Het komt helaas zelden meer voor dat een stukje tekst me écht raakt. Als man van zeventig heb ik intussen al zoveel meegemaakt, gezien, ervaren én – in mijn geval – gelezen, dat het zelden meer voorkomt dat je de rest van de dag met een stukje tekst rondloopt. En zeker weet dat die tekst jou én anderen kan helpen om om te gaan met iets wat redelijk onherroepelijk lijkt.
In de Udense bibliotheek nam ik zoals gewoonlijk weer een stapel landelijke kranten door waarop ik zelf niet ben geabonneerd. Het zijn het Financieel dagblad, het Brabants (en/of ook wel: het Eindhovens) Dagblad en Trouw. Sinds enkele maanden ook Het Parool, vooral omdat Sylvia Witteman helaas De Volkskrant voor deze Amsterdamse krant heeft ingeruild.
Het gros van de tijd blader ik die oude nummers vluchtig door, en blijf in meerdere of mindere mate ‘hangen’ bij enkele favoriete columnisten, artikelen over lokale fenomenen, of zo maar bij een min of meer lang artikel over een onderwerp dat mij aanspreekt, dat ik volg of zomaar leuk of interessant lijkt om te gaan lezen. Oh ja, en altijd ben ik ook op zoek naar nieuwe boeken; die ik heb gemist, of waarvan ik geen weet had. Vooral non fictie titels, die op mijn andere blog – Lezers van Stavast (met een s) – thuishoren. Ook is het leuk om recensies te lezen van films die ik al gezien heb, dan wel op mijn te bezoeken-lijstje staan. Altijd weer een leuke bezigheid. En regelmatig spreek ik een oud-collega of iemand die ik niet ken.
Vroeger deed ik dit vooral in de middagpauze, maar sinds mijn pensioen ruim vier jaar geleden bezoek ik regelmatig de openbare bibliotheken van Uden, Eindhoven, Oss, Veghel of Helmond. In díe volgorde. Nooit in Gemert. Daar ontbreken die kranten. Uiteraard blader ik ook enkele tijdschriften door, maar helaas, ik kan het niet ontkennen, de tijdschriftencollecties in deze bibliotheken zijn niet meer wat ze ooit waren: rijk, divers, breed. Om allerlei redenen is het aantal titels drastisch kleiner geworden.
Anyway. Op donderdag 22 januari bladerde ik de usual suspects van de laatste dagen door en veerde op toen ik in de zaterdagse bijlage van Trouw (Tijdgeest, 17 januari 2026) een interview zag met Jurriën Hamer.
Een relatief jonge filosoof. Die ik ken, wiens eerste boek (Waarom schurken pech hebben en helden geluk : een nieuwe filosofie van de vrije wil) ik met veel plezier en instemming had gelezen; en die ik in de zomer van 2022 (in de coronatijd) eens had horen spreken in Eindhoven. Én een jaargenoot van Roel, onze oudste zoon. Ook hij is in 1988 geboren, en in de kracht van zijn leven.
In de kracht van zijn leven?
Dus niet! In het begin van het interview ging het over het ongeluk dat hem en zijn jonge gezin had getroffen. Op 8 februari 2025, een zaterdag, hield zijn hart op met kloppen en viel hij voor dood neer. Gelukkig waren er op die dag (waarvan hij de exacte datum als een soort 9-11-moment zal onthouden) omstanders; en hij overleefde het. Knapte weer op. Wel werd duidelijk dat zijn hart een vervelende afwijking heeft, waardoor het nog eens zou kunnen gebeuren. Wat ergens in 2025 nog een keer gebeurde, maar gelukkig was er inmiddels bij hem een apparaatje ‘ingebouwd’ dat als het ware ingreep.
Ik denk dat het te boud is om te stellen dat dit alles hem fundamenteel heeft veranderd. Eerder geloof ik dat de manier waarop hij deze rampspoed als het ware op een ‘goede’ manier ‘aankon’, te maken heeft met zijn achtergrond als filosoof én waar hij voor stond. Staat!
Jurriën Hamer heeft een kijk op de wereld, en de rol die wij daarin te spelen hebben, die ik zou willen kenschetsen als volwassen. Je bent op deze wereld niet om er alleen voor jezelf, en jouw eigen geluk op te komen. Hij was én is ervan overtuigd dat we verplichtingen hebben jegens anderen. In de kern kun je niet écht gelukkig (of vrij) zijn zolang anderen om je heen dat niet zijn. En het draait voor alle duidelijkheid niet alleen om mensen. Noch om jóuw vrijheid. Dat je niet het recht hebt om alles te doen wat jij, met die vermeende vrije wil, wel of niet wil (gaan) doen.
Ergens in dat interview wordt – nadat zijn medische ervaringen voorbij zijn gekomen én je als lezer weet hoeveel geluk hij heeft (gehad) – door Stevo Akkerman opgemerkt (Wie anders? Eén van de grote namen van Trouw; die zijn column als het ware heeft ingeleverd om dit soort ‘dingen’ te mogen ‘begeleiden’):
Waar je bang voor bent, zo schreef je, is niet het dood-zijn, maar het leven onvoltooid achter te laten. Wanneer zou dat zijn?
En dan komen die regels die érg dichtbij komen.
Voor mij; én Roel, mijn oudste zoon.
‘Ik denk dan direct aan mijn twee kinderen: hen niet kunnen grootbrengen, geen vader voor hen kunnen zijn. Dat is ook waar ik helemaal kapot van was toen ik in het ziekenhuis wakker werd en besefte wat er was gebeurd. Ik vond het lastig om mijn kinderen überhaupt aan te kijken. Het idee dat zij zonder mij verder zouden moeten gaan, dat zou het meest onvoltooide zijn. Tegelijkertijd besefte ik ook dat ik al een mooi leven had gehad. Met mijn vrouw, die ik al meer dan twintig jaar ken, met de goede jeugd die ik heb gehad, de twee boeken die ik heb geschreven.”
Precies wat Roel overkwam. In het mooie voorjaar van 2025. Op 18 maart, een dinsdag. Toen Roel terugkwam van een neuroloog in Eindhoven, die hem had onderzocht en versneld doorstuurde naar het UMC om zeker te weten of zijn voorlopige diagnose klopte dat hij ALS had. Twee dagen later wist hij het bijna zeker; en stortte zijn en onze wereld in.
Die middag dacht hij – net zoals wij, zijn ouders – hetzelfde als Jurriën Hamer. Betreurde dat hij zijn kinderen (een geboren, en de ander toen nog pril in de maak in de buik van Heleen) waarschijnlijk niet groot zou zien kunnen worden. Maar ook toen al – hoe opmerkelijk! – zijn opmerking dat hij tot nu toe een prachtig leven had gehad.
In die tijd plakte ik op die reactie het woord stoïcijns. En dat klopt nog steeds. Maak je als mens niet al te druk over zaken waar je (toch) geen invloed op hebt. Een hart dat een vervelende (genetische?) afwijking heeft. Of het feit dat je ALS krijgt.
Maanden later realiseer ik me dat het woord volwassen beter op die houding, die reactie geplakt kan worden. Het heeft weinig zin om te gaan zitten mokken over het feit dat dit nu juist jou moet overkomen! Nee, een volwassen attitude is dat je jezelf realiseert dat je weliswaar pech hebt gehad, maar waarom zou dat soort pech jou en jouw naaste omgeving niet kunnen of mogen treffen.
Zeker is dat Roel noch Jurriën geloven in iets of iemand die dit hen al dan niet bewust heeft aangedaan. Uiteraard moet iedereen zelf weten hoe met dit soort onheil om te gaan, maar bidden of een kwak bezoeken zal niet helpen. Links- of rechtsom heb je als volwassen mens te accepteren dat dit jou is overkomen. Deal ermee. Maar ga niet zitten mokken. Probeer er het beste van te maken. Val er niet té veel mensen mee lastig.
Maar dit interview van Stevo Akkerman met Jurriën Hamer bevatte nog veel meer behartenswaardige opmerkingen. Ik kom er later op terug. Maar eerst moet ik die derde volwassen jongen, ook in 1988 geboren, naar voren halen.
Een oude jonge ‘held’: Rutger Bregman. Die ik als een van de eerste in Nederland een podium aanbood, om als een jonge versie van Maarten van Rossem zijn licht over zaken te laten schijnen die ons allen aan zouden moeten gaan.
In maart 2013 was hij nog geen vijfentwintig. Zijn tweede boek (De geschiedenis van de vooruitgang) zou kort daarna uitkomen. Hij sprak op die zondagmiddag in de Groene Engel in Oss over het (achteraf, zeer bij hem passende thema) Echte waarde(n). In dezelfde reeks spraken ook Tom Kniesmeijer, Alicja Gescinska en Peter Westbroek.
Inmiddels lijkt het alsof Rutger Bregman er altijd is geweest. Hij heeft op zijn manier, binnen de wereld waarin volwassen mensen nadenken over de grote issues van onze tijd, her en der zijn stempel gezet. Heeft bijgedragen aan het publieke debat én dat met zijn observaties als het ware gevoed. Geprobeerd om de tijdgeest te laten kantelen.
Grappig is dat hij juist in deze dagen door sommigen weer naar voren wordt gehaald; in de slipstream van het World Economic Forum in Davos. Waar hij zeven jaar geleden ook eens voor werd uitgenodigd. Hoe hij daar zijn kans greep om de massaal aanwezige miljardairs voor te houden dat ze een stelletje hypocrieten zijn. Aan de ene kant zich erop voor laten staan hoeveel zij als filantropen financieel bijdragen aan allerlei goede doelen en aan de andere kant de door hen betaalde butlers (dank: Olivier Bullough) opdragen alles op alles te zetten om geen of zo weinig mogelijk belasting voor het algemeen belang te hoeven afdragen. Taxes! Taxes! Taxes!
Vorig jaar sloeg Rutger een andere weg in. Stopte grotendeels met schrijven voor De Correspondent, verhuisde tijdelijk naar the States en richtte een school op: The School for Moral ambition. Onlangs baarde hij weer opzien toen hij voor de BBC de zogenaamde Reith lectures mocht houden.
The School for Moral ambition sluit nauw aan bij hetgeen hij in zijn laatste boek voorstelt: Morele ambitie : stop met het verspillen van je talent en maak werk van je idealen
Voilá – Drie hoogopgeleide, volwassen jongens
Een filosoof, een historicus en een ict-deskundige. Die zich alle drie al lange tijd ervan bewust zijn dat ze op deze wereld niet alleen voor zichzelf leven. Nee, zich er alle drie van bewust zijn dat ze verantwoordelijkheden hebben. Hun talenten, én hun (al dan niet afgedwongen) geluk in moeten zetten om anderen vooruit te helpen.
In Trouw vraagt Stevo Akkerman Jurriën Hamer waar hij die moraal (om zijn best te doen moreel het goede te doen) vandaan haalt. Terwijl andere jongemannen (die bijvoorbeeld ook in 1988 zijn geboren) kiezen voor hun eigen geluk, of hun groep en hun leven prima vinden.
ALS JE JE REALISEERT DAT ANDEREN NIET MINDER ZIJN DAN JIJ, HEBBEN OOK ZIJ RECHT OP HET ZOEKEN NAAR GELUK
Wat mij betreft is bovenstaande zin de kern van dit interview, én hoe deze drie jongens in het leven staan. Zij realiseren zich dat zij in hun leven (tot nu toe) geluk hebben gehad. Opgegroeid in een stabiel gezin. Waar ze alle mogelijkheden kregen om zich te ontplooien. Te ontdekken waar ze ‘iets’ mee hadden, en niemand hen belemmerde om met die gaven iets belangrijks, zinvols tot stand te brengen. Jurriën door bijvoorbeeld serieus na te gaan denken over wat het betekent om vrij te zijn; althans jezelf te gaan realiseren dat vrijheid je als het ware dwingt om te gaan leven naar de ontdekking dat met vrijheid vooral plichten richting anderen komen. Jouw vrijheid mag nooit ten koste gaan van anderen.
Rutger die op zeker moment als ‘een idioot’ (zíjn woorden) (non fictie) boeken ging lezen, en de daar opgedane kennis op zijn manier ging ‘omzetten’ in columns voor De Volkskrant, later voor De Correspondent, verschillende bestsellers schreef; en nu een nieuwe weg inslaat om andere hoogopgeleide jongeren te gaan verleiden hun talenten te gaan inzetten voor het échte algemene belang. Ik zag hem in die tijd als een aanzegger.
Jongelui die hun ego als het ware opzij zetten, afzien van absurde ‘beloningen’, zich tevreden stellen met waardering dat zij dit of dat een positieve wending hebben gegeven. Vooral voor anderen, de wereld én niet zozeer voor hun eigen zak, ego of nabije omgeving.
Roel, op zijn manier, door samen met Wouter, zijn maat van de Technische Universiteit Eindhoven, een in 2006 opgericht bedrijf zodanig te leiden dat ze kleine ondernemers en instellingen binnen en buiten Nederland de mogelijkheid bieden om voor ‘een habbekrats’ een website te kunnen gaan opzetten. En daarbij oog blijven houden voor de belangen van hun tientallen medewerkers; en niet te beroerd zijn om jaarlijks geld over te maken naar een stichting die in Afrika jonge vrouwen financieel helpt hun eigen bedrijf(jes) te gaan opzetten.
Jurriën door na te denken over wat het betekent om vrij te zijn. En wat het betekent als je je daarvan bewust bent. En Rutger door zeer regelmatig met zeer vlot geschreven artikelen te komen – tjokvol kennis die hij heeft opgedaan door veel te… lezen – én ‘vervelende’ vragen te stellen. De kern daarvan wordt steeds meer dat hij in wezen als zijn vader – een dominee – vragen stelt over onze moraal. Wat is goed? Wat is belangrijk? Hoe kun jij bijdragen aan het verbeteren van de wereld?
Ik durf de stelling te betrekken dat ze alle drie, elk op hun manier, bezig zijn met moraal. Maar hoe zit het met de ouderen?
Drie mannen uit 1955
Ik stel voor dat ik twee mannen in dit verhaal inbreng die net als ikzelf in 1955 zijn geboren. Zeg maar mannen, die de vaders van deze drie jongens hadden kunnen zijn. En eentje is dat echt.
Als je gaat googelen dan kom je natuurlijk honderden namen tegen van mannen die ergens in 1955 zijn geboren. Ik noem: Rowan Atkinson (de acteur), Jeff Koons (de kunstenaar), Jan Kuitenbrouwer (de journalist), Steve Jobs (de mythisch geworden ict’er), Rob Oudkerk (tja, de gevallen politicus, tjokvol rancune), Ton Elias (een politicus, die zich liberaal noemt), Paul van Loon (de Griezelbus-schrijver), John de Mol (de mediatycoon; ik kom er later op terug), Fons de Poel (de roomse journalist), Anton Corbijn (de fotograaf), Tim Berners-Lee (dé grote man achter het web; ik kom later op hem terug), Eberhard van der Laan (een politicus en burgemeester), Jeroen van Merwijk (een cabaretier, liedjessmid én kunstenaar), Hein Simons (Wie? Heintje, in mijn jeugd), Dirk Verhofstadt (een Belgische denker), Paus Leo XIV (een ‘andere’ Amerikaan), Paul Cliteur (een Nederlandse denker, maar wat is er in hem ‘gevaren’? Ook op hem kom ik terug) en tot slot Yo Yo Ma (een begenadigd cellist, én betrokken wereldburger). Oh ja, en natuurlijk Thomas Hampson, een van mijn favoriete klassieke zangers.
Maar ik kies voor twee andere mannen. De bekendste is zonder enige twijfel Bill Gates. Ik ken hem al jaren; wie niet? De ander kwam ergens in het begin van de jaren tien op mijn pad: Paul Verhaeghe. Hij staat op het moment dat ik dit schrijf nog niet in de lijst op Wikipedia van min of meer bekende personen die in 1955 zijn geboren.
Drie volwassenen?
Bill Gates en Paul Verhaeghe. Bill is de oudste van de twee. Is al jarenlang miljardair. Is een typische wereldburger. Die velen kennen. Bill Gates: die stinkrijke man die zichzelf heeft verplicht het gros van zijn fortuin voor zijn dood als het ware weg te geven. Beter: in te zetten om de wereld beter te maken.
En Paul Verhaeghe, die Belgische wetenschapper, die zich bezighoudt met psychische aandoeningen en in zijn leven talloos vele dokters heeft opgeleid; én geprobeerd mensen met psychische aandoeningen vooruit te helpen. Paul Verhaeghe, die op zeker moment als het ware zijn opgedane kennis en inzichten ging inzetten om de samenleving te gaan analyseren. En over die inzichten verschillende boeken schreef. En samen met een andere Belgische schrijver/psycho-analist – Dirk De Wachter – tot de conclusie is gekomen dat onze westerse samenleving zwaar ziek is.
Tóch is er wat mij betreft tussen deze twee mannen een groot verschil. De kern daarvan is dat een slimme man als Bill Gates niet wil begrijpen hoe absurd het is dat hem in de loop van zijn leven talloos veel miljarden dollars zijn toegevallen. En in wezen nog steeds gelooft dat hij dat geld heeft verdiend, want hij heeft toch maar met enkele maatjes bedrijven opgezet die hem veel geld hebben opgeleverd.
Er niet ronduit voor uitkomt dat hij dit alleen kon omdat er duizenden en duizenden mensen om hem heen waren die zich voor hem en zijn bedrijf inzetten. Massaal leunde op de infrastructuur van in zijn geval de VS, die massaal slimme mensen opleidde, een rechtssysteem had dat zijn ‘rechten’ op van alles beschermde én – het meest sneue – dat hij samen met vele andere miljardairs talloze lobbyisten heeft aangezocht die voor hem en zijn ‘maten’ de gaten in met name de belastingwetten wisten te vinden. Anders gezegd: die er in slaagden leden van politieke partijen als het ware ’te kopen’, die voor hen als butlers alles deden om hem en die andere rijke mannen en vrouwen tegemoet te komen.
Zeker is dat Bill Gates op zeker moment iets van wroeging begon te krijgen, en zich voornam om het gros van zijn vermogen voor zijn dood weg te schenken, beter: in te zetten om vervelende ziekten (zoals malaria) of armoede onder kinderen weg te werken. Ook pleit voor hem dat hij actief mede-miljardairs aanspoort om hetzelfde te doen.
Maar het blijft sneu. In 2023 kwam een zeer kritisch boek uit over Bill Gates. Van zijn filantropische aard wordt gehakt gemaakt. Zelfs aan het wegschenken van miljarden dollars zit een luchtje. In wezen worden die ‘betaald’ door de Amerikaanse belastingbetalers.
Uiteraard zijn er andere rijke mannen (én geboren in 1955) die een nog beroerder track record hebben. Ik denk in dit verband aan John de Mol. De mediatycoon die de laatste tientallen jaren nadrukkelijk zijn stempel heeft gezet op ons medialandschap. Heeft diverse commerciële tv-kanalen in bezit gehad én zich actief bemoeid met de inhoud. En daarin heeft hij zich als een soort Nederlandse Rupert Murdoch gedragen. En dat is geen compliment.
Hij heeft bij verschillende programma’s mensen neergezet die waarschijnlijk expliciet de opdracht hebben gekregen om de publieke meningsvorming een bepaalde – vooral populistische – kant op te sturen. Daarin is hij redelijk succesvol geweest. Uiteraard kun je John de Mol daarvoor niet alleen verantwoordelijk houden, maar als man in de achtergrond (met grote zakken vol geld) heeft hij zeker bijgedragen aan een Nederland waarin niet al te goed geïnformeerde mensen werden en worden bespeeld. Zodanig dat veel burger geloven dat buitenlanders in ons land (én zeker als ze een kleurtje hebben) hét grootste probleem vormen. En amper beseffen dat het échte probleem – uiteraard: een door menselijk toedoen opwarmende aarde – wel degelijk een probleem is en veel urgenter aangepakt zou moeten worden.
Rutger Bregman stelde zeven jaar geleden niet alleen de hypocrisie van stinkrijke mensen aan de orde, maar had in de slipstream van dit incident de kans met ene Tucker Carlson online een gesprek te voeren. Hij verweet deze ultrarechtse talkshow-host dat hij een loopjongen was voor miljardairs, die hem miljoenen betalen om een redelijk domme achterban naar de mond te praten én het zelden te hebben over onderwerpen die er veel meer toe doen. John de Mol doet in Nederland iets vergelijkbaars; denk aan Gijp en Johan Derksen.
Het grappige, beter: wrange van dit alles is dat de meeste volwassenen dit soort zeer succesvolle mannen (en her en der een vrouw) als iconen beschouwen. Sterker, Bill Gates, John de Mol, Tucker Carlson of een Johan Derksen worden nog steeds gezien als volwassen volwassenen. Terwijl je daar ook anders naar kunt kijken.
Hoe kun je op een wereld, waarop zeer grote onderwerpen aangepakt moeten worden, blijven hangen in een geloof of ideologie dat het volstrekt normaal is dat JIJ absurd rijk bent. Nog sterker: dat je op jouw manier alles op alles zet om de ‘losers’ van de rat race (die de huidige wereld is geworden) ervan te doordringen dat niet de miljardairs, maar de échte losers van die ratrace verantwoordelijk zijn voor bijna ‘alles’.
Flood the zone with shit, wordt dat ook wel genoemd. Blijf onzin-onderwerpen in het publieke debat gooien, opdat serieuze burgers (a) geen zicht krijgen op de echte oorzaken en veroorzakers van dit alles en (b) de ‘slachtoffers’ zich tegen de ‘winnaars’ gaan verzetten.
Het moge duidelijk zijn dat ik Bill Gates in wezen als een grote kleuter zie. In tegenstelling tot een andere 1955’er als Tim Berners-Lee. Die je kort door de bocht kunt beschouwen als de ‘uitvinder’ van het internet. En die er bewust voor heeft gekozen om daar geen businessmodel van te maken. Integendeel. Hij maakt zich grote zorgen over hoe ‘zijn’ internet is verworden tot een afvalbak. Tegelijkertijd zijn er oneindig veel onvolwassen volwassenen die Tim Berners-Lee een loser vinden, want hij heeft miljoenen (wellicht miljarden) dollars laten liggen.
Een andere 1955’er is Paul Cliteur. Die zonder enige twijfel een slimme man is. Maar om de een of andere mij onbekende reden serieus is gaan geloven dat witte (blanke) mannen aan de top van de wereld staan, en afgezakt is tot de huis-ideoloog van Forum Voor Democratie.
Een kleuterachtige volwassene die niet in staat is toe te geven dat zijn racisme gebaseerd is op, tja… wat? Onderbuikgevoelens. Die domme mensen naar de mond praat. Meeloopt met the mobs van de samenleving. In wezen met vuur speelt. En ondertussen heeft hij alles gelezen waar op het gevaar van het steunen van dit soort gedachtegoed wordt gewezen!
Paul Verhaeghe zie ik als een volwassen volwassenen. Die in de zeventig jaar dat hij hier heeft rondgelopen van alles heeft meegemaakt, erover gelezen en tot de conclusie is gekomen dat onze (westerse) samenleving serieus naar zichzelf zal moeten gaan kijken, om vervolgens andere wegen in te slaan.
Het is geen toeval dat hij in dat nieuwe boek van Jurriën Hamer wordt meegenomen. Met name zijn boek uit 2015 over Autoriteit.
Om allerlei redenen zijn we als samenleving amper meer in staat zijn om te accepteren dat het soms beter is als we ‘domweg’ geloof hechten aan wat (echte) volwassenen over dit of dat te berde brengen. Noem het autoriteiten.
Nee, velen van ons – én ik bezondig me daar voor alle duidelijkheid soms ook aan – menen serieus dat we in staat zijn dat soort autoriteiten te negeren of weg te zetten met dat ‘ze ook maar een mening verkondigen’. Tja. Kleuterachtig, onvolwassen gedrag. Hoe kun je bijvoorbeeld serieus menen dat jij het beter weet dan een viroloog die zijn hele leven virusziektes heeft bestudeerd. Of het schooladvies van een juf meent te mogen bekritiseren die in carrière pakweg dertig klassen heeft mogen begeleiden.
Paul Verhaeghe heeft het in zijn boeken over het feit dat autoriteit op een relatie berust waarin iemand naar een ander luistert (en daar naar probeert te leven), maar dat degene die luistert daartoe niet gedwongen wordt. Je doet het vrijwillig. Jouw verstand fluistert je als het ware in dat je niet alles kunt weten, en dat er mensen zijn die van sommige zaken domweg meer weten (want ze hebben ervoor gestudeerd, zijn er jarenlang mee bezig geweest et cetera). Zoals de mening van mijn zwager Toon ertoe doet als het over auto’s gaat; hij was vijfenveertig lang een eersteklas monteur!
Hij heeft het ook over het feit dat er in de laatste decennia vele oude autoriteiten (als de pastoor of dominee, de vader) als het ware zijn kaltgestelt. Terecht. Dat soort autoriteit pikken we niet meer. Maar Verhaeghe betreurt samen met Jurriën Hamer dat er ook ‘goede’ autoriteiten zijn; maar die worden door veel onvolwassen volwassenen ook niet meer gepikt.
Want, ik ben het centrum van de wereld; alles draait om mij. Ik zit niet te wachten op buitenstaanders die menen het beter te weten. ‘Ik laat me niet (langer) betuttelen!’
Tja, en dan komt Jurriën Hamer – samen met andere denkers als een Paul Verhaeghe of een Byung-Chul Han – met de opmerking dat onze ‘nieuwe’ autoriteiten hun status niet alleen hebben of krijgen door een surplus aan kennis, maar ook omdat ze een MOREEL appel op ons doen. En als je eerlijk tegen jezelf bent (of anders gezegd: je je volwassen opstelt) moet toegeven dat er in dat morele appel in wezen veel ‘waars’ zit.
MOREEL APPEL
In het interview uit (de) Trouw van zaterdag 17 januari volgt na de vraag, hoe Jurriën als het ware omging met het besef dat zijn jonge kinderen wellicht zonder hem verder hadden moeten leven, de volgende vraag van Stevo Akkerman:
Als het leven niet onvoltooid mag blijven, wil je er dan een bepaalde inhoud aan geven?
Jurriën reageert daarop als volgt:
‘Jazeker. Een bewust leven, ook in morele zin. Dat is ook een van de boodschappen van mijn boek. Het leven gaat niet alleen over het vinden van jouw geluk, het gaat ook over andere mensen, over hun vrijheid en vermogen om dat geluk te zoeken. Daarom hebben al je keuzes een morele lading. Daaraan ontsnappen zou betekenen dat je de rechten van anderen fundamenteel onbelangrijk vindt.“
En denk nu aan Bill Gates. In deze ‘bloedserieuze tijden‘. Bill Gates, met zijn miljarden; hoe hij er aan is gekomen. En belastingtrucs inzet om ‘zijn’ geld aan goede doelen weg te ‘geven’. Of John de Mol, die bewust de geest van veel mannen heeft vergiftigd, blijft vergiftigen. “Het is een prima businessmodel!” Of Paul Cliteur die zwelgt van trots dat ‘zijn’ FVD-boys and girls het waarschijnlijk in de gemeenteraadsverkiezingen van maart goed gaan doen.
Nogmaals. Ik zie dit soort mensen steeds meer als grote, onverantwoorde kleuters. Hoogopgeleid of niet; doet er niet toe! Hoe kun je jezelf doelbewust inzetten voor zaken die je zelf niet wilt ondergaan. De bekende Veil of ignorance van John Rawls hebben dit soort onvolwassen volwassenen nooit over zichzelf heen getrokken. Geloven serieus dat ze het nu eenmaal verdiend hebben dat ze in een bevoorrechte positie zitten. En die anderen, de losers, tja: die hebben het ook aan zichzelf te denken.
Onvolwassen volwassenen die zich niet voor kunnen stellen dat zij ook door een bepaald noodlot hadden kunnen worden getroffen. Dat ook in hun leven dingen een heel andere kant op hadden kunnen zijn gevallen, en dan waren zij (bijvoorbeeld) ook maar een vluchteling geweest, hadden een vervelende ziekte als ALS ‘opgelopen’, hadden ze niet ergens in het leven het geluk dat een man of vrouw hen als een soort kruiwagen een opkontje gaf.
Volwassen gedrag
Al jarenlang loop ik met dit woord rond. Volwassen gedrag als het ware centraal stellen, en niet het aloude links of rechts. Nee. Alleen volwassen volwassenen hebben de ‘juiste’ insteek. Volwassenen realiseren zich in wezen doorlopend dat het o zo gemakkelijk is om je over te geven aan onvolwassen gedrag. Meelopen met de massa. Ongebreideld consumeren. Jezelf als centrum van de wereld zien. Afgeven op de losers om je heen; of veel verder weg. Een mening over ‘alles’ zonder ooit een fatsoenlijke krant of boeken te lezen.
Doorlopend trots op wat jij hebt bereikt, en geen dankbaarheid (meer) dat het gros van dat geluk afhangt van geluk. Domweg geluk. The lottery of birth. Dat je niet in Somalië bent geboren. Als meisje in Afghanistan. Als varken in een varkensfabriek. In de dertiende eeuw in een plaggenhut in Drente.
AAN DE SLAG
In de weken dat ik dit artikel schreef werd in Den Haag hard gewerkt aan een nieuw kabinet. Het gros van de Nederlanders zal instemmen met de observatie dat het aardige jongelui zijn. Ze willen weer een positieve wind door Nederland laten waaien. Grote zaken gaan aanpakken die soms decennialang zijn verwaarloosd.
Toch kan ik niet nalaten daarbij vraagtekens te zetten. Niet dat ze niet van goede wil zijn, en een kans verdienen, maar meer bij het feit dat ook zij geen groot verhaal vertellen over waarom dingen anders moeten, noch uitleggen waarom de mensen die het in dit land voor de wind gaat amper financiële offers voor de door hen voorgestelde keuzes hoeven te brengen. Sterker: het gros van de last komt op de schouders van de bekende ‘hardwerkende Nederlander’. Die mag de prijs betalen, en zal, daartoe opgehitst door de John de Mol’len van de wereld, blijven geloven dat de échte losers van de samenleving daarvoor verantwoordelijk zijn; én natuurlijk ‘de linkse kerk’, en/of ‘de elite’.
Grappig. Maar niet echt. De lethargie van de laatste decennia zal blijven. Gecontinueerd worden. Het verschil is zeer waarschijnlijk dat de leden van dat aankomende kabinet wel degelijk iets kunnen, maar opgesloten zitten in een denkframe dat hen verbiedt op een compleet andere manier naar de samenleving te gaan kijken; en op basis daarvan andere wegen in te slaan.
Voorbeeld 1 – Bavaria
Nog niet zo lang geleden – om precies te zijn op de laatste dag voordat het kabinet Rutte 4 viel – werden op de laatste vergaderdag voor het reces van de Tweede Kamer absurd veel voorstellen er als het ware doorheen gejast. Een van die voorstellen zou goed uitpakken voor met name leden van de familie Swinkels uit Lieshout. Neven en nichten van de Bavaria-bier-clan zouden te zijner tijd substantieel vele euro’s minder erfbelasting te hoeven gaan betalen.
Het voorstel dat dit mogelijk zou maken was voorbereid door daartoe aangezochte lobbyisten van de Bavaria-familie. Dat mag. Maar de vraag is hoe moreel zuiver het was – én is – dat een Tweede Kamerlid van het CDA – die in de buurt van Lieshout woonde en leden van de familie waarschijnlijk kende – zich sterk maakte voor dat wetsvoorstel en het er als het ware doorheen wist te frommelen. In die bewuste nacht stemden talloos veel Kamerleden zonder veel achtergrond kennis voor of tegen bepaalde voorstellen.
Gelukkig kwam er vele maanden later weerwerk; vooral omdat de NRC er in slaagde om te achterhalen hoe dit soort machinaties achter de schermen plaatsvinden.
Waar het wat mij betreft om gaat: hoe kun jij jezelf in de spiegel aankijken als je dit soort laakbaar moreel gedrag vertoont. Sterker: daarin persisteert. Kort door de bocht: Jan met de pet gaat de hoofdprijs betalen voor alle voorgestelde maatregelen van het aankomende kabinet Jetten; de échte rijken worden ontzien.
En nog erger: mensen die in hun leven domweg pech hebben gehad (zeg: gehandicapten of mensen met een Niet Aangeboren Hersenletsel) worden op hun toch al schamele inkomen gekort. Wat er toe zal leiden dat de armoede nog meer zal toenemen.
In de tijd dat dit speelde las ik drie keer Alkibiades, een roman van Ilja Leonard Pfeijffer over een Griekse generaal, politicus én populist.
Door deze roman wilde Pfeijffer laten zien dat de democratie een kwetsbaar vehikel is dat moeite moet doen om te blijven functioneren. Altijd liggen er vijanden op de loer. Een daarvan is dat in elke democratie er een moment kan komen dat degenen die aan de macht zijn, zeg: regeren, niet meer opkomen voor het algemeen maar voor een vaak klein, specifiek belang.
Denk in dit verband aan de BBB en de agro-maffia. Of mevrouw Van Dijk van het CDA die haar oor liet hangen naar ‘de’ Swinkels uit Lieshout.
Voorbeeld 2 – Gabriel Zucman
Misschien vergis ik me, maar ik kan me voorstellen dat er op redelijk korte termijn een voorstel in de Tweede Kamer wordt gedaan om iedereen die meer dan 100 miljoen euro vermogen bezit een aanslag van 2 procent over dat bedrag te gaan opleggen. Jaar na jaar. En met de opbrengsten van die nieuwe belastingmaatregel gaan we investeren in écht belangrijke zaken.
Ik maak me geen enkele illusie dat dit voorstel een meerderheid zal krijgen. Maar het zal wél duidelijk maken waar de loyaliteit van het gros van de rechtse en zogenaamd liberale partijen écht ligt.
Voorbeeld 3 Volwassen beleid
Op dinsdag 3 februari stond in de NRC een artikel van Hans Stegeman, hoofdeconoom bij Triodos Bank (Maar waarmee wil dit kabinet stoppen?).
Een econoom die al weer jaren meeloopt en een groot criticaster is van de manier waarop ons huidige economische model functioneert. Hij zet met name zeer grote vraagtekens bij het feit hoe absurd het is dat veel economen nog steeds blijven geloven in economische groei. Die is altijd goed.
Deze Hans Stegeman vraagt zich al zeer lang af of elke vorm van groei ‘goed’ is. Zijn antwoord is duidelijk: niet elke groei is goed.
Sterker: sommige menselijke activiteiten zijn ronduit slecht voor de wereld, de mens, de natuur, ons voortbestaan op de lange termijn. Maar ze tellen wél mee als we de waarde van het BNP bepalen.
In zijn artikel reageert hij op de voornemens van het aankomende kabinet Jetten. En hij maakt er gehakt van. Ziet vooral meer van hetzelfde. Zonder dat er gekozen wordt om met dit of dat negatieve menselijke gedrag te gaan stoppen. Of gefaseerd te gaan afbouwen. Om vervolgens door de vrijgespeelde centen en ruimte nieuwe, waardevolle of ‘goede’ dingen te gaan doen.
En ook hier komt op zeker moment het woord volwassen ‘voorbij’. Dat doet hij nadat hij vier dingen bepleit die te maken hebben met het afbouwen van die negatieve zaken.
Ten eerste: noem een einddatum. Het doet er niet toe wanneer, maar werk ergens naartoe. Dat geeft duidelijkheid; ook voor investeerders, zoals zijn bank.
Vertel als tweede een eerlijk verhaal. Praat mensen (bijvoorbeeld de boeren) niet naar de mond. Met sommige activiteiten moeten we als mensheid domweg stoppen, dan wel gaan veranderen!
Help als derde iedereen die om wat voor reden dan ook met iets moet stoppen. Werk aan herscholing, doe her en der investeringen, schep zekerheden voor gemeenschappen.
En tot slot als vierde: stop pas echt met het oude als het nieuwe er staat.
En dan komen de volgende regels:
Dit is geen radicale agenda; het is volwassen beleid.
Maar kan dat? Je als volwassene gedragen?
Zoals ik al aangaf loop ik al jaren met het woord rond. Probeer je als mens volwassen te gedragen. Waarom? Omdat er talloos veel zaken zijn waarop je het etiket ‘slecht’, ‘verkeerd’, ‘dom’, ‘pervers’ of kunt plakken. Zaken waarvan je weet dat de mens(heid) ook andere keuzes had kunnen maken.
Tja, hier zitten we dan. Leven in een wereld die aan de ene kant (en zeker in onze contreien) oneindig rijk is, maar tegelijkertijd zijn er talloos veel onderwerpen op te noemen die we als mensheid (en zeker ook in onze contreien) hebben verwaarloosd, laten sloffen. We hebben min of meer bijna collectief bewust de ogen gesloten voor de omineuze signalen.
Blijven ons lekkere leventje doorleven. “Waarom gaan ook wij niet lekker zes weken op vakantie naar Nieuw Zeeland?”
Zeker is dat niemand zonder zonde is. Ik ook niet. Je honderd procent volwassen gedragen is onmogelijk. Sterker: dat lijkt me een verschrikkelijke samenleving.
Pas deze week viel me de overeenkomst op met een verhaal dat ik al pakweg vijftien jaar ken; en in mijn verhalen en betogen meenam.
In 2011 verscheen de vertaling van Thinking fast and slow van Daniel Kahneman. In die Engelse titel zit de kern van hetgeen ik hier wil betogen.
In ons aller hoofd zitten volgens deze Israëlisch-Amerikaanse psycholoog twee (spreekwoordelijke) systemen. Systeem 1 is alom aanwezig. In het verhaal (én voor alle duidelijkheid: het is een verhaal, een metafoor) is Systeem 1 pakweg 95 procent van de tijd actief. Dat Systeem 1 helpt ons door de dag, door het leven heen. Volgens Kahneman is dat Systeem 1 ons gevoel. Ergo: we komen de dag door, door te vertrouwen op ons ‘gevoel’.
Gelukkig heeft de mens – en waarschijnlijk is dat het cruciale verschil met onze naasten, de dieren – een Systeem 2 (ontwikkeld). Met dat Systeem 2 kunnen we NADENKEN. Voors en tegens van een bepaalde zaak afwegen; om vervolgens een bewuste beslissing te nemen. En voor alle duidelijkheid: die keuze kan later alsnog verkeerd uitpakken. Maar de kern is dat we dit kunnen: nadenken.
Deze week viel pas het kwartje: wat mij betreft heeft je volwassen door de wereld bewegen te maken met dat Systeem 1 en 2.
Een Johan Derksen heeft die twee systemen ook aan ‘boord’, maar hij kiest er als slimme man BEWUST voor om Systeem 2 vaak te negeren. Hij mag van zichzelf dus bewust op televisie flauwekul opmerkingen debiteren, want… dat is wat meneer John de Mol (zijn broodheer) wil, en zijn niet al te snuggere achterban smult van zijn opruiende en vaak racistische opmerkingen. Evident draait bij die achterban Systeem 1 op volle toeren en sluimert Systeem 2 ergens, ver op de achtergrond. Want het is wel zo lekker: zwelgen in jouw gevoelens. Continu bevestigd worden in wat je al lange tijd dacht, en vooral voelde.
De crux is natuurlijk dat je met dat Systeem 2 ookmorele zaken kunt afwegen. Onvolwassenen neigen er waarschijnlijk ietsje vaker toe om bij dat bewuste nadenken vooral op te komen voor zaken die henzelf en de ‘zijnen’ prima uitkomen. Die bewust negeren dat als dit gebeurt er altijd anderen zijn die je daarom of daardoor benadeelt. “Who cares!” past bij dit soort onvolwassen mannen (en voortuit: vrouwen).
Een liedje – Strawman
Altijd komt er tijdens het schrijven van een artikel een liedje uit mijn geheugen bovendrijven. Dit keer dacht ik aan het album New York van Lou Reed uit 1989.
Veel kenners noemen dit zijn beste plaat. Zeker is dat het slotnummer van dit magnifieke album een link heeft met sommige mannen die ik hier als kleuterachtige, onvolwassen kerels neerzet. Denk bijvoorbeeld aan Jeff Bezos, met zijn raket vol strakgetrokken ‘knappe’ vrouwen, of zijn huwelijk in Venetië.
Strawman.
We, who have so much to you who have so little
To you who don’t have anything at all
We, who have so much more than any one man does, need
And you, who don’t have anything at all, ah
Does anybody need another million dollar movie?
Does anybody need another million dollar star?
()
Does anyone really need a billion dollar rocket?
Does anyone need a sixty-thousand dollar car?
Does anyone need another president?
Or the sins of Swaggart parts six, seven, eight and nine?
Ah, does anyone need yet another politician
Caught with his pants down and money sticking in his hole?
Does anyone need another racist preacher?
Spittin’ in the wind can only do you harm, woo
Does anyone need another faulty shuttle
Blasting off to the moon, Venus or Mars?
Does anybody need another self-righteous rock singer
Whose nose he says has led him straight to God?
Op het nippertje 1 – Libercynisme
Terwijl ik de laatste hand leg aan dit artikel, komen twee media-items voorbij die aansluiten bij dit betoog over hoe je je als volwassene moreel verantwoordelijk zou moeten willen proberen op te stellen.
Allereerst een andere jongeman die ergens in de jaren tachtig is geboren: Sander Schimmelpenninck. Die ergens in zijn leven een bewuste afslag heeft genomen. Weg van de wereld van het grote geld. Die inzag dat er in het leven andere zaken zijn die vele malen belangrijker zijn. De laatste jaren schrijft hij vaak op maandag een column in De Volkskrant.
Vandaag stelt hij in Waarom zou je het wel prima vinden dat mensen onnodig doodgaan aan longkanker? een morele vraag. Het toeval wil dat in die column Johan Derksen zeer negatief voorbij komt.
Ik vermoed dat Sander en Jurriën het tot op zekere hoogte met elkaar eens zijn over het feit dat het liberalisme een grote verantwoordelijkheid met zich meebrengt. Sterker: het is een illusie te denken dat vrijheid vooral of alleen om JOUW vrijheid draait.
In deze column bezigt hij een woord dat ik niet kende. Wel had kunnen weten, want hij citeert uit een artikel dat in 2021 in De Volkskrant verscheen: Zwicht niet voor de waan van een minderheid. Geschreven door ene Kasper C. Jansen.
Citaat: Wat momenteel om zich heen grijpt, is eerder een soort libercynisme, waarin liberale uitgangspunten zodanig worden vervormd dat ze het functioneren van de overheid en de samenleving hinderen, in plaats van helpen. Ik vermoed dat een deel van de libercynici daadwerkelijk gelooft dat overheidsinterventie vooral tot meer problemen leidt.
en
Centraal in het libercynisme staat een onjuiste opvatting over wat tirannie is. Libercynici lijken tirannie vooral te associëren met strenge regelgeving, en democratie met een gebrek daaraan. Dat is onjuist. Waaraan je tirannie herkent, is niet zozeer strengheid, maar willekeur.
Op het nippertje 2 – Absolute democratie
Vrijdag wipte ik even bij Van Piere in Eindhoven binnen. En daar lag de nieuwste bundel van Ilja Leonard Pfeijffer.
Wist niet dat dit boek op stapel stond. Een bundel met daarin vijftig columns die hij in 2024 en 2025 schreef voor de Belgische krant De Morgen. Een krant die je zelden in de collectie van Nederlandse Openbare Bibliotheken aantreft. Jammer dat die columns niet in Trouw, Volkskrant of NRC stonden.
In die bundel zit – zonder dat ik dit boek al gelezen heb – een zelfde toon als in dit artikel wordt gebezigd: links of rechtsom zullen we serieus na moeten gaan denken over de wereld waarin we leven. Ons economisch model is niet houdbaar, ons democratisch bestel schudt op haar grondvesten, én talloos veel rijke, al dan niet hoogopgeleide mensen (vooral mannen) zullen afscheid moeten nemen van de hun vaak niet verdiende, beter toegevallen voordelen.
Ook zij zullen vaker een beroep moeten doen op het ook bij hun aanwezige Systeem 2. Anders gezegd: ook zij zouden zich iets-je vaker iet-wat volwassener gaan gedragen.
Jongens als Rutger, Jurriën en Roel kunnen en doen het ook!
Klik hier voor een gesprek met Ilja Leonard Pfeijffer (Nooit meer slapen, vrijdag 6 februari 2026)
