Ziya Ertekin, alias Blue Flamingo, sprak op zondag 16 december in de het café van de Groene Engel in Oss uit wat ik in de weken daarvoor zelf ook ongeveer had bedacht.
We leven in vervelende tijden, en moeten er doorheen. Hopen dat we die zonder al te veel kleerscheuren overleven. Hopen dat er na donker weer licht komt. Zoals na de kortste dag de lente. Zo nodig, na al dat grijs, regen, mistroostigheid; vooral dát. Ook het maatschappelijke leven is net als een jaar cyclisch. In elke tijd is er een slinger die zogezegd van de ene naar de andere kant slingert.

Diskjockey Blue Flamingo zag dat ook zo: ‘alles’ is cyclisch. What goes up, must come down enzovoorts.
Hij betoogde dit aan het eind van een interview met oud-collega Peter van der Wijst. In de reeks Uitvliegers. Een programma van de samenwerkende Noord Oost Brabantse Bibliotheken. Bijeenkomsten waarin mensen aantreden, die in de regio Noord Oost Brabant zijn geboren, maar op zeker moment de regio hebben verlaten om (vaak) in ‘de grote stad’ op een bepaalde manier succesvol te worden.

Blue Flamingo verliet Oss rond zijn twintigste en kwam via de kunstacademie in Den Bosch in Rotterdam terecht, waar hij, zoals hij dat zelf zegt, de kansen die voorbij kwamen oppakte en zo op zekere dag in de muziek terechtkwam.
Ook ging hij op zeker moment 78 r.p.m.-platen verzamelen. Iets later trok hij met zijn plaatjes als diskjockey stad en land (en ver daarbuiten) mee rond. Hij is er zeer succesvol mee geworden. En dat was hem in Oss en omstreken niet gelukt.

Aan het eind van het gesprek had hij het op zeker moment over David Bowie, en dat ook hij de documentaire Moonage daydream van regisseur Brett Morgen had gezien. En daar volledig door werd overdonderd.
Wat een man! Wat een tijd!
Een periode die pakweg twintig jaar duurde, van 1965 tot 1985 (?), en waarin ‘alles’ kon. Mensen lekker leefden. Niets te gek was; werd bevonden. Er volop geëxperimenteerd werd; met relaties, gender, drugs, ervaringen. Een periode waarin David Bowie, samen met vele andere kunstenaars, excelleerde; zijn meesterwerken kon maken, én zijn aanhang hem daarin volgde.

Een tijd die volstrekt haaks staat op de dark ages waarin we ons nu bevinden; met weinig hoop dat het op korte termijn weer de andere, een lichtere, een spannendere kant zal opgaan. Maar helaas, alles, merkte Zia filosoferend op, heeft zijn tijd. De slinger zal zonder enige twijfel weer die kant heengaan. Maar nu effe nog niet.

Eén persoon om dit te illustreren: Rosanne Hertzberger.
Weken daarvoor had ik ongeveer dezelfde gedachte. Die natuurlijk al veel langer ergens lag te sluimeren; maar er is altijd een moment dat de spreekwoordelijke puzzelstukjes bij elkaar komen.

De balans opmaken
Aan het eind van elk jaar maak ik al minstens twee decennia lang de balans op. Dat wil zeggen. Ik verzamel in november en december actief muzieklijstjes, uit muziekbladen en op het internet, die ik, na de nodige bewerkingen, op www.muzieklijstjes.nl plaats.
Een service voor muziekliefhebbers én mijzelf. Die jaarlijstjes helpen muziekliefhebbers om uit de gigantische hoeveelheid nieuwe muziek de ‘pareltjes’ te kunnen halen.
Los van al dat werk ben ik in die tijd van het jaar natuurlijk ook bezig mijn eigen persoonlijke top tien samen te stellen. Helaas had ik dit jaar een probleem. Nou ja, probleem.

Mijn plaat van het jaar – want: het vaakst gedraaid, dan wel opgezet – was al in 2021 gemaakt. Maar ik had Ma délire : songs of love, lost & found van de Canadese Myriam Gendron pas in het voorjaar ontdekt. Om precies te zijn: op woensdag 24 mei klikte ik, om niet meer terug te halen redenen, dat album op Qobuz aan. Overdonderd! Drie dagen later viel de bij Sounds Venlo gekochte cd op de mat.
Een maand daarvoor had ik, ik geef het toe: redelijk vroeg in het jaar, een andere cd al uitgeroepen tot mijn plaat van het jaar 2023. Sterker: Keep your courage van Natalie Merchant is natuurlijk mijn ‘échte’ plaat van het jaar, want dat album kwam wel dit jaar uit én bleef ik ‘draaien’.

Ook zag ik haar in november in Carré in Amsterdam een fantastisch goed concert geven. Al in mei van dit jaar schreef ik een lang artikel over het slotnummer van dat album: Nooit gedacht dat ik een stuk-je zou schrijven over liefde. En, constateer ik nu, daarin gaat het ook al nadrukkelijk over hoop. In verwarrende, donkere tijden.
Dus, twee platen van het jaar; twee dames: Myriam Gendron én Natalie Merchant. De Canadese Myriam is volstrekt onbekend, maar op Ma délire zit volgens mij in enkele liedjes, vooral bewerkingen van vaak onbekende Engelse en Franse folksongs, een gitaargeluid dat…

Een gitaargeluid dat volgens mij de sound van onze vervelende tijdgeest als het ware perfect weergeeft. En die sound was al vastgelegd voordat we in november van dit jaar als land lieten zien dat we nog dieper kunnen wegzakken in wegkijken, anderen de schuld geven; kinderlijk onvolwassen gedrag. Kleuters die hun zin niet krijgen, en uit lamlendigheid ‘de schuld’ van bijna alles bij buitenlanders, dan wel zwakke mensen neer blijven leggen.
Op haar tweede album hoor je regelmatig een gitaar die jankt, klaagt, aanklaagt, sombert, verwijt, schrijnt. Zelden is de mistroostige tijdgeest zo ‘mooi’ vastgelegd.
Bovenstaande woorden kunnen helaas niet verwoorden wat er volgens mij in doorklinkt. Luister zelf, en huiver. Verwonder je over dat wonder. Grote kunst!

Ik vermoed dat Myriam Gendron zal ontkennen dat die gitaarsound ook maar iets te maken heeft met onze huidige tijd; het gaat haar om de perfecte sound om dit of dat liedje als het ware aan te kleden. Maar…
Maar ik vermoed dat documentairemakers instrumentale delen uit díe songs als ‘behang’ zullen gaan gebruiken voor films waarin zij maatschappelijke problemen behandelen. Zeg maar zoals flarden uit (de) Gnossiennes van Erik Satie nog steeds voorbij komen. Of fragmenten uit The Hours van Philip Glass.

Voor alle duidelijkheid: Ma délire : songs of love, lost & found is niet alleen door dat gitaargeluid mijn (eerste of tweede) plaat van het jaar 2023. Het is een groeiplaat, en ik durf er veel om te verwedden dat deze plaat zal uitgroeien tot een all time classic (à la Hunky dory van David Bowie, Blue van Joni Mitchell of New York van Lou Reed).
Klik hier voor een gedegen artikel over dit meesterwerk. En ik stel nu dat alle platen die dít jaar in verschillende bladen tot ‘de plaat van het jaar’ worden/werden uitgeroepen op termijn ‘ingehaald’ zullen worden door Ma délire van Myriam Gendron.
Kwaliteit, klasse leren waarderen kost tijd. Vergt draaiuren. Tijd die veel muziekrecensenten vaak niet hebben, want morgen moet de zoveelste nieuwe plaat worden gerecenseerd.

Luister vooral naar ‘C’est dans les vieux pays’ en het titelnummer ‘Au coeur de ma délire’. In dat laatste nummer zitten ook stemmen van jonge kinderen, geluiden uit een jong gezin, zeg maar uit ‘het volle’, normale leven.
Zoals ik al aangaf was ik op maandag 13 november aanwezig bij het enige concert dat Natalie Merchant in Carré gaf. Bijna aan het eind van de avond zong ze Feast of Saint Valentine, waar ik eerder al over schreef. Aan het begin zat een andere favoriet: Nursery rhyme of innocence and experience.
Maar ergens halverwege vertolkte ze een nummer van haar laatste album dat ik tot die tijd tekstueel nog niet goed had bestudeerd: Sister Tilly.

Waar is die optimistische tijd gebleven!
Die avond viel het kwartje. Er was een tijd waarin Sister Tilly nog leefde, en op haar manier positief bijdroeg aan de wereld waarin zij woonde.
Sister Tilly is voor alle duidelijkheid geen ingetreden non. Nee, Tilly was een feministe die samen met andere ‘zusters’ op de barricaden stond. Zich inzette om de wereld voor haar seksegenoten én daardoor ook anderen beter te maken. Zeg maar een Canadese Dolle Mina. Maar niet van de fanatieke, agressieve, onsympathieke soort. Nee, als ik Natalie Merchant mag geloven, een sympathiek mens, die met haar menselijkheid en compassie dingen kon veranderen. Én zij wordt momenteel gemist!
Oh, Miss Tilly, I think you should know everyone’s missing you here

Kunst in donkere tijden
Ik vermoed dat het weinig toelichting behoeft dat we in donkere tijden leven. Een uitzichtloze oorlog in Oekraïne, waar een of andere maniak serieuze plannen heeft andere landen in zijn landjepik-gedoe te betrekken. En veel Europese burgers zijn het nu al beu, en willen amper iets van hun voorrechten opgeven om de Oekraïners en in wezen ons zelf te helpen.
Verder de toestand in de Gazastrook, waar een uiterst rechtse Israëlische regering in wezen bezig is met het uitroeien van een opgesloten volk.
Uiteraard het Nieuwe Klimaatregime, dat maar op onze deur blijft kloppen, en alle verantwoordelijke politici en beslissers leven door alsof we niet snel en daadkrachtig een richting moeten inslaan waarin fossiele brandstoffen niet meer worden gedolven, verwerkt en zeker niet verstookt. Tja. De laatste top heeft wederom veel woorden opgeleverd, maar zoals Feijenoorders weten zegt dat lang niet alles.
En daardoorheen kun je blijven constateren dat de kloof tussen de ultra rijken en de gemiddelde burgers (loonslaven, en mensen die moeten leven van de goodwill van anderen) steeds groter wordt; en er is geen uitzicht dat er in binnen- noch buitenland politici aantreden die daaraan iets gaan doen.
Limitarisme is voorlopig slechts de titel van een boek, en zeker nog geen krachtige ‘stroming’ zoals het neoliberalisme.

In zo’n tijd worden verkiezingen gehouden; omdat de langstzittende Nederlandse premier het om zeer twijfelachtige redenen tijd vond om zijn vierde kabinet op te blazen. En zijn beoogde opvolger het tijd vond om de verkiezingen in de campagne te laten gaan over een minor problem: migratie. Waarop de ‘kampioen’ je-afzetten-tegen-buitenlanders’ (én ‘andere’ zwakke mensen) de verkiezingen won.
Een campagne waarin onzekere Nederlanders volop werden bespeeld. Ze de indruk konden krijgen dat migratie inderdaad ‘hét’ grootste probleem in ons land, én in Europa is.
Én nu? Nu zitten we met de gebakken peren. Wordt over een nieuw kabinet gepraat dat, als het aantreedt, van alles zal doen, maar zeker niet ‘het’ migratieprobleem zal oplossen; noch opkomen voor de vaak gerechtvaardigde belangen van het gros van de mensen die in een vlaag van verstandsverbijstering op dit soort partijen hebben gestemd.


In die hele campagne is bijvoorbeeld amper verwezen naar een boek dat in de aanloop naar de verkiezingen verscheen. Geschreven door socioloog Hein de Haas, die ruim dertig jaar migratie heeft bestudeerd; hier en over de hele wereld.
Zijn kernboodschap is kristalhelder. Migratie laat zich niet beteugelen, laat staan terug te brengen tot nul. Migratiestromen horen bij de mensheid; zijn door de eeuwen heen grosso modo ongeveer even groot geweest, en bewegen mee met de economie.
In tijden dat de economie het goed doet, neemt de vraag naar (arbeids)migranten toe, en komen ze. Legaal, en in veel mindere mate illegaal.
Politici hebben de taak om dat proces te begeleiden, en moeten niet de indruk wekken (naar een onzekere achterban) dat zij (én zij alleen) die stroom tot nul kunnen terugbrengen.
Helaas, Hoe migratie echt werkt : het ware verhaal over migratie aan de hand van 22 mythen werd, en wordt genegeerd.
Ik heb niet de indruk dat hij door informateur Ronald Plasterk, een rancuneuze professor, aan de formatietafel wordt uitgenodigd, om daar te komen vertellen wat ons wel, maar vooral niet te doen staat.
En ondertussen gaat het leven verder. Blijft het regenen; is het grijs. Slechts af en toe schijnt de zon. Sukkelen we naar Kerst en Oudjaar. Gelukkig is er afleiding. Boeken, films, tentoonstellingen. Cultuur!
Maar, wacht even.
Zelfs die staat op het spel. Als de grote blonde winnaar van de verkiezingen zijn zin krijgt dan gaat het nieuwe beoogde ultrarechtse kabinet daarop nóg meer bezuinigen. Wordt de publieke omroep de nek omgedraaid. Wordt er geld vrijgespeeld voor regionale cultuuruitingen (carbid schieten?) en wordt het in dit land nog onaangenamer.
Sister Tilly wordt nog meer de schim uit het verleden, die ze nu al is.
Kiemen van verandering, hoop
Logisch dat de beoogde regeringspartners zich tegen cultuur afzetten. In culturele uitingen zitten vaak de kiemen voor verandering. Niet altijd; hoeft ook niet. Er is niets mis met een avondje plezier, vermaak.
Maar een liedje van Natalie Merchant is niet alleen aangenaam om naar te luisteren (dat gaat althans voor mijzelf op), maar heeft ook een boodschap.
Een vervelend iets: een boodschap. Iemand die stelt dat ‘iets’ beter is, kan worden, dan ‘iets’ anders. Met een boodschap zal niet iedereen het eens zijn. Het kost moeite om je ervan te vergewissen wat wordt beweerd, voorgesteld. In de kern zet een ‘goed’ of relevant kunstwerk je aan het denken.
Vaak kun je zo’n liedje gebruiken in jouw kijk op de werkelijkheid. Geef je het een plek in jouw verhaal op die werkelijkheid.
Een liedje dat soms iets zegt over de tijd waarin we leven, wat er gaande is, al dan niet fout zit, én waar ongeveer de oplossing zit.
Liedjes, of kunst, niet als boodschappenbriefje, maar vaak omfloerst; onduidelijk wat er precies wordt gezegd, dan wel bedoeld. Kunst-stukjes die jou zelf aan het denken zetten.
Lastig. Veel landgenoten snakken naar sterke mannen die weten hoe hét zit, ‘dé’ antwoorden hebben, en die voor hen (‘het volk’, nietwaar) beslissingen nemen.
De boodschap van Blue Flamingo (dat in elke tijdgeest een slinger actief is) en Natalie Merchant (dat er in de tijd van Sister Tilly meer optimisme en vertrouwen in de toekomst was) kun je natuurlijk ook ergens anders vandaan halen.

Anselm Kiefer
Dit artikel ‘kleed’ ik aan met foto’s die ik vorige week in Museum Voorlinden in Wassenaar maakte. Daar loopt tot eind januari een overzichtstentoonstelling van deze Duitse schilder, beter: beeldend kunstenaar. Het is immers zeer de vraag of je de kunstwerken van Anselm Kiefer schilderijen kunt noemen. Wél, omdat hij zijn verzinsels met verf op een canvas aanbrengt; níet, omdat hij op datzelfde canvas materialen aanbrengt (lood, stro, landbouwhandwerktuigen) die daar normaliter niet ’thuishoren’. Het zijn imposante werken. Groot én zwaar. Zaalvullend.
Kort daarvoor zag ik in Eindhoven in het Natlab een door Wim Wenders gemaakte documentaire, waarin je hem met assistenten aan de slag ziet. Vuur, water, en bij wijze van spreken donder en bliksem, die hij op zijn werken in wording loslaat. In imposante ateliers, van pakweg twintig meter hoog.
Mijn favoriete werk was in Voorlinden Sichelschnitt.
Een werk van pakweg elf meter lang én drie à vier meter hoog. Op dat uit drie delen bestaande werk hangt ergens in het midden prominent een zeis (ein Sichel). Links en rechts van die zeis wijkt als het ware het te snijden graan. En ergens daarboven zie je een lucht waar her en der het blauw doorheen schemert. Ik zie er een vage verwijzing in naar een van de laatste schilderijen van Vincent van Gogh: Korenveld met kraaien.
Zeg maar: op een stralende zomerdag hangt het noodlot in de lucht. Of: in een stik welvarende wereld (de onze) hangen rechtse politici (helaas: óók hier!) als kraaien in de lucht om toe te slaan.
Anyway. Ik heb dat schilderij die dag minstens drie keer aandachtig bekeken, en verschillende keren gefotografeerd; vooral details ervan. Want door de bewerkingen die Anselm Kiefer op dat doek in wording heeft gedaan, bevat het doek een explosie aan kleuren en structuren.
Kleuren en structuren die je pas goed ziet als je er letterlijk met je neus bovenop gaat staan. Én de moeite wilt doen om je erin te verdiepen; er niet snel langs loopt en bijna meteen weet dat ‘het’ niets voor jou is.
The Old Oak
Enkele dagen daarna zag ik in de Cacaofabriek in Helmond tijdens een preview de laatste film van de Britse regisseur Ken Loach.
In The Old Oak komen zijn bekende thema’s voor een laatste (?) keer voorbij.
Dít keer speelt het verhaal zich af in een klein mijnwerkersdorpje in Schotland. Dat wil zeggen: vroeger was er een steenkolenmijn; en floreerde waarschijnlijk het dorp. Nu al lang niet meer.
Veel vergane glorie. Verslonsde huizen. Veel oude, verbitterde mannen die de tijd doodslaan met af en toe in de lokale pub te hangen én te mopperen op. Tja, in wezen op alles.
De schuld voor hun misère leggen ze vooral bij anderen; zelden bij zichzelf én zeker niet bij de échte daders: rechtse politici én werkgevers.
In die gemeenschap komen op zekere dag Syrische vluchtelingen. Vergelijk het maar met de komst van vluchtelingen die in een leegstaand hotel in Uden worden geplaatst. Het gemopper is niet van de lucht. Weerzin. Openlijk racisme. Afgeven op elites, ver weg, die ‘dat soort mensen’ bij ons droppen, en zeker niet in hun welvarende omgeving willen, noch zullen toelaten.

De hoofdpersoon van deze film, TJ, een oudere, ietwat slonzige man, die het enige overgebleven én verlopen café ‘runt’, hoort al het gemopper aan. Moet er niet veel van hebben (dat kun je aan zijn body language aflezen), maar gaat zelden tegen zijn gasten in. Hij heeft domweg hun schamele omzet nodig.

Al meteen bij de komst van de Syriërs leert hij een van de vluchtelingen kennen: Yara, die als een van de weinigen goed Engels spreekt én van fotograferen houdt. Zij ontdekt al snel in een gesloten zaaltje in de pub foto’s uit de glory days van de mijnwerkers, het stadje en de solidariteit die er lang voor zorgde dat dorp en regio het goed deden.

De cruciale scene zit wat mij betreft ergens aan het einde.
Kroegbaas JT wordt in The Old Oak al jaren lang omringd door oudere mannen die daar hun tijd komen doodslaan én door blijven gaan met afgeven op anderen. En sinds de komst van de Syrische vluchtelingen hebben ze een nieuwe zondebok. Zijn zich er niet van bewust dat die Syrische mensen wel degelijk met gevaar voor eigen leven een nietsontziend regime hebben moeten ontvluchten. De moeder van de tweede hoofdpersoon, Yara (de jonge fotografe én maatje van JT), hoopt lang dat haar achtergebleven echtgenoot het zal overleven.
JT is op zijn manier ook een slachtoffer, maar vervalt niet in afgeven op anderen die er ook niets aan kunnen doen.
Hartverwarmend hoe JT met een lieflijk hondje omgaat dat op zekere dag kwam aanwandelen en hem ging vergezellen; zijn maatje!
In de cruciale scene zet hij zich op zeker moment af tegen zijn mopperende drinkebroers.
‘Waarom schoppen jullie altijd naar beneden’, naar mensen die er nog veel slechter aan toe zijn, ‘en nooit naar boven?!’
Voilá
In een nutshell de wereld waarin we leven. Er zijn giga problemen. Waar je ook kijkt. Veroorzaakt door elites (in politiek én bedrijfsleven) die er alles aan doen om het gros van de bevolking in de waan te laten dat bijna alle problemen te maken hebben met een tsunami aan vluchtelingen én migranten die op ‘onze’ roompotten afkomen.
Én het gros van onze ‘media’ werken als knipmessende butlers van harte mee om dat beeld te bevestigen. Geen wonder dat er dan een verkiezingsuitslag komt waar je als geïnformeerde burger zeer onpasselijk van wordt.
Te meer omdat je weet wat er vervolgens kan gebeuren. Wat zich in het verleden al vaker heeft afgespeeld: dat een democratisch systeem afglijdt richting een samenleving waar zogenaamd sterke mannen én grote monden het voor het zeggen krijgen.

Het zal mij benieuwen hoe dé nieuwste redder, Pieter Omtzigt, zich de komende maanden dienstbaar zal opstellen. Wordt hij de nieuwe Paul von Hindenburg? Die de weg baant voor de grote blonde leider? Mocht dit alles onverhoopt gebeuren dan is één ding zeker: ‘hét’ loopt zelden goed af voor ‘de kleine man. Sterker: die zal als eerste de vervelende gevolgen daarvan gaan ondervinden.
Verheffen?
Er was een tijd, waarin ‘we’, althans het gros van de Nederlandes, anders in het leven stonden.
We ons niet gek lieten maken door mannen met rare kapsels, die abjecte, vaak ronduit racistische, dan wel anti-democratische opmerkingen over ons uit blijven storten.

Er was een tijd, nog niet zo lang geleden (denk aan Janmaat in de jaren tachtig), dat het gros van de volwassen volwassenen in ons land daar niets van moesten weten. En er zeker niet op stemden.
Er was een tijd dat wij ons verheven voelden. Wij zouden nooit in die val trappen.
En nu? Een kwart van onze bevolking is er massaal voor gevallen. Heeft op een man gestemd (niet eens een democratische partij!) die als een Had-je-me-maar gratis bier belooft, en binnen no time alle problemen zal gaan oplossen én ons om te beginnen van de buitenlanders, vluchtelingen, migranten én Europa zal gaan verlossen.
En diezelfde mensen geloven serieus dat bijna alle problemen te maken hebben met een linkse elite. Een grachtengordelelite, die de laatste veertig jaar amper deel heeft uitgemaakt van de regering, maar op de een of andere magische manier er (bewust) voor heeft gezorgd dat salarissen en pensioenen laag bleven, er een gebrek aan woningen kwam, we overspoeld werden door arbeidsmigranten, we omkomen in stront en stank et cetera.
Ook heeft diezelfde linkse elite er bovendien op een niet te begrijpen manier voor gezorgd dat vluchtelingen massaal naar juist ons land kwamen. En door hen worden gepamperd. Ten koste van de échte Nederlanders.
Onvoorstelbaar hoe onvolwassen veel burgers zich de laatste jaren opstellen.
Er was een tijd waarin je je als burger schaamde voor jouw eigen onbenul. Tegenwoordig is het vooral een pré. Je kunt er je zelfs op laten voorstaan. Ik voel aan mijn onderbuik hoe het zit, en dat is voldoende!
Over het belang van lezen
Wellicht heeft het iets te maken met het FEIT dat de leesprestaties van onze jongeren maar af blijven nemen. Lezen doe je als jongere niet meer! Het is immers saai. Liever kijk je lollige filmpjes, blijf je via je mobiel continue appjes sturen naar je vrienden. Volg je influencers, die een gouden toekomst beloven. Alles beter dan lezen.
Helaas gaat dit leesprobleem net zo op voor hun ouders en grootouders. Ik heb sterk de indruk dat ook zij massaal vallen voor Netflix, mobieltjes, uitjes, vooral ‘lekker leven’ en niet lastig gevallen willen worden met dilemma’s, lastige problemen.
Ze zeggen zich zorgen te maken over hun kinderen en kleinkinderen, maar het gros van onze oudjes stemt voor politici die het klimaatprobleem in wezen blijven bagatelliseren.
Tóch zal er iets moeten gebeuren. Onze grote leider zal niets gaan oplossen. Een kenmerk van problemen die niet worden opgelost, waarover alleen gepraat wordt, is dat ze alleen maar erger zullen worden.
Ik sluit af met twee stukjes. Van hedendaagse Sister Tilly’s.
Die beiden op hun manier een pleidooi houden voor lezen. Als begin van een oplossing. Alleen mensen die actief moeite doen om informatie tot zich te nemen, informatie die soms haaks staat op ‘hun gevoel’, zijn op termijn in staat praatjes van onze volksmenners op waarde te schatten. Helaas kost dat even, en ik vermoed dat de regering die momenteel in elkaar wordt getimmerd, juist niet zal investeren in cultuur.
Auke Hulst, schrijver/muzikant, sprak zich op zaterdag 16 december in de NRC in een column uit over het leesprobleem (Liever rijk dan een boekenwurm).
Daarin heeft hij het in mijn ogen terecht over een woord dat sinds jaar en dag besmet is: verheffing.

Er was een tijd, zeker in het begin van de jaren tachtig, toen ik mijn carrière in de Osse Openbare Bibliotheek begon, dat het evident was dat scholen, bibliotheken én culturele centra in zijn algemeenheid vooral bijdroegen aan het ‘verheffen’ mensen, sorry: burgers. Én dat is in mijn ogen een ideaal dat los staat van politiek.
Wat is er mis mee als mensen proberen het ‘beste’ uit zichzelf te halen; en daarbij ‘geholpen’ worden door bijvoorbeeld onderwijzers, bibliothecarissen, programmadirecteuren van schouwburgen, journalisten en programmamakers bij radio en tv?
Elk mens heeft af en toe iemand nodig die hem of haar op iets attent maakt wat je zelf nooit had kunnen ontdekken.
Maar zelden hebben we het in deze context over de tragische teloorgang van het linkse verheffingsideaal en het verdacht maken van cultureel kapitaal door een kongsi van rechts-extremisten en neoliberalen.
Maar al kort daarna, in de slipstream van de neoliberale marktgolf, werd dat een besmet woord. Volwassenen waren immers meer dan volwassen genoeg om zelf te bepalen wat goed (en minder goed) voor hen was.
Dus niet! Die marktpartijen hebben de geesten van ons allen als het ware gekaapt. Doen het voorkomen alsof het enige wat er echt toe doet geld, macht en aanzien is. En nadenken over goed en kwaad, beter en slecht, dat doe je vooral thuis, in je eigen tijd. Als jij aanvoelt dat ‘iets’ goed is, dan is dat zo. Zelfs als iedereen met meer dan enkele hersencellen wéét dat sommige dingen domweg níet goed zijn.
Verheffen klinkt aanmatigend. Hoezo moet jij mij verheffen? Maar ik zie het vooral als het delen van cultureel kapitaal. Als toegang verschaffen tot mogelijkheden die je kunt omarmen of niet. Helaas is cultureel kapitaal synoniem geworden met een zelfgenoegzame, toondove cultuurelite die vooral zichzelf zou willen feliciteren. Een karikatuur met een kern van waarheid, rondgepompt door wie er maar baat bij heeft.
Hij eindigt krachtig à la een nieuwe versie van Sister Tilly.
Het keren van het tij vergt vele oplossingen, waarvan een aantal onder het huidige gesternte ondenkbaar is geworden. Maar laten we vaststellen: dit probleem is voor iedereen, ongeacht politieke kleur. Het gaat niet alleen om lezen, het gaat om perspectief en verbeeldingskracht. Het gaat om de mogelijkheid om te leven.
Enkele dagen daarvoor had Paulien Cornelisse het in haar vaste Volkskrant-column ook over ons leesprobleem.

Zij koppelt de oplossing aan een probleem dat ik tot nu toe hier niet heb aangesneden: onze verslaving aan onze mobieltjes, iPads, TikTok-filmpjes et cetera. Onze aandacht is als het ware gekaapt; en daardoor houden we minder tijd over om ons in langere teksten te verdiepen. Tijd die we niet meer besteden aan het tot ons nemen van teksten die ons (kunnen) helpen te begrijpen in wat voor samenleving we terecht zijn gekomen, en waar (wellicht) delen van de oplossing(en) zich bevinden.
‘Als je leest, ben je eindelijk alleen.’
Jaaaaaaaaaaren geleden schreef de in 1995 overleden Duitse schrijver Michael Ende over Momo, en hoe dat meisje in een samenleving terecht was gekomen waarin de tijd, aandacht en inzicht door grijze mannen (in grijze tijden) werd gekaapt.
Gelukkig betoonde Momo zich als een Sister Tilly, en wist de status quo te doorbreken. Eind goed, al goed.
Precies zoals Blue Flamingo op zondag 17 december in de Groene Engel in Oss aangaf.
We kunnen deze vervelende, vergiftigende tijdgeest als het ware van ons afschudden, en weer bewegen richting een tijd waarin ‘alles’ kon, we ons niet meer bezighielden met slachtoffers de schuld te geven van bijna ‘alles’.
Een tijd waarin we om Barack Obama te citeren als volwassenen niet langer tandenknarsend aan de kant blijven staan; en niet bereid zijn om ons beste beentje voor te zetten.
Our challenges may be new. The instruments with which we meet them may be new. But those values upon which our success depends — hard work and honesty, courage and fair play, tolerance and curiosity, loyalty and patriotism — these things are old. These things are true. They have been the quiet force of progress throughout our history. What is demanded then is a return to these truths. What is required of us now is a new era of responsibility — a recognition, on the part of every American, that we have duties to ourselves, our nation, and the world, duties that we do not grudgingly accept but rather seize gladly, firm in the knowledge that there is nothing so satisfying to the spirit, so defining of our character, than giving our all to a difficult task.
Artikelen: Little red Corvette (september 2009), Hard times (november 2017) en Het was een onhoorbare en onzichtbare verovering, die dag in dag uit verder oprukte en waar niemand zich tegen verweerde omdat niemand het echt doorhad. (februari 2019).

Geschreven door een oude onderwijzer, die weet dat er hoopvollere, ‘betere’ tijden waren; en dat hij op zijn manier van alles deed om ‘zijn’ kinderen te verheffen.
Ze te leren zich als volwassenen te gedragen.
Hij is níet verbitterd, maar vraagt zich – samen met mij – af in wat voor unheimliche wereld we terecht zijn gekomen.

Ik schreef dit stuk-je aan de vooravond van de dag waarop ik mijn 25.000e dag op deze aarde hoop te vieren.













