaal.

Het beeld/verhaal van de goede voorouder is wat mij betreft bullseye. Ik kan het naadloos inpassen in mijn kijk op de werkelijkheid, en heeft de charme van eenvoud en helderheid. Ieder mens kan het begrijpen! Het is ook bullseye met betrekking tot de (nog steeds niet uitgestelde) verkiezingen voor de Tweede kamer op woensdag 17 maart 2021. Kan mensen helpen die nog twijfelen over hun keuze.

Met fluwelen pen keihard de waarheid vertellen
Roman Kznaric is een positief ingesteld man. Hij bezigt geen harde woorden. Valt bijna niemand keihard aan.

Wilt u wel zo’n boek lezen dan adviseer ik u van harte Ontwaak! : kom uit uw neoliberale sluimer van sociaal geograaf Ewald Engelen. Die maakt gehakt van bijna iedereen die in dit land (en in Europa) ‘ergens’ leiding aan geeft. In zijn ogen is deze meritocratische, technocratische groep (‘de elite’) losgezongen van de werkelijkheid en heeft geen oog meer voor de belangen van het gros van pakweg tweederde deel van de bevolking. En zij hebben doorgaans in hoge mate géén oog voor langetermijnbelangen. Geen visie zoals Titus Brandsma, een moreel leider.

Maar Roman Krznaric is met zijn ‘fluwelen’ pen wel een vervelend iemand. Hij maakt kristalhelder dat wij allemaal – alle volwassenen die nu leven – er een potje van maken. We blijven volharden in een manier van leven – een systeem – dat niet bepaald goed zal uitpakken voor onze kinderen, klein- en achterkleinkinderen.

Als ‘kathedraal-denker’ heeft hij het over een tijdshorizon van honderd jaar (“Hé Titus”). Het gros van de tijd speelt dat in ons dagelijks leven geen enkele rol. De Nederlandse ondertitel van De goede voorouder is niet voor niets: langetermijndenken voor een kortetermijn wereld.

Ook hij stipt kort aan dat de mens daarvoor als het ware niet gehardwired is. Onze hersenen ‘verleiden’ ons doorlopend te gaan voor korte termijn oplossingen, pleziertjes. En markt en staat doen daar op hun manier vaak ook aan mee. “Geniet nu!”

Maar
Maar dit alles laat onverlet dat onze huidige samenleving (‘ons systeem’) op termijn niet houdbaar is. Hij stipt alle bedreigingen kort aan, maar zijn boek gaat vooral over manieren om onze focus iets vaker op de lange termijn te gaan richten.

Uiteraard zijn er de laatste jaren tientallen boeken geschreven waarin schrijvers vanuit heel verschillende disciplines uitleggen dat we als mensheid tegen grenzen oplopen, dan wel overschrijden.

Zo hebben David Wallace-Wells, Eric Holthaus en Elmer Mommers het over het klimaatprobleem (De onbewoonbare aarde, De toekomstige aarde en Hoe gaan we dit uitleggen : onze toekomst op een steeds warmere aarde).

Laten schrijvers als Bert de Vries, Dirk Bezemer of Sander Heijne en Hendrik Noten zien dat er het nodige hapert aan ons economische systeem. (Ontspoord kapitalisme, Een land van kleine buffers en Fantoomgroei,).

Zijn bijvoorbeeld Jan Kuitenbrouwer, Huib Modderkolk en Marleen Stikker niet te beroerd om de vinger te leggen op zeer vervelende, antidemocratische tendensen in de wereld van internet, big tech en staatssurveillance (Datadictatuur, Het is oorlog, maar niemand ziet het en Het internet is stuk).

Noem ik slechts één schrijver die zich grote zorgen maken over het functioneren van onze democratie: Ece Temelkuran. (Verloren land). Maar er zijn er veel meer.

En natuurlijk zijn er schrijvers die huidige tendensen doortrekken en zich zorgen maken of de mensheid in staat zal zijn om negatieve gevolgen daarvan tegen te houden, dan wel te beteugelen. Het beroemdste, en best verkochte boek op dit terrein is natuurlijk Homo deus van historicus Yuval Noah Harari. Maar ook hij is zeker niet de enige.

Daartegenover staan – zo eerlijk moet ik ook zijn – ook auteurs die met argumenten betogen dat we ‘het nog nooit zo goed gehad hebben’ en dat wetenschap én technologie in staat zullen zijn om alle problemen en uitdagingen te gaan oplossen. Ik noem Addie Schulte, Maarten Boudry en Johan Norberg. (De strijd om de toekomst, Waarom de wereld niet naar de knoppen gaat en Vooruitgang). Maar ook hier zijn er veel meer titels en auteurs.

En worden er verdacht veel boeken geschreven over ongelijkheid. Verschillen tussen mensen in inkomen, (vooral) vermogen en kansen. In dat verband gaat het opvallend vaak over het begrip meritocratie. En is het niet toevallig dat onlangs de tv-serie Klassen werd uitgezonden; en door velen massaal omarmd.

Drie schrijvers: Kees Vuyk, Anand Giridharadas en Geert Van Istendael (Oude en nieuwe ongelijkheid : over het failliet van het verheffingsideaal, Waarom de superrijken de wereld niet zullen veranderen en De grote verkilling).

Afbeeldingsresultaat voor titus brandsma stavast

In de voetsporen van Titus : een goede voorouder
Tijdens het schrijven van die column drong Roman Krznaric’s voorouder zich als het ware op. Ik kon dat beeld als het ware vervangen door die ‘vervelende’ zin: volwassenen verleiden zich volwassener te gaan gedragen. Het komt op hetzelfde neer, maar komt beter over. Te meer als je eenmaal in mijn gedachtegang wilt meegaan dat Titus Brandsma een goede voorouder is geweest. Hij heeft dingen nagelaten waar we nog steeds iets aan hebben; op voort kunnen bouwen.

In het begin van de twintigste eeuw constateerde hij als Fries dat in de regio waar hij priester werd (Megen, Oss, Noord Oost Brabant) de meeste mensen ronduit arm en zeer laag geschoold waren. Daar moest iets aan gedaan worden.

Niet alleen voor die mensen zelf, maar ook omdat Titus samen met andere notabelen begreep dat bedrijven, organisaties en instellingen in the years to come behoeften zouden hebben aan iets hoger opgeleide mensen. Investeren in de toekomst, wordt dat ook wel genoemd.

De goede voorouders van toen hadden dat prima door. Investeren, ook in mensen die zich na het verlaten van de school zelf wilden blijven ontwikkelen.

Dus realiseerde Titus samen met anderen een hbs, een nieuwsblad (voor Oss en omgeving) en in 1921 een openbare bibliotheek. Alle drie natuurlijk op katholieke grondslag. Iedereen was in die tijd in deze regio katholiek. Iedereen geloofde in het verhaal van Jezus.

Bestand:Oss, statue Titus Brandsma.JPG - Wikipedia

Titus was bezig met volksverheffing. En nu, honderd jaar later, zijn we daar als bibliothecarissen nog steeds mee bezig.

Inmiddels gaan mensen veel langer naar school, hebben ze toegang tot een schier oneindige hoeveelheid informatie. Maar Titus zou als hij nu nog geleefd had ook kennis hebben genomen van inzichten over hoe de mens in elkaar zit, en dat die vaak niet in staat is zich iets volwassener te gedragen en lak te hebben aan alle signalen die door uiteenlopende ‘verleiders’ op ons af worden gevuurd.

In de column die eind maart zal verschijnen zit veel beknopter (want maximaal 600 woorden) alle informatie die ik hierboven zoal heb aangereikt. U hoeft het er natuurlijk niet mee eens te zijn. Maar daar gaat het me in eerste instantie ook niet om. Dit soort artikelen zetten u aan het denken. Dwingen u een standpunt te bepalen, op zoek te gaan naar zwakke elementen et cetera. En zelfs als u het in grote lijnen met mijn analyse eens bent, dan nog valt er veel meer over te zeggen.

We hopen dat het te organiseren congres (september 2021) een moment wordt om er samen met verschillende sprekers dieper op in te gaan. En mijn jongere collega’s gaan dat de komende pakweg veertig jaar in de regio Noord Oost Brabant doen.

Een goede voorouder
In wezen vertelt Roman Krznaric niets nieuws. Al in 1972 verscheen Grenzen aan de groei, beter bekend als het Rapport van de Club van Rome. Ik kocht de Aula-pocket als zeventienjarige knaap bij boekhandel Schellen in Veghel. Artikel: Het is erger dan je denkt, veel erger (mei 2019)

Er werd toen als het ware een bom op de aarde gegooid. Als we ons niet anders zouden gaan gedragen dan zou het leven op termijn op aarde onhoudbaar worden. Sindsdien is er natuurlijk veel positiefs gebeurd. Ik moet die club van optimistische schrijvers voor een groot deel gelijk geven. Maar …

Maar tegelijkertijd hebben we massaal – inclusief ik zelf – bijna alle signalen in grote mate genegeerd en zijn doorgegaan met iets wat waarschijnlijk niet meer kan. Op een te grote voet leven. Op een aarde die eindig is. Die onbewoonbare aarde van David Wallace-Wells komt akelig dichtbij.

Het gros van de tijd houden we ons – wees eerlijk – bezig met kortetermijnbelangen. We leven als God in Frankrijk. Leven volgens het motto après nous le déluge. Na ons de vloedgolf. En wat er voor onze kinderen, klein- en achterkleinkinderen resteert. Who cares. Alhoewel?

Afbeeldingsresultaat voor na ons de zondvloed
Was toevallig ook de titel van een vierdelige tv-serie over het rijzende water

Ik vermoed dat het beeld – beter: verhaal – van de goede voorouder de komende jaren, decennia zal beklijven en dat steeds meer burgers zich iets-je vaker gaan afvragen of we wel goed bezig zijn.

Het is – tot slot – beslist geen ik-dingetje. De wereld zal niet gered worden als ik dit of dat anders, of minder ga doen. De hoop is wel dat dit soort gedrag door mensen die leiding geven op zeker moment opgepikt wordt en ondersteund. Niet zoals nu, door er een commissie tegenaan te gooien die een rapport voor de onderste la produceert. Rentmeesters die het bij woorden laten. Nee, de hoop is dat ‘de politiek’, ‘de bazen’ of ‘de elite’ zich écht ook als goede voorouders gaan gedragen. Daartoe aangespoord door burgers.

En de bibliothecaris van dienst zal in zijn of haar regio van alles proberen om mensen hierover na te laten denken. Hen verleiden zich beter te informeren. In de hoop dat we ons allen iets vaker als goede voorouders gaan gedragen.

(vrijdag 19 februari 2021)
Vandaag begint mijn vastentijd; over veertig dagen ga ik met pensioen.

Kijktip
Zondag 21 februari staat Roman Krznaric centraal in de Tegenlicht-aflevering Time rebels.

Lezingen-tip
Gisteren maakte de Amsterdamse dependance van The School of Life bekend dat Roman Krznaric op donderdag 22 april een online lezing zal houden over zijn boek: How to be a good ancestor. Een kaartje kost tien euro.

Geef een reactie