Categorieën
Boeken Liedjes Literatuur TV-series

De droom van de rode kamer 3

Sinds ik in februari van dit jaar De droom van de rode kamer ‘uit’ had, loop ik rond met tientallen personages, die me in meerdere of mindere mate dierbaar zijn geworden.

Dat gebeurt niet zo vaak. Meestal ben je na lezing van een boek, het aanschouwen van een film of serie, binnen no time de belangrijkste personages al weer vergeten; kun je je amper meer voor de geest halen hoe ze ook al weer heetten, waar ze voor stonden en wat ze zoal deden.

Op dit moment lijkt het alsof ik voor de rest van mijn leven de raadselachtige Jia Baoyu, de complexe Lin Daiyu, de nuchtere Xue Baochai, de kordate en redelijk streberige Wang Xifeng, de zeer aanwezige (groot)moeder Jia, de plichtsgetrouwe vader Jia Zheng of losbol Xue Pan met me mee zal moeten dragen. En een stoet dienstmeisjes, met de meest onvoorstelbare namen. Én, nog belangrijker, om me heen mensen zal tegenkomen die in bepaalde opzichten op een van hen lijken. Net zoals er nu, jaren later, nog steeds kruiperige, behaagzieke, leeghoofdige mister Collins’en om me heen opduiken.

Ook ben ik nu in staat om enkele personages uit De droom van de rode kamer te matchen met personages uit andere favoriete fictie-werken. Ze lijken op elkaar, maar zijn tóch net iets anders. Uiteindelijk: uniek. Wellicht is dat een van de kenmerken van grote kunstwerken. Er zitten onvergetelijke karakters in, en zij én het verhaal ‘zetten’ je vaak op de meest onverwachte momenten aan het denken. Maar nogmaals: ze zijn nooit helemaal hetzelfde.

Gisterochtend viel me al fietsend – op weg om een papieren editie van het Brabants Dagblad te scoren – te binnen dat er nóg een ander boek is dat verwant is aan dit betoverende boek.

In die beoogde krant stond een verslag van Jaap van der Doelen, over de eerste van drie lezingen die dit voorjaar in de regio Noord Oost Brabant over deze klassieker gegeven zullen worden. De tekst staat onder aan dit (lange) artikel.

Eerder vond ik al dat deze zeer leesbare roman ‘iets’ wegheeft van (de) Decamerone van Giovanni Boccaccio. En had ik al moeten toegeven dat recensenten die Downton abbey – de tv-serie en twee speelfilms – met De droom van de rode kamer vergelijken, voor een deel gelijk hebben. Maar het gaat – wat mij betreft – verder dan de constatering dat De droom van de rode kamer net als Downton abbey in wezen een soap is.

Maar gisteren kwamen, al fietsend Elizabeth, mister Darcy en enkele dames en heren die rond de familie Bennet heen cirkelen bij me naar boven.

Dinsdag 5 april werd in de Udense bibliotheek de eerste van drie geplande lezingen rondom De droom van de rode kamer gehouden. Vertaler Mark Leenhouts beet de spits af, en vertelde in grote lijnen waarom De droom zo’n klassieke én geliefde roman in China is geworden. In bijna alle grote wereldtalen is vertaald; zelfs in het Esperanto en nu ook in het Nederlands.

Medio mei zal vertaler Anne Sytske Keijser in de Osse bibliotheek ingaan op de wereld waarin deze achttiende eeuwse roman zich afspeelt. Zonder enige twijfel zal ze ingaan op drie belangrijke religieuze/filosofische stromingen (het confucianisme, het boeddhisme en het taoïsme) en hoe gedachten en opvattingen die daarbinnen naar voren worden gebracht het boek als het ware doordesemen. Ook verwacht en hoop ik dat zij iets meer zal vertellen over hoe het dagelijks leven er voor de gemiddelde Chinees én vooral de rich and famous er in die tijd uitzag.

In juni zal Sylvia Marijnissen, de derde vertaler, in de Veghelse bibliotheek ingaan op het vertaalproces. Een traject dat ruim twaalf jaar liep, en ingaan op de talloze gedichten, rijmpjes, raadsels en andere woordspelletjes in het boek. Ongetwijfeld zal zij ons ook vertellen hoe – ondanks alle tegenslagen – leuk en uniek hun vertaalklus was.

Toen ik medio januari volop in de eerste band was ondergedompeld, en me realiseerde hoe rijk het boek was, kwam al snel de gedachte bij me op om de drie vertalers ergens in onze regio aan het woord te laten.

Na oud-collega Peter van der Wijst gepolst te hebben legde ik medio februari contact met Sylvia Marijnissen; en binnen no time was het rond. Alle drie zouden op zeker moment in Uden, Oss en Veghel aantreden.

Jia Zhao, directeur-cineast van Muyi Film

Zondag 20 maart meldde Mark Leenhouts zich met een aanvullende vraag: of we het bezwaarlijk zouden vinden als cineaste Jia Zhao tijdens de lezing in de Udense bibliotheek opnames zou komen maken. “Natuurlijk niet!” Te meer daar het om een bijzonder project ging.

Jia Zhao had twaalf jaar geleden Mark Leenhouts al eens ontmoet, en toen vernomen dat hij samen met twee collega’s aan een Hercules-project was begonnen: het vertalen van De droom van de rode kamer. Haar favoriete boek. Dat gesprek was bij Jia Zhao weggezonken, totdat zij (net als ik) in het najaar van 2021 ontdekte dat die vertaling in de winkels lag.

Jia Zhao wist wat De droom van de rode kamer was; ik absoluut niet. Had als bibliothecaris, in ruim veertig jaar, nooit van dit werk gehoord. Kende de auteur niet, wist niet wanneer het was verschenen, waar het verhaal om ging et cetera. Maar toch trok dat boek mijn aandacht.

Het stukje waarmee dit leesavontuur begon, De Volkskrant 4 december 2021

Dat lag aan Henk Pröpper, die dit boek begin december in een lijst binnensmokkelde: de 51 beste boeken van 2021. Die lijst verscheen op zaterdag 4 december in De Volkskrant, en De droom stond daar op nummer 3. En in een korte toelichting bezigde hij de woorden ‘meesterstuk’ én ‘project’. Bovendien was het uitgegeven door Athenaeum, Polak & Van Gennep. Bekend van onder andere de Perpetuareeks, de Gouden reeks en andere klassiekers.

Een reeks die uiteindelijk honderd, voornamelijk Westerse klassieke teksten zal omvatten.

Anyway. Jia Zhao maakte tijdens de lezing opnames voor een tweeluik dat medio mei op de Chinese staats-tv zal worden vertoond. Hoe, in een ver afgelegen land, hun favoriete boek voor de zoveelste keer is vertaald. Deze film heeft een link met het feit dat vijftig jaar geleden (in de slipstream van het bezoek van Richard Nixon aan China?) de culturele banden tussen China en Nederland werden aangehaald.

In deze film worden de drie vertalers geportretteerd. In hun omgeving, vooral Leiden (waar aan de universiteit een China-centrum is gevestigd), tijdens een bijeenkomst in een boekwinkel én een lezing. In de Udense bibliotheek. Eergisteren dus. Jaap van der Doelen was er namens het Brabants Dagblad bij. Jia Zhao probeert de Nederlandse tv warm te maken om haar film ook hier te laten vertonen. Benieuwd of dat gaat lukken.

Mark Leenhouts

Mark Leenhouts vertelde gisteren dat de redactie van Athenaeum, Polak & Van Gennep jaren geleden bewust op zoek was naar andere klassiekers uit de wereldliteratuur, die ze wellicht zouden kunnen gaan uitgeven. Ze kwamen ook bij Mark langs, en hij stelde De droom van de rode kamer voor. En pakweg vijftien later ligt dit unieke boek nu in de winkels. Een vertaling die wellicht in het Nederlandse taalgebied nooit meer herhaald zal worden.

Als bibliothecaris weet ik dat recensenten in kranten en tijdschriften wekelijks boeken, films of cd’s uitroepen tot klassiekers in spé. Ik weet echter dat die loftuitingen vaak gratuit zijn, en té snel worden gedaan. Vaak ontbreken in de jaarlijstjes vaak boeken of cd’s die enkele maanden eerder door diezelfde critici tot meesterwerken werden uitgeroepen.

Als bibliothecaris én nuchter denkend mens weet ik (inmiddels) dat er zelden échte meesterwerken verschijnen, én nog zeldener (ver)worden deze meesterwerken tot klassiekers. En dan komt Henk Pröpper – die als geen ander een zeer brede kijk heeft op een groot deel van het culturele veld én aanbod – met de opmerking dat er in november 2021 een zeer uniek ‘meesterstuk’ – vooruit: klassieker – in het Nederlandse taalgebied is verschenen. Lezen!

Tijdens de lockdown wandelt Henk Pröpper door Parijs en mijmert over klassieke boeken die hij ooit heeft gelezen

Henk Pröpper had het niet alleen over een meesterstuk, maar ook over een project. Terecht. Je leest niet zomaar even vier banden, ruim eenentwintighonderd pagina’s. En de prijs zal voor velen ook een belemmering zijn: 99 euro. Dat is geen kattenpis, en voor de gemiddelde loonslaaf een flinke barrière. Nog los van het feit dat het om een Chinese roman gaat.

Tóch kan vooral die prijs voor de gemiddelde, redelijk welvarende burger geen echte belemmering zijn. Voor honderd euro slaap je tegenwoordig één nacht in een redelijk Nederlands hotel; of heb je één – vooruit – redelijk tot goed diner in een restaurant. Als je tijdens een vakantie één overnachting óf restaurantbezoek skipt, dan ben je er al.

Een andere belemmering is op dít moment dat de eerste druk van 3000 exemplaren al uitverkocht is, en dat er voor de tweede oplage (van 1000) al ruim vijfhonderd bestellingen zijn geplaatst. Ik vermoed dat er dit najaar een iets goedkopere editie zal verschijnen. Ook geloof ik – inmiddels – dat dit boek een zogenaamde longseller zal worden. Mensen zullen het aan elkaar als geheimtip door blijven geven, waardoor de uitgever van tijd tot tijd een nieuwe oplage kan uitbrengen. Wie weet lopen er over pakweg tien jaar (tien?)duizenden Nederlanders rond die, samen met miljoenen Chinezen, Jia Baoyu, Lin Daiyu en Xue Baochai ergens in hun hart hebben opgenomen; en net als ik om zich heen mensen zien die deels op hen lijken.

Jia Baoyu, Lin Daiyu en Xue Baochai in een Chinese verfilming uit de jaren tachtig

En – natuurlijk, ik zou het als bibliothecaris bijna vergeten: je kunt het boek ook lenen bij een van de samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken; of bij uw ‘eigen’ lokale bibliotheek. Maar gezien de lengte vermoed ik dat veel potentiële lezers voor een ‘eigen’ exemplaar zullen opteren. En mocht het tegenvallen: ik weet zeker dat je De droom van de rode kamer de komende jaren steeds via boekwinkeltjes.nl of andere sites voor een redelijk hoog bedrag te koop aan kunt blijven bieden.

Kort nadat ik in De droom van de rode kamer was begonnen kreeg ik het gevoel dat ik de daarin beschreven wereld ergens anders al eens was tegengekomen. Om precies te zijn, ruim anderhalf jaar geleden. Toen herlas ik in het begin van de eerste corona lockdown (de) Decamerone van Boccaccio. Als klassieker terecht opgenomen in de Perpetua-reeks van Athenaeum, Polak & Van Gennep (Om precies te zijn: nummer 34 van de beoogde 100 titels).

Dat ik De droom van de rode kamer aan dit boek koppelde lag niet aan de honderd verhalen, die in dit dikke boek door tien personages aan elkaar worden verteld. Nee, ik moest eraan denken omdat die tien redelijk platte personages uit (de) Decamerone omringd worden door onvoorstelbare weelde.

Decamerone door John William Waterhouse, een pre-rafaëliet (1849-1917)

Tijdens een pestepidemie verlaten zeer rijke, en onvoorstelbaar knappe jonge mannen en vrouwen hun gevaarlijke omgeving en vertrekken naar plekken die – als je het zo leest – aan het paradijs doen denken. Plekken om je vingers bij af te likken (prachtige gebouwen, weelderige tuinen, lekker weer). Waar tientallen bedienden continu bezig zijn om die tien bevoorrechte personen in de watten te leggen. Opdat zij na luxe gegeten en gedronken te hebben, in staat zijn elkaar met lollige (olijke, af en toe scabreuze, soms onbenullige) verhalen te vermaken. Alles om de tijd te verdrijven. Vér van de pest-ellende die hun landgenoten het leven meer dan zuur maakt. Lucky bastards. Die het verdiend hebben. Opmerkelijk. Geen woord van kritiek op hun positie. Alle omstanders leggen zich er bij neer dat zij – die tien – in de watten worden gelegd. En dat is precies de wereld die je als lezer ook in De droom van de rode kamer aantreft.

Beeld van Cao Xueqin, niet levensgetrouw (gemaakt ver na zijn dood)

In De droom van de rode kamer staan mensen centraal die hét gemaakt hebben. Zich mogen verheugen te leven in de goedgezindheid van de echte macht van die tijd en cultuur: de keizer. Een keizer die trouwens in deze roman nooit aan bod komt. Af en toe moeten sommige leden van de familie hun opwachting aan het hof maken, maar Cao Xueqin (de auteur) doet daar nooit ‘verslag’ van. De Heer van Tienduizend Jaren (ook wel: de Zoon des Hemels of de Drakenheerser) vervult eenzelfde functie als God in (de) Decamerone. Hun wereld is ervan doordesemd, maar komt nooit expliciet in beeld, laat staan aan het woord.

In De droom van de rode kamer wordt de dynastie door honderden mensen omringd; die voor hen als een soort (half)slaven altijd ‘aan’ staan. Dienstmeisjes, knechten, opzichters en andere mensen die hen ten dienste staan. En nooit – herhaal: nooit – de positie van die relatief kleine kring im Frage stellen. De wereld is nu eenmaal zo! Zij zijn rijk, welvarend, belangrijk, en wij, hun bedienden, hebben hen maar ten dienste te staan. Ons te schikken in ons (nood)lot. Geen opstandigheid, geen revolutionaire gedachten of iets dergelijks. Wél is er alom op een andere manier verzet: kleine tot grote corruptie, misbruik maken van hogergeplaatste heren en dames (zoals bijvoorbeeld Jia Zheng, de vader van hoofdpersoon Jia Baoyu) die te goedgelovig zijn.

Aangezien de tien vertellers uit de Decamerone redelijk platte karakters zijn, is het onmogelijk een van hen te vergelijken met personen uit De droom van de rode kamer. Dat gaat niet op voor een ander werk dat door veel critici wordt genoemd: Downton abbey. Een tv-serie. En twee speelfilms; de derde schijnt in de maak te zijn.

Downton abbey (in het echt: Highclere castle)

Deze populaire tv-serie speelt net als De droom van de rode kamer in een wereld waarin wanstaltig rijk en (vaak) erbarmelijk arm met elkaar hebben te dealen. Downton abbey speelt in het Engeland van de jaren tien tot dertig van de twintigste eeuw. Maar de film is gemaakt in de jaren tien van déze eeuw.

De familie Crawley woont net als de familie Jia in een onvoorstelbaar groot en luxueus complex. Omringd door tientallen bedienden en andere slippendragers die alles doen om het de boven hen geplaatsten naar de zin te maken. En in beide gevallen voel je het onheil in de lucht hangen. Op termijn moet alles wat hoog staat, onvermijdelijk vallen.

In Downton abbey lopen echter karakters rond die voor een deel lijken op mensen die in De droom van de rode kamer leven.

Ogenschijnlijk is in en op Downton abbey Robert Crawley, lord Grantham, de belangrijkste man. Hij is de man die over het omvangrijke complex heerst. Ogenschijnlijk, want net als Jia Zheng (de vader van Jia Baoyu, de echte hoofdpersoon van De droom van de rode kamer) heeft Lord Grantham het niet alleen voor het zeggen. Als het er echt op aan komt is er iemand die informeel veel belangrijker is. In Downton abbey én in De droom van de rode kamer is dat de moeder.

Beide dames (Violet Crawley, de dowager countess van de vorige lord Grantham en moeder Jia) hebben écht de broek aan. Manifesteren zich nadrukkelijk als er iets aan de hand is. En de zonen hebben zich te schikken. Alhoewel, in Downton abbey moet zelfs de weduwe af en toe het onderspit delven. Dat gebeurt niet in De droom. Wellicht is het voortschrijdend inzicht. Of een andere cultuur. In Downton abbey is de wereld sindsdien veranderd, geëvolueerd. Het is in de twintigste eeuw niet langer mogelijk vast te houden aan gewoonten en gebruiken die waarschijnlijk eeuwenlang als in graniet gehouwen waren.

De echtgenotes van de twee belangrijke heren lijken ook een beetje op elkaar, Cora Crawley (lady Grantham) en mevrouw Wang. In De droom worden de oudere dames, de moeders nooit bij hun voornaam genoemd, het is altijd mevrouw Wang, mevrouw Xing, tante Xue et cetera. Ogenschijnlijk staan zij onder hun man, maar in de praktijk runnen ze veel meer dan op het eerste gezicht van hen wordt verwacht. Je zou kunnen stellen dat hun echtgenoten een soort dromers zijn, en het geluk hebben dat ze getrouwd zijn met nuchtere vrouwen

De romantiek in boek en tv-serie draait natuurlijk om de kinderen van de familie Jia en Grantham. In De droom staat zoon Jia Baoyu centraal. Deze ogenschijnlijke losbol wordt omringd door een tiental (precies: twaalf) vrouwen, die in meerdere of mindere mate iets met hem hebben, dan wel te maken krijgen. De belangrijkste zijn twee nichtjes die in hetzelfde gigantische complex leven: Lin Daiyu en Xue Baochai.

In Downton abbey draait het romantische gedoe om de drie dochters van de Granthams: Mary, Edith en Sybil. In Downton abbey gebeurt iets wat in De droom volstrekt onmogelijk is: een van de dochters word verliefd op een bediende (“de chauffeur!”). Die in het begin zelfs met revolutionaire (socialistische) gedachten rondloopt; maar hij wordt op termijn ingepalmd, als het ware onschadelijk gemaakt. In De droom is dat uitgesloten; alhoewel Jia Baoyu op zeker moment wel de geneugtes van het seksuele leert ervaren bij een van zijn vele dienstmeisjes. Maar Bekoring – zoals dat dienstmeisje heet – weet dat het iets eenmaligs is, en er nooit toe zal leiden dat het iets tussen hen kan worden.

Het nieuwste boek van Oliver Bullough. Sluit aan op Moneyland (uit 2019)

Al met al kun je stellen dat in de wereld van de Jia’s alles bij hetzelfde zal blijven; alhoewel aan het eind van het boek het nodige onheil hun kant op komt, maar dat alles laat onverlet dat de wereld zoals die is hetzelfde blijft. Na hen zullen er nog steeds families zijn die onvoorstelbaar rijk en machtig zullen zijn. Met een knipoog naar vandaag de dag: er zullen altijd plutocraten, autocraten, oligarchen of meritocraten zijn. Hoe ze precies heten (Jia, Grantham, Poetin, Bezos, Abramovich of Gates) doet er niet zo veel toe.

En, om met het nieuwste boek van Oliver Bullough te spreken: er zullen altijd butlers zijn die hen ten dienste zullen staan. Denk in dit verband aan wat wellicht het belangrijkste karakter uit Downton abbey is: Carson, de butler. In De droom lopen minder markante hogere bedienden rond, maar ze zijn er wel degelijk. Opdat de heren aan de top zich bezig kunnen houden met hun eigen pleziertjes.

Terwijl ik midden in De droom zat was er een moment dat mensen in het Zuiden van ons land zich druk maakten over een pas afgebouwd jacht dat van Oss naar de zee moest worden gevaren. Gebouwd door Heesen shipyards, eens een van de trotse bedrijven uit Oss; inmiddels al weer jaren het bezit van een schimmige Russische oligarch. Dat uitvaren lukte niet, want door het hoogstaande water kon die boot niet onder een brug door. En ongeveer in dezelfde tijd werd bekend dat in Rotterdam een brug tijdelijk ontmanteld zou moeten worden om een ander, nóg groter jacht (van Jeff Bezos) doorgang naar zee te kunnen bieden. En, net als toen (in China én Engeland), stonden burgers keurig met de pet in de hand om dit alles goedkeurend aan te zien. Hadden nog nooit (écht) geluisterd naar een lied van Elvis Costello: Shipbuilding. Uit 1982; een kritisch lied over de Falkland oorlog, dat een oproep richting hoge en lage kringen is om ons voor andere waarden te gaan inzetten.

En toen moest ik op de fiets aan meneer Collins denken; en Elizabeth en Darcy. Personages uit een andere, zeer geliefde en nog steeds veelgelezen klassieke roman: Pride and prejudice, of Trots en vooroordeel van Jane Austen.

Een klassieker die pakweg vijfentwintig jaar na De droom van de rode droom verscheen. Een boek dat ik meerdere keren heb gelezen, en tot een van mijn favoriete titels reken. Een boek met échte ronde karakters; en niet alleen de hoofdpersonen: Elizabeth en mister (Fitzwilliam) Darcy. Nee, Jane Austens beroemdste boek wordt niet voor niets ruim tweehonderd jaar later nog steeds gelezen; en door uiteenlopende kunstenaars bewerkt, verfilmd, geparodieerd, meegenomen in hun betoog.

Pride and prejudice speelt zich ogenschijnlijk in eenzelfde verstarde wereld af als De droom. In Downton abbey zit echter al meer beweging; sterker: wellicht is het daar de grote onderliggende toon, cadans. Dingen moeten veranderen om, met Giuseppe Tomasi di Lampedusa te spreken, hetzelfde te blijven.

De moeder van Lord Grantham weet dat als geen ander: je moet af en toe kleine concessies doen – want de tijdgeest verandert nu eenmaal, jonge mensen worden ontvankelijk voor andere dingen, gewoontes. In Pride and prejudice zit dat alles ook (al). Elizabeth, de vrouwelijke hoofdpersoon, is tot op zekere hoogte een ongeleid projectiel, die zich nadrukkelijk voorneemt niet alleen te leven voor wat de omgeving van haar verlangt, maar vooral op te komen voor haar eigen geluk.

In De droom van de rode kamer is daar absoluut geen sprake van. Sterker: een van de grote verschillen tussen de Chinese wereld en die van Elizabeth en Darcy is dat je in Hertfordshire, de county waar de roman zich afspeelt, de aanzet ziet van een wereld waarin mensen zich niet langer ondergeschikt willen blijven opstellen. Elizabeth komt nadrukkelijk voor haar eigen belangen op; en botst op een schitterende manier met allen die haar en haar streven naar dat geluk in de weg staan.

In onze tijd, zou je kunnen stellen, is dat streven té ver doorgeschoten. De wereld draait misschien toch niet per se om MIJ alleen. Er zijn grotere belangen die we té vaak niet willen zien, uit de weg gaan, waarvoor we onszelf (af en toe) weg zouden moeten willen cijferen.

We hebben écht wel weet van (om een van de belangrijkste zaken te noemen) het klimaatprobleem, en hoe die giga golf ons dwingt onze samenleving op een andere leest te gaan schoeien, maar nu: effe niet. Onze plezierige levensstijl willen we pas aanpassen als het ons uitkomt.

In de achttiende eeuwse Chinese wereld is zo’n houding volstrekt ondenkbaar. Je luistert naar hogere machten; denkt zelf amper na. Doet wat je wordt opgedragen. In die tijd draaide alles om WIJ: onze familie, onze stam, clan, gemeenschap, ja zelfs onze voorouders. En je maakt je daar als klein individu (of je nu arm of rijk bent) ondergeschikt aan. Een van de spanningsbogen in Pride and prejudice is hoe de andere hoofdpersoon – mister Darcy – met dat gegeven, dat dilemma (leven naar hoe anderen willen dat het hoort, of toch meer opkomen voor je eigen geluk) worstelt.

Maar in deze schitterende, zeer leesbare roman zitten meer karakters die met dit gegeven worstelen. Om te beginnen een andere moeder, mrs. Bennet. Maar zij is vergeleken met moeder Jia (uit De droom) en de moeder van Lord Grantham, ronduit een doetje. Een domme gans, die het beste met haar vijf kinderen voorheeft. Ze moet wel, want in die tijd zouden haar dochters tot rampspoed vervallen als haar echtgenoot zou komen te overlijden. Mrs. Bennet zit vol rancune, achterdocht, is: kleinzielig. Terwijl ze aan de andere kant uiteindelijk toch vooral ook met zichzelf bezig is. Dagelijks zwelgt ze immers in kleine lichamelijke, dan wel psychische klachten. Maar tussen alle gedoe door blijft haar belangrijkste doel in het leven om voor minstens een van haar dochters een geschikte echtgenoot aan de haak te slaan. Een kostelijk karakter.

Maar er zijn er meer. De lichtzinnige Lydia, de jaloerse Kitty en de vrome/schijnheilige/domme Mary. Maar mister Collins, de neef die als erfgenaam alles zal erven als mister Bennet zal sterven, slaat wat mij betreft alles. Deze man heeft het tot dominee geschopt en verheugt zich in de gunsten van een soort moeder Jia, lady Catherine de Bourgh. Die op haar beurt een kostelijk personage is: autoritair, hautain en in de kern door en door vals. Andere woorden zijn er niet.

Mister Collins, gespeeld door David Bamber; in dé beroemdste verfilming, die van de BBC uit 1995

Mister William Collins daarentegen is door en door dom, saai en vervelend. Schoppen naar beneden en likken naar mensen die ‘boven’ hem staan. Een opportunist van de bovenste klasse. Hij lijkt een beetje op prof. dr. ir. Akkermans, een van de vele creaties van Koot en De Bie. Tijdens de coronacrisis kwam een nieuwe mister Collins voorbij: Sywert van Linden. Alhoewel, hij lijkt ook verdacht veel op Xue Pan, een van de vele neven uit de Jia-clan. Een door en door corrupt personage, die alles op alles zet om een meer dan prettig leven te leiden.

Elizabeth Bennet

Zeker is dat er in alle genoemde fictiewerken karakters zijn die als het ware tegenover elkaar staan. Elizabeth in eerste instantie tegenover Darcy. Lin Daiyu is anders als Xue Baochai; twee nichtjes waar hoofdpersoon Jia Baoyu iets mee heeft, dan wel krijgt. Lin Daiyu is ziekelijk, Xue Baochai kordaat en rechtdoorzee. Vader Jia Zheng en zijn broer Jia She; de een is zeer plichtsgetrouw, de ander neemt het niet zo nauw, is corrupt tot op het bot en leeft alleen voor plezier en lol.

In Pride and prejudice staat de rechtschapen mr. Darcy tegenover de goodlooking and charming George Wickham; die de villain blijkt te zijn en alleen zijn eigen belangen nastreeft.

Mr. Darcy en Elizabeth, die elkaar nog niet écht kennen – elk opgesloten in hun eigen kijk op de werkelijkheid.

Tijdens zijn lezing vertelde Mark Leenhouts over het feit dat in De droom met deze tegenstellingen wordt gespeeld. Elk van de honderdtwintig hoofdstuktitels bestaat uit twee regels, waarin met die tegenstellingen wordt ‘gespeeld’. Ook bevat elk hoofdstuk telkens twee ‘verhalen’. Belangrijker is dat dualisme in wezen de kern vormt van deze omvangrijke roman. De kern van de roman zit in een citaat dat enkele keren voorbij komt:

Als schijn de waarheid speelt, wordt waarheid schijn
Als niet-zijn zijn verbeeldt, blijkt zijn niet-zijn te zijn.

Regels om over na te denken; een soort To be or not to be van Shakespeare. Wat is waar, en wat is schijn? En is schijn soms niet ‘de’ waarheid, en omgekeerd.

Zeker is dat De droom vaak vergeleken wordt met canon-achtige werken van Shakespeare, Cervantes, Dostojevski, Austen of Nabokov.

Jia Baoyu

Nogmaals, een meesterstuk
Na ruim acht weken in De droom te hebben geleefd durf ik te bevestigen dat dit inderdaad een van de grote werken uit de wereldliteratuur is. Een boek dat je meerdere keren kunt lezen. In wezen heb ik het al twee keer gelezen. Verschillende hoofdstukken twee tot vijf keer om te begrijpen hoe het ook al weer met dit of dat karakter zat, waar een bepaalde episode op sloeg et cetera.

In het register staan ruim driehonderd namen, maar in een excelsheet heb ik op dit moment meer dan duizend namen, titels (van boeken, opera’s, ‘dingen’) opgenomen. Niet voor niets komen dit voorjaar drie ingewijden in onze regio aan het woord. Er is zoveel over dit boek te vertellen!

Ik kan inmiddels onderschrijven wat W.L. Idema (dé beroemdste Nederlandse sinoloog, en vertaler van de twee centrale regels hierboven) in een nog steeds steeds lezenswaardig artikel al in 1992 over de ‘rodologie’ schreef. In China houden veel wetenschappers zich bezig met het bestuderen van De droom van de rode kamer. En publiceren daarover boeken en artikelen. Ik vermoed dat u de komende maanden, jaren op verschillende plekken artikelen zult tegenkomen waarin Nederlandse schrijvers en denkers het over De droom van de rode kamer zullen hebben. Klik hier voor een artikel waarin dit artikel is opgenomen.

Maar het is niet zo moeilijk of dapper om te beweren dat De droom een klassieker is. Dat doe ik in commissie. Talloze deskundigen, die ik niet ken, hebben dat de afgelopen anderhalve eeuw al veelvuldig gedaan. Het is veel aanmatigender om dat op dít moment over een werk te zeggen dat dít jaar is verschenen. En toch is dat wat ik nu en hier tot slot wil doen.

In dit sterrendal
Kort nadat ik De droom ‘uit’ had, verscheen de nieuwste cd van Alex Roeka. En die heeft nu iets gemaakt wat volgens mij op termijn als meesterstuk in de Nederlandse (pop)muziek zal worden ‘bijgezet’. Natuurlijk kan ik me vergissen. Zit ik té veel in het moment. Zoals vaker gebeurd. Dat je een bepaalde cd in eerste instantie, in de eerste weken na verschijning continu blijft draaien; er volstrekt van overtuigd bent dat je nog nooit zoiets hebt gehoord. Een hoogtepunt; een klassieke plaat.

Wie weet, wellicht ben ik deze woorden aan het eind van 2022 alweer vergeten. Toch wil ik hier een lans breken voor Nieuwe dromen. Maar niet voor het hele album. De eerste cd bevat een twaalftal liedjes die je als kenner van het werk van Alex Roeka al ‘kent’.

Maar die tweede cd, daar gaat het hier om. Daarop staat slechts één lied-je: In dit sterrendal. Maar wát voor een song. Duurt ruim vijftig minuten, omvat zevenendertig coupletten. En elk couplet eindigt met de woorden ‘in dit sterrendal’, met daarvoor woorden als ‘onrustig’, ‘schuw’, ‘strijd’, ‘dief’, ‘joelend’, ‘anders’ of ‘verdoold’.

Alex Roeka maakt als zeventig-plusser als het ware de balans van zijn leven op. Een bewogen leven, waarin hij er pas op latere leeftijd achter kwam dat hij geboren was als singer-songwriter. Dat hij de gave van het woord had. Om leuke, maar vooral minder leuke ‘dingen’ uit zijn leven in liedjes te verwerken. Songs waarin hij zichzelf zeker niet ontziet; integendeel, af en toe laat hij zich zeer laatdunkend over zichzelf uit (“koning van de stront” in 2002, ‘Vechten tot het eind’). Terecht, want ik vermoed dat hij zichzelf af en toe als een grote klootzak beschouwde (“een lul met een gitaar”).

Hij noemt in In dit sterrendal niet voor niets een evenknie: Jacques Brel. Maar het had ook Tom Waits of Nick Cave kunnen zijn. Mensen die de zelfkant van het leven hebben meegemaakt, maar daar zich op zeker moment via de muziek én de woorden aan weten te ontworstelen. Maar Alex Roeka heeft iets fatalistisch; na momenten dat het hem goed schijnt te gaan, slaagt hij er altijd weer in om er wederom een puinzooi van te maken.

Al bij eerste beluistering moest ik meteen aan Bob Dylan denken (die Alex ook noemt), die in het begin van de coronatijd met een nieuw meesterwerk op de proppen kwam, de cd Rough and rowdy ways. Staat op nummer 11 in een recente gepubliceerde lijst met de beste albums van de laatste 25 jaar.

Ook op die dubbelcd bevat de tweede cd slechts één song, een absoluut meesterstuk: Murder most foul.

In ruim zeventien minuten schetst Dylan een wereld waar hij deel van uit heeft gemaakt, waardoor hij is geïnspireerd, gebeurtenissen die hij heeft beleefd. Noemt tientallen echte én fictieve personen. En ook hier een melodie die je bij de les houdt; die in wezen (mij) nooit onberoerd laat.

Het verschil is dat Dylan het veel minder persoonlijk maakt. Bij Alex Roeka is dat nadrukkelijk wél het geval. Zelden zo’n openhartig liedje gehoord. Met een prachtige melodie, die (mij) nooit verveelt. Prachtig gespeeld door een klein ensemble, onder leiding van Reyer Zwart. Die verantwoordelijk was voor de arrangementen, én momenteel op bijna alle Nederlandse cd’s die er (binnen het genre van de ‘luisterpop’) toe doen nadrukkelijk meespeelt, arrangeert en als producer optreedt. Reyer Zwart komt trouwens uit Oss, en heeft in een ver verleden als puber boeken opgeruimd bij de Osse bibliotheek.

Sterrendal
Alex Roeka heeft een nieuw woord bedacht: sterrendal.

Raadselachtig, maar zó goed. Onze kleine levens leven we allemaal in een schier oneindig, onbegrijpelijk heelal. Waarin we, als we ’s nachts omhoog willen kijken, kunnen zien dat we omringd worden door ontelbaar veel sterren. En in dat door die sterren gevormde dal (in wezen natuurlijk onzin) leven we onze levens. Samen met anderen: échte én bedachte personen. Personen waaraan we ons kunnen spiegelen, waar we (tijdelijk of veel langer) mee ‘samen’ leven.

Drie Nederlandse vertalers hebben aan die gemeenschap de door Cao Xueqin bedachte personages voor Nederlandse stervelingen aan toegevoegd. Waarvoor veel dank, en ze op termijn de Martinus Nijhoff vertaalprijs zullen ontvangen.

Alex Roeka heeft het vooral over zichzelf, maar in hem kun je zonder veel moeite anderen of delen van jezelf ‘zien’. Troostrijk is dat dit alles – ‘in dit sterrendal’ – door zal gaan. Ook na ons leven. Jia Baoyu zal er altijd zijn. Darcy en Elizabeth. En natuurlijk, die zullen er altijd bij blijven komen: nieuwe mister Collins’en.

In dit sterrendal
Waar je je dagelijks loopt te verbazen
Over wat de natuur je steeds weer lapt
En naar de sterren staat te staren
Wetend dat je er nooit meer uit ontsnapt
In dit sterrendal, in dit diepe sterrendal

(uit couplet 21 van In dit sterrendal)

Onderstaand verslag verscheen op woensdag 6 april 2022 in de Udens-Veghelse editie van het Brabants Dagblad. De auteur is Jaap van der Doelen

Documentaire over Chinese Shakespeare, vertaling naar Nederlands duurde dertien jaar
De Udense bibliotheek is het decor van een documentaire die binnenkort aan miljoenen kijkers in China voorgeschoteld wordt. Met als hoofdrolspeler een boek dat na twee eeuwen voor het eerst volledig in het Nederlands vertaald is.

Een kleine vijftien mensen zitten er op dinsdagavond om 19:00 uur in de bibliotheek van Uden. Ze luisteren naar vertaler Mark Leenhouts, die tijdens een lezing uitlegt waarom De droom van de rode kamer misschien wel het belangrijkste boek binnen de Chinese cultuur is. Over vijf weken zullen zijn woorden echter een miljoenenpubliek hebben, net als het groepje Udense literatuurliefhebbers dat hem aanhoort. Dan zendt CCTV, de Chinese staatstelevisie, een tweedelige documentaire uit over de Nederlandse vertaling van het toonaangevende werk. De montage daarvan is al volop onderweg, en tijdens de lezing van Leenhouts vindt de laatste draaidag plaats.

Verslaafd aan boek
,,Hij is voor de Chinese cultuur wat Shakespeare is voor de Britten”, legt line producer Jane Yao uit over de 18de eeuwse schrijver Cao Xueqin. Zij heeft het boek zelf als jong meisje al gelezen, net als producent en regisseur Jia Zhao. ,,Mijn ouders waren freaked out omdat ik er verslaafd aan was terwijl ik me eigenlijk moest voorbereiden op de Chinese universiteit”, lacht zij. Met de ruim 2000 pagina’s die het verhaal telt is een lezer dan ook wel even zoet.

De vier kloeke boeken waaruit de Nederlandse vertaling bestaat, prijken inmiddels trots in de kast van Zhao’s thuis in Amsterdam. En het moment waarop Leenhouts haar twaalf jaar geleden vertelde er net aan begonnen te zijn, is haar altijd bijgebleven. ,,‘Wow’, dacht ik. Dat hij dat durfde. Het is een moeilijk te vertalen boek; zit qua taalgebruik tussen ouderwets en hedendaags Chinees in. Toen ik vorig jaar in de krant las dat het boek verscheen, was ik ontroerd. Ik wilde er als filmmaker meteen iets mee doen.”

Wow. Dat hij dat durfde. Het is een moeilijk te vertalen boek

Jia Zhao, regisseur
Op 18 mei vieren Nederland en China het 50-jarig jubileum van hun onderlinge diplomatieke betrekkingen. ,,Vind je dit geen goed verhaal, over hoe die culturen zich met elkaar uitwisselen, zeker nadat corona ons twee jaar lang uit elkaar gedreven heeft?”, vroeg Zhao een vriendin bij CCTV. ,,Het is zo belangrijk om te laten zien dat mensen hier gewoon dertien jaar van hun leven aan hebben besteed. En dat het nu eindelijk uit is, en de eerste druk zelfs al uitverkocht is.” Het antwoord was een volmondig ja.

Verstrengeling
Samen met collega’s Anne Sytske Keijser (die op 17 mei in de Osse bibliotheek een lezing over het boek geeft) en Silvia Marijnissen (13 juni in Veghel) dacht Leenhouts het vertalen overigens in pakweg zes jaar klaar te spelen. De klus bleek vele malen complexer, maar heeft uiteindelijk zijn kijk op zijn vak als vertaler van Chinese literatuur verrijkt. Nu ziet hij eigenlijk pas, hoe de verstrengeling van vele verhaallijnen en het spelen met tegenstellingen, nog altijd als echo doorklinkt in moderne Chinese romans. Het klassieke familieverhaal rond de in een gegoede familie opgroeiende jongen Baoyu laat hem nog altijd niet los.

Dat geldt ook voor de 72-jarige Qing Wei-Koehof, sinds 1995 woonachtig in Uden. Glunderend vertelt ze hoe vooral het liefdesverhaal haar hart greep. ,,Toen ik zo hoog was, begon ik het al te lezen”, gebaart ze de vertaler met haar hand net boven haar heup. ,,En ik las het opnieuw en opnieuw. Het zegt zoveel over onze cultuur en geschiedenis. Maar het moet heel moeilijk geweest zijn om te vertalen.” Leenhouts bevestigt haar vermoeden met een hartelijke lach. ,,Daarom duurde het ons drieën ook dertien jaar!”

Enkele artikelen
De droom van de rode kamer (17 januari 2022)
De droom van de rode kamer 2 (6 februari 2022)
Downton abbey (december 2014)
Waarden, alom waarden (en geen normen) (januari 2011)
Waarom zou je de klassieken lezen? (maart 2016)
I declare after all there is no enjoyment like reading! (augustus 2013)
Introvert (april 2012)
Perpetuareeks en canonvorming (oktober 2009)
Perpetuareeks: “die de lezer ‘het leven zoals het werkelijk is’ wil tonen” (februari 2018)
Ga in tegen het begrijpelijke verlangen naar wat King de ‘verdovende veiligheid’ noemt. (februari 2020) met een liedje van Alex Roeka
Begrafenismuziek (oktober 2006) met een liedje van Alex Roeka
Onttrekken of toevoegen (februari 2019) over plutocraten en andere fijne ..

(donderdag 7 april 2022)

Aanvulling woensdag 25 mei 2022
Via een tweet liet (vertaler) Mark Leenhouts weten dat de documentaire van Jia Zhao af is en vandaag en morgen op de Chinese staatstv zal worden vertoond. In die tweet zat een link naar onderstaand YouTube-filmje, een trailer. In die trailer zitten géén opnames die in de Udense bibliotheek zijn gemaakt.

https://w.yangshipin.cn/video?type=0&vid=e000039lvgs&cid=dc6fpxbge9cf4gg

Mooie ondertitel: opnieuw gedroomd in Nederland.

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: