Categorieën
Boeken Citaten KUnst Maatschappij Next

‘U bent populair’, zei hij tegen Chaplin, ‘omdat u door de massa wordt begrepen.’

Kort voordat Nederland op slot ging zag ik in Helmond enkele slapstick-films van Charlie Chaplin. Zes om precies te zijn. Bijzonder was dat onder die stomme films live muziek gespeeld werd door het Nederlands Blazers Ensemble.

Een korte, schitterende voorstelling. Die ik kort aanstipte in een (erg lange) longread over The Great Dictator, een van de beroemdste films van Chaplin. Vooral befaamd door de slottoespraak van de kapper/dictator. Opmerkelijk was dat de avond in Helmond met de belangrijkste regels uit deze fameuze speech begon en eindigde.

Artikel: Ik ging naar Voorlinden om een muisje te zien

Na de voorstelling kocht ik een boek over Charlie Chaplin. Van Matthijs de Ridder, die voor de voorstelling een korte lezing over Charlie Chaplin had verzorgd.

Hij deed de opmerkelijke uitspraak dat de twintigste eeuw de eeuw van Chaplin was geweest; en – nog opmerkelijker – dat hij voor ons in de eeenetwintigste eeuw ook nog steeds relevant is. Wauw, wat een statement! Reden genoeg om zijn boek te kopen en – wie weet ooit – te gaan lezen.

De afgelopen dagen las ik – zoals het cliché wil – die dikke pil in één ruk uit. Tijd genoeg. En De eeuw van Charlie Chaplin lezen, dat was geen straf.

Matthijs de Ridder (1979) kan schrijven. En heeft – en dat merk je aan alles – zich suf gelezen om dit boek te kunnen schrijven.

Het meest opmerkelijke aan dit boek is dat hij het amper over het persoonlijke leven van Charlie Chaplin heeft. Je weet na lezing niet wanneer hij geboren is, waar, wie zijn ouders waren, hoe hij zich op school gedroeg, met wie ‘het’ allemaal gedaan heeft, en ook niet wanneer hij stierf. Al die dingen kun je gemakkelijk googelen!

En die small talk is ook niet relevant voor zijn centrale betoog dat Charlie Chaplin de belangrijkste persoon uit de twintigste eeuw was. En zelfs dat schrijft Matthijs de Ridder niet letterlijk zo op.

Maar hij maakt wel duidelijk dat bijna iedereen die in de eerste helft van de twintigste eeuw serieus leefde Charlie Chaplin kende. Niet alleen in de Verenigde Staten, Europa, maar ook in Rusland, Azië. Hij was een van dé eerste échte wereldburgers, die met zijn werk een stempel op de hele wereld naliet. En ook de generaties die na de Tweede Wereldoorlog werden geboren konden domweg niet aan hem ‘ontsnappen’.

Matthijs de Ridder

Uiteraard was dat de wereld van de (speel)film. Maar Matthijs De Ridder laat zien dat hij ook ‘betrokken’ was bij alle grote politieke, sociale, maatschappelijke en culturele ‘dingen’ die tot het midden van de jaren zeventig speelden. Een eeuw met twee Wereldoorlogen, opkomst van het fascisme, massamedia, massaconsumptie, de atoombom, politieke correctheid, de kloof tussen het Westen en het Oosten, het IJzeren gordijn …

En door al die jaren, alle decennia dwarrelde een figuurtje dat iedereen kende en kent. The tramp. Een zwerver. Een loser, Een klein, slonzig mannetje met een té groot pak, bolhoed, wandelstok (sorry: rotting), parmantige tred en een ‘Hitler’-snor. Een man die de lach aan zijn kont had hangen. Autoriteiten uitdaagde. Tegen allerlei ongelukken aanliep. Maar wel een mannetje dat – om met Rutger Bregman te spreken – deugde. Hij was ongetwijfeld regelmatig ondeugend, zette zich af tegen mensen die zich belangrijker voelden, dan wel waren. Maar deze loser stal wel ieders hart. Er zat in de kern in hem geen kwaad. 

Deze tramp heeft honderden miljoenen mensen veel plezierige momenten gebracht. Velen zullen zich in hem herkend hebben.

De kleine man die ‘altijd’ de klappen krijgt, de loser is, maar die er toch maar mooi in slaagt zich boven het grauwe, alledaagse leven uit te werken. De autoriteiten (of het nu de baas is, de politieman, de bazige echtgenote …) weet uit te dagen, ze te laten zien voor wat ze zijn . Omhooggevallen, domme, lege mannen en vrouwen die zich te koste van the losers naar boven weten, wisten te werken.

Charlie Chaplin’s tramp was een hoopvol karakter. Universeel. Overal herkenden mensen zich in hem. Dat wil zeggen totdat hij ging spreken. Toen verloor hij een deel van zijn aanhang.

Dat lag niet alleen aan die stem, maar vooral aan de omstandigheden. Een politieke wind die een andere kant ging opwaaien; vooral in de Verenigde Staten. Waar aan het eind van de jaren veertig een generatie politici aantrad die zich bijna hysterisch afzetten tegen ‘de communisten’ en niets moesten hebben van die andere toon die Charlie Chaplin vanaf het midden van de jaren dertig (de opkomst van fascisme, én communisme) ging aanslaan.

In films als Modern Times en (vooral) The Great Dictator pleitte Charlie Chaplin voor … menselijkheid. Niet voor een of ander politiek, dan wel maatschappelijk model. Maar dat werd niet door iedereen gezien. Sterker. Hij werd in The States een persona non grata. Een verdacht iemand. Een fellow traveller, die stiekem bezig was mensen te hersenspoelen. Geesten rijp te maken voor een linkse dictatuur. Pas aan het eind van zijn leven kantelde die gedachten en werd hij alsnog als een grote kunstenaar geëerd. 

Matthijs de Ridder had in Helmond te weinig tijd en ging niet diep op zijn uitspraak in dat Charlie Chaplin én zijn werk ook voor mensen die nu leven nog steeds – of weer? – relevant is. Opmerkelijke uitspraak, want het gros van de mensen onder de veertig kent hem amper. Heeft geen (warme) herinneringen aan een tijd waarin hij nog wel vaak te zien was. Denk aan tv en vertoningen in filmhuizen en (in mijn geval) het parochiehuis. Films waarom je met z’n allen hartelijk kon lachen. Niet alleen met hem, maar ook Buster Keatonde Dikke en de Dunne of the Keystone Cops. Ik vermoed dat Matthijs de Ridder de relevantie van Charlie Chaplin en zijn Tramp voor onze tijden ergens anders zoekt.

Ik denk dat Matthijs de Ridder het om de figuur van de ‘eeuwige’ loser gaat.

Mensen die het in het leven niet bepaald meezit, moeten ploeteren om rond te komen, onder de knoet van diverse autoriteiten zitten, en diep van binnen weten dat die boven hen gestelden ook maar de schijn ophouden.

Losers die zich daar af en toe tegen afzetten, maar uit ervaring weten dat zij in the long run aan de laatste mem hangen. Zoiets? Denk aan recente speelfilms als I, Daniel Blake of Sorry we missed you.

Na deze corona-tijden zal ik Matthijs de Ridder uitnodigen om ergens in de regio Noord Oost Brabant een lezing (met bewegende beelden) te komen geven over ‘zijn’ Charlie Chaplin (of Charlot, zoals ‘de’ Fransen hem consequent blijven noemen) en waarom hij juist nu nog steeds relevant is.

Ondertussen kunt u dit prachtige boek lezen. En u verbazen over de rijkdom aan informatie die hij allemaal aandraagt. Het bijna zeshonderd pagina’s dikke boek kun je ook lezen als een cultuurgeschiedenis van een groot deel van de twintigste eeuw. Maar meer dan cultuur. Het gaat ook over politiek, maatschappelijke ontwikkelingen en belangrijke mensen die hun eeuw mede hebben gevormd.

En – nogmaals –  als je dat nodig vindt – via Wikipedia kun je nagaan wanneer iemand is geboren, wat hij zoal gedaan heeft et cetera. De eeuw van Charlie Chaplin draait niet om dit soort ‘trivia’. Matthijs de Ridder heeft het over de grote lijnen, durft stelling te betrekken, boude beweringen te doen. Hij zet je kortom aan het denken en voedt je ondertussen met dingen waar je geen weet van had. Oh je, en her den der strooit hij af en toe met prachtige quotes.

De mooiste – die ik niet kende – werd gedaan door een zoon van Einstein. De Ridder beschrijft het op pagina 358 als volgt:

Het weerzien tussen de filmmaker en de natuurkundige (tijdens de premiere van City Lights in Los Angeles in 1931 – hvd) was allerhartigst. Beiden waren op de top van hun roem, al was er volgens Einsteins zoon een subtiel verschil tussen hun beider bekendheid. ‘U bent populair’, zei hij tegen Chaplin, ‘omdat u door de massa wordt begrepen. De populariteit van de professor bij de massa, aan de andere kant, komt voort uit het feit dat hij niet wordt begrepen.’

Voilá – Albert Einstein
De stelling van Matthijs de Ridder dat de twintigste eeuw de eeuw van Chaplin was is natuurlijk betwistbaar.

Hoezo? Er waren meer mensen die een grote stempel op deze eeuw drukten. Adolf Hitler, Jozef Stalin, Winston Churchill, Franklin Delano Roosevelt. Of Albert Einstein? Pablo Picasso? Voor elk van deze namen valt wat te zeggen. 

Ik kan me voorstellen dat (een ‘opvolger’ van) Matthijs de Ridder in een ander dik boek betoogt dat de (tweede helft van de) twintigste eeuw de eeuw van Bob Dylan was.

Een man die al bijna zestig jaar een onuitwisbare stempel zet op onze cultuur. En ook relevant is voor mensen die niets van zijn werk moeten hebben. Overal zie en hoor ik zijn invloed. Hij kreeg niet voor niets de Nobelprijs voor Literatuur.

Het genot van YouTube
In het boek geeft Matthijs de Ridder van veel films korte samenvattingen. Soms komen tijdens het lezen vanzelf de (oer)beelden op. Maar vaak ook niet. Gelukkig staat bijna heel zijn werk op YouTube. Daar staan ook documentaires over hem. U kunt er weken, maanden aan materiaal vinden. 

Geraldine Chaplin
De Ridder heeft het amper over het sociale (gezins)leven van Chaplin. Zo wordt dochter Geraldine, een beroemde actrice, slechts twee keer genoemd; in een bijzin. Geraldine is de oudste dochter van Chaplin, uit zijn vierde huwelijk met Oona O’Neill. Geraldine werkte aan tientallen films mee; haar beste film is wat mij betreft Cría cuervos van regisseur Carlos Saura uit 1976. 

Post-corona tijden
Aan alles kun je merken dat we – temidden van een pandemie die nog wel even door zal razen – gedwongen zullen worden na te gaan denken over een reset van onze hele samenleving. Klopt het nog wel hoe ‘we’ bezig zijn?

Evident lijkt dat we als samenleving weer meer waardering zullen moeten gaan krijgen voor mensen die de wereld écht draaiende houden en hielden.

Mensen uit de zorg, het onderwijs, voedselvoorziening et cetera. Het gesprek over wat een bullshit baan is, en wat niet; en of we die non-bullshitters niet beter moeten gaan betalen. Niet langer afschepen met onzekere contracten en dito betaling. Zeg maar the tramps waar Chaplin zich heel zijn leven voor heeft ingezet. 

Artikelen
Empathie: Laten we vechten om de wereld te bevrijden, weg met nationale grenzen, hebzucht, haat en intolerantie (augustus 2017)
Charlie Chaplin – Laten we vechten voor een nieuwe wereld, een fatsoenlijke wereld (augustus 2017)
Moraal – Je kunt alleen nemen als je ook bereid bent te geven … (september 2017)
Onze eigen levens zullen dan even comfortabel als nietszeggend zijn. (februari 2020)
Ik ging naar Voorlinden om een muisje te zien. (maart 2020)

Geluk in de sneeuw (september 2008) en Laat me nooit alleen (mei 2011)

(zondag 22 maart 2020)
Hans van Duijnhoven

Homepage citaten

Door Hans van Duijnhoven

Bibliothecaris sinds september 1979. Werkzaam in de regio Noord Oost Brabant.

Geef een reactie